Twaalfvingerige darm

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het duodenum of de twaalfvingerige darm

De twaalfvingerige darm,[1] duodenum,[2] dodecadactylon[3] of dodecadactylum[4] vormt het begin van de dunne darm en sluit via het maagportier (de pylorus) aan op de maag. De rest van de dunne darm wordt gevormd door de nuchtere darm (jejunum) en de kronkeldarm (ileum).

De twaalfvingerige darm is bedekt met eenlagig cilindrisch epitheel met microvilli. Tevens bevat het slijmvormende gobletcellen.

Etymologie[bewerken]

De twaalfvingerige darm dankt zijn naam aan zijn lengte van 20 tot 25 centimeter, een equivalent van 12 duimbreedtes, een in de chirurgie gehanteerde maatstaf.

Functie[bewerken]

Een belangrijke functie van de twaalfvingerige darm is het neutraliseren van de pH. De chymus, de voedselbrij afkomstig uit de maag, is zeer zuur en zou de rest van het maag-darmstelsel kunnen beschadigen. De alvleesklier (pancreas) produceert waterstofcarbonaat, een base die de pH weer omhoog brengt. Daarnaast produceert het pancreas ook nog verteringsenzymen, zoals trypsine, lipase en amylase, die de vertering voortzetten. Ook wordt in de twaalfvingerige darm het gal toegevoegd aan de chymus, afkomstig van de lever en de galblaas. De twaalfvingerige darm is naast pH-neutralisatie dus ook verantwoordelijk voor een deel van de vertering.

Omliggende structuren[bewerken]

Ter hoogte van de papilla duodeni (papil van Vater) monden de galwegen (ductus choledochus) en de afvoergang van de alvleesklier (ductus pancreaticus) uit in de darm.

Ter hoogte van de papil van Santorini mondt een tweede afvoergang van de alvleesklier (ductus pancreaticus accessorius) uit in de darm.

De twaalfvingerige darm ligt rond de kop van de alvleesklier gedraaid. Een groot deel van de twaalfvingerige darm ligt secundair retroperitoneaal dat wil zeggen dat het door versmelting van een deel van het buikvlies achter dit buikvlies (= peritoneum) is komen te liggen.

Ziekten[bewerken]

Ulcus duodeni[bewerken]

In de twaalfvingerige darm kunnen zweren optreden, die veroorzaakt worden door maagzuur, en vaak geassocieerd zijn met de bacterie Helicobacter pylori en het gebruik van NSAID's. Deze zweren kunnen vastgesteld worden door middel van de gastroscopie, een kijkonderzoek van de slokdarm, maag en het duodenum. Mocht er tijdens het onderzoek sprake zijn van een bloeding dan kan adrenaline ingespoten worden, waardoor de vaatjes in het gebied zich vernauwen. Vaak worden er tijdens de scopie biopten afgenomen, waarin de patholoog de bacterie kan ontdekken. Er zal dan een zogenaamde eradicatiekuur plaatsvinden zodat de bacterie uitgeschakeld wordt. Deze eradicatiekuur bestaat uit twee soorten antibiotica en een zuurremmer. In zeldzame gevallen worden ulcera veroorzaakt door een overproductie van maagzuur, door het syndroom van Zollinger-Ellison.

Coeliakie[bewerken]

Bij coeliakie treden er pathologische veranderingen op in de dunne darmwand, waardoor de oorspronkelijke structuur van crypten en microvilli verandert. Gluten, de eiwitfractie van tarwe-, gerste- en roggebloem, veroorzaakt coeliakie. Patiënten die coeliakie hebben, hebben hierdoor vaak deficiënties van essentiële voedingsstoffen zoals foliumzuur of calcium. Patiënten krijgen buikklachten en diarree. Daarnaast treedt bij kinderen groeiachterstand op. De diagnose wordt gesteld door het nemen van een biopsie tijdens een endoscopie. De patiënten dienen zich te houden aan een strikt glutenvrij dieet.

Houdt men zich aan dit dieet, dan kan men redelijk klachtenvrij door het leven.

Carcinomen[bewerken]

Dunne-darmkanker, dat wil zeggen kanker die ontstaat in de dunne darm, is extreem zeldzaam. Wel kunnen verschillende kankersoorten uitzaaien naar de dunne darm, een bekende is borstkanker (met name het lobulaire mammacarcinoom).

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Kloosterhuis, G. (1965). Praktisch verklarend zakwoordenboek der geneeskunde (9de druk). Den Haag: Van Goor Zonen.
  2. Federative Committee on Anatomical Terminology (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme
  3. Haan, H.R.M. de & Dekker, W.A.L. (1955-1957). Groot woordenboek der geneeskunde. Encyclopaedia medica. Leiden: L. Stafleu.
  4. Kossmann, R. (1895). Die gynäcologische Anatomie und ihre zu Basel festgestellte Nomenclatur. Monatsschrift für Geburtshülfe und Gynaekologie, 2 (6), 447-472.


Zoek dit woord op in WikiWoordenboek