Brussels Hoofdstedelijk Gewest
|
|
|||
|
|||
|
|
|||
| Hoofdstad | Brussel | ||
| Oppervlakte | 161,38 km² | ||
|
|
|||
| Inwoners (01/12/2011) |
1.145.292 | ||
| Bevolkingsdichtheid | 7.097 inw./km² | ||
| Talen | Nederlands & Frans | ||
|
|
|||
| Minister-president | Charles Picqué | ||
|
|
|||
| Munteenheid | Euro (EUR) | ||
| Tijdzone | UTC +1 (zomer = +2) | ||
| Feestdag | 8 mei | ||
| ISO 3166 | BE-BRU | ||
| Website | www.brussel.irisnet.be | ||
|
|||
|
Het Zoniënwoud
|
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is een van de drie gewesten van België, al heeft het niet dezelfde juridische status als het Vlaamse en Waalse gewest.[1] Het omvat 19 gemeenten met een totale oppervlakte van 161 km2. Het aantal inwoners bedraagt 1.145.292 (cijfers onder voorbehoud). De gemiddelde bevolkingsdichtheid bedraagt 7.097 inwoners per km².[2]
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
[bewerken] Middeleeuwen en hertogdom Brabant
Brussel was reeds een bekende stad in de (late) Middeleeuwen. Het kende toen een grote bloei onder het hertogdom Brabant. Het rivaliseerde toen sterk met Leuven. Beide steden waren afwisselend de hoofdstad van het hertogdom. Brussel werd min of meer de hoofdstad van de Habsburgse Nederlanden en later de Zuidelijke Nederlanden. Naar het einde van de Oostenrijkse tijd kreeg het de overhand over Leuven. Ettelijke adellijke families vestigden er zich, evenals (delen van) het Oostenrijks bestuur.
Brussel consolideerde haar hoofdstedelijke functie een eerste keer onder het Franse regime. Tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was het samen met Den Haag zetel van het parlement. In de Belgische Revolutie van 1830 was Brussel het centrum van de rebellen, waar het Voorlopig Bewind zich vestigde.
[bewerken] Belgische hoofdstad
De nieuwe Belgische staat zorgde voor een aanzienlijke versnelling in de uitbouw van Brussel. Vóór 1830 was Brussel een Brabantse, Nederlandstalige stad. Na de onafhankelijkheid kende het een sterke inwijking van Fransen (gevluchte revolutionairen en anderen), en van Waalse ambtenaren die het jonge Belgische bewind aantrok uit de Waalse provincies om er haar nationale administratie mee te bemannen. Dat bewind werd namelijk beheerst door de hogere burgerij en de adel. Enkel deze groepen genoten toen stemrecht. Zij wensten de nationale instellingen enkel in hun eigen taal, het Frans, uit te bouwen. Hierdoor werd het Nederlands radicaal verbannen uit alle instellingen en uit het bestuur. Deze taalkundige discriminatie viel dus samen met zware sociale en politieke discriminatie van de gewone bevolking (en lagere burgerij). In de negentiende eeuw kende Brussel ook een sterke industriële ontwikkeling. Door de zware verfransende druk vanwege de overheid, door de inwijking van Walen en Fransen ontstond toen ook een aanhoudende verfransing van de bevolking. Niettemin kregen de Franstaligen slechts rond het midden van de twintigste eeuw numeriek de overhand. Samen met deze evolutie groeide ook het hoofdstedelijke gebied. Begin 19e eeuw telde dat slechts een zestal gemeenten rond de hoofdstad. Naarmate de verstedelijking en de verfransing oprukte werden omringende gemeenten geannexeerd. Dat gebeurde bij tienjaarlijkse talentelling. Eenmaal daarbij het aantal Franstaligen en tweetaligen boven bepaalde grenzen raakten, werd de betrokken gemeente bij het hoofdstedelijke gebied gevoegd.
[bewerken] Eigen Brusselse instellingen: agglomeratie en gewest
Eigen instellingen verkreeg Brussel slechts vrij laat, eerst met een Brusselse Agglomeratieraad, daarna, tien jaar na het Vlaamse en Waalse gewest (in 1989), met haar eigen hoofdstedelijke gewestinstellingen: het Brussels Hoofdstedelijke Parlement en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. Daarbij werd er een wettelijke regeling uitgewerkt ter bescherming van de Vlaamse minderheid in Brussel (slechts 20% van de Brusselse bevolking volgens de meest optimistische schattingen, minder als het verkiezingsresultaat van de Nederlandstalige partijen als maatstaf genomen wordt). Zo is de Brusselse gewestregering (net als de federale trouwens) paritair samengesteld, dat wil zeggen dat er evenveel Nederlandstalige als Franstalige ministers zijn (met uitzondering van de minister-president). Later kregen de Vlamingen ook een gewaarborgd aantal zetels in de Brusselse Hoofdstedelijke Raad, omdat hun aantal zetels anders onder een kritische drempel dreigde te vallen.
Daarnaast oefenen de Vlaamse en de Franse Gemeenschap ook bevoegdheden uit in het Brussels Gewest: dit zijn de typische gemeenschapsbevoegdheden, ook wel de persoonsgebonden materies genoemd (bv. cultuur). Voor de Vlaamse Gemeenschap rusten deze bevoegdheden bij de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), voor de Franse Gemeenschap bij de COCOF. Voor een beperkt aantal materies is er een gemeenschappelijke gemeenschapscommissie.
De huidige institutionele regeling voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is dan ook vrij ingewikkeld. Dat is het resultaat van ettelijke rondes staatshervormingen waarbij de Franstaligen Brussel proberen uit te bouwen als 'une région-à-part entière', daar waar de Vlamingen Brussel meer zien in een lagere, intermediaire bestuursvorm - een sterk opgewaardeerde agglomeratie annex provincie.
[bewerken] Geografie
[bewerken] Beschrijving
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest valt samen met het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of het arrondissement Brussel-Hoofdstad. De instellingen houden rekening met zowel Nederlandstaligen als Franstaligen, al heeft het grootste deel van de bevolking Frans als eerste taal. De Vlaamse en de Franse Gemeenschap van België oefenen er hun bevoegdheden uit voor alle zogenaamd communautaire aangelegenheden, namelijk cultuur, onderwijs, en bijstand aan personen en gezondheidszorg.
[bewerken] Klimatografie
| Maand | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec | Jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| hoogste maximum (°C) | 12,2 | 13,3 | 17,7 | 22,3 | 26,6 | 29,0 | 30,7 | 30,6 | 25,4 | 21,6 | 16,2 | 12,7 | 32,4 |
| gemiddeld maximum (°C) | 5,7 | 6,6 | 10,4 | 14,2 | 18,1 | 20,6 | 23,0 | 22,6 | 19,0 | 14,7 | 9,5 | 6,1 | 14,2 |
| gemiddelde temperatuur (°C) | 3,3 | 3,7 | 6,8 | 9,8 | 13,6 | 16,2 | 18,4 | 18,0 | 14,9 | 11,1 | 6,8 | 3,9 | 10,5 |
| gemiddeld minimum (°C) | 0,7 | 0,7 | 3,1 | 5,3 | 9,2 | 11,9 | 14,0 | 13,6 | 10,9 | 7,8 | 4,1 | 1,6 | 6,9 |
| laagste minimum (°C) | -6,5 | -5,4 | -2,3 | -0,2 | 3,6 | 6,6 | 9,4 | 9,1 | 6,4 | 2,2 | -1,7 | -5,0 | -8,4 |
| neerslag (mm) | 76,1 | 63,1 | 70,0 | 51,3 | 66,5 | 71,8 | 73,5 | 79,3 | 68,9 | 74,5 | 76,4 | 81,0 | 852,4 |
| bron: KMI (1981-2010)[3] | |||||||||||||
[bewerken] Bestuurlijke indeling
[bewerken] Arrondissement
[bewerken] Gemeenten
De 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (met hun postcodes):
- Anderlecht (1070)
- Brussel (stad) (1000, 1020, 1120, 1130, 1040, 1050)
- Elsene (1050)
- Etterbeek (1040)
- Evere (1140)
- Ganshoren (1083)
- Jette (1090)
- Koekelberg (1081)
- Oudergem (1160)
- Schaarbeek (1030)
- Sint-Agatha-Berchem (1082)
- Sint-Gillis (1060)
- Sint-Jans-Molenbeek (1080)
- Sint-Joost-ten-Node (1210)
- Sint-Lambrechts-Woluwe (1200)
- Sint-Pieters-Woluwe (1150)
- Ukkel (1180)
- Vorst (1190)
- Watermaal-Bosvoorde (1170)
[bewerken] Aangrenzend gewest en gemeenschap
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt volledig omringd door het Vlaams Gewest en de Vlaamse Gemeenschap en meer bepaald door de provincie Vlaams-Brabant.
[bewerken] Demografie
Volgens een recent (2006) rapport van het Brussels Observatorium voor Gezondheid en Welzijn zijn 46,3% van de inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van buitenlandse oorsprong (dat wil zeggen niet in België geboren). 26,8% van de inwoners van Brussel hebben niet de Belgische nationaliteit (zijn immigrant). In sommige zones van het gewest gaat het vooral om arbeidsmigranten. In andere wijken zijn de niet-Belgen vooral werknemers van internationale organisaties of buitenlandse studenten.
[bewerken] Cultuur
[bewerken] Taal
[bewerken] Taalgebruik
Het gewest heeft het Nederlands en het Frans als officiële talen. Vrijwel alle officiële (bestuur, politie, gerecht, straatnaambordjes, ...) en semi-officiële zaken en instellingen (MIVB, De Post, grote winkelketens ...) zijn tweetalig. Ook de meeste andere aanduidingen en tekstjes zijn in de twee talen te vinden. Frans is de "lingua franca", hoewel Franstalige moedertaalsprekers geen meerderheid vormen (maar wel de grootste groep zijn). Toch is de voertaal op straat veelal het Frans, in overeenstemming met de indeling van de bevolking: 80 tot 90 procent heeft Frans als eerste taal, 20 tot 10 procent Nederlands, afhankelijk van de bron en de gebruikte maatstaven.
Zulke percentages geven echter niet altijd een duidelijk beeld. Veel inwoners die Frans als eerste taal opgeven spreken ook Nederlands, al dan niet op moedertaalniveau. Dit kunnen (veelal oudere) inwoners zijn die zowel Nederlands, Frans als het Brusselse dialect spreken, maar ook mensen die in het Frans opgevoed zijn en naar een Nederlandstalige school gegaan zijn. Het is de laatste jaren een trend dat Franstalige ouders hun kinderen naar een Nederlandstalige school sturen, omdat ze op die manier meer kansen zouden hebben, en omdat het Franstalige onderwijs in Brussel de reputatie heeft van minderwaardige kwaliteit te zijn.[bron?] Veel Franstalige Brusselaars spreken ook Nederlands uit commerciële overwegingen: in de stad werken immers 200.000 tot 300.000 Vlaamse of andere Nederlandstalige forenzen.
In het gemeentebestuur van elk van de 19 gemeenten van het gewest zit gewoonlijk een Nederlandstalige schepen, die soms bevoegd is voor alle Nederlandstalige aangelegenheden. Gemeentelijke ambtenaren die in contact staan met het publiek (loketbedienden bv.) zouden tweetalig moeten zijn. In praktijk bevestigen officiële rapporten dat er grote aantallen ééntalige (in praktijk vooral Franstalige) ambtenaren in dienst zijn. De meeste burgemeesters zijn min of meer tweetalig, met als boegbeeld Freddy Thielemans, de burgemeester van Brussel-stad.
Af en toe zijn er incidenten tussen Franstaligen en Nederlandstaligen. Zo was er in de jaren 60 en 70 de Schaarbeekse burgemeester Roger Nols, die verschillende maatregelen nam om Nederlandstaligen quasi weg te pesten. Het beste voorbeeld hiervan is de lokettenkwestie: Roger Nols zorgde ervoor dat er nog slechts één loket voor Nederlandstaligen was in het gemeentehuis, hoewel een Nederlandstalige aan elk loket in het Nederlands terecht zou moeten kunnen. Door het aantal inwoners van Schaarbeek, het hoogste na dat van Brussel-Stad, was er nood aan meer loketten voor Nederlandstaligen.
Vandaag zijn er al heel wat minder dergelijke spanningen in Brussel. De taalproblemen verplaatsten zich veeleer naar de Vlaamse Rand rond Brussel, waar zich veel Franstalige Brusselaars hebben gevestigd. In sommige gemeenten zijn ze zelfs een grote meerderheid, wat een tegenstelling vormt met het feit dat die gemeenten tot Vlaanderen behoren en dus formeel Nederlandstalig zijn. Zie ook Brussel-Halle-Vilvoorde.
[bewerken] Taalkundige evoluties
|
Indicatie van het percentage Nederlandstaligen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op basis van de verkiezingsuitslag van de regionale verkiezingen van 7 juni 2009.
|
De oorspronkelijke taal van Brussel, een lokaal Brabants dialect, behoort tot de voorlopers van het hedendaagse Nederlands. In praktijk was dat, zoals overal in Europa, een dialect. Standaardtalen als dusdanig bestonden toen nog nauwelijks. Binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn het Frans en het Nederlands officiële talen, maar de meesten (zowel inwoners, forenzen, buitenlanders, als de toevallige bezoeker) gebruiken het Frans als aanspreektaal. Deze beleefdheidsconventie is natuurlijk geen maat voor de ware taalverhoudingen.
Het 'Brussels' is een van de Brabantse dialecten van het Nederlands. Voor de Franse bezettingen en de Belgische onafhankelijkheid werd Frans enkel gebruikt door de hogere adel en hun huispersoneel, en in de betrekkingen met de naburige Franstalige regio's zoals de streek rond Nijvel, Henegouwen en Namen. Tijdens de Franse bezettingen werd het Frans hardhandig opgelegd als bestuurstaal. Bij de Belgische onafhankelijkheid was de lokale Brusselse bevolking nog voor meer dan 90% Nederlandstalig. Het aantal Franstaligen nam tijdens de 19de eeuw toe door de inwijking van Franse vluchtelingen en het aantrekken van Waalse ambtenaren voor de centrale administratie van de nieuwe staat. De nieuwe staat koos immers voor de taal van een zeer beperkte groep stemgerechtigden, de uitsluitend Franstalige adel, hogere burgerij en hogere clerus. Het 'Nederlands', een verzameling van Dietse dialecten en op deze manier de taal van de meerderheid van de Vlamingen, werd echter hardnekkig geweerd.
Tijdens de vernederlandsing van Vlaamse steden zoals Gent kozen verschillende verfranste Vlamingen liever om naar Brussel te verhuizen en daar te werken dan om zich aan de nieuwe taalverhouding aan te passen. Zo zorgde de vernederlandsing van Vlaanderen voor een verdere verfransing van Brussel.
Anno 2008 gebruiken de meeste mensen in Brussel -inwoners, forenzen, buitenlanders, en toevallige bezoekers- zoals gezegd het Frans als aanspreektaal. Dat wordt verklaard door de sterke numerieke dominantie van de Franstaligen in Brussel, door het internationale karakter van het Frans, door de lagere meertaligheid van vele Franstaligen en door de onverdraagzaamheid van sommigen onder hen tegenover het Nederlands en de Vlamingen. Veel Nederlandstalige bezoekers zien het echter als een probleem dat men met het Nederlands minder goed in Brussel terecht kan. Er zijn inderdaad aanwijzingen dat het onthaal van Vlamingen in tweetalige diensten en in lokale handel en horeca minder goed is. Volgens LDD-voorzitter Lode Vereeck zouden er nog maar zo'n 55.000 Vlamingen in Brussel wonen.[4]
Naast de twee officiële talen worden er in Brussel vele tientallen andere talen in private kring en op beperkte sociale basis gebruikt: Engels, Spaans, Turks, Arabisch, Berber, Italiaans, enzovoort.
[bewerken] Literatuur
[bewerken] Beschermd onroerend erfgoed
[bewerken] Politiek
[bewerken] Bestuur
[bewerken] Regering en Parlement
Sinds 1989 kunnen de Brusselaars hun eigen gewestelijke vertegenwoordigers kiezen: het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. Deze raad stelt de Brusselse hoofdstedelijke regering aan. Uit de raad worden ook de respectieve raden voor de Vlaamse en Franstalige gemeenschap samengesteld (VGC en COCOF). Bij federale verkiezingen maakt Brussel deel uit van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. In de internationale media wordt Brussel, en bij uitbreiding het hele Gewest, vaak als de de facto hoofdstad van Europa beschouwd.
Belangrijke bestuurlijke taken zijn toevertrouwd aan instellingen van de twee gemeenschappen in Brussel, zijnde de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) en de Commission Communautaire Française (COCOF), evenals ook een kleine Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC). VGC en COCOF beschikken elk over een eigen verkozen raad en een eigen bestuur. De gemeenschapsraden bestaan daarbij uit de verkozenen van de eigen gemeenschap in de Brusselse Hoofdstedelijke Raad (BHR).
[bewerken] VGC - Vlaamse Gemeenschapscommissie
De VGC vervult een belangrijke rol voor de Nederlandstalige Brusselaars. Ze krijgt haar middelen vooral via de trekkingsrechten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de dotaties van de Vlaamse Gemeenschap, aangevuld met een klein deel federale middelen. Ook uit het budget van de Vlaams Minister voor Brusselse Aangelegenheden gaan middelen naar de Nederlandstalige instellingen en initiatieven in Brussel. De Vlaamse Gemeenschapscommissie financiert zo b.v. de gemeenschapscentra in Brussel, ze ondersteunt de werking van de Nederlandstalige scholen en van de Nederlandstalig Brusselse organisaties, kinderopvang, welzijnsinstellingen en initiatieven. Ze neemt daarbij de facto een deel van de taken op zich die de gemeentelijke overheden - alle geleid door Franstalige burgemeesters - niet verplicht zijn om uit te oefenen, en dat om evidente redenen ook niet doen. Vele gemeenten hadden decennialang geen gemeentelijke Nederlandstalige bibliotheek, al is dat euvel intussen verholpen.
[bewerken] COCOF
De Franse Gemeenschapscommissie oefent vergelijkbare bevoegdheden uit als de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC). Ze heeft echter ook decretale bevoegdheden. Ze beschikt ook over meer middelen dan de VGC.
[bewerken] Overzicht bestuursniveaus
(N = Nederlandstalig, F = Franstalig)
- (1) De Minister-President hoeft niet van een bepaalde taalgroep te zijn, maar hij is de facto van de Franse taalgroep.
- (2) Twee Nederlandstalige ministers van de Brusselse regering en de Nederlandstalige staatssecretaris van de Brusselse regering.
- (3) De Franse Gemeenschap heeft zijn decreterende bevoegdheid overgeheveld naar de Franse Gemeenschapscommissie.
[bewerken] Hoofdstedelijke financiering
De financiering van de hoofdstedelijke overheden is een groot actueel punt van discussie. Franstalige politici en sommige Brussels-Vlaamse mandatarissen beweren dat Brussel te weinig middelen krijgt. Enerzijds maakt het gewest extra kosten die verbonden zijn aan het uitoefenen van de hoofdstedelijke functie (bv. ordehandhaving bij betogingen); anderzijds moet het gewest de lasten dragen van ca. 350.000 forenzen uit de andere gewesten waarvan ze geen belastingen op de inkomens kan realiseren. Om de uitstraling van Brussel als hoofdstad van België en Europa te verbeteren krijgt het Gewest extra middelen van de federale overheid in het kader van de Beliris-akkoorden. De Beliris-middelen worden gezamenlijk beheerd door de federale overheid en de Brusselse overheid.
Anderen beweren dat Brussel al meer middelen krijgt dan de bevolking verantwoordt,[5] en dat er veel middelen verspild worden door het ontbreken van een fusie van de 19 gemeenten van het gewest, en de versnippering die daarmee gepaard gaat. Een aandeel van de gewestmiddelen gaat naar taken van de gemeenschappen, en dan in hoofdzaak de Franse gemeenschap.[6]
Achter deze discussie gaat een strijd schuil om macht en invloed in de hoofdstad. In de gewestregering weten de Vlamingen zich met twee wettelijk gewaarborgde ministerfuncties (op vijf ministers) verzekerd van deelname aan de macht. Die deelname staat in geen verhouding tot de numerieke sterkte van Nederlandstalige partijen bij verkiezingen in het Brussels Gewest (ong. 15%) (een analoge bescherming van de Franstalige minderheid geldt trouwens in de federale regering). Op gemeentelijk niveau ontbreekt een dergelijke bescherming van de Vlaamse minderheid, en staat deelname aan de macht dus rechtstreeks in functie van het verkiezingsresultaat. Uit deze situatie volgt dat elke overdracht van bevoegdheden van de gemeenten naar het Gewest de positie van de Vlamingen versterkt. Ze verklaart ook de Vlaamse ijver voor de afschaffing van het gemeentelijke niveau (en het Franstalige verzet ertegen).
[bewerken] Hoofdstedelijke functie: stad of gewest?
Wordt de hoofdstedelijke functie door de stad Brussel gedragen en alleen door haar, dan wel door het gewest? Het antwoord op deze vraag is dubbel: formeel gesproken is enkel de stad de drager van de hoofdstedelijke functie. In praktijk delen echter alle 19 gemeenten van het gewest in de lasten én de lusten van deze functie. Zo worden de bijzonder aanzienlijke extra middelen van de hoofdstedelijke dotatie verdeeld over alle Brusselse gemeenten. Een bijkomende herverdeling steunt op de intra-gewestelijke solidariteit tussen de gemeenten. De facto is dus heel het Brussels gewest de hoofdstad van België, Vlaanderen, Franse Gemeenschap en de EU.
[bewerken] Mobiliteit
De Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel (MIVB) verzorgt binnen het Gewest het vervoer per bus, tram en metro. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is ook de beheerder van de gewestwegen in de 19 Brusselse gemeenten.
[bewerken] Sport
Het Koning Boudewijnstadion, het vroegere Heizelstadion, is een van de belangrijkste sportstadions van het land. Hier speelt onder meer de nationale voetbalploeg en wordt jaarlijks de Memorial Van Damme gehouden, een belangrijke internationale atletiekmeeting. In de straten van Brussel worden jaarlijks de marathon van Brussel en 20 km van Brussel gelopen.
In het wielrennen is de stad de aankomst van de klassieker Parijs-Brussel. In de laatste decennia van de 20ste eeuw werd in Brussel ook de Grote Prijs Eddy Merckx gereden. Van voor de Eerste Wereldoorlog tot begin jaren 70 werd hier ook regelmatig de Zesdaagse van Brussel georganiseerd.
[bewerken] Voetbal
Brussel was een van de belangrijke steden in België in de beginjaren van het Belgische voetbal. Nadat in 1896 de eerste landstitel nog naar Luik was gegaan, werd in 1897 Racing Club Brussel de tweede Belgische landskampioen. De club zou in die beginjaren in totaal zes landstitels veroveren. De Brusselse clubs hadden de eerste jaren het grootste aandeel in de hoogste klasse. Na Racing Club behaalde Union Saint-Gilloise uit Sint-Gillis meerdere landstitels en daarna ook Daring Club Brussel. Andere Brusselse clubs die voor de Tweede Wereldoorlog in de nationale reeksen speelden waren Léopold Club, Uccle Sport uit Ukkel, CS La Forestoise uit Vorst en CS Saint-Josse uit Sint-Joost. Deze vier clubs zouden wegzakken en op het eind van de eeuw samensmelten in Royal Léopold Uccle FC.
Na de Eerste Wereldoorlog maakte de Anderlechtse club SC Anderlecht langzaam opmars. In de jaren 30 behaalden Racing Club, Daring Club en Union hun laatste titels. Union verzamelde in totaal elf titels. De oude clubs waren niet langer nationale toppers en hun rol werd overgenomen door SC Anderlecht dat in 1947 zijn eerste landstitel behaalde. De club groeide de volgende jaren uit tot de absolute topclub in Brussel en België. De oude clubs Racing Club en Daring Club versmolten met White Star AC tot RWDM, dat in 1975 nog eenmaal een titel wist te winnen, maar in 2002 verdween.
Andere Brusselse clubs die in de loop der jaren in de nationale reeksen speelden waren Ixelles SC, Crossing Club de Schaerbeek (ontstaan uit een fusie van RCS de Schaerbeek en Crossing Club Molenbeek), Scup Jette, RUS de Laeken, Racing Jet de Bruxelles, AS Auderghem, KV Wosjot Woluwe en FC Ganshoren.
In de Eerste klasse van het Belgisch voetbal speelt nu enkel RSC Anderlecht als Brusselse club. De club speelt zijn thuiswedstrijden in het Constant Vanden Stockstadion (26.361 plaatsen). In de Tweede klasse speelt FC Brussels, dat zijn thuiswedstrijden afwerkt in het Edmond Machtensstadion (15.266 plaatsen) als opvolger van RWDM in Sint-Jans-Molenbeek. In de Derde klasse spelen nog Union en White Star Woluwé FC.
[bewerken] Zie ook
- Brussel van A tot Z
- Geschiedenis van Brussel
- Verfransing van Brussel
- Lijst van gemeenten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
[bewerken] Externe links
- Officiële website van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
- Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse
- Website van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering
- BruGIS: Geografisch informatiesysteem - Brussels Hoofdstedelijk Gewest
- Interactieve kaart van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ Belgische grondwet ; http://www.senate.be/doc/const_nl.html#t1 : o.m. art. 128 & "Onderafdeling III Bijzondere bepalingen" (art.135-140)
- ↑ Algemene Directie Instellingen & Bevolking
- ↑ De maandnormalen te Ukkel
- ↑ LDD: Vlamingen moeten zich voorbereiden op het verlies van Brussel, De Tijd, 19 september 2010
- ↑ Vives beleidspaper 1: Een staatshervorming als reddingsboei voor de overheidsfinanciën
- ↑ Vives beleidspaper 7: De onderfinanciering van Brussel: een mythe?
| Bestuurlijke indeling van België | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|||||||||