Europees Parlement

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Europees Parlement
(21 andere officiële vertalingen)
Wetgevend orgaan van de
Vlag van Europa Europese Unie
Europarl logo.svg
Algemene informatie
Aantal leden 754
Voorzitter Martin Schulz (S&D)
Ontmoetingsplaats Beurtelings:

Secretariaat in Brussel en Luxemburg

Portaal  Portaalicoon   Politiek
Europees Parlement in Straatsburg
Europees Parlement in Brussel
Verhuiskisten met dossiers en kantoorspullen, zogeheten cantines staan klaar in Brussel om te worden vervoerd naar Straatsburg waar maandelijks een plenaire parlementszitting plaatsvindt.

Het Europees Parlement (ook wel Europarl of kortweg EP) is de rechtstreeks verkozen volksvertegenwoordiging van de Europese Unie. Het is het enige instituut van de EU dat direct door de burgers wordt gekozen; hiervoor vinden één keer per vijf jaar de Europese verkiezingen plaats in de diverse lidstaten.

Sinds haar ontstaan als adviesorgaan in de jaren vijftig, toen haar leden nog simpelweg nationale parlementariërs uit de toenmalige zes lidstaten waren, heeft het Europees Parlement de afgelopen drie decennia een vergevorderde transformatie doorgemaakt. Hoewel de adviserende functie op enkele beleidsterreinen behouden is, heeft het Parlement nu wetgevende bevoegdheid op uiteenlopende gebieden zoals landbouw, voedselveiligheid, milieu en de begroting van de Europese Unie.

Met ingang van 1979 worden Europarlementariërs direct gekozen door de inwoners van de EU. De verkiezingsopkomst is echter bij iedere stembusgang teruggelopen, van 65% in 1979 tot 43% bij de meest recente verkiezingen in 2009. De volgende Europese verkiezingen staan gepland voor 2014. Tijdens de laatste verkiezingen werden 736 verkozenen lid van het Europees Parlement. Dit werd ondertussen uitgebreid tot 754. Met de volledige inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon (2014) zal het Europees Parlement 751 leden (waaronder de voorzitter) tellen. De huidige voorzitter van het Parlement is Martin Schulz.

Inhoud

Geschiedenis [bewerken]

De geschiedenis van het Europees Parlement begint bij het Verdrag van Rome (1957) waarin voor het eerst wordt gesproken over een Europees parlement (toen nog Vergadering) dat volkeren van de staten van de (toenmalige) Europese Economische Gemeenschap zou vertegenwoordigen. De leden van het Europees Parlement werden gekozen uit de nationale parlementen. In juni 1979 vinden de eerste rechtstreekse verkiezingen voor dit parlement plaats. Door de verdragen van onder andere Maastricht (1992), Amsterdam (1997) en Lissabon (2007) heeft het Europese Parlement steeds meer bevoegdheden gekregen. De medebeslissingsprocedure die sinds het Verdrag van Maastricht is ingevoerd, en die op steeds meer beleidsterreinen van toepassing is, betekent dat het grootste deel van de Europese Verordeningen en Richtlijnen alleen na bemoeienis en met toestemming van het Europees Parlement tot stand kan komen. Met het Verdrag van Lissabon kwam het Parlement op gelijke voet met de Raad van de Europese Unie in de besluitvorming over de overgrote meerderheid van de EU-wetgeving.

Taken en bevoegdheden [bewerken]

Wetgeving [bewerken]

Het Europees Parlement deelt samen met de Raad van de Europese Unie de wetgevende macht van de EU. Het kan Europese wetten (richtlijnen, verordeningen en besluiten) aannemen, wijzigen of verwerpen. Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is de beslissingsbevoegdheid van het Parlement flink uitgebreid, waardoor het parlement via de gewone wetgevingsprocedure zijn goedkeuring moet verlenen aan de meeste bindende Europese wetgeving.

In tegenstelling tot de meeste andere gekozen parlementen heeft het Europees Parlement echter géén initiatiefrecht bij het opstellen van wetten. Binnen de EU is dit de exclusieve bevoegdheid van de Europese Commissie, afgezien van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid, waar de Commissie dit recht deelt met de Raad van Ministers. Het parlement kan niet-bindende resoluties aannemen die de Europese Commissie aansporen een bepaald wetsvoorstel in te dienen.[1]

Verdragen [bewerken]

Krachtens de EU-verdragen heeft het Europees Parlement ook de bevoegdheid om goedkeuring te onthouden aan internationale verdragen die door de Europese Unie worden aangegaan met derde partijen, zoals vrijhandelsakkoorden of verdragen met lidstaten die hun lidmaatschap van de Unie willen beëindigen.[2]

Europese begroting [bewerken]

Sinds de jaren zeventig beslist het Parlement samen met de Raad over de de zesjarige Europese begroting, het zogenoemde "meerjarig financieel kader", alsmede over de jaarlijkse begroting die concrete invulling aan de zesjarige kaders geeft.[3] Begrotingsvoorstellen maken is voorbehouden aan de Commissie. Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon moeten de Europarlementariërs hun goedkeuring verlenen aan de gehele begroting; vóór 2009 waren bepaalde onderdelen van het budget, waaronder het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, enkel onderworpen aan goedkeuring door de lidstaten in de Raad van de Europese Unie.

De huidige regelgeving bepaalt dat, als het Parlement en de Raad het niet eens kunnen worden over de begroting, er een bemiddelingscomité wordt opgezet.[4] Als de delegaties van de Raad en het Parlement ook in dit comité niet tot overeenstemming kunnen komen, moet de Commissie een nieuwe ontwerpbegroting opstellen en begint de procedure opnieuw.

Het Parlement is ook verantwoordelijk voor verlening van kwijting aan de Europese Commissie over de jaarlijkse uitvoering van de begroting. De afweging of de verlening gegeven wordt, is afhankelijk van het twaalf-maandelijkse rapport van de Europese Rekenkamer, die steekproefsgewijs onderzoekt of de Commissie de EU-gelden goed besteed heeft.[5] Het Parlement heeft de kwijting slechts in 1984 en 1998 onthouden, waarbij dit in het laatste geval leidde tot de collectieve aftreding van de Europese Commissie onder leiding van voorzitter Jacques Santer.

Controlefunctie [bewerken]

De benoeming van alle leden van de Europese Commissie, inclusief de voorzitter en de hoge vertegenwoordiger, moet worden goedgekeurd door het Parlement voordat ze aan de slag kunnen. Voorafgaand aan de benoeming van iedere Commissaris moet de kandidaat voor een hoorzitting in het Europees Parlement verschijnen voor een ondervraging door de Europarlementariërs. Het Parlement kan echter geen individuele kandidaten afwijzen, maar enkel weigeren de gehele aspirant-Commissie goedkeuring te verlenen. De dreiging om de hele Commissie af te wijzen kan echter een effectief drukmiddel zijn om individuele kandidaten te vervangen, zoals bleek in 2004 toen voorzitter José Manuel Barroso de Italiaanse politicus Rocco Buttiglione, voorgedragen als kandidaat voor de post van Commissaris voor Justitie, Vrede en Veiligheid, verving nadat was gebleken dat het Parlement zich niet kon vinden in diens conservatieve uitspraken over homoseksuelen en alleenstaande moeders.[6]

De controlerende macht van het Europees Parlement over de Commissie breidt zich ook uit naar diens functioneren tijdens de ambtsperiode, aangezien het parlement met een twee derde meerderheid een motie van afkeuring kan aannemen tegens de Commissie en daarmee het aftreden van het gehele College van Commissarissen afdwingt.[7] [8] Deze bevoegdheid is tot op heden nog nooit gebruikt, alhoewel ermee gedreigd werd ten tijde van het corruptieschandaal in de Commissie-Santer, die vervolgens besloot op eigen initiatief af te treden en zo een motie van afkeuring te voorkomen.

Europees Burgerinitiatief [bewerken]

Per 1 april 2012 trad een EU-verordening betreffende het Europees Burgerinitiatief in werking. Een dergelijke initiatief bestaat uit een petitie die is ondertekend door ten minste één miljoen EU-burgers, en roept de Commissie op een wetsvoorstel te publiceren over een bepaald onderwerp. Als zo'n initiatief het benodigde aantal steunbetuigingen bereikt, hebben de organisatoren het recht een publieke hoorzitting over hun petitie te organiseren in het Europees Parlement.[9]

Samenstelling [bewerken]

Het Europees Parlement bestaat uit 754 leden, waaronder een voorzitter zonder stemrecht, afkomstig uit de 27 lidstaten. Iedere lidstaat heeft een vastgesteld aantal afgevaardigden. Volgens het Verdrag van Lissabon zouden er 751 parlementsleden moeten zijn. Echter, Duitsland houdt tot de volgende parlementsverkiezingen in 2014 zijn 99 leden, in plaats van het maximum van 96. Er is op dit moment dus sprake van een overgangsfase.[10] De afgevaardigden worden gekozen in de Europese Parlementsverkiezingen, die in de lidstaten worden georganiseerd. De parlementariërs vertegenwoordigen partijen, die op hun beurt samengebundeld zijn in fracties. Er zijn minstens 25 parlementsleden nodig uit ten minste een vierde van de lidstaten om een fractie te vormen.[11]

De samenstelling van het zevende Europese Parlement, gekozen in de verkiezingen van 2009 en aangevuld in overeenstemming met het Verdrag van Lissabon (Duitsland tijdelijk nog steeds met 99 i.p.v. 96 leden) is als volgt[12]:

Fractie Zetels
Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-Democraten) 270
Fractie van Socialisten en Democraten 190
Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa fractie 85
Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie 59
Europese Conservatieven en Hervormers 53
Europa van vrijheid en democratie 36
Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links 34
Niet-ingeschrevenen 27
Totaal 754

De lidstaten leveren het volgende aantal parlementariërs[12]:

Land Zetels
Vlag van België België 22
Vlag van Bulgarije Bulgarije 18
Vlag van Cyprus Cyprus 6
Vlag van Denemarken Denemarken 13
Vlag van Duitsland Duitsland 99
Vlag van Estland Estland 6
Vlag van Finland Finland 13
Vlag van Frankrijk Frankrijk 74
Vlag van Griekenland Griekenland 22
Vlag van Hongarije Hongarije 22
Vlag van Ierland Ierland 12
Vlag van Italië Italië 73
Vlag van Letland Letland 9
Vlag van Litouwen Litouwen 12
Vlag van Luxemburg Luxemburg 6
Vlag van Malta Malta 6
Vlag van Nederland Nederland 26
Vlag van Oostenrijk Oostenrijk 19
Vlag van Polen Polen 51
Vlag van Portugal Portugal 22
Vlag van Roemenië Roemenië 33
Vlag van Slovenië Slovenië 8
Vlag van Slowakije Slowakije 13
Vlag van Spanje Spanje 54
Vlag van Tsjechië Tsjechië 22
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk 73
Vlag van Zweden Zweden 20
Totaal 754

De huidige voorzitter is de Duitser Martin Schulz.

Commissies [bewerken]

Het Europees Parlement heeft 20 vaste parlementaire commissies:

Naam Afkorting
Commissie buitenlandse zaken AFET
 - Subcommissie mensenrechten DROI
 - Subcommissie veiligheid en defensie SEDE
Commissie ontwikkelingssamenwerking DEVE
Commissie internationale handel INTA
Commissie begroting BUDG
Commissie begrotingscontrole CONT
Commissie economische en monetaire zaken ECON
Commissie werkgelegenheid en sociale zaken EMPL
Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid ENVI
Commissie industrie, onderzoek en energie ITRE
Commissie interne markt en consumentenbescherming IMCO
Commissie vervoer en toerisme TRAN
Commissie regionale ontwikkeling REGI
Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling AGRI
Commissie visserij PECH
Commissie cultuur en onderwijs CULT
Commissie juridische zaken JURI
Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken LIBE
Commissie constitutionele zaken AFCO
Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid FEMM
Commissie verzoekschriften PETI

Locatie [bewerken]

1rightarrow.png Zie ook: Brussel als Europese hoofdstad en Leopoldruimte

Het Europees Parlement vergadert eens in de maand plenair, gedurende vier dagen in Straatsburg. Een aantal aanvullende voltallige vergaderingen vindt plaats in Brussel, in de gebouwen van de Leopoldruimte. Daar vinden ook alle vergaderingen van de vaste parlementaire commissies plaats waarin de plenaire stemmingen worden voorbereid. Het Secretariaat-generaal bevindt zich in Luxemburg.

Overige activiteiten [bewerken]

Elk jaar kiest het EP een Culturele Hoofdstad van Europa.

Sinds 1988 wordt jaarlijks de Sacharovprijs uitgereikt voor verdiensten op het gebied van vrijheid van denken en mensenrechten.

Euroscola is een project georganiseerd door het Europees Parlement waarbij scholen elkaar ontmoeten in Straatsburg. Tijdens een intensieve werkdag maken de scholieren kennis met (de werkwijze van) het Europees parlement en met medescholieren en leeftijdgenoten uit tal van Europese landen.

Jongerensimulaties [bewerken]

Het parlement wordt regelmatig door jongeren nagespeeld om bewustwording over Europa te bevorderen. In Nederland is in 1990 de Stichting Model European Parliament Nederland opgericht, in 1993 volgde Vlaanderen. Deze simulatie van het Europees Parlement wordt op school, provinciaal, nationaal en internationaal niveau gespeeld.
Daarnaast nemen jaarlijks zo’n 20.000 jongeren deel aan de sessies van de grootste organisatie, het Europees Jeugd Parlement (EYP).

Fotogalerij [bewerken]

Zie ook [bewerken]

Noten [bewerken]

  1. Initiatiefrecht Europees Parlement
  2. Procedure betreffende lidmaatschapsbeëindiging door een lidstaat van de Europese Unie
  3. Europees Parlement - Begrotingsbevoegdheid
  4. Artikel 75 van het Reglement van het Europees Parlement
  5. Bijlage VI van het Reglement van het Europees Parlement
  6. Kandidaat-eurocommissaris: homo's zondig, niet strafbaar - De Volkskrant
  7. Artikel 107 van het Reglement van het Europees Parlement
  8. Europa.EU - Het Europees Parlement
  9. Europees Burgerinitiatief
  10. MEPs: The Phantom menace?
  11. Reglement van het Europees Parlement
  12. a b Europa.eu

Externe links [bewerken]