Spaans

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Spaans (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Spaans.
Spaans (idioma español, castellano)
Gesproken in Spanje, Grote delen van Latijns-Amerika, Equatoriaal-Guinea, Filipijnen, Westelijke Sahara, Verenigde Staten (voornamelijk in het zuiden)
Sprekers 406 miljoen moedertaal, 600 miljoen totaal
Rang 2 (als moedertaal)
Taalfamilie

Indo-Europees

Dialecten
Creoolse talen
Alfabet Latijns
Officiële status
Officieel in

Vlag van Spanje Spanje
Vlag van Argentinië Argentinië
Vlag van Bolivia Bolivia
Vlag van Chili Chili
Vlag van Colombia Colombia
Vlag van Costa Rica Costa Rica
Vlag van Cuba Cuba
Vlag van Dominicaanse Republiek Dominicaanse Republiek
Vlag van Ecuador Ecuador
Vlag van El Salvador El Salvador
Vlag van Equatoriaal-Guinea Equatoriaal-Guinea
Vlag van Guatemala Guatemala
Vlag van Honduras Honduras
Vlag van Mexico Mexico
Vlag van Nicaragua Nicaragua
Vlag van Panama Panama
Vlag van Paraguay Paraguay
Vlag van Peru Peru
Vlag van Venezuela Venezuela
Vlag van Uruguay Uruguay.
Ook in:
Vlag van Puerto Rico Puerto Rico
Afrikaanse Unie
Vlag van Europa Europese Unie
Vlag van de UZAN Unie van Zuid-Amerikaanse Naties
Vlag van de VN Verenigde Naties

Taalorganisatie Asociación de Academias de la Lengua Española (Real Academia Española)
Taalcodes
ISO 639-1 es
ISO 639-2 spa
ISO 639-3 spa
Portaal  Portaalicoon   Taal
Spaans

Spaans (español) of Castiliaans (Spaans: castellano) is een Romaanse taal en, in termen van moedertaalsprekers, na het Chinees de meest gesproken taal ter wereld.[1][2] Voor 406 miljoen mensen is Spaans de moedertaal, terwijl nog eens 180 miljoen Spaans als tweede taal spreken. De historische oorsprong van de taal ligt in Spanje maar de meeste sprekers zijn tegenwoordig in Latijns-Amerika te vinden.

Geschiedenis[bewerken]

Het Spaans stamt af van het vulgair Latijn, de taal van de Romeinen, die het Iberische schiereiland gedurende 700 jaar bestuurden. Onder invloed van het Keltiberisch, Baskisch, Visigotisch en later ook het Arabisch heeft de taal zich uit het Latijn ontwikkeld. Opvallende verschillen zijn het wegvallen van de Latijnse naamvallen, het verzachten van medeklinkers (vita werd vida) en het diftongeren van korte klinkers (terra werd tierra).

Politieke verbrokkeling op het Iberisch Schiereiland en de verschillende substraten leidden tot het ontstaan van verschillende verwante talen zoals het Portugees en het Galicisch, die tot op de dag van vandaag bestaan, en het Mozarabisch, de aan het Spaans verwante taal die werd gesproken door de Spaanse christenen die in islamitisch gebied leefden. Het Catalaans heeft zich niet uit het Spaans ontwikkeld, maar is afzonderlijk uit het vulgair Latijn ontstaan. Omdat het Spaans oorspronkelijk de taal was van Castilië, wordt de taal in Spanje zelf doorgaans aangeduid met 'Castiliaans' (Castellano). De eerste teksten in het Spaans dateren uit de 9e eeuw. Het Cantar de mio Cid, uit de 12e eeuw, is een van de oudste lange teksten in het Spaans.

Het eerste woordenboek werd geschreven in 1492, het jaar waarin Christoffel Columbus Amerika ontdekte, wat het begin van de verspreiding van het Spaans als wereldtaal betekende. (De landen die tegenwoordig Spaanstalig zijn, worden gemeenschappelijk de Hispanidad genoemd.) Sedertdien hebben de uitspraak en de woordenschat zich in de oude en de nieuwe wereld verschillend ontwikkeld. In hetzelfde jaar werden ook nog eens de Joden uit Spanje verdreven, zodat het Joodse Spaans, beter bekend als Ladino, zich tot een derde variant ontwikkelde.

In de zeventiende eeuw onderging de taal een aantal klankverschuivingen die grotendeels aan het Latijns-Amerikaanse Spaans en het Ladino voorbij zijn gegaan. Daarom staat het Latijns-Amerikaans dichter bij het Spaans van 1492 dan dat van nu. In 1713 werd de Real Academia Española opgericht, waarmee binnen Spanje de eenheid van de taal bevorderd werd. De huidige standaardtaal is grotendeels gebaseerd op het dialect uit de omgeving van Toledo.

In Spanje werden de andere talen in 1714 met de opkomst van de dynastie van het Huis Bourbon verboden en hebben opeenvolgende despoten ze in verschillende periodes min of meer actief vervolgd, waardoor ze gaandeweg aan sprekers verloren. De laatste in die rij was de dictator Francisco Franco, die hele anderstalige bibliotheken liet verbranden en de Guardia Civil boetes liet uitschrijven voor iedereen die anders sprak. Sinds het herstel van de democratie in 1975 hebben de andere Spaanse talen opnieuw een officieel grondwettelijk statuut gekregen en is hen duidelijk nieuw leven ingeblazen. Andere talen in Spanje zijn onder anderen: Catalaans, Galicisch en Baskisch. Door de aanwezigheid van deze talen binnen de Spaanse rijksgrenzen, wordt tegenwoordig de benaming 'Spaans' voor de taal als politiek incorrect beschouwd en spreekt men in het land van 'Castiliaans'.

Verwantschap[bewerken]

Het Spaans behoort tot de Romaanse talen, en daarbinnen tot de Ibero-Romaanse talen. Deze talen (o.a. Portugees, Asturisch, Galicisch en Ladino) worden voornamelijk op het Iberisch Schiereiland gesproken en zijn zo verwant dat een spreker van een van deze talen de andere talen vrij goed kan verstaan. Het Portugees en het Spaans lijken qua grammatica en woordenschat erg op elkaar. Er wordt geschat dat de talen voor 89% dezelfde woordenschat hebben.

Het Spaans is ook verdere familie van alle andere Romaanse talen als het Frans, Italiaans, Roemeens, Catalaans en enkele kleinere talen.

Varianten[bewerken]

Het Spaans kent zowel in Spanje zelf als in Latijns-Amerika verschillende varianten die soms aanzienlijk van elkaar verschillen.

In Spanje zelf valt de noord-zuidverdeling op. Het Spaans uit Noord-Spanje wordt over het algemeen als het zuiverste beschouwd. Noord-Spanje is het enige gebied waar het verschil in uitspraak tussen de y en de ll gehandhaafd wordt, hoewel het ook daar aan het verdwijnen is. De accentverschillen tussen de verschillende regio's zijn opvallend en maken het makkelijk iemands herkomst te herkennen. Het Andalusische accent kenmerkt zich doordat de c (of de z) en de s beide als s uitgesproken (seseo) uitgesproken worden, behalve dan in Granada en omgeving waar ze juist als c (als de Engelse th) klinken (seseo), in het buitenland wel bekend als de 'vuile' uitspraak. Een ander typisch kenmerk voor het zuidelijke accent is het inslikken van medeklinkers (España wordt vaak uitgesproken als Ehpaña). Naast deze regionale varianten worden er in Spanje ook nog andere Romaanse talen gesproken: Galicisch, Catalaans, Astur-Leonees, Aragonees en Aranees. Daarnaast is er nog het Baskisch dat geen Romaanse taal is maar geheel op zichzelf staat.

Het Spaans van Latijns-Amerika verschilt qua woordenschat, uitspraak en grammatica van dat van Spanje. Het Latijns-Amerikaanse Spaans is zonder uitzondering yeísta, dat wil zeggen dat er geen verschil in uitspraak is tussen y en ll. In het grootste deel van Latijns-Amerika worden beide als y (Nederlands: j) uitgesproken, terwijl ze in het Rioplatensisch-Spaans van Argentinië en Uruguay als sj worden uitgesproken. Llamar (roepen) wordt in Spanje dus uitgesproken als ljamar, in Argentinië en Uruguay als sjamar en in de rest van Latijns-Amerika als jamar. Evenmin als in Andalusië bestaat er in Latijns-Amerika verschil tussen de s en de c. Hierdoor menen sommige linguïsten dat het Spaans van Latijns-Amerika sterk is beïnvloed is door het Spaans van Andalusië. Het is echter waarschijnlijker dat deze verandering zich autonoom heeft voorgedaan: nadat Latijns-Amerika was veroverd door de Spanjaarden hebben generaties Indianen het Spaans als vreemde taal aangeleerd, waarbij het verschil tussen ll en y en tussen s en c, vervallen is. In het Spaanstalig Caribisch gebied en de Canarische Eilanden is de wederzijdse beïnvloeding door massale emigratie en remigratie in de 20e eeuw door Canariërs duidelijk merkbaar. Het zuidelijke accent en de zuidelijke woordenschat hebben een enorme impact gehad op het Caraïbisch-Spaans dat daardoor sterke gelijkenis vertoont met het Canarisch-Spaans. Verder wordt in Andalusië, op de Canarische Eilanden en in Latijns-Amerika het woord vosotros (jullie) met bijbehorende vormen nooit gebruikt. Hiervoor gebruikt men ustedes, dat daarnaast ook als meervoudsvorm van 'u' dienst doet. In Spanje heeft ustedes uitsluitend deze formele betekenis.

Ook binnen Latijns-Amerika bestaan er veel varianten doordat de verschillende substraattalen de woordenschat beïnvloed hebben. Het Mexicaans-Spaans heeft bijvoorbeeld veel woorden uit het Nahuatl opgenomen, en het Andes-Spaans uit het Quechua. Ook verschillende groepen immigranten hebben hun bijdrage geleverd; de opvallende uitspraak van de ll en y in Argentinië en Uruguay wordt wel toegeschreven aan de grote hoeveelheid ingeweken Italianen. In het Rioplatensisch-Spaans en in het Centraal-Amerikaans Spaans, dat in de republieken van Centraal-Amerika en het zuiden van Mexico wordt gesproken, gebruikt men voor de tweede persoon enkelvoud vos in plaats van tú (dit verschijnsel wordt voseo genoemd). In andere delen van de Spaanstalige wereld wordt deze vorm als archaïsch ervaren, vergelijkbaar met het gebruik van 'gij' in het Nederlands. Verder wordt er in de gehele grensstreek met Brazilië het Portuñol gesproken, een combinatie van Spaans en Portugees met veel varianten.

Gabriel García Márquez heeft eens verklaard dat het Colombiaans-Spaans de helderste uitspraak heeft, hoewel anderen weer beweren dat het Mexicaans-Spaans helderder is. Het Caraïbisch-Spaans geldt als de slechtst verstaanbare variant, omdat de sprekers veel medeklinkers inslikken. Over het algemeen is het Latijns-Amerikaanse Spaans conservatiever dan dat van Spanje; dat geldt met name voor de vormen die in de binnenlanden worden gesproken.

De taal heeft in Equatoriaal-Guinea en andere voormalige Spaanse koloniën in Afrika vergelijkbare veranderingen ondergaan als in Latijns-Amerika, maar bezit onder invloed van het Frans en de Afrikaanse talen ook weer heel eigen kenmerken.

Uitspraak en spelling[bewerken]

Ook vreemde woorden worden veelal fonetisch geschreven, chauffeur wordt chofer

De uitspraak en spelling zijn, in vergelijking met die van veel andere talen, vrij eenvoudig. De spelling is vrijwel fonetisch: er is voor het grootste deel een een-op-eenrelatie tussen het schrift en de uitspraak.

Wie de basisregels van de spelling en uitspraak leert, kan na enige oefening iedere tekst probleemloos uitspreken. Wel zijn er natuurlijk verschillende dialecten en streektalen.

Opsomming van letters[bewerken]

Spaans Klinkt als Voorbeeld
a tussen a en aa. Er bestaat géén open / gesloten lettergreep abrir (openen)
falda (rok)
b, v begin van woord: als b. midden van woord: iets zachter Barcelona
abuelo (opa)
c voor e of i: als de Engelse th (s in Latijns-Amerika)
overige gevallen: k
cerveza (bier)
casa (huis)
ch als de Engelse ch als in "checkpoint" (tsj) hecho (gemaakt, gedaan)
d tussen klinkers als th in 'this' (Engels)

meestal stom aan het eind van een woord

ciudad (stad)
e tussen e en ee. Er bestaat géén open / gesloten lettergreep pero (maar)
perito (deskundige, technicus)
perro (hond)
perrito (hondje)
f f feliz (gelukkig)
alfabeto (alfabet)
g als de Engelse, Duitse of Franse g: "girl", "gut", "garçon"
voor i of e als Nederlandse g
ganar (winnen; verdienen (geld))
gente (mensen), Gijón
gu in de combinaties gue en gui als de Engelse of Franse g: "girl", "garçon", de u wordt in deze combinaties dus niet uitgesproken guerra (oorlog)
gw (g als in garçon, w als in het Engels "watch"). Komt alleen voor in de combinaties güe en güi, om een uitzondering te maken op de regel hierboven. desagüe (afwatering)
h wordt niet uitgesproken
hotel, prohibido (verboden),
hu w (als in Washington)
huevo (ei),
i
ie
ie
ie-e (1 lettergreep)
ilimitado (onbegrensd)
fiebre (koorts),
j als Nederlandse g trabajo (werk)
k komt bijna niet voor, behalve in "kilo": k kilogramo (kilogram)
kilómetro (kilometer)
ll (LL) in Noord-Spanje: palatale l, in Zuid-Spanje en het grootste deel van Latijns-Amerika: j, in Argentinië en Uruguay: sj calle (straat)
m m margarita (madeliefje)
calamar (inktvis)
n n novia (bruid)
sandía (watermeloen)
ñ nj mañana (morgen)
o tussen òh, ô, en oo: tussen o in hok, hond en groot barco (boot)
mayor (ouder; grootste)
p p para (naar)
aprender (leren)
qu k. Na de q wordt altijd een u geschreven, die nooit wordt uitgesproken. Daarna komt altijd een e of i. Quito
por qué (waarom)
porque (omdat)
r kort uitgesproken met de tongpunt tegen de tanden, aan het begin van een woord langer caro (duur)
rr langer uitgesproken r, regionaal in Mexico ook zj perro (hond)
s erg scherpe s serio (ernstig)
fresa (aardbei)
t t, tong drukt tegen achterkant van tanden tarde (middag)
parte (deel)
u oe, niet uitgesproken in de combinaties gue, gui en qu uno (één)
agua (water)
v zie b
x gs, in Mexico vaak g of s, in Cuba vaak als ks México (buiten Mexico ook geschreven als Méjico), conexión (verbinding)
y vaak als i, maar tussen twee klinkers als j. In Cuba vaak als dj estoy leyendo (ik ben aan het lezen)
z als de Engelse th (s in Latijns-Amerika), wordt nooit gevolgd door e of i (behalve in de naam van de letter: zeta) zapatero (schoenmaker)
marzo (maart)

De letters e en i[bewerken]

Uit het bovenstaande blijkt dat sommige letters verschillend worden uitgesproken voor een e of i. De volgende tabel toont een samenvatting.

Spelling uitspraak voor e of i uitspraak in andere posities
j g g
g g als g in goal
gu als g in goal als g in goal + oe
als g in goal + oe komt niet voor
z komt niet voor als Engelse th
c als Engelse th k
qu k komt niet voor
De ñ (eñe) is een typisch Spaanse letter

Het alfabet[bewerken]

Het alfabet heeft 27 letters. Het alfabet ziet er zo uit:

A, B, C, D, E, F, G, H, I, J, K, L, M, N, Ñ, O, P, Q, R, S, T, U, V, W, X, Y, Z. De letter Ñ is anders dan in de Nederlandse taal.

