Protostomia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Protostomia, Protostomata of Oermondigen vormen verreweg de grootste tak van de Bilateria. Ze onderscheiden zich onder andere van de Deuterostomia, doordat de eerste opening in de embryo later als mond dient (Grieks: stoma = mond). Bij de Deuterostomia ontwikkelt de oorspronkelijke opening zich tot anus, terwijl de mond wordt gevormd door een opening aan de andere zijde van het lichaam.

De Protostomia werden aanvankelijk onderverdeeld in twee groepen: de Ecdysozoa, en de Lophotrochozoa. De splitsing heeft volgens de theorie van de Sneeuwbal Aarde waarschijnlijk plaatsgevonden tussen de twee wereldijstijden van het Neoproterozoïcum. Alle verdere vormenrijkdom op phylum-niveau komt waarschijnlijk van na de laatste wereldijstijd, zo rond 560 Ma. Onderzoek suggereert dat er nog een derde groep is, de Platyzoa.

Stamboom van de dieren binnen de Unikonta

 Stamboom van de dieren binnen de Unikonta[1]

Ecdysozoa[bewerken]

De belangrijkste gemeenschappelijke eigenschap van de Ecdysozoa is dat ze vervellen, met andere woorden dat ze bij de groei hun exoskelet afwerpen.

Lophotrochozoa[bewerken]

De Lophotrochozoa vallen in twee groepen uiteen, de Trochozoa en Lophophorata. De verwantschap tussen beide groepen wordt vrij algemeen geaccepteerd, maar staat niet helemaal vast.

Trochozoa[bewerken]

De Trochozoa omvat 4 phyla die gemeenschappelijk hebben dat de larven twee banden van trilharen (cilia) hebben.

  • Mollusca (Weekdieren, onder andere slakken, schelpdieren, inktvissen)
  • Annelida (Ringwormen, onder andere regenwormen)
  • Nemertea (Nemertina of Snoerwormen)
  • Echiura

Lophophorata[bewerken]

De Lophophorata hebben als gemeenschappelijke eigenschap de aanwezigheid van een lophophoor, een tentakelkrans rond de mond.

Platyzoa[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties