Homoseksualiteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Seksuele diversiteit
Lijn

Algemeen
Seksualiteit / Gender

Verzamelbegrippen
Holebi / LGBT
Parafilie

Naar geslacht
Aseksualiteit
Biseksualiteit
Heteroseksualiteit
Homoseksualiteit
Panseksualiteit
Poliseksualiteit
Transseksualiteit

Naar rolmodel
Androgynie
Polyamorie
Queer
Transgenderisme
Travestie

Naar leeftijd
Efebofilie
Gerontofilie
Pederastie
Pedofilie

Naar object
Fetisjisme
BDSM/Sadomasochisme
Infantilisme

Homoseksualiteit is seksualiteit tussen mensen van hetzelfde geslacht. Deze term verwijst dus enerzijds naar seksuele verlangens naar mensen van hetzelfde geslacht, als ook anderzijds naar een seksuele identiteit, geaardheid of oriëntatie gekenmerkt door een romantisch of seksueel verlangen naar mensen van de eigen sekse. Een vrouw met romantische en seksuele voorkeur voor andere vrouwen wordt doorgaans lesbisch genoemd.

Homoseksualiteit werd en wordt in veel culturen afgekeurd, waardoor homoseksuelen vaak slachtoffer van achterstelling, discriminatie of zelfs vervolging werden en worden. Sinds de 19e eeuw hebben in de westerse wereld homo's en lesbiennes zich hiervan proberen te bevrijden door middel van een emancipatiebeweging die in diverse landen veel van haar doelstellingen heeft weten te realiseren. Daarnaast is er een kleine, maar kenmerkende homocultuur ontstaan.

Terminologie

De term homoseksualiteit is een samenstelling van het Griekse woord ὅμοιος (homoios), dat "gelijk" betekent, en sexus, het Latijnse woord voor geslacht. Omdat homo in het Latijn echter ook "man" betekent, denken veel mensen dat het woord homoseksualiteit alleen betrekking heeft op seksuele betrekkingen tussen mannen. Vanuit die gedachte spreekt men dan van "homoseksuelen en lesbiennes", terwijl het eigenlijk over "homoseksuele mannen en vrouwen" gaat. Een homoseksuele man noemt men ook wel kortweg homo.

Het woord 'homoseksueel' werd bedacht door de Hongaarse journalist Karl Maria Kertbeny en voor het eerst door hem gebruikt in 1869. Seksuele voorkeur voor de andere sekse wordt sinds het begin van de twintigste eeuw heteroseksualiteit genoemd. Aantrekking tot beide seksen (in meerdere of mindere mate) heet biseksualiteit. Deze woorden worden ook nog weleens foutief gespeld als 'homo/hetero/bisexueel'.

Voor het verlangen van man of vrouw naar een geslachtsgenoot, maar niet speciaal een seksuele gedraging, wordt ook wel de term homofilie gebruikt. Dit woord werd in 1949 door het COC geïntroduceerd en gold tot in de jaren zeventig als meer beschaafd, maar tegenwoordig wordt 'homofiel' doorgaans als denigrerend ervaren. Iemand die louter sociale contacten met mensen van hetzelfde geslacht verkiest noemt men homosociaal.

In Vlaanderen, maar ook wel in Nederland is sinds midden jaren '90 het assemblagewoord 'holebi' (homo, lesbisch of bi) in opmars, ook in samenstellingen: holebiseksueel, holebiseksualiteit. Internationaal vat men de verschillende niet-heteroseksuele voorkeuren doorgaans samen met de engelstalige afkorting LGBT.

Andere aanduidingen

Voor homoseksuele mannen bestaan verschillende andere woorden:

  • Bear: sterk behaarde homo
  • Flikker: scheldwoord voor homo's, maar door hen zelf ook als geuzennaam gebruikt
  • Gay: uit het Engels overgenomen term, met een meer eufemistische en trendy klank
  • Homosueel: door Gerard Reve bedacht eufemisme
  • Hotero: door Jan Rot gepopulariseerde term voor homo en hetero samen
  • Jeannet: scheldwoord voor (verwijfde) homo in Vlaanderen
  • Mietje: scheldwoord voor een vermeend slappe en zwakke homoseksuele man, afgeleid van sodomie
  • MSM (Mannen die Seks hebben met Mannen): term die gebruikt wordt in de medische zorg en die het seksuele gedrag beschrijft, ongeacht de seksuele identiteit
  • Nicht: in Nederland geaccepteerde benaming tussen homo's onderling, maar vaak afkeurend bedoeld door buitenstaanders. Samenstelling met dit woord zijn onder meer: leernicht, Reguliersnicht, relnicht en roddelnicht.
  • Poot: scheldwoord voor homo's, wat terugkomt in potenrammen en broodpoot.[1]
  • Utrechtenaar: ouderwets scheldwoord in Nederland voor homoseksuele man.

Voor homoseksuele vrouwen bestaan de woorden:

  • Lesbische vrouw: nu gangbare aanduiding voor homoseksuele vrouwen, ook door henzelf
  • Lesbienne: verouderde term voor homoseksuele vrouwen en destijds gebruikt als tegenhanger van homo(seksueel). (Vergelijk de in onbruik geraakte aanduiding homofiel)
  • Lesbo: steeds vaker voorkomende afkorting van lesbienne, met een wat stoerdere klank, ook als tegenhanger van homo
  • Pot: van lollepot afgeleid scheldwoord voor lesbiennes, maar door hen zelf ook als geuzennaam gebruikt
  • Tribade: ouderwets woord voor homoseksuele vrouw

Daarnaast bestaan er in de seksuele volkstaal nog een aantal (scheld)woorden voor homoseksuelen en homoseksualiteit.

Algemeen

Chnumhotep en Nianchchnum, over wie gespeculeerd is dat dit het eerste bekende homoseksuele stel uit de geschiedenis zou zijn — 25e eeuw v.Chr.
Jongemannen vermaken zich met elkaar — China, Tsj'ing-dynastie, eind 19e eeuw

Percentages

Mensen met een min of meer sterke homoseksuele voorkeur en activiteiten vormen een minderheid van de totale bevolking. In de afgelopen eeuw is de grootte van deze minderheid geschat op waarden uiteenlopend van 1% en 37% van de bevolking, maar doordat het onderwerp nog steeds moeilijk ligt in de samenleving, is het vrijwel onmogelijk om onomstreden waarden te vinden. In doorsnee lijken de onderzoekingen in zowel de Verenigde Staten als Europa aan te geven dat 10% of meer van de mensen ooit een homoseksueel contact heeft gehad, en dat 2-5% van de mensen daar een sterke voorkeur voor heeft. Een onderzoek door het bureau Gallup uit 2012 gaf aan dat 3,4% van de volwassen Amerikanen zichzelf LGBT, oftewel homoseksueel, biseksueel, lesbisch of transgender noemt. Daarbij duiden niet-blanken, vrouwen en jongeren zich relatief wat vaker alszodanig aan.[2]

In België en Nederland wordt vaak gezegd dat één op de tien inwoners in mindere of meerdere mate homoseksueel is. Dit cijfer komt echter uit het Amerikaanse Kinsey report uit 1948 en werd sindsdien vooral door de homobeweging gebruikt. Nederlands onderzoek in de jaren zestig gaf een resultaat van 5% overwegend homoseksuele respondenten. Uit het rapport "Niet te ver uit de kast" van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit 2012 blijkt dat grofweg 4% van de mannen en 3% van de vrouwen zich als homoseksueel, resp. lesbisch identificeert. Als biseksueel betitelen zich 3% van de mannen en eveneens 3% van de vrouwen, terwijl 10% van de mannen en 12% van de vrouwen aangaven dat zij één of meerdere keren seks hebben gehad met mensen van het eigen geslacht.[3]

In grote steden wonen vaak relatief meer homoseksuele mannen en vrouwen. Zo bleek in 2009 dat in Amsterdam tussen de 10 en 11% van de mannen van 18 jaar en ouder homoseksueel is en tussen de 3 en 4% van de vrouwen lesbisch. Van de mannen tussen 30 en 34 jaar woonde 11,7% samen met een man en was 5,9% van de vrouwen samenwonend met een vrouw.[4]

Homoseksuele gevoelens

Sommige mensen die over het algemeen heteroseksueel zijn, kunnen bij gelegenheid gevoelens voor mensen van de eigen sekse hebben. Andersom is het ook zo dat veel mensen die zichzelf als homoseksueel zien of de voorkeur geven aan homoseksuele contacten, ook heteroseksuele contacten of zelfs langdurige heteroseksuele relaties hebben gehad. Veel homoseksuelen komen pas na een langjarig huwelijk 'uit de kast'. Traditioneel was het onderhouden van een heteroseksuele relatie voor homoseksuelen een methode om de werkelijke seksuele geaardheid voor de maatschappij te verbergen. In veel landen (bijvoorbeeld China en Egypte) werd en wordt seksuele activiteit met de eigen sekse oogluikend getolereerd als de persoon in kwestie wel trouwt en kinderen krijgt. Hij of zij geldt dan officieel nog steeds als hetero. Het is mogelijk dat dit met het toenemen van de acceptatie van homoseksualiteit in de maatschappij minder vaak zal voorkomen.

Homoseksueel gedrag

Anderzijds komt het voor dat personen met een heteroseksuele aanleg die geen toegang tot personen van de andere sekse hebben, om hun seksuele instincten te kunnen "uitleven" homoseksuele handelingen aangaan. Dit komt bijvoorbeeld voor in gevangenissen. Het wordt ook wel "noodhomoseksualiteit" genoemd.

Seksuele activiteit met een persoon van dezelfde sekse op zich wordt niet altijd homoseksualiteit genoemd; het wordt gezien als "homoseksueel gedrag". Niet iedereen die homoseksueel gedrag vertoont, ziet zichzelf als een homoseksueel of zelfs als biseksueel. Sommige mensen hebben frequent homoseksueel contact en omschrijven zichzelf toch als heteroseksueel. Het is daarom belangrijk onderscheid te maken tussen homoseksueel gedrag, homoseksuele aantrekking, en homoseksuele identiteit; deze hoeven niet altijd gezamenlijk voor te komen. Homoseksualiteit is vandaag de dag aanvaardbaarder geworden.

Ontstaan van homoseksualiteit

Er bestaan allerlei theorieën over het ontstaan van homoseksualiteit. Veel van die theorieën worden fel bestreden. Is homoseksualiteit aangeboren of tijdens de jeugd verworven? Is homoseksuele geaardheid iets van de laatste paar eeuwen, of is zij er altijd al geweest? Hebben alle homoseksuelen iets gemeenschappelijks, afgezien van hun seksuele aanleg? Is het ontstaan van een homoseksuele aanleg bij mannen vergelijkbaar met het ontstaan van een lesbische geaardheid bij vrouwen? Over deze en verwante vraagstukken werd en wordt veel gediscussieerd. Er is nog geen verklaring op tafel gekomen die aanspraak kan maken op algemene geldigheid.

Eén van de biologische theorieën is de volgende.[5] De ontwikkeling van neuronen en dendrieten in de amygdala en delen van de hypothalamus zijn per sekse verschillend. Dat komt doordat deze hersendelen tijdens de ontwikkeling van de foetus bij de aanwezigheid van testosteron anders ontwikkelen dan bij de afwezigheid ervan.

Het betreft overigens niet de gehele hypothalamus of amygdala, maar slechts bepaalde onderdelen ervan, die seksueel dimorfe kernen genoemd worden. Zo is in de hypothalamus de area praeoptica medialis bij mannen over het algemeen groter dan bij vrouwen. In de amygdala is de corticomediale kern ook groter bij mannen. Deze kern is verbonden met de area praeoptica medialis van de hypothalamus.

Het lijkt erop dat dit verschil in ontwikkeling zorgt voor de geslachtsgerelateerde verschillen in het denken, seksuele oriëntatie, agressie en cognitieve functies. Sommige onderzoekers denken dat homoseksualiteit ontstaat doordat tijdens de embryonale ontwikkeling er wèl testosteron vrijkomt, maar bij de foetale ontwikkeling niet.[bron?]

Wanneer erfelijkheid een rol speelt in de (homo)seksuele identiteit, leidt dit in eerste aanzet tot de aanname dat wegens het uitblijven van nageslacht, volgens een Darwinistische benadering dit genotype mettertijd zou verdwijnen of veel minder voorkomt dan thans wordt gemeten. Onderzoek uit 2004 door de Italiaanse wetenschappers Andrea Camperio Ciani en Giovanni Zanzotto heeft aangetoond dat vrouwen bij wie homoseksualiteit voorkomt in de mannelijke lijn van hun familie, statistisch gemiddeld meer nageslacht hebben. Volgens de onderzoekers zou dit duiden op de aanwezigheid van een gen dat seksegewijs een andere - of zelfs tegengestelde - functie heeft, een proces dat 'seksueel antagonistische selectie' wordt genoemd.[6] In vrouwen die niet homoseksueel zijn geeft dit gen het individu een evolutionaire voorsprong, wat indirect weer zou voldoen aan het Darwinmodel. De onderzoekers beschouwden totaal drie verklaringen voor het empirisch bewijs en elimineerden er twee door een vervolgonderzoek bij een grote groep, zodat het seksueel antagonistisch model resteerde.[7]

Vroeger werd mede door de invloed van theologie homoseksualiteit bij de parafilieën ingedeeld. In de wereld van de psychologie en psychiatrie bestaat al geruime tijd discussie over de classificatie van parafilieën als psychische aandoening. Er is een stroming die stelt dat de classificatie te veel berust op maatschappelijke visies en normen. Men trekt dus de fundamentele psychopathologische aard van parafilieën in twijfel. Zo zijn homoseksualiteit en zoöfilie (als zelfstandige parafilie) inmiddels uit de classificatie verdwenen en is homoseksualiteit sinds 1990 niet meer opgenomen in de lijst van geestesziekten van de Wereldgezondheidsorganisatie. Anderen menen dat de parafilieën niet als zodanig geschrapt hoeven te worden, maar wel scherpere criteria behoeven.[bron?]

Outing/Uit de kast komen

Mister Gay Italia 2003
Nuvola single chevron right.svg Zie ook de artikelen Outing en Uit de kast komen over dit onderwerp

Omdat homoseksualiteit nog altijd niet algemeen geaccepteerd is, blijft het voor veel homo's moeilijk om hun geaardheid te delen met de buitenwereld. Er zijn homo's die hun geaardheid hun leven lang geheim houden of zelfs ontkennen. Er zijn ook homo's die trouwen met iemand van de andere sekse en kinderen krijgen. In veel landen maakt de wet en de heersende mentaliteit het onmogelijk voor homoseksuelen om hun geaardheid openbaar te maken. Bijna elke homo draagt zijn of haar geaardheid een korte of langere periode als geheim met zich mee. Daarom wordt het delen van dat geheim met de omgeving "uit de kast komen" genoemd: de homo opent de deuren en laat zichzelf zien aan de buitenwereld.

Het hoe en wanneer uit de kast komen is voor iedere homo anders. Ten eerste moet de persoon voor zichzelf duidelijk hebben wat zijn of haar geaardheid is. Dit kan al duidelijk zijn in de kinderjaren, maar sommigen weten dat pas als ze allang volwassen zijn. Er zijn ook mensen die er tijdens een huwelijk met een partner van de andere sekse achterkomen. Soms heeft de omgeving al een vermoeden nog voordat de homo zelf overtuigd is van zijn geaardheid.

Dan is er natuurlijk nog de angst voor hoe de omgeving zal reageren. Met name de opvattingen van goede vrienden en directe familie kan enorm belemmerend werken voor het uit de kast komen. En bij jongeren speelt de angst mee buiten de groep te vallen. In steden zal men over het algemeen begripvoller reageren dan op het platteland. Niet alleen omdat stedelingen doorgaans progressievere opvattingen hebben, maar ook omdat er in de steden een grotere diversiteit van mensen is, waardoor het 'normaler' is. Op het platteland is homoseksualiteit minder gewoon en dus maakt dat het lastiger om uit de kast te komen. Meestal vertelt de homo het voor het eerst aan de familie, gevolgd door de beste vrienden en collega's.

Deels uit de kast komen is ook mogelijk. Een homo kan ervoor kiezen om het alleen aan vertrouwelingen te vertellen en niet aan bijvoorbeld collega's. Dit neemt wel een risico met zich mee dat een vertrouweling per ongeluk of expres het geheim doorvertelt. Meestal zijn homo's erg opgelucht nadat ze uit de kast zijn gekomen. Want of de omgeving het accepteert of niet, de homo hoeft dan geen geheim meer met zich mee te dragen. Alleen dat idee al is bevrijdend.

Religieuze bezwaren

Homoseksueel gedrag wordt niet door iedereen geaccepteerd. Onder andere diverse religieuze richtingen wijzen homoseksualiteit als zondig af. In meerdere landen en culturen heeft dit ertoe geleid dat homoseksualiteit daar als een misdaad wordt beschouwd. Deze zienswijze levert voor de betreffende overheden ernstige kritiek op van de internationale gemeenschap in verband met het schenden van mensenrechten.

Christendom

Nuvola single chevron right.svg Zie Christendom en homoseksualiteit voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vele eeuwen lang hebben zowel de Rooms-katholieke Kerk, de Oosters-orthodoxe Kerk als de meeste protestantse kerken op basis van de Bijbel een vijandige houding ingenomen tegenover met name homoseksuele handelingen van mannen. In de Bijbel staan enkele passages die homoseksueel gedrag uitdrukkelijk verbieden of hekelen. Over de interpretatie van deze teksten en hun toepasbaarheid voor de moderne mens wordt veel gediscussieerd.

Tegenwoordig wordt er binnen het christendom verschillend gedacht over homoseksualiteit. Sommige kerkgenootschappen wijzen homoseksualiteit af, maar in andere is homoseksualiteit geaccepteerd en kan een homohuwelijk worden ingezegend. Het standpunt van de Rooms-katholieke Kerk is dat mensen met een homoseksuele geaardheid met respect behandeld dienen te worden, maar dat dit geen goedkeuring van homoseksuele handelingen of het homohuwelijk mag inhouden.[8]

Als alternatief voor de officiële leer van de grote christelijke kerken is er binnen het kader van de bevrijdingstheologie ook een homotheologie gevormd, die zich bezig houdt met de vraag "Kunnen twee mensen van hetzelfde geslacht een toegewijde, liefdevolle relatie hebben met Gods zegen?" en die de bijbel in dat licht probeert te interpreteren.

Jodendom

Ook joden die homoseksualiteit afwijzen doen dit vanuit een bijbelse interpretatie dat God de mens als man en vrouw heeft geschapen en dat alleen deze beide binnen het huwelijk seksuele gemeenschap met elkaar mogen hebben. Tegenwoordig hebben de diverse synagogegemeenschappen zeer uiteenlopende opvattingen over acceptatie of afwijzing van homoseksualiteit.

Islam

Nuvola single chevron right.svg Zie Islam en homoseksualiteit voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Ook veel moslims wijzen homoseksueel gedrag af omdat dat in strijd zou zijn met het islamitisch geloof.

Homoseksualiteit in de Oudheid

Nuvola single chevron right.svg Zie ook de artikelen Pederastie en Homoseksualiteit in het Oude Rome over dit onderwerp
Uitbeelding van een pederastische relatie: Erastes (links) en Eromenos kussen elkaar

In de Griekse Oudheid was seksualiteit niet gebonden aan algemene normen, maar gericht op de erkenning van de seksuele behoeften van de man. Naast strenge zedigheid (vooral een eis voor vrouwen) was er sprake van de grofste uitspattingen. Naast prostitutie kende men de zogenoemde pederastie, een liefdesrelatie, inclusief lichamelijke intimiteiten, tussen een oudere man en een adolescent. Vermoedelijk heeft deze vorm van seksualiteit zijn oorsprong in het soldatenleven. Pederastie werd veelal gesublimeerd tot een opvoedkundige relatie, waarbij de oudere man zijn jongere pupil morele en culturele waarden bijbracht, maar die ook diende als seksuele verstrooiing. Hoewel de meeste Grieken zowel relaties met vrouwen als met mannen hadden, waren er uitzonderingen op deze regel. Sommigen meden de verhouding met een vrouw, anderen die met een man.

Er bestaat bronnenmateriaal over het voorkomen van vergelijkbare seksuele relaties in de cultuur van andere volkeren uit de Oudheid, zoals de Thraciërs, de Kelten en verscheidene Germaanse volkeren als de Heruli en de Taifali. Volgens Plutarchus was de gewoonte ook al lange tijd in gebruik bij de Perzen, hoewel zij die volgens Herodotus van de Grieken hadden geleerd.

Gelijktijdig met de praktijk bestond er zowel binnen als buiten de culturen waarin het voorkwam, weerstand tegen aspecten van de pederastie. Bij de Grieken heerste er in enkele steden een verbod op pederastie, terwijl er in andere steden, waaronder Sparta, mensen waren die alleen de niet-seksuele vorm toelaatbaar achtten. In de geschriften van Plato wordt een lagere waarde toegekend aan de geslachtelijke omgang met jongens die men beminde (deze omgang wordt tenslotte zelfs veroordeeld), terwijl de minnaar die zich beheerste en zich onthield van de seksuele handelingen werd verheerlijkt. Dit laatste noemt men platonische liefde.

Twee mannen en een vrouw tijdens seksuele interactie op een wandschildering uit Pompei, rond 79 v.Chr.

In de Romeinse tijd ging de status van de pederastie als ritueel onderdeel van de opvoeding goeddeels teloor, een proces dat al was ingezet bij de Grieken. De Romeinen stelden de pederastie, die men beschouwde als een activiteit die primair werd gemotiveerd door seksuele begeerte, tegenover de begeerte voor een vrouw. Maatschappelijke acceptatie van pederastierelaties nam door de eeuwen heen nu eens af, dan weer toe. Conservatieve denkers veroordeelden het als een uitspatting. Veel Romeinse keizers hadden echter wel gelijkgeslachtelijke (meestal pederastische) seksuele contacten.

De opkomst van het Christendom leidde ertoe dat pederastie werd onderdrukt, aangezien zij een van de centrale elementen vormde in een klassiek-heidense cultuur, die door de kerkvaders werd beschouwd als een hindernis bij hun bekeringsarbeid. Rechtvaardiging hiervoor werd ontleend aan het Oude Testament. De vroeg-christelijke keizers onderdrukten de pederastie fel, zoals ze dat ook deden met andere omgangsvormen uit de Grieks-Romeinse cultuur. Dit paste in hun beleid om het christendom op te leggen als staatsreligie. Zo verbood keizer Justinianus I in de 6e eeuw alle vormen van tegennatuurlijke ontucht, hoewel dit vooral bedoeld leek om vijanden uit de weg te ruimen, want de enige bekende slachtoffers waren twee prominente bisschoppen. Ook de joodse religie veroordeelde de sodomie en dit werd later overgenomen in de Islam.

Vervolging van homoseksuelen

Nuvola single chevron right.svg Zie ook het artikel Homoseksualiteit in Rusland over dit onderwerp

Middeleeuwen

In het Oude Testament wordt ondubbelzinnig verklaard dat homoseksuele handelingen een 'gruwel' zijn in de ogen van God en dat personen die zich er schuldig aan maken gedood moeten worden. Iets anders is of dat ook altijd de geldende praktijk is geweest. Jezus Christus doet in het Nieuwe Testament weliswaar geen uitspraken over homoseksualiteit maar wijst er wel op dat de wet van God niet heeft afgedaan[9] en laat zich in het algemeen streng-orthodox uit, bijvoorbeeld op het terrein van de echtscheiding en de prostitutie. In de brief van Paulus aan de Romeinen wordt in hoofdstuk 1 een openlijke afkeuring uitgesproken.

Op basis van de bijbel waren homoseksuele handelingen, die destijds sodomie genoemd werden, volgens de katholieke kerk een zonde. Deze dienden opgebiecht te worden, waarna men na het tonen van berouw een kerkelijke boetedoening en tijdelijke uitsluiting van deelname aan de eucharistie opgelegd kon krijgen. Van een door de wereldlijke autoriteiten opgelegde (dood)straf was aanvankelijk nog geen sprake.

Daarnaast was (platonische) liefde tussen twee mannen in de Middeleeuwen niet ongebruikelijk, en dit werd dan ook zelden met sodomie in verband gebracht. Vriendenparen van gelijk geslacht werden soms zelfs door de kerk gezegend en naast elkaar begraven. Een dergelijke bloedbroederschap had echter niet alleen een romantische kant, maar diende vaak ook als sociaal-economische zekerheid doordat beide vrienden elkaar bescherming beloofden.[10]

In de meeste Europese landen waren homoseksuele handelingen tot aan de 13e eeuw niet strafbaar. Dit veranderde als gevolg van de propaganda van de Kruistochten, waarin sodomie een politieke lading kreeg. Zo zou Mohammed als "vijand van de natuur" sodomie bevorderd hebben en zouden Saracenen bisschoppen verkrachten en christelijke jongens voor hun vleselijke lusten misbruiken. Daarna werd sodomie een standaardbeschuldiging tegen ketters en men sprak destijds ook wel van "de ketterij die mannen met elkaar bedreven".[11]

Homoseksueel gedrag, quam faciens tam patiens (zowel actief als passief), werd voor het eerst strafbaar gesteld in 1120 tijdens het lokale Concilie van Nablus in het Koninkrijk Jeruzalem. De straf was dood door de brandstapel, maar deze straf kon ontlopen worden door berouw te tonen. Werd iemand voor de tweede maal betrapt, dan was wederom berouw mogelijk, maar volgde wel verbanning uit het koninkrijk.[12] Hierdoor veranderde sodomie tussen 1250 en 1300 van een weliswaar zondige, maar meestal geen strafbare praktijk, tot iets waar bijna overal in Europa de doodstraf op kwam te staan.

Executie van "sodomieten" — Zwitsers, rond 1483

Desondanks werd de strafbaarheid van homoseksuele handelingen aanvankelijk vooral ingezet als middel om vijanden te chanteren of te beschuldigen, zoals bij de moord op koning Eduard II van Engeland of de vernietiging van de Tempeliers door koning Filips IV van Frankrijk. Bovendien werden sodomieten doorgaans alleen aangepakt als dit tot sociale onrust leidde, bijvoorbeeld bij aanranding of verkrachting van kinderen. Rechtbanken hielden zich vaker bezig met buitenechtelijk geslachtsverkeer tussen man en vrouw, dan met seksuele handelingen tussen mannen onderling, mede omdat dat laatste niet tot buitenechtelijke kinderen kon leiden.

Als uitzondering hierop kwam het in bepaalde plaatsen en periodes soms wel tot een heftiger vervolging van homoseksuelen, bijvoorbeeld tijdens de late middeleeuwen in Spanje en Noord-Italie, waarbij honderden terechtstellingen plaatsvonden. Zo werd in de stad Florence, nadat daar door een pestepidemie het inwoneraantal van 120.000 geslonken was tot 40.000, in 1432 de commissie van de Officieren van de Nacht (Gli Ufficiali di Notte) ingesteld, die uitsluitend diende om sodomie te bestrijden. Als reden hiervoor vermoed men de wil om de seksuele vrijheid van jonge mannen te beperken en ze tot een huwelijk aan te sporen. De straf voor sodomie was doorgaans slechts een geldboete, maar juist daardoor lukte het een bijna totalitaire greep op de zaak te krijgen. Hierdoor kwam aan het licht dat seksuele handelingen tussen jonge mannen zeer wijd verbreid waren en bij de alledaagse sociale omgang hoorden. De Officieren van de Nacht werden pas 70 jaar later, in 1502, weer opgeheven.

16e - 18e eeuw

De strafbaarheid van sodomie werd voor het Heilige Roomse Rijk, waar destijds ook de Nederlanden toe behoorden, gecodificeerd in de Constitutio Criminalis Carolina (CCC). Deze strafwetgeving werd in 1532 door keizer Karel V uitgevaardigd en bleef geldig tot het eind van de 18e eeuw. Artikel 116 daarvan luidde (in moderne vertaling):

"Straf voor ontucht die tegen de natuur ingaat. Verder, wanneer een mens met een dier, een man met een man, een vrouw met een vrouw ontucht bedrijft, hebben zij het leven verspeeld en zullen zij naar algemeen gebruik met het vuur van het leven in de dood gebracht worden."

In Engeland werd sodomie verboden in de zogeheten Buggery Act van 1533, die door koning Hendrik VIII werd uitgevaardigd. Wie schuldig werd bevonden kon worden terechtgesteld door middel van ophanging en al zijn bezittingen konden worden geconfisqueerd. Hendrik VIII liet op basis van deze wet katholieke kloosterlingen terechtstellen en eigende zich hun kloostergoederen toe, vergelijkbaar met de manier waarop in de 14e eeuw de Tempelorde werd geliquideerd.[13] In Frankrijk werden sodomieten bij de eerste keer veroordeeld tot verlies van de testikels, bij de tweede keer tot verlies van het geslachtsdeel en bij de derde keer tot de dood door verbranding. Naar schatting werden tussen 1540 en 1700 in Europa zo'n 1600 mensen wegens sodomie veroordeeld.[14]

Plakkaat uit 1730, waarin tien mannen van sodomie beschuldigd worden en voor de rechtbank gedaagd worden.

Ondanks de strafbaarstelling bleef in het Heilige Roomse Rijk het aantal terechtstellingen van homoseksuelen beperkt tot een klein aantal gevallen. Zo werden in Pruisen tussen 1700 en 1730 twaalf mannen ter dood gebracht op basis van artikel 116 van de CCC, waarvan negen wegens ontucht met dieren en slechts drie wegens seksuele handelingen met mannen. De doodstraf werd in deze gevallen voltrokken door onthoofding en aansluitende verbranding van de lijken. In Londen en in de Nederlanden kwam het in de 18e eeuw wel tot een grootschaliger vervolging van homoseksuelen.

In de Nederlanden speelde dit in de jaren 1730-1731, toen tijdens de Utrechtse homoseksuelen-affaire een circuit van sodomieten werd opgerold. Zeker twaalf mannen werden geëxecuteerd en vervolgens spoelde een golf van homofobie over de Republiek. In Den Haag werden 73 processen voor de plaatselijke rechtbank en voor het Hof van Holland gevoerd. De meeste sodomieten werden bij verstek veroordeeld tot levenslange verbanning. Veertien werden geëxecuteerd en één pleegde zelfmoord tijdens zijn vlucht. Dezelfde golf leidde tot 44 processen in Amsterdam, waarvan er 6 op executie en één op zelfmoord uitdraaiden.[15] Tenslotte werd een climax bereikt in een reeks processen in het Groninger dorpje Faan, dat uitliep op de executie van tweeëntwintig mannen die van sodomie beschuldigd waren (zie het artikel over Rudolf de Mepsche). In de Republiek vond de laatst bekende terechtstelling wegens sodomie plaats in 1803 in Schiedam.[16]

19e en 20e eeuw

Als gevolg van de Verlichting werd de strafbaarheid van homoseksuele handelingen door de Franse Revolutie in 1791 afgeschaft en dit werd bevestigd in het nieuwe Franse wetboek van strafrecht, de Code Pénal van 1811. Deze Franse wetgeving werd vervolgens overgenomen in landen als Nederland, België, Luxemburg, Beieren, Italië, Spanje en Portugal. Hiermee bevond het protestantse Nederland zich in gezelschap van louter katholieke landen waar homoseksuele handelingen tussen volwassen mannen voortaan toegestaan waren. In de andere protestantse landen, met name Pruisen en Engeland, bleef de strafbaarheid namelijk bestaan, al werd wel de doodstraf vervangen door een gevangenisstraf. Hierdoor ontstond in Noordwest-Europese landen een impuls om eveneens voor de afschaffing van strafbaarheid te strijden - het begin van de homo-emancipatie.[17] De eerste niet-Europese landen die homoseksueel gedrag legaliseerden waren Brazilië in 1830 en het Ottomaanse rijk in 1858. In Thailand is homoseksualiteit nooit strafbaar geweest.

Hoewel de doodstraf was afgeschaft en zij in theorie wettelijk niet meer strafbaar waren, werd het leven van degenen die op homoseksuele handelingen betrapt werden er nog niet gemakkelijker op. Want homoseksualiteit werd in Nederland nog steeds meedogenloos bestraft wegens "schennis van de openbare eerbaarheid".[18]

Brief van Karl Maria Kertbeny uit 1869 met daarin de allereerste vermelding van het woord homosexual

In de loop van de 19e eeuw werden diverse benamingen bedacht om de vroegere sodomieten op een meer neutrale en wetenschappelijke manier aan te duiden. Zo sprak de Duitse jurist Karl Heinrich Ulrichs vanaf 1864 van uranisme om seks tussen mensen van gelijk geslacht aan te duiden, waarbij hij de mannen urningen en de vrouwen urninden noemde. 'Uraniërs' werden ook wel het 'derde geslacht' genoemd, een term die ook de Duitse arts Magnus Hirschfeld soms gebruikte, hoewel hij zelf van mening was dat alle mensen zowel mannelijke als vrouwelijke eigenschappen hadden. De Hongaars-Oostenrijkse journalist Karl Maria Kertbeny bedacht vervolgens in 1869 de woorden homoseksualiteit en heteroseksualiteit, die sinds het begin van de 20e eeuw algemeen gangbaar zijn geworden. Daarmee was de basis gelegd voor een eigen identiteit die, anders dan de louter op de seksuele handelingen gerichte sodomie, voortaan de hele persoonlijkheid van homoseksuelen omvatte.

In Nederland werd met de invoering van de Zedelijkheidswet van 1911 homoseksuele contact tussen een meerderjarige en een minderjarige onder de 21 jaar verboden op basis van artikel 248-bis van het Wetboek van Strafrecht. In totaal zijn ca. 5000 mannen op basis van dit wetsartikel vervolgd, met een hoogtepunt in de jaren vijftig van de twintigste eeuw. Tussen 1947 en 1966 lag het aantal vervolgingen voortdurend boven de 100 per jaar, terwijl het vóór de oorlog slechts 1 keer boven de 100 was gekomen. Artikel 248-bis werd uiteindelijk afgeschaft in 1971, waardoor de minimumleeftijd ook voor homoseksuele contacten weer op 16 jaar kwam te liggen. In 1989 werd dit verlaagd tot 12 jaar, maar in 2002 weer opgetrokken naar 16 jaar als gevolg van een toenemende onrust over seksueel kindermisbruik.[19]

Nazi-Duitsland

Nuvola single chevron right.svg Zie Homoseksualiteit in nazi-Duitsland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Pink triangle.svg

In nazi-Duitsland waren homoseksuele handelingen strafbaar, maar er was geen gecoördineerd beleid om alle homoseksuelen uit te roeien (zoals dat wel voor de Joden en de zigeuners het geval was), waardoor deze vervolging meer een incidenteel dan een systematisch karakter had. Overigens werden lesbiennes niet op deze manier vervolgd omdat vrouwen volgens Hitler seksueel passief waren. Naar schatting werden 100.000 homoseksuelen op grond van paragraaf 175 geregistreerd of opgepakt. Daarvan werden ongeveer 50.000 mannen veroordeeld, de meesten tot gevangenisstraf of tuchthuis, maar tussen de 10.000 en 15.000 van hen kwamen in een concentratiekamp terecht, waarvan 53% om het leven kwam. Daarnaast werden enkele honderden mannen door de rechter tot castratie veroordeeld.[20] In de concentratiekampen moesten homoseksuelen als herkenningsteken een roze driehoek dragen, dat vanaf de jaren zeventig een geuzenteken in de emancipatiestrijd werd.

Nadat Nederland door de Duitsers bezet was, voerden dezen op 3 augustus 1940 de "Verordening tot bestrijding van tegennatuurlijke ontucht" (Vo 81/40)[21] in. Daardoor werden voortaan ook homoseksuele handelingen tussen volwassenen strafbaar, met een maximale gevangenisstraf van 4 jaar. Omdat deze nieuwe regeling het oude artikel 248-bis overlapte, halveerde het aantal veroordelen op basis van dat artikel van ongeveer 40 naar 20 per jaar. Op basis van Vo 81/40 werden in de eerste drie bezettingsjaren eveneens ruim 20 veroordelingen per jaar uitgesproken. Voor de laatste twee oorlogsjaren is niets gedocumenteerd. Daarnaast zijn minimaal 43 zaken tegen Nederlanders door Duitse rechtbanken behandeld. In totaal zullen dan minstens 160 Nederlandse mannen wegens homoseksuele handelingen door de Duitsers veroordeeld zijn. In de meeste gevallen kregen zij een gevangenisstraf, slechts een enkeling is in een concentratiekamp beland.[22] Daarnaast zijn er nog wel homoseksuelen geweest die in een kamp terechtkwamen, maar dan omdat zij Joods waren of in het verzet zaten, zoals de homoseksuele verzetsstrijder Willem Arondeus. De enige Nederlander die na de oorlog werd erkend als oorlogsslachtoffer vanwege vervolging om zijn homoseksuele geaardheid was de Groninger Tiemon Hofman (1925-1997).[23]

Huidige tijd

In bepaalde delen van de wereld worden ook heden ten dage nog homoseksuelen vervolgd. Sodomie is in landen waar de Islamitische wetgeving Sharia richtinggevend is, een halsmisdrijf. Zo werden op 20 juli 2005 twee Iraanse jongens van 18 en 17 jaar, Mahmud Asgari en Ayez Marhoni, opgehangen nadat hun relatie door hun eigen familie was aangegeven. Behalve in Iran staat op homoseksualiteit de doodstraf in Jemen, Mauritanië, Saoedi-Arabië, Soedan en de Verenigde Arabische Emiraten. Levenslange gevangenisstraffen kunnen worden gegeven in Bangladesh, Guyana, de Maldiven, Nepal, Singapore en Oeganda. In Oeganda werd eind 2009 een wetsvoorstel in behandeling genomen om de straffen aanzienlijk te verscherpen. De doodstraf zou mogelijk worden voor mensen die homoseksuele seks hebben terwijl ze hiv-positief zijn. Om wereldwijd de discriminatie van homoseksuele mannen en vrouwen en aanverwante seksuele minderheden te bestrijden werden in 2006 de Jogjakarta-beginselen geformuleerd.

Juridische positie van homoseksuelen wereldwijd.

██ Niet bekend

Toegestaan

██ Homohuwelijk

██ Andere vorm van partnerschap

██ In het buitenland gesloten homohuwelijk wordt erkend

██ Geen erkenning

Verboden

██ Wettelijke beperking m.b.t. meningsuiting

██ Geringe straf

██ Zware straf

██ Levenslang

██ Doodstraf


Emancipatie en acceptatie

Nuvola single chevron right.svg Zie Homo-emancipatie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De emancipatie van homoseksuelen wordt doorgaans, net als andere emancipatiebewegingen, onderverdeeld in enkele fases:

De eerste fase begon eind 19e eeuw en bestond uit de strijd tegen de wettelijke discriminatie en strafbaarstelling. In veel landen waren homoseksuele handelingen strafbaar, in het buitenland tussen personen van elke leeftijd, in Nederland echter alleen die tussen een meerderjarige en een minderjarige beneden de 21 jaar (volgens art. 248-bis van het Wetboek van Strafrecht). Deze eerste fase van de emancipatie profiteerde onder meer van nieuwe wetenschappelijke inzichten, waardoor homoseksualiteit niet meer als een religieuze zonde, maar als een lichamelijke ziekte of als een psychische afwijking gezien ging worden. Dit betekende dat homoseksuelen er weinig aan konden doen en dat een maatschappelijke veroordeling ervan dus onterecht was. Hierbij speelde het werk van de Duitse seksuoloog en voorvechter van homorechten Magnus Hirschfeld (1868-1935) en de Amerikaanse bioloog Alfred Kinsey (1894-1956), die beiden over de homoseksuele geaardheid publiceerden, een belangrijke rol.

Een van de eerste huwelijksparen van gelijk geslacht in Canada

De tweede fase van de homo-emancipatie begon in de jaren zeventig van de 20e eeuw en ging om het bevechten van gelijke rechten en van een eigen plaats in de samenleving. Er kwamen allerlei activiteiten om bestaande patronen en vooroordelen te doorbreken, zoals de Gay Pride Parades, die sinds de tweede helft van de jaren zeventig in Nederland en België onder de naam Roze Zaterdag plaatsvinden. De vroegere onderdrukking en vervolging werd gememoreerd met de onthulling van het Homomonument in 1987. In combinatie met de seksuele revolutie heeft dit ertoe geleid dat in veel westerse landen homoseksualiteit (zowel de geaardheid als de activiteit) gelegaliseerd werd. Zo is bijvoorbeeld sinds 1990 homoseksualiteit ook niet meer opgenomen in de lijst van geestesziekten van de Wereldgezondheidsorganisatie en bepaalde het Amerikaanse Hooggerechtshof in 2003 dat het verbod op homoseksualiteit ongrondwettig was. Als sluitstuk van deze fase wordt wel de erkenning van het "homohuwelijk" gezien. Dit gebeurde voor het eerst in 2001 in Nederland, waarna in 2003 België volgde en het in 2013 in 15 landen wettelijk mogelijk was om een huwelijk tussen mensen van gelijk geslacht te sluiten. In andere landen waar nog geen homohuwelijk bestaat wordt soms wel al voorzien in een geregistreerd partnerschap.

Als een derde fase wordt gezien het realiseren van sociale acceptatie van homoseksualiteit. Nadat in landen als Nederland de juridische gelijkstelling van homoseksuelen grotendeels voltooid is, wil men vervolgens voorkomen dat homo's, lesbiennes, biseksuelen en transgenders in het sociale leven gediscrimineerd worden. Daartoe wordt onder andere op scholen voorlichting over homoseksualiteit gegeven, om daarmee vooroordelen weg te nemen. Deze fase in de homo-emancipatie kreeg extra noodzaak door een toenemende homofobe macho- en straatcultuur, zowel onder autochtone als onder allochtonen jongeren.

Homocultuur

Straatfeest bij de homocafe's langs de Amstel, ter gelegenheid van Koninginnedag op 30 april 2012
Nuvola single chevron right.svg Zie Homocultuur voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Sinds het einde van de 19e eeuw konden in de westerse wereld homo's en lesbiennes zich door middel van een redelijk succesvolle emancipatiebeweging bevrijden van de eeuwenlange onderdrukking en achterstelling. Daardoor ontstond een kleine, maar veelkleurige homocultuur. Dit is een subcultuur van homoseksuelen, maar ook van lesbiennes, biseksuelen en transseksuelen, die een referentiekader delen van een gezamenlijke geschiedenis en gemeenschappelijke opvattingen, gedragscodes en symbolen en die in de samenleving tot uiting komen in de politiek, kunst, literatuur, media en evenementen.

Er bestaat een reeks van organisaties voor en door homoseksuelen, de meeste met als doel belangenbehartiging, ontmoeting en/of voorlichting. Daarnaast zijn er media, zoals kranten, tijdschriften en websites gericht op homo's en lesbiennes, alsmede websites voor nieuws, discussie en dating:

Voorzieningen in Nederland

De belangrijkste en bekendste voorzieningen voor homoseksuele mannen en vrouwen in Nederland zijn:

Voorzieningen in België

De belangrijkste en bekendste voorzieningen voor homoseksuele mannen en vrouwen in België zijn:

Gay Pride Parade in London op 2 juli 2011

Internationale voorzieningen

De belangrijkste en bekendste internationale voorzieningen voor homoseksuele mannen en vrouwen zijn:

Externe links

Literatuur

Bronnen, noten en/of referenties
  1. straatwoordenboek
  2. Gallup.com: Special Report: 3.4% of U.S. Adults Identify as LGBT (18-10-2012)
  3. "Niet te ver uit de kast - Ervaringen van homo- en biseksuelen in Nederland", Sociaal en Cultureel Planbureau, Den Haag 2012, p. 11 e.v. mede op basis van enquetes uit 2006 en 2010. Zie ook: AT5.nl: 'Aantal homo's in Nederland gehalveerd' (1-8-2012)
  4. O+S Amsterdam: Homo's in Amsterdam (19-6-2009, gearchiveerd op archive.org)
  5. Leon Kaplan, Het Mona Lisa syndroom. Mannen met vrouwelijke gevoelens en hun invloed op cultuur en wetenschap. Den Haag, Tirion, 1990
  6. Zie het artikel hierover op de Engelstalige Wikipedia: [1] Sexual Antagonism
  7. (en) Science Daily: Male Homosexuality Can Be Explained Through A Specific Model Of Darwinian Evolution, Study Shows
  8. Kardinaal Joseph Ratzinger (de huidige paus Benedictus XVI) en aartsbisschop Angelo Amato (3 juni 2003), Considerations regarding proposals to give legal recognition to unions between homosexual persons
  9. Matteüs 5:17-18 NBV
  10. Hierover: John Boswell, "The marriage of likeness: Same-Sex Unions in Premodern Europe", New York 1994; en op de Duitse Wikipedia: Wahlbruderschaft
  11. Zie het artikel op de Duitse Wikipedia: Sodomiterverfolgung
  12. Zie het Engelstalige Wikipedia-artikel Council of Nablus
  13. Zie het Engelse Wikipedia-artikel Buggery Act 1533
  14. Byrne R. S. Fone, "Homophobia: a history", New York 2000.
  15. Theo van der Meer: Sodoms zaad in Nederland, Nijmegen, SUN Memoria, 1995
  16. Gert Hekma, "Homoseksualiteit in Nederland van 1730 tot de moderne tijd", Amsterdam 2004, p. 39.
  17. Gert Hekma, "Homoseksualiteit in Nederland van 1730 tot de moderne tijd", Amsterdam 2004, p. 48.
  18. Theo van der Meer: Sodoms zaad in Nederland, Nijmegen, SUN Memoria, 1995, p. 413-436
  19. Gert Hekma, "Homoseksualiteit in Nederland van 1730 tot de moderne tijd", Amsterdam 2004, p. 105 en 142
  20. Zie de Duitse Wikipedia-pagina Homosexualität in der Zeit des Nationalsozialismus
  21. kb.nl: Verordeningsblad voor het bezette Nederlandse gebied
  22. Zie: Marian van der Klein en Theo van der Meer, "Gevangen in slachtofferschap. Homoseksualiteit en de Tweede Wereldoorlog", in De Gids 170 (2007) 1, 73-84; Gert Hekma, "Homoseksualiteit in Nederland van 1730 tot de moderne tijd", Amsterdam 2004, p. 95 e.v.
  23. BevrijdingIntercultureel.nl: Tiemon Hofman