De letters CH en LL werden tot voor kort als aparte letters beschouwd maar zijn door de Real Academia Española officieel uit het alfabet geschrapt.

Letters met dezelfde uitspraak[bewerken]

Er zijn enkele paren van letters die op dezelfde manier worden uitgesproken, maar meestal is er wel een aanwijzing welke letter men moet gebruiken.

  • Er is geen verschil in uitspraak tussen de y (i griega) en de i (i latina). De i wordt altijd gevolgd of voorafgegaan door een medeklinker - anders schrijft men een y.
  • Er is geen verschil in uitspraak tussen c (voor e of i) en z. Een z wordt nimmer gevolgd door e of i (behalve in zeta, de letter z)
  • Er is geen verschil in uitspraak tussen c (niet voor e of i) en qu. Qu wordt altijd gevolgd door e of i.

Er zijn eigenlijk maar drie gevallen waarin een woord met een bepaalde uitspraak op twee manieren kan worden geschreven:

  • De b en de v klinken gelijk. Staan ze niet aan het begin van een woord, dan is de v iets zachter, bijna een w, maar dat verschil is bijna niet te horen.
  • Er is ook geen verschil tussen g (gevolgd door e of i) en j.
  • De h wordt niet uitgesproken en vaak om historische redenen geschreven in woorden als helado (ijsje) en hierro (ijzer). Een woord begint nooit met ue-, maar kan wel met hue- beginnen.

Klemtoon[bewerken]

De ligging van de klemtoon is afhankelijk van de eindletter van een woord.

  • Eindigt een woord op een klinker, -n of -s, dan ligt de klemtoon op de voorlaatste lettergreep, tenzij er maar een lettergreep is.
  • Eindigt een woord op een medeklinker, behalve -n of -s, dan ligt de klemtoon op de laatste lettergreep.

In alle andere gevallen staat er een accentteken op de beklemtoonde klinker (bijvoorbeeld fármaco (geneesmiddel), Córdoba).

Een combinatie van twee klinkers (waaronder een i, u of y) is een tweeklank en geldt voor de bepaling van de klemtoon als een enkele lettergreep.

Soms is een accentteken nodig om een tweeklank te scheiden. Schrijft men dia, dan is dat een woord van één lettergreep, ongeveer met de uitspraak dja. De combinatie ia vormt immers een tweeklank. Door een accentteken op de i te zetten, dus día, geeft men aan dat de klemtoon op de i ligt: uitspraak die-a. De tweeklank is nu geen tweeklank meer, het woord heeft twee lettergrepen en de klemtoon ligt op de voorlaatste lettergreep. Het accentteken blijft echter nodig.

Een accentteken wordt soms ook gebruikt om homoniemen van elkaar te onderscheiden, bijvoorbeeld como (ik eet) en ¿Cómo? (wat?).

Alle vraagwoorden hebben een accent. Bijvoorbeeld:

Wat denk jij ervan? ¿Qué tú crees? qué = wat (vragend voornaamwoord)
Denk je dat je grappig bent? ¿Crees que eres divertido? que = dat (voegwoord)
Waar zijn we? ¿Dónde estamos? dónde = waar (vragend voornaamwoord)
De stad waar we zijn La ciudad donde estamos donde = waar (voegwoord)

Dubbele medeklinkers[bewerken]

In het algemeen zijn er geen dubbele medeklinkers, bijvoorbeeld oficina, interesante. Uitzonderingen zijn ll en rr, die anders klinken dan l en r, en cc in woorden als accidente en acción, en nn, dat alleen voorkomt wanneer voorvoegsels die eindigen op -n geplaatst worden voor een woord dat begint met n- zoals in connotación.

