Partiële afgeleide

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In de multivariabele analyse, een deelgebied van de wiskunde, is een partiële afgeleide van een functie van een aantal variabelen de afgeleide waarbij slechts één van de variabelen daadwerkelijk als variabele behandeld wordt en de anderen als constanten (dit in tegenstelling tot de totale afgeleide, waar alle variabelen mogen variëren). Partiële afgeleiden worden gebruikt in de differentiaalmeetkunde en de vectoranalyse.

Bijvoorbeeld:

\ f(x,y)=2x+3xy+5x^2+b+7y

Als men de partiële afgeleide naar x neemt van deze functie wordt y als constante behandeld in plaats van als variabele (en de constante b wordt nog steeds behandeld als constante). Hieruit volgt:

\frac{\partial f}{\partial x}= 2+3y+10x


De partiële afgeleide van een functie f met betrekking tot de variabele x wordt op verschillende manieren aangeduid. Om het onderscheid te maken met de gewone afgeleide gebruikte men het ronde partiële-afgeleidesymbool ∂ in plaats van d, men noteert:

\frac{\partial f}{\partial x},\  \partial_x f,\ f_x \text{ of }  f^\prime_x.

Het partiële-afgeleidesymbool, werd geïntroduceerd door Adrien-Marie Legendre, raakte vervolgens op de achtergrond, maar won na de herintroductie van dit symbool door Carl Jacobi[1] algemene aanvaarding.

Introductie[bewerken]

Een grafiek van z = x2 + xy + y2. Voor de partiële afgeleide op punt (1, 1, 3) die y constant laat, loopt de corresponderende raaklijn parallel aan het xz-vlak.
Een segment van de grafiek boven punt y = 1

Stel dat ƒ een functie is van twee variabelen. Bijvoorbeeld,

 z = f(x, y) = x^2 + xy + y^2.\,

De grafiek van deze functie definieert een oppervlak in de Euclidische ruimte. Voor elk punt op dit oppervlak zijn er een oneindig aantal raaklijnen. Partiële differentiatie is de handeling om een van deze raaklijnen te kiezen en de helling daarvan vinden. Meestal zijn de interessantste lijnen de lijnen die parallel aan het xz-vlak en het yz-vlak lopen.

Om de helling van de raaklijn aan de functie op (1, 1, 3) te vinden, die parallel loopt aan het xz-vlak, wordt de y-variabele als een constante behandeld. De grafiek en dit vlak worden op de afbeelding aan de rechterkant getoond. Op de afbeelding daaronder, zien wij hoe de functie eruit ziet in het vlak y = 1. Door de afgeleide van de vergelijking te vinden, onder de veronderstelling dat y constant is, vindt men dat de helling van ƒ op het punt (x,y,z) gelijk is aan:

\frac{\partial z}{\partial x} = 2x+y

Door substitutie op punt (1, 1, 3) vinden wij dat de helling op dit punt gelijk is aan 3.

\frac{\part z}{\part x} = 3

Dat wil zeggen dat de partiële afgeleide van z met betrekking tot x op punt (1, 1, 3) gelijk is aan 3.

Formele definitie[bewerken]

De precieze definitie van een partiële afgeleide van de functie f naar variabele xi is als volgt:

Als f: \mathbb{R}^n \rightarrow \mathbb{R} een functie is met variabelen x1,...,xn, dan geldt:


 \frac{\partial f}{\partial x_i}(x_1,\ldots,x_n) \triangleq
 \lim_{h\to 0} \frac{f(x_1,\ldots,x_{i-1},x_i+h,x_{i+1},\ldots,x_n)
   - f(x_1,\ldots,x_n)}{h}

Hierin staat lim voor de limiet.

De richtingsafgeleide veralgemeent dit begrip naar een willekeurige maar vaste richting.

Hogere partiële afgeleide[bewerken]

De partiële afgeleide, \frac{\partial f}{\partial x} \, en \frac{\partial f}{\partial y} \, van de functie z = f(x,y) \, zijn vaak zelf functies van x en y. We zouden deze functies nogmaals partieel kunnen differentiëren naar x en/of y. Hierdoor ontstaan 4 partiële afgeleiden van de 2de orde:

\frac{\partial}{\partial x}\left(\frac{\partial z}{\partial x}\right) \rightarrow \frac{\partial^2 z}{\partial x^2}
\frac{\partial}{\partial y}\left(\frac{\partial z}{\partial y}\right) \rightarrow \frac{\partial^2 z}{\partial y^2}
\frac{\partial}{\partial y}\left(\frac{\partial z}{\partial x}\right) \rightarrow \frac{\partial^2 z}{\partial y \partial x}
\frac{\partial}{\partial x}\left(\frac{\partial z}{\partial y}\right) \rightarrow \frac{\partial^2 z}{\partial x \partial y}

De laatste twee termen zijn gelijk aan elkaar indien \frac{\partial z}{\partial x}, \frac{\partial z}{\partial y} en \frac{\partial^2 z}{\partial y \partial x} bestaan en continu zijn:

\frac{\partial^2 z}{\partial x \partial y} = \frac{\partial^2 z}{\partial y \partial x}

Dit is de stelling van Schwartz.

Voorbeelden[bewerken]

Voorbeeld 1[bewerken]

Zij f : \mathbb{R}^2 \rightarrow \mathbb{R} gegeven door \! f(x,y) = x^3 + 2xy + \tfrac{1}{3}x^3y^4. Dan geldt:

\frac{\partial f}{\partial x} = 3x^2 + 2y + x^2y^4

In feite beschouwen we hier de variabele y als constante en differentiëren we naar de variabele x. Op dezelfde wijze volgt:

\frac{\partial f}{\partial y} = 2x + \tfrac{4}{3}x^3y^3

In het tweede geval wordt x beschouwd als een constante.

Voorbeeld 2[bewerken]

We onderzoeken de volgende functie:

z = f(x,y) = \sqrt{x^2 + \tfrac{1}{y}} + \arcsin(xy)\,
\frac{\partial z}{\partial x} = \frac{2x}{2\sqrt{x^2+\frac{1}{y}}} + \frac{y}{\sqrt{1-(xy)^2}} = \frac{x}{\sqrt{x^2+\frac{1}{y}}} + \frac{y}{\sqrt{1-(xy)^2}} \,

We beschouwen hier y als een constante

\frac{\partial z}{\partial y} = \frac{1}{2\sqrt{x^2+\frac{1}{y}}} \cdot (-y^{-2}) + \frac{x}{\sqrt{1-(xy)^2}} = \frac{-1}{2y^2\sqrt{x^2+\frac{1}{y}}} + \frac{x}{\sqrt{1-(xy)^2}} \,

We beschouwen hier x als een constante

Voorbeeld 3[bewerken]

Voor dit voorbeeld halen we even het resultaat terug van voorbeeld 1:

\frac{\partial f}{\partial x} = 3x^2 + 2y + x^2y^4

We gaan hiervoor \frac{\partial^2 f}{\partial y \partial x} bepalen. Let op! \frac{\partial^2 f}{\partial y \partial x} \rightarrow \frac{\partial}{\partial y}\left(\frac{\partial f}{\partial x}\right)

Dus...

\frac{\partial}{\partial y}\left(3x^2 + 2y + x^2y^4\right)

We hebben dus eerst naar x afgeleid. Nu gaan we het antwoord daarvan afleiden naar y:

\frac{\partial^2 f}{\partial y \partial x} = 2 + 4x^2y^3

Voetnoten[bewerken]

  1. Jeff Miller. calculus.html Earliest Uses of Symbols of Calculus (Oudste gebruik van symbolen van differentiaal- en integraalrekening. Earliest Uses of Various Mathematical Symbols (2009-06-14)