Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) is het buitenlands en defensiebeleid van de EU ten opzichte van de buitenwereld.

De samenwerking in het GBVB viel voor de inwerktreding van het Verdrag van Lissabon onder de tweede pijler van de Europese Unie. De tweede pijler werd opgericht met het Verdrag van Maastricht (1992), werd verder verfijnd in het Verdrag van Amsterdam (1997), en verving de voorheen bestaande Europese Politieke Samenwerking (EPS).

Inhoud

[bewerken] Werking

De coördinatie van de GBVB is in handen van de Hoge Vertegenwoordiger voor het GBVB. Op 1 december 2009 nam Catherine Ashton deze post over van Javier Solana, die sinds 1999 Hoge Vertegenwoordiger was. Het GBVB komt hoofdzakelijk tot uiting in het geven van verklaringen over bijvoorbeeld mensenrechtensituaties en verkiezingsprocessen. De laatste jaren krijgt het beleid ten aanzien van defensiemissies steeds meer handen en voeten.

Het Verdrag van Lissabon heeft de functie van Hoge Commissaris voor het GBVB en de functie van Europees Commissaris voor Externe Relaties gefuseerd. De Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid is tevens vicevoorzitter van de Europese Commissie en voorzitter van de Raad van Ministers van Buitenlandse Zaken.

In de tweede pijler hadden de Europese Commissie en de EU-lidstaten beide het recht van initiatief. Voor besluiten over gemeenschappelijke strategieën is unanimiteit in de Raad van ministers vereist. Bij meer uitvoeringsgeoriënteerde besluiten was een gekwalificeerde meerderheid in de Raad nodig. Lidstaten konden zich ook onthouden van stemming ('constructieve onthouding').

Als een belangrijk nationaal belang in het geding was konden lidstaten verhinderen dat tot besluitvorming met een gekwalificeerde meerderheid werd overgegaan. Met gekwalificeerde meerderheid kon dan besloten worden de zaak aan de Europese Raad voor te leggen. In de Europese Raad was vervolgens unanimiteit nodig.

Het Europees Parlement had nauwelijks een rol in de formele besluitvorming in de tweede pijler. Wel moest de voorzitter van de Raad het EP raadplegen over de belangrijkste aspecten van het GBVB en erop toezien dat de opvattingen van het EP naar behoren in aanmerking worden genomen. Het Europees Hof van Justitie had in het geheel geen rol in de tweede pijler.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Tijdlijn

Tijdlijn met daarin de ontwikkeling van de Europese Unie
1948 1952 1958 1967 1987 1993 1999 2003 2009 2011
Brussel Parijs Rome Brussel EA Maastricht Amsterdam Nice Lissabon
Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS)
Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM)
Europese Economische Gemeenschap (EEG)
P

I

J

L

E

R

S
Europese Gemeenschap (EG) Europese Unie (EU)
↑Europese Gemeenschappen↑ Justitie & Binnenlandse Zaken (JBZ)
Politiële & justitiële samenwerking in strafzaken (PJSS)
Europese politieke samenwerking (EPS) Gemeenschappelijk buitenlands & veiligheidsbeleid

(GBVB)

West-Europese Unie (WEU)

[bewerken] Externe links

Bronnen, noten en/of referenties
  • De informatie op deze pagina, of een eerdere versie daarvan, is geheel of gedeeltelijk afkomstig van www.parlement.com.
    Overname is toegestaan met bronvermelding.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen