Secundair onderwijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portal.svg Portaal Onderwijs

In Vlaanderen is het secundair onderwijs het onderwijs dat in de regel wordt gevolgd tussen 12 en 18 jaar. Het secundair onderwijs volgt op het basisonderwijs en bereidt de leerling voor op verschillende soorten van hoger onderwijs en/of op de arbeidsmarkt.

Vóór de onderwijshervormingen werd de term middelbaar onderwijs gebruikt. In Nederland heet het secundair onderwijs voortgezet onderwijs.

Indeling[bewerken]

Het secundair onderwijs omvat drie deelgebieden:

  • voltijds secundair onderwijs:
    • het gewoon voltijds secundair onderwijs (GSO)
    • het buitengewoon voltijds secundair onderwijs (BuSO)
  • deeltijds secundair onderwijs:
    • deeltijdse leersystemen.

Gewoon voltijds secundair onderwijs[bewerken]

Dit deelgebied bestaat uit zes leerjaren opgedeeld in drie graden van elk 2 leerjaren.

Eerste graad (12/13-13/14)[bewerken]

De eerste graad (ook observatiegraad genoemd) is nog polyvalent.

  • In het eerste leerjaar is er een keuze tussen:
    • 1A, het eerste leerjaar A, bevat een beperkt keuzepakket: Latijn, wetenschappen, handel, technologie, agrotechniek, enzovoort. De meeste leerlingen kiezen 1A.
    • 1B, het eerste leerjaar B, wordt doorgaans gevolgd door leerlingen die in het basisonderwijs moeite hebben met theoretische leerstof. Soms zijn het ook leerlingen die uit het buitengewoon basisonderwijs komen. Slechts ca 6% van de leerlingen start zijn secundair onderwijs in 1B.
  • In het tweede jaar is er keuze tussen:
    • 2A, het tweede leerjaar A, na een eerste leerjaar A, hebben de leerlingen een beperkt keuzepakket. Er wordt in feite al een opdeling gemaakt tussen meer theoretische studies en meer praktische richtingen.
    • 2B(VL), het beroepsvoorbereidend leerjaar, waarnaar de meeste leerlingen van 1B overstappen. Nadien volgen ze meestal BSO.

Als de eerste graad ondergebracht is in een instelling met een eigen directie, spreekt men van een middenschool.

Tweede graad (14/15-15/16)[bewerken]

Vanaf de tweede graad, of oriëntatiegraad, onderscheiden we vier onderwijsvormen:

Binnen die onderwijsvormen is er een uitgebreid aanbod aan studierichtingen.

Vanaf dan is ook deeltijdonderwijs mogelijk.

Derde graad (16/17-17/18)[bewerken]

In de derde graad, of determinatiegraad, groeit de leerling naar een meer definitieve studie- of beroepskeuze:

  • Na het 6e jaar ASO, TSO of KSO kan een vorm van hoger onderwijs gevolgd worden aan een hogeschool of universiteit naargelang de opleiding in kwestie
  • Na het 6e jaar BSO kan nog een zevende specialisatiejaar worden gevolgd, om de aansluiting op de arbeidsmarkt te vergemakkelijken. In het BSO geeft dit het diploma van secundair onderwijs. Met dit diploma krijg je toegang tot het hoger onderwijs.
  • Ook na het TSO en KSO bestonden tot 2008-2009 nog zevende specialisatiejaren. Zij worden nu heringericht in het Se-n-Se ("Secundair na secundair") als opleidingen die één, twee (één schooljaar dus) tot drie semesters kunnen duren. Er wordt een nauwe samenwerking met de bedrijfswereld of andere beroepssectoren beoogd, maar verder studeren naar hoger onderwijs is ook nog steeds mogelijk.

In het schooljaar 2005-2006 volgden ca 40 % van de leerlingen ASO, 2 % KSO, 27 % TSO en 31 % BSO. Samen maken dit een kleine 300.000 leerlingen uit vanaf de tweede graad tot de derde graad.

Wie het secundair onderwijs met succes afmaakt krijgt na het zesde jaar ASO, KSO of TSO of na het zevende jaar BSO het diploma secundair onderwijs. Dit geeft van rechtswege toegang tot alle vormen van hoger onderwijs, uitgezonderd de studies waarvoor een numerus clausus of bijkomende toelatingseisen bestaan, zoals de academische opleiding arts of tandarts of bepaalde kunstopleidingen.

Vierde graad BSO[bewerken]

Tot 2008-2009 bestond er in het BSO nog een vierde graad BSO, vooral als opleiding in de verpleging. Deze wordt omgevormd tot HBO5, en behoort niet meer tot het secundair onderwijs.

Buitengewoon voltijds secundair onderwijs[bewerken]

Het buitengewoon secundair onderwijs is gegroeid uit het gehandicaptenonderwijs en bestaat uit acht verschillende types voor verschillende soorten handicaps: visuele, motorische, licht-mentale, auditieve handicaps, enzovoort. Ook zijn er verschillende vormen, ofwel gericht op integratie in het gewone arbeidscircuit, of gericht op meer beschermde vormen van wonen en werken.

In Nederland wordt deze onderwijsvorm speciaal onderwijs genoemd.

Deeltijds secundair onderwijs[bewerken]

In de deeltijdse leersystemen worden leren en werken gecombineerd. We onderscheiden hierin:

  • de leerovereenkomst in de middenstandsopleiding (Syntra-opleidingen). Hier zoekt de leerling een patroon, waar hij vier dagen per week het beroep op de praktijkvloer leert. Eén dag per week volgt de leerling nog algemene en beroepsgerichte vorming in een Syntra-lesplaats. Sinds 2010 krijgen de leerlingen die deze opleidingsvorm volgden ook het diploma van secundair onderwijs.
  • deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO). Hier schrijft de leerling zich in een centrum voor deeltijds onderwijs in, en volgt er één dag praktijkvakken en één dag maatschappelijke vorming, wat een combinatie van schoolse vaardigheden zoals taal, rekenen, enzovoort is, en zelfredzaamheidstraining. De resterende tijd zoekt hij werk, eventueel in arbeidsvervangende tewerkstellingssystemen.

Externe links[bewerken]