Gemeenschappelijk landbouwbeleid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is het landbouwbeleid van de Europese Unie en bestaat tegenwoordig uit twee pijlers: de marktordening en de plattelandsontwikkeling. Het aandeel van de landbouwuitgaven in de begroting van de EU loopt terug, maar is nog altijd 38% van het totaal.

Geschiedenis[bewerken]

De geschiedenis van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid is grofweg in te delen in 3 periodes: een periode van prijssteun (tot 1992), een periode van gekoppelde steun (1992-2003) en een periode van ontkoppelde steun (vanaf 2003). Ontkoppelde steun is steun die onafhankelijk is van de geproduceerde hoeveelheid.

Ontstaan[bewerken]

Na de ondertekening van het Verdrag van Rome in 1957 ontstond de Europese Economische Gemeenschap. In artikel 33 van dat Verdrag van Rome werden al de doelen van het landbouwbeleid vastgelegd:

  • de productiviteit van de landbouw te doen toenemen door de technische vooruitgang te bevorderen en door zowel de rationele ontwikkeling van de landbouwproductie als een optimaal gebruik van de productiefactoren, met name de arbeidskrachten, te verzekeren;
  • aldus de landbouwbevolking een redelijke levensstandaard te verzekeren, met name door de verhoging van het hoofdelijk inkomen van hen die in de landbouw werkzaam zijn;
  • de markten te stabiliseren;
  • de voedselvoorziening veilig te stellen;
  • redelijke prijzen bij de levering aan verbruikers te verzekeren.

Opvallend is dat deze doelstellingen, ondanks vele wijzigingen in het beleid, in latere verdragen nooit werden aangepast.

In het vervolg hierop werd het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB) uitgewerkt. De Europese Commissie deed hiervoor een voorstel in 1960. Sicco Mansholt, commissaris van landbouw, was hiervan de geestelijk vader. In 1962 trad het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid uiteindelijk in werking. Er werden voor de gemeenschappelijke landbouwmarkt drie principes vastgelegd:

  • Eenheid van de markt: een vrij verkeer van landbouwproducten binnen de EG;
  • Bescherming van Europese producten;
  • Financiële solidariteit: de landbouwuitgaven zijn geen nationale uitgaven, maar worden op EG-niveau gedaan.

Concreet werden kregen producenten van landbouwproducten voor hun producten gegarandeerde minimumprijzen. Overschotten werden opgekocht. In het begin was dit beleid zeer succesvol, maar botste al snel tegen zijn limieten aan: grote overschotten en uit de hand lopende budgettaire kosten. Naar deze overschotten werd ook wel verwezen aan de hand van de begrippen boterberg, melkplas en wijnzee.

Deze subsidies leidden er ook toe dat deze overschotten in de derde wereld gedumpt werden. Voor boeren uit de derde wereld was het daarom niet mogelijk te concurreren tegen producten die met veel subsidie door Europa gedumpt werden.

Mc Sharry-hervorming (1992)[bewerken]

Sinds deMc Sharry-hervorming van 1992 (genoemd naar de toenmalige Europees Commissaris voor landbouw Ray MacSharry) wordt het systeem van prijsondersteuning geleidelijk afgebouwd en vervangen door directe subsidies. Deze subsidies waren wel nog gekoppeld aan de geproduceerde hoeveelheden.

Agenda 2000[bewerken]

De hervormingen van 'Agenda 2000'[1] verdeelden het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid in twee pijlers: het markt- en inkomensbeleid (Pijler I) en het plattelandsontwikkelingsbeleid (Pijler II). Verschillende maatregelen voor plattelandsontwikkeling werden geïntroduceerd, waaronder gewasdiversificatie, de oprichting van producentengroeperingen en ondersteuning van jonge landbouwers. Agromilieumaatregelen werd verplicht voor alle lidstaten. De ondersteuning van de markt voor granen, melk en zuivelproducten en rundvlees werden stapsgewijs verlaagd, terwijl de directe gekoppelde betalingen aan de landbouwers werden verhoogd. Betalingen voor belangrijke akkerbouwgewassen als granen en oliehoudende zaden werden geharmoniseerd.[2]

Mid-Term hervorming (2003)[bewerken]

De Mid-Term hervorming van 2003 zorgde voor een ontkoppeling van subsidies van bepaalde gewassen ten opzichte van de opbrengst (al kunnen de lidstaten ervoor kiezen om toch een beperkte gekoppelde subsidies aan te houden). De nieuwe bedrijfstoeslagen zijn onderworpen aan cross-compliance voorwaarden met betrekking tot milieu, voedselveiligheid en dierenwelzijn. Cross-compliance is het principe dat boeren aan voorwaarden moeten voldoen om geld te ontvangen. Veel van deze voorwaarden waren al ofwel good practice aanbevelingen of afzonderlijke wettelijke vereisten inzake de boerderij. Het doel is om meer geld beschikbaar voor de kwaliteit van het milieu of het dierenwelzijn programma's te maken.[3]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen

  • E. Mathijs, J. Relaes (2012) Landbouw en voedsel, Verrassend Actueel. Acco, Leuven.

Referenties

  1. Agenda 2000: for a stronger and wider Union. Europa.eu (30 mei 2013) Geraadpleegd op 12 maart 2014
  2. Agenda 2000 – A CAP for the future (PDF). EU-Commission, Directorate-General for Agriculture
  3. The 2003 reform. EU Geraadpleegd op 24 juli 2014