Dunne darm

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dunne darm
Intestinum tenue
Het maag-darmstelsel bij de mens. 1. slokdarm,  2. maag,  3. dunne darm,  4. appendix,  5. blindedarm,  6. karteldarm,  7. endeldarm,  8. anus
Het maag-darmstelsel bij de mens.

1. slokdarm, 2. maag, 3. dunne darm, 4. appendix, 5. blindedarm, 6. karteldarm, 7. endeldarm, 8. anus

Synoniemen
Latijn Leptenteron[1]

Intestinum gracile[2][3][4]
Intestinum angustum[4]

Oudgrieks Λεπτόν[5]
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De dunne darm[6] of het intestinum tenue[7] is een onderdeel van het menselijk spijsverteringsstelsel dat tussen de maag en de dikke darm ligt. De dunne darm is het langste deel van het spijsverteringsstelsel. De meeste (zoog)dieren hebben ook een dunne darm.

De dunne darm is voortdurend in beweging om de inhoud heen en weer te persen en zo voedsel fijn te maken. Dit gebeurt met behulp van de lengte- en kringspieren die zich in de wand van de dunne darm bevinden. Via grote hoeveelheden bloedvaatjes gaan bruikbare voedingsstoffen het bloed in.

De dunne darm is zo'n 5 tot 6 meter lang en haalt de belangrijkste voedingsstoffen uit het eten.

Functies[bewerken]

De dunne darm vervult meerdere functies namelijk:

  • verteren van voeding
  • absorberen van splitsingsproducten, water en vitamines
  • verdediging door middel van antilichamen
  • doorvoeren van nutrienten
  • productie van neuroendocriene peptiden

Opbouw[bewerken]

De dunne darm bestaat uit drie delen:

  1. twaalfvingerige darm (of duodenum) (ca. 12 duimbreedtes lang 0,25m), waarvan de belangrijkste functie van het neutraliseren van de pH is.
  2. nuchtere darm of jejunum (ca. 2,5m lang);
  3. kronkeldarm of ileum (ca. 3,5m lang);

Ziektes[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Kossmann, R. (1895). Die gynäcologische Anatomie und ihre zu Basel festgestellte Nomenclatur. Monatsschrift für Geburtshülfe und Gynaekologie, 2 (6), 447-472.
  2. Schreger, C.H.Th.(1805). Synonymia anatomica. Synonymik der anatomischen Nomenclatur. Fürth: im Bureau für Literatur.
  3. Dunglison, R. (1855). Medical lexicon-A dictionary of medical science. (12th edition). Philadelpha: Blanchard and Lea.
  4. a b Foster, F.D. (1891-1893). An illustrated medical dictionary. Being a dictionary of the technical terms used by writers on medicine and the collateral sciences, in the Latin, English, French, and German languages. New York: D. Appleton and Company.
  5. Liddell, H.G. & Scott, R. (1940). A Greek-English Lexicon. revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones. with the assistance of. Roderick McKenzie. Oxford: Clarendon Press.
  6. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  7. His, W. (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag Veit & Comp.
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek