Taal
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Taal is een typisch menselijk communicatiesysteem dat betekenis weergeeft. Het belangrijkste onderscheid is dat tussen geschreven taal en gesproken taal. In de geschreven taal worden de equivalenten van klanken in de gesproken taal weergegeven door middel van een alfabet van min of meer arbitraire symbolen, ofwel schrifttekens. Deze symbolen vormen de bouwstenen, en deze bouwstenen worden door middel van een taalspecifiek regelsysteem, de grammatica, tot betekenisvolle eenheden - woorden, zinsdelen, zinnen en op het hoogste niveau hele teksten - gerangschikt.
Alle talen beschikken in zowel de gesproken als de geschreven vorm over een woordenschat of lexicon, en een regelsysteem - de grammatica - om alle elementen uit de woordenschat tot welgevormde zinnen te verenigen. De meeste gesproken talen hebben tevens een alfabet of een ander op de spraak gebaseerd schriftsysteem waarmee taaluitingen kunnen worden vastgelegd.
Inhoud |
[bewerken] Gesproken taal
De belangrijkste reden waarom taal uitsluitend door mensen kan worden voortgebracht is, dat de fundamentele klanken waaruit spraak bestaat kenmerkend zijn voor het speciaal hiervoor ontworpen menselijke spraakkanaal. Hoe dit precies in zijn werk gaat is het onderwerp van de fonetiek en de fonologie.
[bewerken] Taal en hersenen
Er is veel onderzoek gedaan naar de relatie tussen taalvermogen en de werking van de menselijke hersenen, ook wel bekend als neurolinguïstiek. De hamvraag is hierbij welke gebieden in de hersenen precies gespecialiseerd zijn in het verwerken (begrijpen en spreken) van woorden en zinnen. Er zijn aanwijzingen dat de betekenis en grammatica van zinnen in specifieke delen van de hersenen worden verwerkt. Doorgaans wordt aangenomen dat het gebied van Wernicke en het gebied van Broca in de linker hersenhelft een belangrijke functie hebben in het begrijpen en spreken van taal. Beschadigingen in deze gebieden gaan dus vaak gepaard met stoornissen in het begrijpen en spreken van taal, zoals alalie en afasie.
Terwijl ieder mens die onder normale omstandigheden opgroeit in de loop van zijn of haar eerste levensjaren een moedertaal aanleert, is het tot nu toe niet gelukt om niet-menselijke primaten- met name chimpansees - het passieve taalniveau van een kleuter aan te leren. Niettemin zijn er in deze richting enige successen geboekt; gebleken is dat sommige apen woorden voor bepaalde voorwerpen aan dat voorwerp zelf kunnen verbinden, net als kinderen tussen de 1 en 3 jaar. Hieruit blijkt dus dat de menselijke taal weliswaar uitsluitend door de mensen zelf kan worden geproduceerd, maar dat het systeem in principe voor andere diersoorten toegankelijk is, althans tot op zekere hoogte. Ook huisdieren schijnen bepaalde in de menselijke taal uitgesproken bevelen immers goed te begrijpen.
[bewerken] Taal en evolutie
Hoewel het taalvermogen, inclusief het begrijpen en kunnen toepassen van regels van grammatica en syntaxis, uniek lijkt voor mensen, is het moeilijk te doorgronden volgens welk scenario dit zich in de loop van de evolutie heeft ontwikkeld. Grofweg staan hier twee standpunten tegenover elkaar (zie verder het artikel over glottogonie).
Het eerste standpunt is dat het ontstaan van taal een gevolg was van een taalmodule, een gespecialiseerd gebiedje in de hersenen.
Een tweede standpunt is dat de ontwikkeling van taal het resultaat was van een geleidelijke toename van hersenmassa en intelligentie (ook wel encefalisatie genoemd). Deze verklaring lijkt beter te rijmen met het feit dat de mens zich in cognitief opzicht in meerdere opzichten van andere primaten onderscheidt. Dus niet alleen wat betreft taalvermogen maar ook wat betreft vermogens als bewuste reflectie, mentaal voorstellingsvermogen en abstract denken. Het lijkt bovendien onwaarschijnlijk dat dergelijke vermogens aan een specifiek gebiedje of module in de hersenen zijn toe te schrijven.
[bewerken] Categorisering
Op grond van bepaalde specifieke kenmerken kunnen talen op allerlei verschillende manieren worden gecategoriseerd. Hieronder volgen alleen de meest algemene.
[bewerken] "Natuurlijke talen"
Met "natuurlijke talen" worden alle talen bedoeld die in de loop van de geschiedenis bij verschillende etnische groepen ontstaan zijn en van generatie op generatie worden doorgegeven. Natuurlijke talen kunnen verder worden onderverdeeld in dode en levende talen.
[bewerken] Levende en dode talen
Levende talen kunnen worden omschreven als die talen die als moedertaal worden aangeleerd en waarmee door een kleine tot betrekkelijk grote groep mensen wordt gecommuniceerd. Voorbeelden van levende talen zijn: het Arabisch, Hindi, Italiaans,Engels, Nederlands en (Nieuw-)Grieks.
Dode talen zijn talen die niet meer als moedertaal worden aangeleerd. Voorbeelden van dode talen zijn: het Sanskriet, Oud-Grieks, Etruskisch, Fenicisch en Latijn.
[bewerken] Standaardtaal en dialect
Het gangbare onderscheid tussen standaardtaal (met een over het algemeen hoge status) enerzijds en dialect of streektaal (met een over het algemeen wat lagere status) anderzijds wordt in de taalkunde bij voorkeur niet gemaakt, omdat dit onderscheid willekeurig en vooral ook politiek bepaald is. De Chinese talen worden vaak als dialecten van dezelfde taal beschouwd, maar verschillen onderling evenveel als de verschillende Romaanse talen. Taalkundigen geven doorgaans de voorkeur aan maatschappelijk minder beladen begrippen als variëteit en streektaal. Zie hiervoor ook taalgebruik.
Daar lang niet alle talen beschikken over gestandaardiseerde vormen, is het vaak niet uit te maken is of twee groepen sprekers dezelfde variëteit spreken of varianten van één variëteit. Het aantal talen op de wereld is daarom niet te bepalen. Om toch een houvast te hebben wordt het aantal vaak op zes- à zevenduizend geschat, maar dit aantal zou veel hoger kunnen liggen als bepaalde dialecten ook als taal worden beschouwd. Dit zou tevens gedeeltelijk kunnen verklaren waarom er volgens deze theorie eeuwen geleden veel meer talen (ca. vijftienduizend) werden gesproken dan nu, terwijl de wereldbevolking sindsdien juist zeer sterk is toegenomen.
[bewerken] Kunsttalen
Met name in de 19e en de 20e eeuw zijn er ook diverse talen geconstrueerd. Deze worden kunsttalen of ook wel "hulptalen" genoemd, om ze van de "echte", natuurlijke talen te onderscheiden. Een hulptaal is in het algemeen een taal die de internationale communicatie moet vergemakkelijken, dus een lingua franca (dit laatste kan ook een natuurlijke taal zijn).
Talen als het Esperanto (dat hoofdzakelijk is gebaseerd op verschillende Indo-Europese talen), Ido en Interlingua zijn voorbeelden van hulptalen. Dit soort talen wordt ook wel auxlang genoemd, wat staat voor auxiliary language. Ook de term IAL wordt wel gebruikt, wat staat voor international auxiliary language.
Als een kunsttaal eenmaal door kinderen als moedertaal is verworven, is ze in die zin niet meer van de natuurlijke talen te onderscheiden. Het Esperanto heeft inmiddels echte moedertaalsprekers, en bezit aldus een fundamentele eigenschap van een natuurlijke taal.
Als hyperoniem voor alle kunsttalen is de term conlang bedacht, hetgeen staat voor constructed language. Onder de conlangs die geen auxlang zijn vallen alleen de echte fantasietalen, zoals de in het Midden-aarde van Tolkien gesproken talen of het Klingon uit de televisieserie Star Trek.
Maar eigenlijk zijn ook de standaardtalen tot op zekere hoogte geconstrueerd. Een deel van de woordenschat en de grammatica wordt door instanties en autoriteiten en vastgesteld. In veel talen worden woordvormingen met behulp van morfemen uit het Latijn en Oudgrieks gemaakt, zoals bij relatief nieuwe Nederlandse woorden als televisie (Grieks "tele" = ver, Latijn "visio"= zicht) en allochtoon (Grieks "allos"= ander en "chtonos"= aarde, land). Dergelijke nieuwvormingenen worden neoconstructies of neologismen genoemd.
Talen kunnen op grond van hun historische ontwikkeling worden gerangschikt in een bepaalde taalfamilie. Andere indelingen zijn gebaseerd op syntaxis en morfologie. Zie hiervoor de historische taalkunde en de taaltypologie.
[bewerken] Het begrip "taal" in ruimere zin
Het begrip "taal" wordt bij uitbreiding ook gebruikt voor andere dan de hierboven beschreven vormen van menselijke en niet-menselijke communicatie.
[bewerken] Machines
Het geheel aan commando's waarmee een machine - bijvoorbeeld een computer - wordt bediend, wordt wel machinetaal genoemd. Dergelijke machinecommunicatiesystemen, en met name computertalen, gebruiken zo veel mogelijk woorden uit de gesproken taal, zodat ze ook voor de menselijke bediener gemakkelijk te begrijpen zijn.
"Alfabetten" zoals Morse en Braille zijn vergelijkbare systemen, maar geen talen op zich; ze hebben geen eigen woordenschat, maar bestaan uit alternatieve symbolen. Deze vorm van communicatie is hierdoor voor de meeste taalgebruikers in de dagelijkse praktijk ondoorzichtig.
[bewerken] Dieren
Het gebruik van geschreven taal en gesproken taal onderscheidt de mens van andere diersoorten. Niettemin worden communicatiesystemen van dieren (bijen, dolfijnen, walvissen) soms ook wel als een soort taal beschouwd. Deze systemen verschillen echter fundamenteel van de menselijke taal. Ten eerste kan in de "taal" van dieren anders dan met talen van mensen niet over wetenschappelijke en/of culturele onderwerpen gesproken worden: in bijentaal kan waarschijnlijk alleen gecommuniceerd worden over de plaats waar zich nectar bevindt.
[bewerken] Gebarentalen
Gebarentalen worden vooral gebruikt door dove mensen. Gebarentalen zijn, anders dan veelal wordt aangenomen, volledige communicatiesystemen, met een even arbitraire relatie tussen de gebruikte symbolen en de betekenis als bij gesproken talen het geval is.
In Vlaanderen gebruikt men de Vlaamse Gebarentaal en in Nederland de Nederlandse Gebarentaal. Gebarentalen dienen onderscheiden te worden van andere gebarensystemen zoals pantomime, en de ook door doven gebruikte spraakondersteunende systemen zoals Nederlands met Gebaren. Er bestaan tevens gebarenschriften om gebarentaal mee neer te schrijven.
[bewerken] Referenties
- Chomsky, N. (1993). Language and thought. Wakefield, R.I.
- Deacon, T.W. The symbolic species (1997). W.W. Norton Company, New York.
- Pinker, S. (1997). How the mind works. W.W. Norton Company, New York.
[bewerken] Zie ook
| Portaal Taal |
- Beeldtaal
- Bedreigde taal, Minderheidstaal
- Communicatiekunde
- Computertaalkunde
- Context
- Creooltaal
- Dochtertaal
- Gat in de taal
- Etymologie
- Geschreven taal
- Historische taalkunde
- Letter, Teken
- Letterkunde
- Lichaamstaal
- Lijst van officiële talen, Officiële taal
- Literatuur
- Native speaker, Tweede taal
- Psycholinguïstiek
- Sociolinguïstiek
- Spelling
- Spraak
- Spreektaal
- Stijlfiguur
- Taaladviseur
- Taalfilosofie
- Taalkunde
- Taaluniversalia
- Talen van de wereld
- Vergelijkende taalwetenschap
- Vertaling
- Wereldtaal
- Woordenboek