Hoger beroepsonderwijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het hoger beroepsonderwijs, dat wordt afgekort als hbo, is een onderwijsvorm binnen het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen.

Nederland[bewerken]

Hbo-opleidingen worden verzorgd door hogescholen. Zij leiden op tot hogerkaderfuncties binnen het bedrijfsleven en de overheid. In tegenstelling tot universiteiten zijn hbo-opleidingen primair gericht, naast de overdracht van vaktheoretische kennis, op de ontwikkeling van vaardigheden in nauwe aansluiting op de beroepspraktijk.

Hogescholen kunnen zijn onderverdeeld in verschillende organisatorische eenheden, vaak faculteiten genoemd. Binnen een eenheid zijn verschillende opleidingen te volgen. De meeste opleidingen hebben vanaf het derde jaar een specialisatiemogelijkheid, waarbij studenten van dezelfde opleiding kunnen kiezen uit verschillende lesprogramma's. In tegenstelling tot universiteiten, stelt het Hbo een stage of een leerarbeidsplaats verplicht. In het vierde jaar schrijft de student een scriptie of afstudeeropdracht en loopt die, afhankelijk van de opleiding, een stage of heeft die een leerarbeidsplaats. Bij een leerarbeidsplaats komt de student echt in dienst van het bedrijf.

Hbo-opleidingen voor het bachelor-diploma duren meestal 4 jaar van ieder 60 ECTS-studiepunten. Daarvan omvat de voorbereidende fase 1 jaar en de hoofdfase 3 jaar. Er zijn varianten die korter duren, maar dit is bijna alleen het geval bij opleidingen waar de student al een opleiding heeft afgerond in een soortgelijke beroepspraktijk of hij of zij een vwo-diploma heeft behaald. Na het behalen van 240 studiepunten (4 jaar x 60 ECTS) behaalt met het diploma voor de graad van Bachelor (B.), zijnde niveau 6 volgens het NLQF / EQF. Het Hoger beroepsonderwijs kent ook Associate Degree (AD). Hiervoor duurt de studie meestal 2 jaar. Dit is een diploma op niveau 5 van het NLQF / EQF.

De vroegere hbo-titels baccalaureus (bc.) of ingenieur (ing.) mogen in Nederland echter ook nog worden gebruikt. De titel Baccalaureus werd toegekend bij een afgeronde studie aan een hogeschool met een niet-technische of natuurwetenschappelijke achtergrond. In de praktijk gebruikten afgestudeerden zelden deze titel. De titel ingenieur werd toegekend bij een afgeronde studie aan een hogeschool met een technische of natuurwetenschappelijke achtergrond. Deze titel wordt in de praktijk, ook na invoering van het Bachelor/Master-stelsel, nog wèl vaak gebruikt.

Om te studeren aan een hogeschool dient men in principe minimaal over een vooropleiding havo, vwo of mbo niveau 4 te beschikken. In sommige gevallen gelden er aanvullende eisen.

Ook is op sommige hogescholen de zogeheten 21+ regeling van kracht. Deze houdt in dat studenten ouder dan 21 jaar niet over de vooropleidingseisen hoeven te beschikken. Zij kunnen door middel van een toelatingsonderzoek toch toegelaten worden tot een hogeschool.

Iemand die een hbo-(bachelor)diploma heeft behaald kan in principe, na universitaire goedkeuring van een commissie of studieadviseur, een master-studie volgen aan een universiteit. Een aantal Nederlandse universiteiten vereist hierbij wel (bij bepaalde studies, zoals rechten) dat deze persoon eerst een universitaire bachelor (B.A./B.Sc.) behaalt om toegelaten te worden tot de desbetreffende masterfase. Dit omdat studenten met alleen een hbo-bachelor vaak bepaalde academische basiskennis en achtergrond missen die nodig is voor de universitaire masteropleiding. Hbo-bachelors kunnen, na toelating tot de universiteit, deze universitaire bachelorgraad alsnog behalen via een verkort programma (van meestal één jaar). Ook biedt een havodiploma plus een hbo-propedeuse toegang tot het eerste jaar van een universiteit. Vaak stellen universiteiten dan wel aanvullende eisen.

Bekostigd versus particulier hoger beroepsonderwijs in Nederland[bewerken]

  • Bekostigd onderwijs wil zeggen dat deze vorm van onderwijs gefinancierd wordt met geldelijke middelen van de overheid. De student betaalt voor deze vorm van onderwijs een onderwijsbijdrage aan het Rijk, die echter veel lager is dan de werkelijke kosten.
  • Particulier onderwijs wil zeggen dat deze vorm van onderwijs niet gefinancierd wordt met middelen van de overheid, maar door bijvoorbeeld het bedrijfsleven of de student zelf.

Voor deze instellingen gelden dezelfde kwaliteitseisen als voor de bekostigde onderwijsinstellingen. Ook hebben de studenten aan deze scholen recht op studiefinanciering. De collegegelden kunnen daarentegen wel vele malen hoger dan die van het bekostigd onderwijs.

Sinds 2005 neemt ook het particuliere hoger onderwijs deel in het accreditatiestelsel van de NVAO. (Bekostigde hogescholen en universiteiten hadden daarvoor onderling al een stelsel met visitaties.)

Studenten in het HBO & WO in Nederland[1]
Ontwikkeling Aantal Studenten (x1000) Buitenlandse Studenten (2002-2003)

Vlaanderen[bewerken]

In Vlaanderen circuleerde de term hoger beroepsonderwijs (HBO) in een beleidsnota (2007) van de Vlaamse minister van onderwijs. Om verwarring met het Nederlandse hbo te vermijden, noemt men het sedert begin 2009 "HBO5". Het komt immers overeen met het Europese onderwijsniveau 5, waar het Nederlandse hbo overeenkomt met onderwijsniveau 6: Bachelor. Sommige Nederlandse hbo's bieden een 2 jarige opleiding aan aan vergelijkbaar met HBO5 en de titel Associate Degree. In het Vlaamse HBO5 komen opleidingen die voorheen tertiair onderwijs genoemd werden:

Het HBO5 wordt gesitueerd als een kwalificatieniveau tussen secundair en hoger onderwijs.

HBO5 kan georganiseerd worden door ofwel:

De organisatie van het HBO5 werd verder decretaal uitgewerkt op 30 april 2009. Vanaf september 2007 startten alleen reeds sommige opleidingen van het volwassenenonderwijs onder die benaming. Vanaf 2008-2009 startten enkele pilootprojecten, zodat het HBO5 in Vlaanderen volop van start ging in 2009-2010.

Onderwijsbeurs[bewerken]

In Nederland bestaan er diverse beurzen waar scholieren zich jaarlijks kunnen informeren over vervolgstudies aan het hoger beroepsonderwijs.

In Vlaanderen worden deze initiatieven gecoördineerd door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming onder de naam SID-In.

Open dag[bewerken]

Jaarlijks houden de scholen voor hoger beroepsonderwijs een open dag. Toekomstige studenten kunnen zich dan oriënteren op een opleiding en kennismaken met de school en leraren.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Bron: Atlas van het Onderwijs, Noordhoff Uitgevers