Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Niveaus in het
voortgezet onderwijs
in Nederland
Praktijkonderwijs

vmbo

lwoo
Basisberoepsgerichte leerweg
Kaderberoepsgerichte leerweg
Gemengde leerweg
Theoretische leerweg (mavo)

havo
vwo

Atheneum
Gymnasium
Portaal  Portaalicoon  Onderwijs

Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, meestal afgekort tot vmbo, is een van de vier vormen van voortgezet onderwijs in Nederland. De scholieren op het vmbo worden wel vmbo'ers of vmbo-leerlingen genoemd.

Het vmbo bestaat sinds 1999 en omvat wat voorheen de mavo en het vbo was. In de Wet op het voortgezet onderwijs (art. 21) en de Wet voortgezet onderwijs BES (art. 44) is bepaald dat een school of scholengemeenschap die zowel mavo als vbo aanbiedt, in het maatschappelijk verkeer de aanduiding ‘vmbo’ mag hanteren.

Het vmbo sluit, net als de havo en het vwo, aan op de basisschool, en duurt vier jaar (leeftijd: 12-16 jaar). Van alle scholieren in het voortgezet onderwijs in Nederland zit meer dan 60 procent op het vmbo. Daarbij zijn inbegrepen de leerlingen die leerweg ondersteunend onderwijs volgen. Van de overige gaat zo'n 20 procent naar het vwo (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs), zo'n 20 procent naar de havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs) en een klein percentage naar het praktijkonderwijs.

Vso-scholen (voortgezet speciaal onderwijs) kunnen ook dit soort onderwijs geven, dat dan 4 of 5 jaar duurt (leeftijd: 12-17, 18, 19 of 20 jaar). De leerlingen moeten dan of staatsexamen doen, of examen doen op een school voor voortgezet onderwijs waar ze tot het eindexamen worden toegelaten, ook al staan ze er niet ingeschreven. (Vergelijkbaar met extraneus.)[1]

De Vlaamse pendant van het vmbo is het beroepssecundair onderwijs (bso).

Ontstaansgeschiedenis[bewerken]

Voorheen had men het voorbereidend beroepsonderwijs (vbo), het lager beroepsonderwijs (lbo), het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs (mavo) en sommige vormen van voortgezet speciaal onderwijs.[2] Het vmbo is een samenvoegsel van deze leervormen. De plannen voor het vmbo werden ontwikkeld door PvdA-staatssecretaris Netelenbos, tijdens het Kabinet-Kok I. In 1999 voerde het Kabinet-Kok II de onderwijsvorm daadwerkelijk in, onder het VVD-ministerschap van Loek Hermans.

In Caribisch Nederland werd het vmbo geïntroduceerd in 2011. Dit onderwijstype vervangt het vsbo (voorbereidend secundair beroepsonderwijs) dat in 2002 door de Nederlandse Antillen werd opgericht en de mavo en het bvo (beroepsvoorbereidend onderwijs) verving.

Leerwegen[bewerken]

Leerwegsectoren in het VMBO (2011-2012) [3]

Het vmbo biedt vier leerwegen in het voortgezet onderwijs die toeleiden naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Deze hebben de oude differentiatie van onderwijsvormen vervangen. De leerwegen binnen het vmbo verschillen vooral in de mate waarin de praktijk een plaats heeft in het onderwijs. Van meest praktisch naar meest theoretisch gerangschikt zijn de volgende leerwegen te onderscheiden:

  • Basisberoepsgerichte leerweg (BB) De basisberoepsgerichte leerweg is bestemd voor leerlingen die vooral praktisch ingesteld zijn. Qua theoretische belasting is deze leerweg minder zwaar dan de kaderberoepsgerichte leerweg, vandaar ook de benaming. De leerlingen doen examen in vier algemene vakken en een beroepsgericht vak. Het examenprogramma voor deze leerweg is minder uitgebreid en meer praktisch dan dat van de andere leerwegen.
  • Kaderberoepsgerichte leerweg (KB) De kaderberoepsgerichte leerweg wordt net als de basisberoepsgerichte leerweg gegeven op de vroegere vbo’s. Deze leerweg is voor leerlingen die theoretische kennis het liefst opdoen door praktisch bezig te zijn. De benaming verwijst naar het feit dat de leerlingen al bezig zijn met een opleiding die in zijn geheel gericht is op een functie op kaderniveau (niveau 3 of 4 in het mbo). De leerling doet examen in vier algemene vakken en een beroepsgericht vak of programma met een omvang van 960 uur. De kaderberoepsgerichte leerweg kan vaak ook geassocieerd worden met de voormalige vbo-mavo-c, waarbij vooral mavo-c wordt bedoeld. Tussen vmbo-kbl-examens en -lesstof en vmbo-tl-examens en -lesstof zijn er vaak overeenkomsten in de vragen en de moeilijkheidsgraad ervan.
  • Gemengde leerweg (GL) De gemengde leerweg is bedoeld voor leerlingen die op zich weinig moeite hebben met studeren, maar zich ook al gericht willen voorbereiden of oriënteren op bepaalde beroepen. De benaming ‘gemengde leerweg’ betekent dus een combinatie van theoretisch (algemeen) en praktisch (beroepsgericht) onderwijs. Leerlingen doen examen in vijf algemene vakken, en een beroepsgericht vak. De gemengde leerweg is qua niveau gelijk aan de theoretische leerweg. Het programma en het examen van de algemene vakken zijn precies gelijk aan dat van de theoretische leerweg. Naast de vijf algemene vakken kiezen leerlingen een beroepsgericht programma van 320 uur. Dit bestaat uit een beroepsgericht vak binnen de sector die de leerling heeft gekozen, zoals het vak elektrotechniek binnen de sector techniek, of het vak verzorging binnen de sector zorg en welzijn. Er zijn, vooral in de gemengde leerweg, ook intersectorale programma’s. Dat zijn beroepsgerichte programma’s die breder zijn dan één sector.
  • Theoretische leerweg (TL) De theoretische leerweg en de sectoren van de mavo hebben, samen met de gemengde leerweg, qua cognitieve vakken, het hoogste niveau. Deze leerweg is niet gericht op een bepaalde beroepskeuze. Vandaar de benaming ‘theoretische leerweg’. De leerlingen doen examen in zes algemene vakken zoals diverse talen, geschiedenis, wiskunde enzovoorts.

Sectoren[bewerken]

Overzicht van de vakken en profielen in de Theoretische Leerweg van het VMBO.

Het vmbo is onderverdeeld in sectoren. Er zijn vier verschillende sectoren: Economie, Techniek, Zorg en Welzijn, Landbouw (de groene sector).

Het onderwijs in de theoretische leerweg bestaat voor elke sector uit:

  • een gemeenschappelijk deel, dat voor alle sectoren gelijk is,
  • een sectordeel, dat kenmerkend is voor die sector, en
  • een vrij deel, dat bestaat uit door de leerling te kiezen vakken en andere programma-onderdelen.

Het gemeenschappelijk deel van de theoretische leerweg omvat:

Het sectordeel van de theoretische leerweg omvat wat betreft:

  • de sector techniek: wiskunde en natuur- en scheikunde I (NASK1),
  • de sector zorg en welzijn: biologie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, maatschappijleer II, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde, met dien verstande dat de school mag bepalen welke van de laatste drie vakken wordt of worden aangeboden,
  • de sector economie: economie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, Franse taal, Duitse taal (Europees Nederland) of Spaanse taal (Caribisch Nederland),
  • de sector landbouw: wiskunde en, ter keuze van de leerling, biologie of natuur- en scheikunde I.

Het vrije deel van de theoretische leerweg

Afdelingen/programma’s[bewerken]

Binnen de leerwegen vmbo (Basisberoepsgerichte, Kaderberoepsgerichte en Gemengde Leerwegen) zijn de sectoren weer onderverdeeld in afdelingen en programma’s, zoals:

Sector Techniek
Bouwtechniek (timmeren, metselen, schilderen en meubelmaken), Elektrotechniek, Grafische techniek, Installatietechniek, Metaaltechniek, Transport en logistiek, Voertuigentechniek. Intrasectorale programma’s: Bouwtechniek-breed, Techniek-breed, Instalektro, Metalektro.
Sector Zorg en welzijn
Uiterlijke verzorging, Verzorging. Intrasectorale programma’s: Zorg en welzijn breed, Sport Dienstverlening en Veiligheid.
Sector Economie
Administratie, Consumptief horeca, Consumptief bakken, Economie, Handel en verkoop, Mode en commercie. Intrasectorale programma’s: Consumptief-breed en Handel.
Sector Landbouw
Landbouw en natuurlijke omgeving, Plantenteelt, Groene ruimte, Bloembinden en -schikken, Dierhouderij en -verzorging, Verwerking agrarische producten, Agrarische bedrijfseconomie, Agrarische techniek en Landbouw breed.

De theoretische leerweg lijkt het meest op de oude mavo-D. Evenals de oude mavo kent de theoretische leerweg geen praktische vakken. De basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen lijken op het oude vbo (voorbereidend beroepsonderwijs), maar heeft in vergelijking met het vbo meer theoretische vakken. Het vmbo is geen eindopleiding. Het vmbo bereidt leerlingen voor op een vervolgopleiding (mbo).

Een groter praktijkgehalte betekent niet automatisch een lager niveau. Zo leiden de kaderberoepsgerichte, de gemengde en de theoretische leerweg in principe op naar hetzelfde niveau van vervolgopleidingen in het mbo. In de praktijk komen leerlingen uit de kaderberoepsgerichte leerweg wel vaker op een lager niveau terecht. Tussen de gemengde en de theoretische leerweg is er geen enkel niveauverschil.

Leerlingaantallen[bewerken]

Aantallen leerlingen en verdeling naar geslacht in 2010[4]

Afdelingen/programma’s leerlingen mannelijk vrouwelijk mannelijk (%) vrouwelijk (%)
Landbouw 16 284 7 654 8 630 47% 53%
Zorg en welzijn 32 274 3 872 28 402 12% 88%
Economie 33 933 18 663 15 270 55% 45%
Techniek 32 274 29 692 2 582 92% 8%
Intersectorale programma’s 12 507 7 754 4 753 62% 38%

Aantal leerjaren[bewerken]

In de eerste twee leerjaren volgen de leerlingen de basisvorming. In het derde en vierde leerjaar van het vmbo maken de leerlingen toetsen en praktische opdrachten, die meetellen voor het schoolexamen. Welk gedeelte van de stof wanneer en hoe getoetst wordt en de weging van die toetsen wordt van tevoren vastgelegd in het programma van toetsing en afsluiting, PTA. Dit PTA moet elk jaar voor 1 oktober bij de Onderwijsinspectie zijn ingeleverd.

Aan het einde van het vierde jaar zijn er praktische en schiftelijke eindexamens. De BB en KB-leerlingen krijgen voor de beroepsgerichte vakken het zogenaamde cspe (centraal schriftelijk en praktisch examen). Het examen voor de avo-vakken (algemeen vormend onderwijs) worden voor BB-leerlingen met de computer afgenomen. Voor de KB-leerlingen wordt het examen nog schriftelijk afgenomen. In 2010 zijn scholen in de gelegenheid gesteld om aan een pilotproject mee te doen, waarbij voor de kaderberoepsgerichte leerweg de avo-vakken met behulp van een computer worden afgenomen.

Begeleiding[bewerken]

Voor leerlingen die extra begeleiding nodig hebben voor het behalen van een diploma in een van de leerwegen van het vmbo is er het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo).
Leerlingen die veel moeite hebben met de theorievakken, maar toch graag een diploma willen halen, volgen het leerwerktraject. Een opleiding in het vmbo waarbij de leerling veel buiten de school leert (bij een bedrijf of instelling). De leerling dient aan het einde van zijn opleiding maar een gedeelte van het examen te doen (minimaal Nederlands en het beroepsgerichte vak). De leerling ontvangt dan wel een volwaardig BB-diploma, maar kan alleen doorstromen in dezelfde sector, niveau 2. Ook dient er een afspraak of contract te zijn tussen de afleverende school (vmbo) en de ontvangende school (ROC/AOC).

Het nieuwe leren[bewerken]

Hoewel scholen vrij zijn in het kiezen en vormgeven van hun eigen onderwijs, promootte de overheid in 1998 onder de naam studiehuis een (facultatieve) didactische vernieuwing, die een decennium later een vervolg kreeg in Het nieuwe leren. Hierbij wordt van de leerling meer zelfstandigheid verwacht in het schoolwerk en in het leren, en is er minder directe aansturing door de docent. Deze didactische benaderingen worden geassocieerd met minder klassikaal lesgegeven en met zelfstandig werkende leerlingen op grote open leerpleinen, waar leerlingen individueel of groepsgewijs werken aan hun ontwikkeling. De docent wordt hier vaak begeleider, coach, werkmeester of leermeester genoemd. Menige vmbo-school voerde een of meer veranderingen in de onderwijsorganisatie in in de lijn van studiehuis of Het nieuwe leren; andere scholen hielden hun aanpak bij het oude.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Wet op het voortgezet onderwijs
  2. Het vmbo is het afvalputje van het onderwijs, Trouw zet "de feiten" op een rij, Trouw, 28 februari 2005
  3. Kennisbank Bèta Techniek -- Platform Bèta Techniek
  4. Centraal Bureau voor de Statistiek