De dubbele r klinkt wat langer dan een enkele r. Aan het begin van een woord wordt r geschreven en rr uitgesproken. Het gevolg is soms dat een r verdubbeld wordt als een woord een voorvoegsel krijgt. Bijvoorbeeld: pre + romano = prerromano (voor-romeins) en portorriqueño (Puerto Ricaans, uit Puerto Rico).

Geografische spreiding[bewerken]

Landen en gebieden waar Spaans een officiële taal is

Spaans is een officiële taal in de volgende landen (Nota bene: Niet alle per land aangegeven inwoners hebben het Spaans als moedertaal):

  1. Mexico: 114,8 miljoen (2011)
  2. Colombia: 46,9 miljoen (2011)
  3. Spanje: 46,3 miljoen (2011)
  4. Argentinië: 40,8 miljoen (2011)
  5. Peru: 29,4 miljoen (2011)
  6. Venezuela: 29,3 miljoen (2011)
  7. Chili: 17,3 miljoen (2011)
  8. Guatemala: 14,8 miljoen (2011)
  9. Ecuador: 14,7 miljoen (2011)
  10. Cuba: 11,3 miljoen (2011)
  11. Bolivia: 10,1 miljoen (2011)
  12. Dominicaanse Republiek: 10,1 miljoen (2011)
  13. Honduras: 7,8 miljoen (2011)
  14. Paraguay: 6,6 miljoen (2011)
  15. El Salvador: 6,2 miljoen (2011)
  16. Nicaragua: 5,9 miljoen (2011)
  17. Costa Rica: 4,7 miljoen (2011)
  18. Puerto Rico (afhankelijk gebied van de Verenigde Staten): 3,7 miljoen (2011)
  19. Uruguay: 3,4 miljoen (2011)
  20. Panama: 3,6 miljoen (2011)
  21. Equatoriaal-Guinea (enige Afrikaanse land dat Spaanstalig is): 0,7 miljoen (2011)

Van bovengenoemde landen zijn de meeste eentalig, met alleen Spaans als officiële taal. Uitzonderingen hierop zijn Bolivia (met Quechua en Aymara die eveneens officieel zijn), Equatoriaal-Guinea (Frans), Paraguay (Guaraní), Peru (Quechua en Aymara) en Spanje zelf (Catalaans, Galicisch, Baskisch, Aragonees, Asturisch en Aranees). In andere landen bestaan soms omvangrijke gemeenschappen die andere talen dan het Spaans als moeder- of omgangstaal gebruiken (voorbeelden: verscheidene Indianentalen in Mexico en het Guaraní en Quechua in Argentinië).

In de Verenigde Staten heeft het Spaans ongeveer 40 miljoen sprekers. Het grootste deel hiervan is immigrant, maar er is ook een deel dat afstamt van de Spaans-Mexicaanse bevolking die in het zuidwesten van de Verenigde Staten leefde toen dit door de Amerikanen werd veroverd. In Nieuw-Mexico is het Spaans als officiële taal erkend, evenals in Puerto Rico. Verder wordt het Spaans gesproken door aanzienlijke gemeenschappen in Brazilië, Belize, Guyana, de Filipijnen, Marokko de Westelijke Sahara en de Nederlandse Antillen. In geen van die landen en gebieden is het echter officieel. Ook in het aan Spanje grenzende Andorra en Gibraltar is het Spaans niet erkend (daar zijn respectievelijk Catalaans en Engels de officiële talen).

Zie ook[bewerken]

Logo Wikibooks
Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Cursus Spaans (in opbouw).
Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Lewis, M. Paul, Gary F. Simons & Charles D. Fennig (eds.). 2013. Ethnologue: Languages of the World (17e editie), Dallas, Texas: SIL International. Geraadpleegd 14 april 2014.
  2. (sv) Världens 100 största språk 2010, Nationalencyklopedin, 2010. Geraadpleegd 14 april 2014.
Wikipedia-logo-v2.svg Zie de Spaanse uitgave van Wikipedia.
Icoontje WikiWoordenboek Zoek Spaans op in het WikiWoordenboek.
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek