Oppervlakte
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De term oppervlakte verwijst in het Nederlands zowel naar een verschijningsvorm (Engels: surface), als naar de afmeting daarvan (Engels: area).
In de wiskunde wordt het onderscheid gemaakt tussen de twee woorden oppervlak en oppervlakte.
- Het oppervlak is het scheidingsvlak tussen een lichaam en zijn omgeving.
- Als voorbeeld kan men denken aan het aardoppervlak of het wateroppervlak van de zee
- De oppervlakte is een afmeting, het stelt de grootte van dit scheidingsvlak of een deel ervan, voor.
- In de gewone taal wordt de term oppervlakte soms ook in de betekenis van oppervlak gebruikt.
De SI-eenheid van oppervlakte is de vierkante meter, m². Deze is afgeleid van de SI-eenheid meter. Voor niet-SI-eenheden (are, bunder enzovoort), zie: vlaktemaat.
Formules [bewerken]
-
figuur kenmerken oppervlakte 2-dimensionaal vierkant zijden a 
rechthoek zijden a en b 
rechthoekige driehoek rechthoekszijden a en b 
driehoek basis c, hoogte h 
driehoek zijden a, b en c, halve omtrek s = ½ (a + b + c) 
driehoek zijden a, b en tussen liggende hoek γ 
trapezium evenwijdige zijden a en c, hoogte h 
ruit diagonalen p en q 
parallellogram basis b, hoogte h 
cirkel straal r 
3-dimensionaal bol straal r 
cilinder (open) straal r, hoogte h 
cilinder (onder en bovenzijde afgesloten) straal r, hoogte h 
kegel (open) straal r, hoogte h 
kegel (gesloten) straal r, hoogte h 
Wiskunde [bewerken]
De maattheorie levert een exacte en algemene definitie voor het begrip oppervlakte aan de hand van een maat. Voor vlakke tweedimensionale figuren hanteert men de Lebesgue-maat op
. Voor gekromde oppervlakken bestaat enerzijds het volumebegrip uit de differentiaalmeetkunde, anderzijds de Haar-maat uit de theorie der Lie-groepen.
Zie ook [bewerken]
| Bronnen, noten en/of referenties |
| Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Cursus wiskunde: Oppervlakte. |














