Mond (orgaan)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De mond wordt aan de buitenzijde door de lippen begrensd.

De mond is een orgaan in de vorm van een holte in het hoofd van mensen en de kop van de meeste dieren, naast de neus en oren. Deze lichaamsholte vormt de hoofdingang van het maag-darmstelsel; alle voedsel en drank die het lichaam binnenkomen passeren normaal gesproken als allereerste halte de mond.

Menselijke mond[bewerken]

Bouw[bewerken]

Generaliserende schets van de mondholte uit Chirurgie et Médecine (Ambroise Paré, 1652).
Sagittale doorsnede uit Gray's Anatomy van de mond en de aangrenzende gebieden boven en onder (i.e. de neusholte, farynx en larynx).
Zicht op de volledige mondholte en het gebied direct achter de isthmus faucium, de orofarynx. Hier is ook een van de keelamandelen duidelijk zichtbaar (wit).
Met name door de lippen kan de menselijke mond op zich als een sensueel orgaan worden ervaren.
Een vrijwilliger van project HOPE verricht een orale inspectie bij een lid van de plaatselijke bevolking in Guatemala (2010).

De lippen en wangen vormen de uitwendige afgrenzingen van de mond.

Aan de binnenzijde van de bovengenoemde afgrenzingen ligt de mondholte, daarin zitten tanden. Deze geheel met slijmvlies (mucosa) beklede holte wordt aan de bovenzijde begrensd door het gehemelte, aan de onderkant door de mondbodem en aan de beide zijkanten door het wangslijmvlies. De slijmvliezen aan de binnenzijde van de wangen bevatten tevens de oorspeekselklier (glandula parotis) en de wangspieren (masseterspier).

In de mondholte zelf zijn de eveneens met slijmvlies beklede boven- en onderkaak (tandenbogen) gelegen. Hierin bevinden zich het tandvlees en de tandkassen, die op hun beurt de tanden en kiezen (de gebitselementen) herbergen. Alles bij elkaar vormt dit het gebit.

In de mondbodem, die de onderkaak verbindt met het tongbeen, bevinden zich eerst de plica sublingualis en caruncula sublingualis en daaronder twee speekselklieren, de glandula submandibularis en de glandula sublingualis. Direct boven de mondbodem bevindt zich de tong. Dit is een van voren geheel beweeglijk orgaan dat onder meer een centrale rol speelt bij het proeven en de articulatie van spraakklanken, grotendeels bestaat uit spieren en met de tongriem aan de mondbodem vastzit.

Aan de bovenzijde wordt de mondholte afgegrensd van de neusholte door het harde en zachte gehemelte, samen het verhemelte of gehemelte (Latijn: palatum).

Aan de achterkant ten slotte eindigt de mondholte in de isthmus faucium, een gebied dat bestaat uit de voorste en achterste gehemeltebogen en de huig. De isthmus faucium vormt de overgang van de mondholte naar de keel, meer specifiek het bovenste gedeelte van de keel, de orofarynx.[1]

Spieren[bewerken]

De mond wordt door allerlei spieren bediend, onder meer de verschillende gelaatsspieren. Deze dienen vooral voor de gelaatsexpressies:

Daarnaast zijn er de verschillende kauwspieren in de onderkaak en wangen. Deze spieren zorgen er onder meer voor dat de onderkaak beweeglijk is, waardoor de mond open en dicht kan:

De tong kent zelf een aantal intrinsieke en uitwendige spieren:

In het zachte verhemelte bevinden zich enkele spieren waardoor dit gedeelte beweeglijk is:

Functies[bewerken]

De mond is bij mensen een multifunctioneel orgaan. Ten eerste vormt hij een zeer belangrijk onderdeel van het spraakkanaal. Alle medeklinkers en halfklinkers worden mede gevormd doordat de tong contact maakt met andere delen van de mondholte (tanden, tandkassen, harde of zachte verhemelte), of (bij labialen) door een specifieke articulatie van de lippen. Bij de vorming van klinkers bevindt de tong zich in een bepaalde positie zonder contact te maken met andere delen van de mondholte.

Het orgaan is verder de ingangspoort naar het digestief systeem, waaraan het bijdraagt door de mechanische verkauwing van het voedsel in de mondholte met behulp van het gebit, waarbij amylase wordt geproduceerd en emulgatie plaatsvindt door middel van speeksel. Dit proces vormt de eerste stap in de voedselvertering. Amylase breekt zetmeel af tot kleinere stukjes. Deze stukjes worden vervolgens door het speekselslijm aan elkaar geplakt, zodat er geen losse stukjes in de luchtpijp kunnen schieten. De smaak, een zintuiglijke gewaarwording die in de mond wordt waargenomen dankzij de smaakpapillen, heeft een beschermende functie bij het in de mond voorverwerken van voedsel en het proeven van drank, daar hierdoor een aantal giftige stoffen hierdoor kan worden herkend en een onderscheid kan worden gemaakt in de voedselbehoeften van het lichaam.

De mond kan daarnaast, naast de gebruikelijke route via de neus, als alternatieve doorgang dienen voor het ademhalingssysteem. De mondademhaling is echter niet speciaal voorzien voor deze functie. Door de mond ademhalen is dan ook - vooral indien het vaak gebeurt - minder goed voor de longen, doordat de ingeademde lucht niet via de neus wordt gereinigd en verwarmd.

Verzorging[bewerken]

Zowel het mondslijmvlies als de gebitselementen zijn in hoge mate vatbaar voor een groot aantal ziekten (zie ook #Afwijkingen en aandoeningen). Een goede mondhygiëne is daarom belangrijk om o.a. aandoeningen in en rondom de mondholte te voorkomen. Daarbij is dagelijks tanden poetsen van groot belang, desnoods aangevuld met het gebruik van mondwater. De tong kan in het bijzonder schoon worden gehouden met behulp van een tongschraper.

Culturele bijbetekenis en functies[bewerken]

Naast de bovengenoemde biologische functies heeft de menselijke mond bepaalde cultuurgebonden nevenfuncties, bijvoorbeeld op het gebied van de sociale omgang maar ook met betrekking tot erotiek.

De mond speelt een centrale rol bij voedselerotiek en bij het bedrijven van orale seks, terwijl de lippen altijd worden gebruikt bij het kussen. Daarbij kunnen onder bepaalde omstandigheden met name de lippen als zodanig ook al als sensueel worden ervaren.

Versieringen[bewerken]

In en rondom de mond worden geregeld lichaamsversieringen aangebracht, met name piercings. Het bekendst zijn de lippiercing, de tongpiercing en de tongriempiercing. Ook tongsplijting is een vorm van bodyart.

Vrouwen gebruiken vaak lippenstift en lipgloss om hun lippen te versieren.

Afwijkingen en aandoeningen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Orale pathologie en Tandheelkunde voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

In en rondom de mond kunnen zich allerlei ziektes en afwijkingen voordoen, bijvoorbeeld als gevolg van virussen. Deze aandoeningen kunnen soms ook al door een tandarts worden herkend. Enkele van de meest voorkomende:

  • Wanneer iemand last heeft van een onaangename geur uit de mond, heet dit halitose of halitosis.
  • Aften zijn kleine, pijnlijke zweertjes die zich manifesteren in de mondholte, meer in het bijzonder op het slijmvlies van de lippen en wangen, het verhemelte en de tong.
  • Wanneer er voortdurend te weinig speeksel in de mondholte wordt aangemaakt, heet dit xerostomie (algemeen bekend als een droge mond).
  • Ook de speekselklieren kunnen bij bepaalde ziektes ontstoken raken, bijvoorbeeld bij de bof.
  • Bij een schisis zijn de bovenlip en/of (een deel van) het gehemelte gespleten, waardoor neus- en mondholte niet van elkaar zijn afgegrensd.
  • In de mondholte en op de tong kan parasitaire schimmelgroei (mycose) optreden, bekend als candidiasis (een ondervorm van spruw). Dit kan zich vanuit de mondholte verspreiden naar de keelholte.
  • In de mondholte kan zich bovendien kanker ontwikkelen, zoals op veel plekken in het lichaam.
  • Problemen met het gebit kunnen soms ook de omliggende weefsels beïnvloeden. Ze worden behandeld door een tandarts of kaakchirurg.

Dierenrijk[bewerken]

Open muil van een leeuw. Dit orgaan is homoloog aan de mond bij mensen.
De snavel van een eend is homoloog aan de menselijke mond.

Bij dieren wordt het met de menselijke mond homologe orgaan soms ook de mond genoemd. Naargelang het soort dier (zoogdier, reptiel, vis,vogel, arthropode, enz.) wordt echter meestal gesproken van een bek (o.a. bij vissen), muil (zoogdieren en reptielen), snavel (vogels) of mondwerktuig (insecten). Er zijn echter ook diersoorten waarbij het met de mond homologe orgaan ontbreekt, zoals lintwormen.

Er zijn zowel duidelijke overeenkomsten als belangrijke verschillen met de menselijke mond in anatomie en functie. De rol die de menselijke mond speelt in het voortbrengen van gesproken taal is vergelijkbaar met de manier waarop veel dieren geluid via hun homologe lichaamsdeel voortbrengen. Ook de rol van de mond bij de ademhaling en in het digestief systeem is bij dieren hetzelfde, evenals de anatomische bouw. Helemaal uniek aan de menselijke mond is alleen het lippenrood.

Aandoeningen[bewerken]

Bij evenhoevigen kan mond-en-klauwzeer optreden. Deze ziekte komt bij mensen niet voor.

Mond vs. anus[bewerken]

Een gemeenschappelijk kenmerk van alle gewervelden is dat de mond/bek/snavel e.d. de eerste uitwendige opening vormt van het spijsverteringsstelsel, dus de ingang voor alle voedsel en drank, terwijl de anus de tweede uitwendige opening hiervan is, ofwel de uiteindelijke uitgang. Bij Protostomia ontwikkelt gedurende de embryonale fase het eerste uiteinde zich tot de ingang (de mond) en het tweede zich tot de uitgang (de anus). Bij Deuterostomia ofwel nieuwmondigen is de ontwikkeling precies andersom.


Bronnen, noten en/of referenties
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek