Feminisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Affiche 'Rosie the Riveter' (Rosie de metaalbewerker) van J. Howard Miller, dat symbool stond voor de zes miljoen werkende vrouwen in de VS tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd later een symbool van het Amerikaanse feminisme

Beluister

(info)

Feminisme - uit het Frans féminisme, van de Latijnse woordstam femina = vrouw - is de verzameling maatschappelijke en politieke stromingen of bewegingen die ongelijke (machts-)verhoudingen tussen mannen en vrouwen kritisch analyseren en vrouwenemancipatie nastreven. Een ander begrip dat in deze wordt gebruikt is vrouwenbeweging. Verschillen tussen mannen en vrouwen die mannen direct of indirect bevoordelen, dienen in deze maatschappijopvatting te worden opgeheven. Het feminisme komt op voor vrouwenbelangen, streeft juridische en feitelijke opheffing na van ongelijkheden tussen mannen en vrouwen, ijvert voor lichamelijke autonomie voor vrouwen en het op een gelijkwaardige en evenwichtige manier onder de aandacht brengen van onderwerpen die belangrijk zijn voor vrouwen en strijdt tegen huiselijk en seksueel geweld. Het feminisme kent vele stromingen die op elkaar bouwen maar soms tegen elkaar gericht zijn.

Politieke ideologieën
Dit artikel is een deel van

de reeks over politiek

Ideologie

Anarchisme
Christendemocratie
Communisme
Communitarisme
Conservatief-liberalisme
Conservatisme
Ecologisme
Fascisme
Franquisme
Feminisme
Islamisme
Klassiek liberalisme
Liberalisme
Libertarisme
Linksnationalisme
Nationalisme
Pan-nationalisme
Progressief liberalisme
Nationaalsocialisme
Neoliberalisme
Sociaaldemocratie
Socialisme

Portaal  Portaalicoon  Politiek

Algemeen - ideologie[bewerken]

Vrouwen zijn eeuwenlang op een andere manier gewaardeerd, beoordeeld en behandeld dan mannen, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, vergoeding voor werk, eigendom, vererving, seksualiteit, deelname aan het openbare leven en kiesrecht. Het mannelijk denken en doen stond centraal, het gedachtegoed dat overheerste was, dat vrouwen "anders" waren en op grond daarvan een andere bestemming, rol en plaats in de maatschappij hadden dan mannen. Tussen mannen onderling bestonden ook grote verschillen op basis van eigendom, seculiere of religieuze macht en afkomst, deze verschillen werden kritisch geanalyseerd en bestreden door bewegingen als het communisme, socialisme en anarchisme. In het feminisme gaat het om alle vormen van onderscheid tussen mannen als klasse en vrouwen als klasse.

Zo werden vrouwen in Nederland en België op grond van wettelijke regels of gewoonten vele eeuwen niet toegelaten tot politiek of openbaar bestuur, tot ambachten en beroepen, school of universiteit, konden de meesten geen zelfstandige rechtshandelingen verrichten, golden democratische rechten niet voor hen en liep vererving via de mannelijke lijn. Werk dat vrouwen deden werd ofwel niet waargenomen, of het werd niet beschouwd als werk en zelden beloond. Werk van mannen stond maatschappelijk in het middelpunt, werd beschouwd als beroep of ambacht, beschermd door regels en beloond in geld of goederen en/of statusverhoging.

In de jaren zeventig van de negentiende eeuw was Aletta Jacobs de eerste vrouw in Nederland die een Hoogere Burgerschool bezocht, studeerde en zich als arts vestigde (1878). In kranten werd ze grof bespot en een van haar broers verklaarde haar voor dood. In België werd het vanaf 1880 voor vrouwen mogelijk te studeren en was Marie Popelin de eerste vrouw met een academische graad. Popelin werd echter geweigerd als advocaat.

Tot het begin van de twintigste eeuw waren vrouwen (net als de meerderheid van mannen) uitgesloten van het kiesrecht. Tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw was het in Nederland gebruikelijk dat vrouwen automatisch hun baan verloren zodra ze in het huwelijk traden, voor vrouwelijke ambtenaren was dit wettelijk vastgelegd. Gehuwde vrouwen waren tot die tijd juridisch handelingsonbekwaam. Tot in de jaren tachtig van de twintigste eeuw hadden gehuwde vrouwen aanzienlijk minder rechten in de sociale zekerheid, was een gewelddaad als verkrachting niet strafbaar wanneer dit door de echtgenoot gebeurde en bestond voor vrouwen geen recht op gelijk loon.

In de meeste landen met een kapitalistisch regime is op dit gebied sinds 1980 veel veranderd in een voor vrouwen positieve richting. In landen waar na 1945 een communistisch staatsbestel werd ingevoerd kregen vrouwen op de terreinen opleiding, werk, inkomen en sociale voorzieningen al snel ongeveer dezelfde rechten als mannen, maar een deel daarvan werd met de herinvoering van het kapitalistische staatsbestel teruggedraaid. Ook in veel andere landen zijn golfbewegingen te zien: na veranderingen die achterstanden van vrouwen wegwerkten, volgen tendensen in een voor vrouwen negatieve richting.

Geschiedenis van het feminisme[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Feministische filosofie

In het westen kent het feminisme een lange geschiedenis, die soms samenviel met strijd tegen andere misstanden zoals slavernij (bijvoorbeeld Sojourner Truth) en de uitbuiting van arbeiders Clara Zetkin.

Buiten Nederland en België hebben de wereldoorlogen grote invloed gehad. Doordat mannen aan het front moesten vechten, werden door gebrek aan mannelijke arbeiders, vrouwen aan het werk gezet in fabrieken. Na de oorlog weigerden vrouwen hun vrijheid en zelfstandigheid op te geven en gedwee terug te gaan naar het "aanrecht". Ook de opkomst van radicale linkse stromingen waaronder het communisme gaf een impuls aan het feminisme. Feminisme beïnvloedde zelfs de mode: in plaats van vrouwelijke kapsels werd het meer en meer mode om korte praktische kapsels te dragen, wat voordien als 'niet damesachtig' werd beschouwd.

Feminisme als beweging - twee golven[bewerken]

Deelname in 2008 aan het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (VN, 1979)

██ Ondertekend en geratificeerd

██ Toegetreden

██ Niet-erkende staat, die zich houdt aan het verdrag

██ Alleen ondertekend

██ Niet ondertekend

Status van vrouwen in de wereld (Lauren Streib, Newsweek 20 September 2011)

Het feminisme als beweging heeft in Nederland en België twee golven gekend:

De strijd voor het recht op abortus was bijvoorbeeld een speerpunt van de groepen Dolle Mina (de naam verwijst naar eerste golf-feminist Wilhelmina Drucker) en Wij vrouwen eisen. Een belangrijke actie was de bezetting van abortuskliniek Bloemenhoeve. De Nederlandse organisatie Man, Vrouw, Maatschappij streed vooral voor gelijkwaardige opleidingsmogelijkheden en salaris. Naar Amerikaans voorbeeld werden er praatgroepen opgericht waar vrouwen ervaringen deelden en maatschappelijke mechanismen analyseerden. Vanuit de Amsterdamse praatgroepenbeweging werd een leegstaande technische school in dienst genomen als vrouwenhuis, andere steden en buurten volgden. Er kwam een vrouwenuitgeverij De bonte was, een vrouwenboekhandel Xantippe, feministische tijdschriften: Vrouwenkrant, Opzij, Thea Tuba; een vrouwendrukkerij Virginia, vrouwenkluscollectief De Karwijven en vrouwenbands Gerania, Linda Luxaflex en -orkesten Ladies of Swing.

Bom-groepen brachten de situatie van alleenstaande vrouwen met kind(eren) onder de aandacht, in VIDO-groepen kwamen vrouwen in de overgang bij elkaar en verzamelden informatie. Er werden landelijk VOS-cursussen opgezet (Vrouwen oriënteren zich op de samenleving), en Eva Bijt Door-groepen om vrouwen inzicht te geven in het functioneren van politiek, wetgeving en bestuur.

Er kwamen actiegroepen en denktanks als Vrouwen tegen seksueel geweld ("Als een meisje nee zegt bedoelt ze nee"), Verschrikkelijke sneeuwvrouw, Strijdijzers, en het Anti-wegwerpvrouw-comitee. Hier stond bewustwording, 'empowerment', het aan de kaak stellen van heersende onjuiste ideeën over vrouwen en vrouwelijk gedrag en het ontwikkelen van nieuwe denk- en gedragsvormen centraal.

Aan de universiteit ontstonden groepen die zich specialiseren op de rol van vrouwen binnen de betreffende vakgebieden, vrouwengeschiedenis en genderstudies zijn hiervan bekende voorbeelden. In de rechtspraktijk kwamen er feministische advocaten en een proefprocessenfonds voor vrouwen. In de politiek gingen vrouwen zich roeren: Hedy d'Ancona, Anneke Goudsmit, Annelien Kappeyne van de Coppello.

Feministische strijdorganisaties[bewerken]

Het feminisme van de tweede golf kende fundamentele kritiek op de beeldvorming over en behandeling van vrouwen in de toen gangbare hulpverlening. Klachten van vrouwen werden bijvoorbeeld te gemakkelijk afgedaan als ‘gezeur’ en ‘vaag’, en met medicijnen onderdrukt. Verhalen over mishandeling, verkrachting, incest of ander seksueel geweld werden niet serieus genomen; hulpverleners veronderstelden al snel dat de vrouw het zelf wel uitgelokt zou hebben, dat ze overdreef, dat dit er nu eenmaal bijhoorde of dat ze fantaseerden. Adviezen waren vaak gebaseerd op niet wetenschappelijk gefundeerde, stereotiepe ideeën over vrouwelijkheid, schoonheid, het huwelijk, mannengedrag, seksualiteit, moederschap en de natuurlijke bestemming van "de" vrouw in het gezin en de huishouding.

In allerlei opzichten werden vrouwenproblemen geïndividualiseerd en gemedicaliseerd, wat onder andere resulteerde in onnodige opnames in de psychiatrie of onnodige verwijdering van baarmoeders. Feministen gingen ervan uit dat het ontstaan van dit soort problemen in eerste instantie niet bij de vrouw zelf lag, maar in de manier waarop de maatschappij was ingericht. Deze zienswijzen en kritiek werden niet alleen in woorden geformuleerd, maar kregen daadwerkelijk vorm door de oprichting van strijdorganisaties. Feministen zetten een landelijk net van wegloophuizen voor mishandelde vrouwen (Blijf van mijn Lijf) op, de telefonische hulpdienst Vrouwentelefoon en de opvang- en informatiedienst Vrouwen tegen Verkrachting. Deze voorzieningen waren alleen toegankelijk voor vrouwen vanuit de gedachte dat er beperkt geld en menskracht was en er bewust voor werd gekozen deze aan vrouwen te besteden. Voorts ging het er om de maatschappij bewust te maken van de onderliggende problemen: vrouwenmishandeling, geweld tegen vrouwen etc. en vrouwen de mogelijkheid te geven ervaringen uit te wisselen. Tenslotte konden zo ervaringen worden verzameld en nieuwe methodieken ontwikkeld.

Al deze organisaties zijn in de loop der jaren opgegaan in gewone hulpverlenende organisaties, vaak onder dwang van subsidiegevers. Hierbinnen bestaat nog een vak vrouwenhulpverlening.

In België kwamen het Vrouwenoverlegkomitee (VOK) en de Nationale Vrouwenraad in de aandacht, naast het grote succes van de "traditionele" vrouwenverenigingen (KAV, SVV, KVLV).

In Nederland waren actiepunten onder andere:

  • de vrouw beslist zelf over een abortus
  • gelijke beloning voor gelijk werk
  • openstelling van alle beroepen en opleidingen voor vrouwen
  • gelijke verdeling van huwelijks-goederengemeenschap bij echtscheiding
  • zichtbaar maken van de rol van vrouwen in de geschiedenis
  • vrouwenmishandeling uitbannen - strafbaar stellen en daders vervolgen
  • seksueel geweld uitbannen - meerdere vormen strafbaar stellen en daders vervolgen

Derde feministische golf: Vanaf de jaren negentig van de twintigste eeuw kwamen er stromingen op die zich benoemden tot derde feministische golf. Onder deze en andere noemers presenteerden zich diverse nieuwe en vernieuwende stromingen in het feminisme. Te noemen vallen:

  • Powerfeminisme; verzet zich tegen veronderstelde slachtofferhouding van feminisme. Hieronder valt ook Girl Power. Feministen van de tweede golf vermoedden dat deze stroming berust op een onjuiste analyse van, dan wel te weinig beschikbare informatie over, de eerdere golven.
  • Feministische bewegingen onder migrantenvrouwen die strijden tegen cultureel en/of religieus gemotiveerde achterstelling van vrouwen afkomstig uit bijvoorbeeld het Caribische gebied, Somalië, Turkije en Marokko.
  • Stromingen van zelfbestemming bij jonge allochtone vrouwen. Vooral vrouwen wier persoonlijk leven zich in een islamitische cultuur afspeelt protesteren tegen heersende ideeën dat zij stelselmatig worden tegengewerkt bij het willen uitdrukken van hun eigen identiteit. Vooral over het in het openbaar dragen van een hoofddoek wordt gediscussieerd. Hoe heviger deze discussie wordt gevoerd, hoe sterker deze jonge vrouwen zich manifesteren om duidelijk te maken dat zij het zelf zijn die er voor kiezen binnen een bepaalde (islamitische) traditie te blijven. Zie verder het hoofdstuk feminisme en Islam.
  • Stromingen die ernaar streven 'sterke vrouwen' binnen de islam / islamitische cultuur door de jaren heen zichtbaar te maken.[1]
  • Stromingen die zich richten op emancipatie van het ouderschap en daar ook mannen, vaders bij willen betrekken (emancipatie, feminisme).[2]
  • Stromingen die zich richten op het vergroten van de keuzemogelijkheden voor vrouwen (en dus niet alleen op de betere deelname aan de arbeidsmarkt)[3]

Stromingen[bewerken]

Binnen het feminisme zijn verschillende stromingen te onderscheiden. Soms wordt een onderscheid gemaakt tussen egalitaire en gynocentrische (ook: differentialistische) stromingen. Belangrijke stromingen: feministisch socialisme (femsoc), anarcho-feminisme en radicaal feminisme - waarvan uitgeverij De Bonte Was de uitdrukking was.

Feminisme was - en is - voor sommige vrouwen een levenswijze. Sommigen wezen elke invloed van een man in hun persoonlijke leven af, sommigen werden bewust ongehuwde moeder (BOM), waarbij de man alleen als zaaddonor een rol had. Anderen wensten niet langer seksuele omgang met mannen te hebben en werden uit principe lesbisch. Deze uiterste vormen van feminisme, als bewuste persoonlijke levenswijze om bij te dragen aan veranderingen in de maatschappij, zijn nooit erg wijd verbreid geweest maar wel belangrijk als beeldvormend voor het feminisme.

Mannen en feminisme[bewerken]

Het feminisme heeft ook altijd mannelijke aanhangers gekend. Een belangrijk voorbeeld hiervan is Friedrich Engels[4]. In Nederland is politicoloog Siep Stuurman een belangrijk onderzoeker en analist die ook feministische onderwerpen behandelde. Tijdens de grote vrouwenstaking smeerden mannen broodjes en pasten op de kinderen. Feministen hebben voor deelname van vaders aan de zorg voor kinderen en het werk in het huishouden gepleit. Vaders maakten van de gelijkheidsidealen, die ook door de egalitair-feministen werden aangehangen, gebruik om meer voor hun kinderen te zorgen en met hen op te trekken. Was het voor de jaren zeventig ondenkbaar dat een man achter de kinderwagen liep, anno 2011 is het geaccepteerd als een vader intensief met zijn kinderen optrekt, of voor ze zorgt. Mannen in volle dienst van het huishouden vormen nog steeds de uitzondering in een overwegend androcentrische samenleving.

Resultaten[bewerken]

Voorbeelden van de resultaten van het feminisme in Nederland zijn:

  • Actief en passief kiesrecht voor mannen en vrouwen, in Nederland in drie stappen voor vrouwen uitgevoerd. In 1917 is het algemeen kiesrecht voor mannen en het passief kiesrecht voor vrouwen ingevoerd. In 1919 kregen vrouwen actief kiesrecht. En ten slotte werd in 1922 het volledig algemeen kiesrecht ingevoerd. Met uitzondering van de SGP hebben alle partijen in Nederland ook vrouwelijke leden en bewindslieden. Ministersposten worden bijvoorbeeld vaak ook door vrouwen bekleed. Alleen de functie van minister-president is in Nederland nog nooit door een vrouw bekleed. En die van Minister van Defensie bleef er tot eind 2012 aan mannen voorbehouden.[5]
  • Het recht op gelijke beloning voor gelijk werk voor mannen en vrouwen. Om dit recht te kunnen uitoefenen als een werkgever niet conform de wetgeving handelt, is er in 1994 in Nederland een Commissie Gelijke Behandeling opgericht, waar vrouwen konden aankloppen om hun recht te verkrijgen.
  • Recht op toegang tot hoger onderwijs, inclusief universitair onderwijs voor vrouwen.
  • Meer deelname van vrouwen in allerlei maatschappelijke organisaties, zoals politieke partijen, kerken en besturen.
  • Mogelijkheid tot medisch verantwoorde abortus, recht op zwangerschapsverlof en bevallingsverlof (later uitgebreid tot ouderschapsverlof dat ook voor mannen beschikbaar is).
  • Verbod op ontslag bij zwangerschap.
  • Strafrechtelijk verbod op verkrachting binnen het huwelijk (1984).
  • Verbeteren van de delictsomschrijving voor verkrachting.
  • Algemene en brede instroming van vrouwen op de reguliere arbeidsmarkt.
  • Afschaffing van het woord "juffrouw" of "mejuffrouw". Vroeger werd dit gebruikt voor ongetrouwde vrouwen, de uitdrukking werd door de feministen als denigrerend gezien, eenzelfde soort onderscheid bestond niet bij mannen. Tegenwoordig wordt elke vrouw "mevrouw" genoemd.
  • Afschaffing van vrouwelijke uitgangsvormen bij namen van beroepen. Directrice werd directeur; kunstenares werd kunstenaar; chauffeuse werd chauffeur, enz. Dit werd aanvankelijk niet door alle feministen als vooruitgang gezien omdat daarmee het vrouwelijke onzichtbaar werd gemaakt. In de tachtiger en negentiger jaren dacht men in het algemeen bij "directeur", "regisseur" of "hoofdredacteur" aan een man.
  • In het algemeen wordt het door feministen als een verworvenheid gezien dat in functies waar door jarenlange bevoordeling van mannen louter of merendeels mannen werken, bij invulling van een opengevallen plaats bij gelijke geschiktheid voor een vrouw wordt gekozen. Anders geformuleerd, dat ongerechtvaardigde voordelen voor mannen werden gelijkgetrokken door positieve discriminatie van vrouwen.

Nog bestaande verschillen[bewerken]

In de praktijk bestaan er aan het begin van de 21ste eeuw nog steeds verschillen tussen man en vrouw, of beperken traditionele opvattingen over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen een actieve betaalde maatschappelijke positie voor vrouwen buiten het huishouden en de positie van mannen binnen het huishouden.

Voorbeelden zijn:

  • Traditionele keuze van studie of beroep. Meisjes worden geacht minder goed te zijn in 'exacte' vakken. Vaak sturen docenten op middelbare scholen de keuze voor een vakkenpakket van meisjes.[6]
  • Traditionele keuze bij de opvoeding van de kinderen. Vaak kiezen echtparen ervoor dat de vrouw na de geboorte van kinderen parttime gaat werken. Soms met als motief dat de vrouw het minste verdient. Hieruit blijkt ook dat bij traditionele echtparen de vrouw minder verdient dan de man.[7]
  • Traditionele keuzes bij het huishouden. Dit uit zich bijvoorbeeld nog steeds in op vrouwen gerichte reclame van bijvoorbeeld schoonmaakmiddelen en huishoudelijke apparatuur. Bovendien heeft huishoudelijke apparatuur een lagere status dan technische apparatuur.[8]
  • Eisen die gesteld worden aan het uiterlijk. Van vrouwen wordt eerder verwacht dat zij er perfect uitzien dan van mannen, dat ze er 'vrouwelijk' uitzien, dat ze make-up gebruiken.[9][10]
  • Eisen aan lichaamstaal en woordgebruik. Een vrouw die machtsbewust is en het spel goed speelt wordt bijna zonder uitzondering omschreven als streber, egoïst, afstandelijk of iron lady. Een man met dezelfde manier van doen is een winnaar, strateeg of slim ondernemer. Een vrouw die nadenkt over beslissingen en raad inwint bij anderen weet niet wat ze wil en is besluiteloos; een man met hetzelfde gedrag, besluit niet overhaast en stelt ondernemerskapitaal of partijpolitiek niet op het spel.[11][12]
  • Positieve aandacht voor het normen- en waardestelsel van 'de oude Grieken en Romeinen' uit een tijd dat in die samenlevingen een patriarchale, oorlogsgestuurde slavenmaatschappij heerste waar vrouwen handelingsonbekwaam waren, geen functies mochten uitoefenen en niet mochten stemmen.[13]
  • Vrouwen verdienen gemiddeld minder dan mannen in vergelijkbare posities.[14][15][16]
  • In hogere en hoogste functies zijn meestal nog steeds uitsluitend, of bijna uitsluitend mannen werkzaam.[17]
  • In media en teksten is een man vaak het uitgangspunt. Hij wordt als eerste genoemd of is referentiepunt.[bron?]
  • Vrouwen nemen vaak achter de schermen beslissingen, geven raad, of hebben ideeën. Mannen krijgen/nemen daarvoor lof en geld. Omgekeerd, als een man op de achtergrond meewerkt wordt zijn naam wel genoemd en krijgt hij een deel van de winst.[11][14]

Actuele situatie[bewerken]

Bij de participatie in verschillende beroepsgroepen, het openbare leven, de media, het bestuur van openbare organen en rechtspersonen bestaat ook tegenwoordig nog geen gelijke verdeling tussen mannen en vrouwen. Eeuwenlang denken in tegenstellingen als "zacht-emotioneel-intuïtief-ontechnisch-verzorgend" en "hard-beheerst-zakelijk-technisch-jagend" is niet in 100 jaar te veranderen. Vrouwelijke studenten kiezen nog steeds vaak uit een bepaalde groep vakken die "soft" wordt genoemd, terwijl mannen vakken kiezen die als "exact" bekendstaan. Maar in mediterrane landen als Italië, Turkije en Iran studeren wel ongeveer evenveel vrouwen als mannen een vak als natuurkunde.

In beroepsgroepen, zoals kapper, verpleger, secretaresse en schoonmaker zijn vrouwen oververtegenwoordigd. Dit soort "vrouwelijke" beroepen wordt minder gewaardeerd en slechter betaald dan soortgelijke functies die door mannen worden bekleed. Als een man schoonmaker is mag hij vaker een wagen of apparaat besturen.[bron?] Beroepen in de bouw en techniek staan nog steeds niet echt open voor vrouwen. Stelsels van functie-omschrijvingen en schaalindelingen bij grote instellingen of cao's werken hier aan mee. Voor traditionele mannenberoepen worden vaak meer functie-trappen ontworpen en daardoor meer mogelijkheden voor carrièrestappen en salarissprongen dan voor traditionele vrouwenberoepen. De CAO Theater kent bijvoorbeeld vijf functietrappen in het segment Techniek en drie in het segment Atelier. Dit zou volgens sommigen te wijten zijn aan een nog steeds aanwezige - doch meer verborgen - discriminatie van vrouwen of anders geformuleerd: eenzijdig voortrekken van mannen.

Beleid en inhoud van oude en nieuwe media wordt overwegend door mannen en mannelijk denken bepaald, op internet zijn bloggers en commentatoren bijna zonder uitzondering man.[bron?] Nederlandse radiozenders hebben weinig vrouwelijke presentatoren, bij popzenders is het uitzonderlijk. Er zijn nauwelijks vrouwelijke dirigenten of regisseurs, auteursrecht-wetgeving bevoordeelt mannen uitzonderlijk.[bron?]

Het feminisme is als sterke maatschappelijke beweging in de westerse wereld aan het eind van de twintigste eeuw vrijwel verdwenen, ondanks nog ogenschijnlijk bestaande ongelijkheden tussen mannen en vrouwen vanuit het oogpunt van een feminist. Het feministisch of emancipatorische gedachtegoed is voor een deel opgenomen in de hoofdstroom van de algemene mensenrechten, zoals zij door de Verenigde Naties worden beschermd. In september 2010 is in het EU-parlement belangrijke regelgeving tegen geslacht-ongelijkheid aangenomen.

Feminisme in religies[bewerken]

Islamitisch feminisme - Binnen de islamitische wereld ontstonden in de loop van de twintigste eeuw feministische bewegingen, dit wordt wel moslimfeminisme genoemd, hoewel veel van de actoren zelf bezwaar tegen deze term hebben. Schrijfsters als de Marokkaanse Fatima Mernissi en de Egyptische arts Nawal el Saadawi verzetten zich in hun werk tegen de onderdrukking en rechtsongelijkheid van de moslimvrouw. Zo is bijvoorbeeld de getuigenis van een moslimvrouw binnen de islamitische wetgeving slechts de helft waard van die van een man, en bij erfenissen heeft zij slechts recht op de helft van waar een man recht op heeft. In sommige moslimlanden worden daarom als concessie enkele oude shariawetten en tradities voorzichtig losgelaten. In Marokko bijvoorbeeld werd eind 2003 een wet aangenomen die vrouwen meer rechten geeft bij echtscheiding en erfeniskwesties.

Christelijk feminisme - Christelijk feminisme is een tak binnen de feministische theologie die het Christendom interpreteert vanuit het oogpunt van gelijkheid van man en vrouw, en die deze gelijkheid als noodzakelijk voor een volledig begrip van het Christendom beschouwt. Christelijke feministen geloven dat God niet discrimineert op basis van geslacht.[18][19]

Kritiek[bewerken]

Het feminisme heeft sinds haar opkomst bloot gestaan aan kritiek uit diverse hoeken van de samenleving. De kritiek is in een aantal aspecten en richtingen te verdelen:

  • Kritiek op de praktische gevolgen van de feministische beweging.
  • Kritiek op het door sommige feministen aangehangen principe van positieve discriminatie
  • Kritiek op extreme feministische opvattingen
  • Kritiek op het feminisme als ideologie
  • Kritiek op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen
  • Kritiek op de gelijkberechtiging van mannen en vrouwen

Deze kritiek uit zich in een aantal verschillende stromingen die zich zowel ter linker als ter rechterzijde van het politieke spectrum begeven en waarbij vaak ook vrouwen zijn betrokken. Zo stellen tegenstanders dat de tweede feministische golf de stabiliteit van gezinnen heeft aangetast. Zij baseren zich hierbij onder andere op het sterk gestegen percentage van echtscheidingen. Verder zou het feminisme hebben geleid tot ongelijke behandeling van mannen, met name tot vaderschapsdiscriminatie. Sommige vrouwenvoorzieningen waren omstreden, zoals de blijf–van–mijn–lijfhuizen [20].

In het eerste decennium van de 21e eeuw wordt het feminisme verweten nauwelijks oog te hebben voor schendingen van vrouwenrechten in de islamitische wereld.[21][22]

Bekende feministen[bewerken]


Historische vrouwen die een symboolwaarde hebben binnen het feminisme:

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. link naar jaarboek vrouwengeschiedenis 2010
  2. Zie: Dossier Emancipatie van het Ouderschap op de WOMEN Inc. website
  3. WOMEN Inc.
  4. Friedrich Engels, De oorsprong van het gezin, van de particuliere eigendom en van de staat, 1891
  5. CV van Jeanine Hennis-Plasschaert op rijksoverheid.nl
  6. National differences in gender–science stereotypes predict national sex differences in science and math achievement
  7. Taakverdeling bij ouders van jonge kinderen. Een onderzoek naar man-vrouw verschillen in het hedendaagse gezin.
  8. Gender and Technology in the making, Cockburn and Ormrod, 1993
  9. Conformity to masculinity-femininity stereotypes and ego-identity in adolescents
  10. http://psycnet.apa.org/journals/psp/61/3/351/
  11. a b JStor, Gender Stereotypes and the perception of male and female candidates, Huddy, Terkildsen, 1993
  12. Sex-role stereotypes and clinical judgments of mental health, Journal of Consulting and Clinical Psychology, Vol 34(1), Feb 1970
  13. Zie o.a. Klassieke Deugden
  14. a b Wage discrimination, reduced form and structural estimates, Journal of Human resources, 1973
  15. Gender Inequality, Income, and Growth: Are Good Times Good for Women? Gender Inequality, Income, and Growth: Are Good Times Good for Women? David Dollar, Roberta Gatti The World Bank, Development Research Group, Poverty Reduction and Economic Management Network, 1999
  16. Pay differences among highly payed:The male-female earning gap in lawyers' salaries
  17. Barriers to Women in Academic Science and Engineering
  18. Haddad, Mimi (Autumn 2006). Egalitarian Pioneers: Betty Friedan or Catherine Booth?. Priscilla Papers 20 (4) .
  19. Anderson, Pamela Sue; Clack, Beverley, Feminist philosophy of religion: critical readings, Routledge, London, 2004 ISBN 0-415-25749-2.
  20. Rudie Kagie, De kinderbeschermers, 2de druk,1986, blz 138
  21. Feministen met een blinddoek, Dirk Verhofstadt, op de website van de liberale denktank Liberales
  22. De derde feministische golf, 2006, door Dick Verhofstadt i.s.m. Yasmine Alias, Ayaan Hirsi Ali, Naima El Bezaz, Irshad Manji, Nahed Selim en Naema Tahir
Andere literatuur
  • Christine Bard, Les Filles de Marianne, Histoire des féminismes, 1914-1940, Paris, Fayard, 1995.
  • Simone de Beauvoir, Le Deuxième Sexe (2 tomes), Gallimard, 1986.
  • Nicole Bédrines, Régine Lilensten, Claude Rose Touati, Idées reçues sur les femmes, coll. « Anthologie de l'humour involontaire », éd. Hier et demain, 1978, 192 p. - ISBN 2-7206-0047-4
  • Pierre Bourdieu, La domination masculine, Seuil coll. Points/Essais, 1998
  • Brownmiller, Susan Against our Will: Men, Women and Rape, Simon and Schuster, 1975 / Fawcett Columbine, 1993
  • Guillaume Carnino, Pour en finir avec le sexisme, Éditions l'échappée, 2005
  • Sylvie Chaperon, Les Années Beauvoir, 1945-1970, Paris, Fayard, 2000.
  • Alexandra David-Néel, le Féminisme rationnel (discours prononcé devant le Congrès des femmes italiennes de 1906, et des textes extr. de la Fronde, 1902-1903). Société Nouvelle, Bruxelles, 1909. Réédition en 2000, en fac-simile, sous le même titre, suivi de l'essai Les femmes, ces immigrées de l'intérieur, de Catherine Lafon. Les Nuits rouges, collection « les Nuits rouges », Paris, 2000. 119 p. ISBN 2-913112-07-2.
  • Christine Delphy, L’Ennemi principal 1, Économie politique du patriarcat, Paris, Syllepse, 1998 (Nouvelles Questions féministes)
  • Antoinette Fouque , « Il y a deux sexes ».Gallimard,collection le Débat 1995,2004 pour une version augmentée et Gravidanza-féminologie II. Editions des femmes, 2007.
  • Friedan, Betty The Feminine Mystique, W.W.Norton, New York, 1963, ISBN 0-393-08436-1
  • Jean Gabard, Le féminisme et ses dérives - Du mâle dominant au père contesté, Les Editions de Paris, 2006.
  • Eliane Gubin (dir.), Le siècle des féminismes, Éditions de l'atelier, 2004
  • Françoise Héritier, Masculin – féminin. Éditions Odile Jacob, Paris. 2 volumes :
  • Dictionnaire critique du féminisme (coordonné par Helena Hirata, Françoise Laborie, Hélène Le Doaré et Danièle Senotier). Presses Universitaires de France, collection « Politique d'aujourd'hui », Paris, 2000. XXX + 299 p. ISBN 2-13-050009-9. Édition revue, corrigée et augmentée (2004), chez le même éditeur, même collection : XXX + 315 p. ISBN 2-13-052417-6.
  • Luce Irigaray, Pouvoirs de l'horreur, Seuil, 1980. ISBN 2-02-006603-3.
  • Luce Irigaray, Spéculum, de l’autre femme, Paris, Minuit, 1974.
  • Julia Kristeva, Ethique de la difference sexuelle, Minuit, 1984.ISBN 2-7073-0680-0
  • Michèle Le Dœuff, Le sexe du savoir, Aubier, Paris, 1998. ISBN 2-08-081461-3
  • Françoise Le Jeune (coord.), Paroles de femmes, histoires de femmes, CRINI, Nantes, 2003, 226 pages, ISBN 2-86939-182-X.
  • Françoise Le Jeune (coord.), Paroles de femmes dans la guerre (1914-1918), CRINI, Nantes, 2005, 217 pages, ISBN 2-9521752-2-5.
  • Selim, Nahed Allah houdt niet van vrouwen, Houtekiet, 2007, ISBN 978-90-5240-958-0
  • Françoise Picq, Libération des femmes, les années-Mouvement, Paris, Seuil, 1993.
  • Christelle Taraud, Les Féminismes en questions - Elements pour une cartographie, entretiens avec Christine Bard, Marie-Hélène Bourcier, Christine Delphy, Eric Fassin, Françoise Gaspard, Nacira Guénif-Souilamas et Marcela Iacub, Paris, Éditions Amsterdam, 2005.