Europees Parlement

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Europees Parlement
(23 andere officiële vertalingen)
Wetgevend orgaan van de
Vlag van Europa Europese Unie
Europarl logo.svg
Algemene informatie
Aantal leden 736
Voorzitter Martin Schulz (S&D)
Ontmoetingsplaats Beurtelings:

Secretariaat in Brussel en Luxemburg

Portaal  Portaalicoon   Politiek
Europees Parlement in Straatsburg
Europees Parlement in Brussel

Het Europees Parlement (ook wel Europarl of kortweg EP) is de rechtstreeks verkozen volksvertegenwoordiging van de Europese Unie. Het is de enige instelling van de Europese Unie die direct door de burgers wordt gekozen. Samen met de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie heeft het een wetgevende taak binnen de Europese Unie.

Het Parlement heeft sinds zijn ontstaan in de jaren vijftig een vergevorderde transformatie doorgemaakt. In de eerste jaren van zijn bestaan was het Parlement vooral nog een adviesorgaan, terwijl het nu veel wetgevende bevoegdheden heeft op uiteenlopende gebieden zoals landbouw, voedselveiligheid, milieu en de begroting van de Europese Unie. Het wordt dan ook beschreven (door zijn eigen leden) als één van de meest machtige parlementen ter wereld.[1] Het Parlement bestaat uit 766 parlementsleden en vertegenwoordigen het tweede grootste electoraat ter wereld (na het Parlement van India) en is de grootste trans-nationale electoraat ter wereld (375 miljoen kiezers in 2009).

De leden van het Europees Parlement worden elke vijf jaar direct verkozen via algemeen kiesrecht. De verkiezingsopkomst is echter bij iedere stembusgang teruggelopen, van 65% in 1979 tot 43% bij de meest recente verkiezingen in 2009. De volgende Europese verkiezingen staan gepland voor 2014. De huidige voorzitter van het Europees Parlement is Martin Schulz (S&D).

Geschiedenis[bewerken]

De geschiedenis van het Europees Parlement begint bij het Verdrag van Rome (1957) waarin voor het eerst wordt gesproken over een Europees parlement (toen nog Vergadering) dat volkeren van de staten van de (toenmalige) Europese Economische Gemeenschap zou vertegenwoordigen. De leden van het Europees Parlement werden gekozen uit de nationale parlementen. In juni 1979 vinden de eerste rechtstreekse verkiezingen voor dit parlement plaats. Door de verdragen van onder andere Maastricht (1992), Amsterdam (1997) en Lissabon (2007) heeft het Europese Parlement steeds meer bevoegdheden gekregen. De medebeslissingsprocedure die sinds het Verdrag van Maastricht is ingevoerd, en die op steeds meer beleidsterreinen van toepassing is, betekent dat het grootste deel van de Europese Verordeningen en Richtlijnen alleen na bemoeienis en met toestemming van het Europees Parlement tot stand kan komen. Met het Verdrag van Lissabon kwam het Parlement op gelijke voet met de Raad van de Europese Unie in de besluitvorming over de overgrote meerderheid van de EU-wetgeving.

Taken en bevoegdheden[bewerken]

Wetgeving[bewerken]

Bij de gewone wetgevingsprocedure moet het Parlement samen met de Raad beslissen over een voorstel van de Europese Commissie.

Het Europees Parlement deelt samen met de Raad van de Europese Unie de wetgevende macht van de EU. Het kan Europese wetten (richtlijnen, verordeningen en besluiten) aannemen, wijzigen of verwerpen. Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is de beslissingsbevoegdheid van het Parlement flink uitgebreid, waardoor het parlement via de gewone wetgevingsprocedure zijn goedkeuring moet verlenen aan de meeste bindende Europese wetgeving.

In tegenstelling tot de meeste andere gekozen parlementen heeft het Europees Parlement echter géén initiatiefrecht bij het opstellen van wetten. Binnen de EU is dit de exclusieve bevoegdheid van de Europese Commissie, afgezien van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid, waar de Commissie dit recht deelt met de Raad van Ministers. Het parlement kan niet-bindende resoluties aannemen die de Europese Commissie aansporen een bepaald wetsvoorstel in te dienen.[2]

Verdragen[bewerken]

Krachtens de EU-verdragen heeft het Europees Parlement ook de bevoegdheid om goedkeuring te onthouden aan internationale verdragen die door de Europese Unie worden aangegaan met derde partijen, zoals vrijhandelsakkoorden of verdragen met lidstaten die hun lidmaatschap van de Unie willen beëindigen.[3]

Europese begroting[bewerken]

Sinds de jaren zeventig beslist het Parlement samen met de Raad over de zesjarige Europese begroting, het zogenoemde "meerjarig financieel kader", alsmede over de jaarlijkse begroting die concrete invulling aan de zesjarige kaders geeft.[4] Begrotingsvoorstellen maken is voorbehouden aan de Commissie. Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon moeten de Europarlementariërs hun goedkeuring verlenen aan de gehele begroting; vóór 2009 waren bepaalde onderdelen van het budget, waaronder het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, enkel onderworpen aan goedkeuring door de lidstaten in de Raad van de Europese Unie.

De huidige regelgeving bepaalt dat, als het Parlement en de Raad het niet eens kunnen worden over de begroting, er een bemiddelingscomité wordt opgezet.[5] Als de delegaties van de Raad en het Parlement ook in dit comité niet tot overeenstemming kunnen komen, moet de Commissie een nieuwe ontwerpbegroting opstellen en begint de procedure opnieuw.

Het Parlement is ook verantwoordelijk voor verlening van kwijting aan de Europese Commissie over de jaarlijkse uitvoering van de begroting. De afweging of de verlening gegeven wordt, is afhankelijk van het twaalf-maandelijkse rapport van de Europese Rekenkamer, die steekproefsgewijs onderzoekt of de Commissie de EU-gelden goed besteed heeft.[6] Het Parlement heeft de kwijting slechts in 1984 en 1998 onthouden, waarbij dit in het laatste geval leidde tot de collectieve aftreding van de Europese Commissie onder leiding van voorzitter Jacques Santer.

Controlefunctie[bewerken]

De benoeming van alle leden van de Europese Commissie, inclusief de voorzitter en de hoge vertegenwoordiger, moet worden goedgekeurd door het Parlement voordat ze aan de slag kunnen. Voorafgaand aan de benoeming van iedere Commissaris moet de kandidaat voor een hoorzitting in het Europees Parlement verschijnen voor een ondervraging door de Europarlementariërs. Het Parlement kan echter geen individuele kandidaten afwijzen, maar enkel weigeren de gehele aspirant-Commissie goedkeuring te verlenen. De dreiging om de hele Commissie af te wijzen kan echter een effectief drukmiddel zijn om individuele kandidaten te vervangen, zoals bleek in 2004 toen voorzitter José Manuel Barroso de Italiaanse politicus Rocco Buttiglione, voorgedragen als kandidaat voor de post van Commissaris voor Justitie, Vrede en Veiligheid, verving nadat was gebleken dat het Parlement zich niet kon vinden in diens conservatieve uitspraken over homoseksuelen en alleenstaande moeders.[7]

De controlerende macht van het Europees Parlement over de Commissie breidt zich ook uit naar diens functioneren tijdens de ambtsperiode, aangezien het parlement met een twee derde meerderheid een motie van afkeuring kan aannemen tegens de Commissie en daarmee het aftreden van het gehele College van Commissarissen afdwingt.[8] [9] Deze bevoegdheid is tot op heden nog nooit gebruikt, alhoewel ermee gedreigd werd ten tijde van het corruptieschandaal in de Commissie-Santer, die vervolgens besloot op eigen initiatief af te treden en zo een motie van afkeuring te voorkomen.

Europees Burgerinitiatief[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Europees Burgerinitiatief voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Per 1 april 2012 trad een EU-verordening betreffende het Europees Burgerinitiatief in werking. Een dergelijke initiatief bestaat uit een petitie die is ondertekend door ten minste één miljoen EU-burgers, en roept de Commissie op een wetsvoorstel te publiceren over een bepaald onderwerp. Als zo'n initiatief het benodigde aantal steunbetuigingen bereikt, hebben de organisatoren het recht een publieke hoorzitting over hun petitie te organiseren in het Europees Parlement.[10]

Samenstelling[bewerken]

Zetelverdeling per land (totaal 766)
Vlag van Duitsland Duitsland
99 (12.9%)
Vlag van Frankrijk Frankrijk
74 (9.7%)
Vlag van Italië Italië
73 (9.5%)
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
73 (9.5%)
Vlag van Spanje Spanje
54 (7.0%)
Vlag van Polen Polen
51 (6.7%)
Vlag van Roemenië Roemenië
33 (4.3%)
Vlag van Nederland Nederland
26 (3.4%)
Vlag van België België
22 (2.9%)
Vlag van Tsjechië Tsjechië
22 (2.9%)
Vlag van Griekenland Griekenland
22 (2.9%)
Vlag van Hongarije Hongarije
22 (2.9%)
Vlag van Portugal Portugal
22 (2.9%)
Vlag van Zweden Zweden
20 (2.6%)
Vlag van Oostenrijk Oostenrijk
19 (2.5%)
Vlag van Bulgarije Bulgarije
18 (2.3%)
Vlag van Finland Finland
13 (1.7%)
Vlag van Denemarken Denemarken
13 (1.7%)
Vlag van Slowakije Slowakije
13 (1.7%)
Vlag van Kroatië Kroatië
12 (1.6%)
Vlag van Ierland Ierland
12 (1.6%)
Vlag van Litouwen Litouwen
12 (1.6%)
Vlag van Letland Letland
9 (1.2%)
Vlag van Slovenië Slovenië
8 (1.0%)
Vlag van Cyprus Cyprus
6 (0.8%)
Vlag van Estland Estland
6 (0.8%)
Vlag van Luxemburg Luxemburg
6 (0.8%)
Vlag van Malta Malta
6 (0.8%)
Nuvola single chevron right.svg Zie ook Lijst van leden van het Europees Parlement (2009-2014)

Leden van het Europees Parlement worden verkozen voor 5 jaar en zitten in het parlement volgens hun politieke fractie. Voor 1979 werden de parlementsleden aangeduid door hun nationale parlementen.[11] Onder het Verdrag van Lissabon worden de zetels verdeeld aan elk land volgens bevolkingsgrootte en het maximum aantal zetels wordt op 751 gesteld. Doordat de voorzitter niet kan stemmen zijn er echter maar 750 parlementsleden die op één moment kunnen stemmen.[12] De zetels worden degressief proportioneel verdeeld. Dit wil zeggen dat hoe groter het land, hoe meer mensen er worden vertegenwoordigd per parlementslid. Daardoor hebben Maltezen en Luxemburgers ongeveer 10 keer zoveel invloed per persoon die gaat stemmen, dan inwoners van de 6 grootste landen. Duitsland (82,5 miljoen inwoners) heeft 99 zetels, dus één zetel voor 859.000 inwoners. Malta daarentegen (0,4 miljoen inwoners) heeft 6 zetels, dus één zetel voor 67.000 inwoners.

Daarnaast worden er ook Europese kiesdistricten gevormd. In 6 EU-lidstaten (België, Frankrijk, Ierland, Italië, Polen en het Verenigd Koninkrijk), wordt het nationale territorium verdeeld in meerder kiesdistricten. In de andere lidstaten vormt het hele land één enkel kiesdistrict. Alle lidstaten houden verkiezingen voor het Europees Parlement volgens verschillende vormen van evenredige vertegenwoordiging.

Overgangsregeling[bewerken]

Door vertragingen in de ratificatie van het Verdrag van Lissabon, is het laatste parlement nog verkozen onder het Verdrag van Nice. Tijdens de laatste verkiezingen werden 736 verkozenen lid van het Europees Parlement. Dit werd ondertussen uitgebreid tot 766 sinds de toetreding van Kroatië. Met de volledige inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in 2014 zal het Europees Parlement 751 leden (waaronder de voorzitter) tellen. Het aantal zetels van Duitsland zal pas na de verkiezingen van 2014 teruggebracht worden van 99 naar 96.

Politieke fracties[bewerken]

De parlementsleden zijn georganiseerd in zeven verschillende fracties, inclusief 32 niet gebonden parlementsleden, gekend als de niet-fractiegebonden leden. De twee grootste fracties zijn de Europese Volkspartij (EVP) en de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten (S&D). Deze twee fracties hebben het Parlement voor het grootste deel van zijn geschiedenis gedomineerd omdat ze continue samen tussen de 50 en de 70 procent van de zetels in handen hadden. Geen enkele fractie heeft ooit een meerderheid gehad in het Europees Parlement.[13] Omdat Europese fracties brede allianties zijn van nationale partijen, zijn de fracties meer gedecentraliseerd dan fracties in een nationaal parlement. Fracties zijn soms gebaseerd op één enkele Europese politieke partij (zoals de socialistische fractie voor 2009), maar kunnen ook meer dan één Europese partij bevatten, alsook nationale partijen en onafhankelijken.[14] Opdat een fractie erkend kan worden, zijn er 25 Europese Parlementsleden van minstens een vijfde van de landen nodig.[15] Eens een fractie erkend is, kan het subsidies krijgen van het parlement en gegarandeerde zetels in de commissie. Hierdoor wordt het vormen van fracties bevorderd.

De zetelverdeling van de verschillende fracties in het Europees Parlement was na de verkiezingen van 2009 als volgt:

Fractie Aantal
zetels
in 2009
Aantal
zetels
in 2014[16]
Zetelverdeling
Europese Volkspartij 265 274 2009 European Parliament Composition.svg
Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten 184 195
Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa  84  84
Europese Groene Partij-Europese Vrije Alliantie  55  58
Europese Conservatieven en Reformisten  54  57
Europees Unitair Links/Noords Groen Links  35  35
Europa van Vrijheid en Democratie  32  31
Niet-fractiegebonden leden  27  32
Totaal 736 766

Grote coalitie[bewerken]

Doordat het parlement geen regering vormt zoals gebruikelijk is in een parlementair stelsel, wordt in het parlement meer aan politiek gedaan volgens consensus, dan in meerderheid tegen oppositie. Voor het grootste deel van zijn geschiedenis is het parlement echter gedomineerd door een grote coalitie van de Europese Volkspartij (EVP) en de Partij van de Europese Sociaaldemocraten (PES). De twee grootste partijen hebben de neiging om samen te werken en een compromissen te vinden tussen hen twee. Hierdoor worden voorstellen vaak met grote meerderheden aangenomen.[17] Dit leidt echter niet altijd tot een akkoord, waardoor in de plaats andere allianties kunnen gevormd worden. De EVP doet dit meestal met andere centrum-rechtse of rechtse fracties en de PES met andere centrum-linkse of linkse fracties. Vaak zit de Liberale fractie dan in een sleutelpositie.

Commissies[bewerken]

Het Europees Parlement heeft 20 vaste parlementaire commissies. Ze bestaan elk uit tussen de 28 en 86 parlementsleden, inclusief een voorzitter, een Bureau en een Secretariaat. Ze komen twee keer per maand samen om samen aan nieuwe wetgeving te werken.[18]

Naam Afkorting
Commissie buitenlandse zaken AFET
 - Subcommissie mensenrechten DROI
 - Subcommissie veiligheid en defensie SEDE
Commissie ontwikkelingssamenwerking DEVE
Commissie internationale handel INTA
Commissie begroting BUDG
Commissie begrotingscontrole CONT
Commissie economische en monetaire zaken ECON
Commissie werkgelegenheid en sociale zaken EMPL
Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid ENVI
Commissie industrie, onderzoek en energie ITRE
Commissie interne markt en consumentenbescherming IMCO
Commissie vervoer en toerisme TRAN
Commissie regionale ontwikkeling REGI
Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling AGRI
Commissie visserij PECH
Commissie cultuur en onderwijs CULT
Commissie juridische zaken JURI
Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken LIBE
Commissie constitutionele zaken AFCO
Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid FEMM
Commissie verzoekschriften PETI

Parlementsleden stellen ook delegaties samen om naar Parlementen buiten de EU te gaan. Er worden dan bijvoorbeeld gezamenlijke parlementaire commissies met kandidaat-lidstaten gehouden.

Verkiezingen[bewerken]

Percentage Europese Parlementsverkiezingen 2009 Europese Parlementsverkiezingen 2004 Europese Parlementsverkiezingen 1999 Europese Parlementsverkiezingen 1994 Europese Parlementsverkiezingen 1989 Europese Parlementsverkiezingen 1984 Europese Parlementsverkiezingen 1979
Verkiezingsresultaten per politieke fractie, van 1979 tot 2009.

██ Links

██ Socialisten

██ Groenen en regionalisten

██ Groenen

██ CDI of TGI

██ Niet-fractiegebonden

██ Liberalen

██ Radicale alliantie (Liberalen)

██ EVP

██ Forza Europa

██ Conservatieven

██ Eurosceptici

██ Nationaal Conservatieven

██ Extreem-rechts

Nuvola single chevron right.svg Zie Europese Parlementsverkiezingen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Verkiezingen vinden in elke lidstaat om de 5 jaar plaats, en dit sinds 1979. Soms, als een land in het midden van een termijn toetreedt tot de EU, worden er tussentijdse verkiezingen gehouden voor dat land. Verkiezingen worden gehouden gedurende vier dagen, naargelang lokale gewoonten van op welke dag van de week er verkiezingen worden gehouden. Het kiessysteem wordt gekozen door het land zelf, behalve dan dat het om een proportioneel kiessysteem moet gaan. Dit houdt in dat het land bijvoorbeeld mag kiezen voor een systeem van één of meerdere kiesdistricten.

Door de vaak lage opkomst bij de Europese verkiezingen, worden pogingen gedaan om Europese verkiezingen aantrekkelijker te maken. Dit houdt bijvoorbeeld in dat er geprobeerd wordt om de verkiezingen meer te linken aan de plechtigheid van Europees Commissievoorzitter. Voor de Parlementsverkiezingen van 2014 schuift bijvoorbeeld bijna elke fractie een kandidaat-commissievoorzitter naar voor.

Locatie[bewerken]

Verhuiskisten met dossiers en kantoorspullen, zogeheten cantines staan klaar in Brussel om te worden vervoerd naar Straatsburg waar maandelijks een plenaire parlementszitting plaatsvindt. Maandelijks verhuist het EP heen en weer om te voldoen aan de EU-plicht om ook in Frankrijk te vergaderen.
Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Brussel als Europese hoofdstad en Leopoldruimte

Het Europees Parlement vergadert eens in de maand plenair, gedurende vier dagen in Straatsburg. Een aantal aanvullende voltallige vergaderingen vindt plaats in Brussel, in de gebouwen van de Leopoldruimte. Daar vinden ook alle vergaderingen van de vaste parlementaire commissies plaats waarin de plenaire stemmingen worden voorbereid. Het Secretariaat-generaal bevindt zich in Luxemburg. De maandelijkse verhuizing van parlementariërs, ambtenaren en dossiers tussen Brussel en Straatsburg is een kostbare zaak, die regelmatig voor dicussies binnen en over het EP zorgt.[19]

Overige activiteiten[bewerken]

Elk jaar kiest het Europees Parlement twee keer een Culturele Hoofdstad van Europa. Deze plaatsen delen de eer.

Sinds 1988 wordt jaarlijks de Sacharovprijs uitgereikt voor verdiensten op het gebied van vrijheid van denken en mensenrechten.

Euroscola is een project georganiseerd door het Europees Parlement waarbij scholen elkaar ontmoeten in Straatsburg. Tijdens een intensieve werkdag maken de scholieren kennis met (de werkwijze van) het Europees parlement en met medescholieren en leeftijdgenoten uit tal van Europese landen.

Het parlement wordt regelmatig door jongeren nagespeeld om bewustwording over Europa te bevorderen. In Nederland is in 1990 de Stichting Model European Parliament Nederland opgericht, in 1993 volgde Vlaanderen. Deze simulatie van het Europees Parlement wordt op school, provinciaal, nationaal en internationaal niveau gespeeld.
Daarnaast nemen jaarlijks zo’n 20.000 jongeren deel aan de sessies van de grootste organisatie, het Europees Jeugd Parlement (EYP).

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Professor Farrell: "The EP is now one the of the most powerful legislatures in the world". European Parliament (18 June 2007) Geraadpleegd op 5 juli 2007
  2. Initiatiefrecht Europees Parlement
  3. Procedure betreffende lidmaatschapsbeëindiging door een lidstaat van de Europese Unie
  4. Europees Parlement - Begrotingsbevoegdheid
  5. Artikel 75 van het Reglement van het Europees Parlement
  6. Bijlage VI van het Reglement van het Europees Parlement
  7. Kandidaat-eurocommissaris: homo's zondig, niet strafbaar - De Volkskrant
  8. Artikel 107 van het Reglement van het Europees Parlement
  9. Europa.EU - Het Europees Parlement
  10. Europees Burgerinitiatief
  11. Members. European Parliament Geraadpleegd op 27 Oktober 2007
  12. Goldirova, Renata. EU agrees new 'Treaty of Lisbon'. EU Observer (19 Oktober 2007) Geraadpleegd op 19 November 2007
  13. Kreppel, Amie. The European Parliament and Supranational Party System (PDF). Cambridge University Press (2002) Geraadpleegd op 12 Juni 2007
  14. Party Politics in the EU (PDF). civitas.org.uk Geraadpleegd op 12 Juni 2007
  15. Reglement van het Europees Parlement
  16. Zie de actuele fractiesamenstelling op www.europarl.europa.eu
  17. Settembri, Pierpaolo. Is the European Parliament competitive or consensual ... "and why bother"? (PDF). Federal Trust (2 February 2007) Geraadpleegd op 7 Oktober 2007
  18. How the Parliament is Organised. European Parliament Geraadpleegd op 12 Juni 2007
  19. "Straatsburg is geldverspilling", NOS, 14 oktober 2013