Hoger onderwijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hoger onderwijs is een opleidingsvorm die volgt op het voortgezet onderwijs (in Nederland) of secundair onderwijs (in Vlaanderen). Ze omvat opleidingen aan universiteiten (universitair onderwijs) en hogescholen. De kwaliteit van Nederlandse en Vlaamse opleidingen in het hoger onderwijs wordt bewaakt door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie. Het hoger onderwijs is in Nederland georganiseerd met de wet Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Bolognaverklaring[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Bolognaverklaring voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na de ratificatie van de Bolognaverklaring in 1999 volgen de opleidingen in de Europese Unie in het Hoger onderwijs de Bachelor-masterstructuur.

Het hoger onderwijs kent de volgende structuur:

  • een verkorte tweejarige studie, leidende tot een associate degree;
  • een gebruikelijke drie- of vierjarige bacheloropleiding;
  • al dan niet gevolgd door één of twee of uitzonderlijk meerjarige master-opleiding.

De begrippen komen uit de Amerikaanse onderwijswereld en verwijzen semantisch naar de middeleeuwse academische opleidingsgraden van baccalaureus en magister.

De bacheloropleidingen komen grotendeels overeen met de vroegere graduaat (hogeschool) of kandidaat (universiteit) in Vlaanderen of het hoger beroepsonderwijs in Nederland. De Mastersopleidingen vervangen de vroegere licentiaten, ingenieurs- of artsentitels in Vlaanderen en doctorandustitels in Nederland.

In de Bachelor-Masterstructuur wordt de studiebelasting uitgedrukt in studiepunten volgens het European Credit Transfer System (ECTS). Eén studiejaar komt overeen met 60 studiepunten.

De Nederlandse Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek maakt een onderscheidt tussen initiële en postinitiële opleidingen. Initieel onderwijs wordt bekostigd door de overheid en is voorbereidend op de arbeidsmarkt. Het postinitieel onderwijs bouwt hierop voort. In Nederland zijn er geen postinitiële bacheloropleidingen.[1]

Overig[bewerken]

In Nederland bestaan verschillende organisaties die belangen van studenten in het hoger onderwijs behartigen. Dit gebeurt vooral door de LSVb en het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO). In Vlaanderen gebeurt dit door de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS).

In Nederland en Vlaanderen moeten opleidingen in het hoger onderwijs worden geaccrediteerd door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO).

In Vlaanderen volgden tijdens schooljaar 2005-2006 zowat 163.500 studenten het hoger onderwijs, waarvan ruim één derde (60.866) aan een universiteit.

Zie ook[bewerken]

Portal.svg Portaal Onderwijs

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties