Tweetalig onderwijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Tweetalig onderwijs is onderwijs in twee talen. In Nederland circuleert de term tto in het voortgezet onderwijs en tvwo voor tweetalig vwo.

Doorgaans is één van die twee talen de moedertaal. Het kan gaan om:

  • onderwijs waar de leerlingen het taalregime van de lessen kunnen kiezen. Zo zijn er aan de meeste Vlaamse en Nederlandse universiteiten opleidingen, vooral op Master-niveau, die men òf in het het Engels, òf in het Nederlands kan volgen. Ook nogal wat Brusselse lagere scholen hebben een Franse klas en een Vlaamse klas. Tot aan de Tweede Wereldoorlog hadden ook heel wat secundaire scholen in Vlaanderen een Franse en een Vlaamse afdeling, vooral in de steden.
  • onderwijs waar een gedeelte van de vakken niet in de moedertaal worden gegeven. In het jargon: CLIL (Content and Language Integrated Learning), dus de lesinhoud en de taalkennis worden geïntegreerd aangebracht.

België[bewerken]

Vlaanderen[bewerken]

In Vlaanderen houdt men de boot af wat betreft tweetalig onderwijs, al wordt het onderwerp weer ter discussie gesteld, bijvoorbeeld door de Brusselse VLD, onder meer aan de hand van het Nederlandse voorbeeld. Zelfs koning Albert lanceerde eind van de jaren 90 van de 20e eeuw het idee van vroege (kleuterschool) tweetalige scholen, om de tweetaligheid van zijn onderdanen te verbeteren. Hij werd pijnlijk genoeg teruggefloten, onder meer op wetenschappelijke gronden. De enige volledig tweetalige school in België[1] is een kleuterschool in Schaarbeek genaamd Pistache van '2B2'. Deze is op 1 september 2011 gestart.[2]

Er zijn meerdere motieven waarom men in Vlaanderen aarzelt met tweetalig onderwijs:

  • Wellicht is er een historische, wat gevoelsmatige, reden: men heeft decennia moeten vechten om het onderwijs echt Nederlandstalig te maken, vrij van het Frans. Als men nu het Frans of Engels binnenhaalt, is dat allemaal vergeefse moeite geweest.
  • In het secundair onderwijs, en zeker in het lager onderwijs - a fortiori in het kleuteronderwijs - wordt tweetalig onderwijs tegenhouden door de regeling van de vereiste bekwaamheidstitels. Vlaamse leraars moeten een Nederlandstalig diploma (van een Nederlandstalige instelling voor hoger onderwijs zoals een normaalschool) hebben, ook als zij geschiedenis, wiskunde of zelfs Frans geven. De grote vrees is, dat bijvoorbeeld een leraar aardrijkskunde die zijn vakkennis in het Engels of het Frans moet aanbrengen, die taal niet genoeg beheerst, of althans geen taaldidactiek onder de knie heeft. Men wil de taal liever laten aanleren door specialisten in taalonderwijs dan door vakmensen die een mondje Frans of Engels jargon praten.
  • In Vlaanderen start het tweede-taalonderwijs reeds op 10-jarige leeftijd (soms zelfs vroeger in faciliteiten- of taalgrensgemeenten). Iedereen heeft bij de aanvang van de secundaire school al een mondje Frans geleerd. Het verleden heeft aangetoond dat op die manier heel wat Vlamingen behoorlijk twee- tot meertalig door het leven kunnen gaan.
  • Als een bepaald vak (bijvoorbeeld scheikunde) nog maar uitsluitend in het Engels wordt aangebracht, zullen de leerlingen vooruitgang maken in het Engels, maar kennen daardoor de juiste Nederlandse (vak-)termen niet meer. Het gevaar bestaat dat de betere tweetaligheid een verschraling van de kennis van het Nederlands als prijs heeft. Een evolutie die men nu bijvoorbeeld reeds ziet bij sommige informatici.
  • Tweetalig onderwijs heeft ook iets elitairs. Alleen wie de intellectuele, en soms ook de financiële mogelijkheden heeft, komt daarvoor in aanmerking en verwerft zo een nog grotere voorsprong op de rest van de samenleving. Het Vlaamse onderwijsdepartement maakt daarentegen van het gelijke (onderwijs-)kansenbeleid (GOK) een prioriteit.
  • In het hoger onderwijs is het Engels wel in beperkte mate toegelaten, voornamelijk in (aanvullende) Master-opleidingen of in specialismen waar veel buitenlandse studenten voor naar Vlaanderen komen, bijvoorbeeld kerkelijk recht aan de Katholieke Universiteit Leuven, of biogenetica aan de Universiteit Gent. Maar ook daar wil men het Nederlands karakter van de hogeschool of universiteit benadrukken. Zo organiseert de universiteit voor buitenlandse (Erasmus-)studenten bijvoorbeeld intensieve taalcursussen NT2. Voor de volledige lijst van anderstalige opleidingen in het Vlaamse hoger onderwijs: zie externe link.

proeftuin: Voor het schooljaar 2007-2008 voorziet het departement onderwijs een pilootproject in een negental secundaire scholen (meestal ASO-scholen, maar ook enkele hotelscholen) waar 10 à 15% van de lestijden in het Frans en/of het Engels worden gegeven. De leerlingen behouden alleszins de keuze om het betreffende vak (bijvoorbeeld economie) in het Nederlands of in de tweede taal te volgen.

Een beperkte vorm van tweetalig onderwijs (eigenlijk eerder een "taalbad") bestaat in België als "taaluitwisseling". Met steun van het Prins Filipfonds kunnen scholen vanaf het eerste studiejaar van beide zijden van de taalgrens klassen uitwisselen. Voor het kleuteronderwijs is er geen steun, nochtans leren kinderen op deze leeftijd onbewust en het snelst een andere taal .Vooral in de hogere jaren van het secundair onderwijs, als men de tweede landstaal al voldoende kent, volgt de ene klas alle lessen in de gastschool over de taalgrens, terwijl de leerlingen van die school op bezoek zijn in de andere school.

Franstalig België[bewerken]

In het Franstalig onderwijs in België zijn er wel enkele experimenten gestart waar sommige lessen in het Nederlands, Duits of het Engels gegeven worden.
Eén van de experimenten is het "taalbad" waar gedurende bepaalde tijd een anderstalige leerkracht voor de klas komt en uitsluitend die taal praat. Meerdere vakken (rekenen, aardrijkskunde, ...) worden in het Nederlands/Engels/Duits aangebracht. 113 basisscholen hebben minstens één klas in 2007-2008 met taalbad,[3] 69 secundaire scholen zullen in 2008-2009 minstens één klas met taalbad aanbieden.[4] Ongeveer 25% van de scholen biedt Engels aan, 5% Duits. De rest (70%) van de scholen biedt Nederlands aan.

Nederland[bewerken]

In Nederland is het tweetalig onderwijs al enkele jaren sterk in opkomst. Vanaf 2002 groeide het aantal scholen dat tweetalig onderwijs in het Engels aanbiedt, van 32 (2002) via 45 (2003), 54 (2004), 70 (2005), 95 scholen in (2006) en 97 .[5] in 2013. Aannemelijk is dat deze jaarlijkse groei zich voorlopig zal voortzetten.

Scholen met tweetalig onderwijs hebben over het algemeen toelatingsprocedures en wachtlijsten. Het ontwikkelt zich als een moderne concurrent voor het traditionele gymnasium.

Meest voorkomend is in Nederland de combinatie Nederlands-Engels, maar theoretisch en praktisch zijn ook andere vormen mogelijk. Dan kan het Nederlands met Fries, Frans, Duits, Spaans, Italiaans, Mandarijn, Arabisch of Turks worden gecombineerd.

Fries[bewerken]

De provincie Friesland is officieel tweetalig Fries - Nederlands. Dit komt onder meer tot uitdrukking in het onderwijs, waar basisscholen sinds 1980 verplicht zijn tot het onderwijzen van een uur Fries per week. Het vak Fries maakt ook deel uit van de basisvorming in het voortgezet onderwijs. Ontheffing wordt alleen verleend voor scholen die buiten het Friese taalgebied zijn gelegen, bijvoorbeeld in de Stellingwerven.

Vanwege de beperkte omvang van de lessen Fries en de slechte resultaten die hiermee behaald worden, ontstond in de jaren 90 het idee volledig tweetalige scholen op te richten. Uiteindelijk is in het schooljaar 1997-1998 op zeven scholen gestart met het project Trijetalige skoalle (drietalige school). Hierbij wordt in groep 1 t/m 6 de helft van de tijd in het Fries en de andere helft in het Nederlands lesgegeven. In groep 7 en 8 komt Engels er een dagdeel in de week als derde onderwijstaal bij, waardoor de verhouding tussen de onderwijstalen in de twee hoogste groepen 40% Fries - 40% Nederlands - 20% Engels is.

Het resultaten van het project waren veelbelovend: de kennis van het Nederlands lag op het landelijke gemiddelde (de andere talen gaan dus niet ten koste van het Nederlands), terwijl voor het Fries veel betere resultaten werden behaald, ook bij kinderen die thuis geen Fries spreken. De beheersing van het Engels liet dezelfde bovengemiddelde resultaten zien. Bovenal bleken de kinderen veel soepeler met talen om te gaan en zich zekerder te voelen in hun taalgebruik.

Naar aanleiding hiervan is het tijdelijke project in 2006 omgezet in een definitief Netwurk Trijetalige Skoallen (3TS), dat toen bestond uit 11 basisscholen verspreid over de provincie. Anno 2013 is dit aantal gegroeid tot 54 basisscholen: 25 gecertificeerde drietalige basisscholen en nog eens 29 nieuw deelnemende basisscholen die in de inwerkperiode van twee jaar zitten. In totaal zijn er meer dan 450 basisscholen in Friesland, waaronder steeds meer scholen die interesse tonen voor het drietalige model. Het scholennetwerk wordt ondersteund door het Taalsintrum Frysk, dat onderdeel is van het Centrum voor Educatieve Dienstverlening in Noord-Nederland (CEDIN).

Nederlandse Gebarentaal[bewerken]

Rond de jaren negentig van 20e eeuw hadden de guyotscholen te Haren het tweetalig onderwijs voor dove leerlingen ingevoerd. Daardoor behaalden veel dove kinderen betere resultaten op diverse gebieden. Dit project tot invoering van het tweetalige onderwijs voor Doven bleek succesvol te zijn. De kinderen konden zowel het Nederlands als de Nederlandse Gebarentaal goed beheersen en hun sociaal-emotionele ontwikkeling werd meer vergelijkbaar met die van de niet-dove leerlingen in het reguliere onderwijs. De rest van de dovenscholen volgden het voorbeeld van H.D.Guyot Instituut.

Vreemde talen[bewerken]

Tweetalig onderwijs kan in alle onderwijsvormen en alle leeftijden voorkomen, dus zowel op de basisschool, het vmbo, het voortgezet onderwijs, het mbo, hbo of de universiteit. Meestal gaat het echter om havo en vwo. De twee talen worden in gelijke mate gebruikt, ook bijvoorbeeld in vakken die weinig met talen te maken hebben zoals economie, wiskunde, natuurkunde, statistiek enz. Als er alleen maar extra uren in de vreemde taal gegeven worden, kan er sprake zijn van Versterkt Engels, Versterkt Duits, OET (onderwijs in eigen taal), enz. Op universiteiten zijn er wel richtingen die in naam Engelstalig zijn, maar waar in de praktijk in het Nederlands wordt gecommuniceerd. Dit wordt niet tweetalig genoemd. Eén van de doelstellingen is natuurlijk dat de kennis van de tweede taal bij de leerlingen toeneemt. De leerlingen kunnen een International Baccalaureate taalcertificaat behalen. Initiatieven op het gebied van tweetalig onderwijs worden in Nederland gecoördineerd door het Europees Platform.

Toelating[bewerken]

Niet iedereen wordt tot deze opleiding toegelaten. Uiteraard verschilt dit per school. Omdat het vaak om vwo-scholen gaat, moet er in ieder geval een Citotoets zijn die voldoende is plus een schooladvies, toelatingsgesprek, met een motivatie. Vaak zijn er ook extra kosten aan verbonden die via een ouderbijdrage moeten worden betaald. Op sommige scholen is er ook de mogelijkheid om op havo-niveau tweetalig onderwijs te volgen.

Alternatieven[bewerken]

Naast het tweetalig onderwijs bestaat er ook het Versterkt Engels, dat minder Engels aanbiedt dan het tweetalig onderwijs. Verder bestaat er het Internationaal onderwijs, met internationale scholen die volledig Engelstalig zijn.

Zie ook[bewerken]

Portal.svg Portaal Onderwijs

Bronnen/externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties