Ladinisch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ladinisch
Sprekers 39.098 (2011)
Taalfamilie

Indo-Europese talen

Taalcodes
ISO 639-3 lld
Portaal  Portaalicoon   Taal
Opschrift in het Ladinisch. Vertaling: "Een goede herberg, goed gezelschap, iedereen bezoekt hem graag, oud en jong."

De naam Ladinisch, Ladin of Ladino (niet te verwarren met het Sefardische Ladino) is een van de Reto-Romaanse talen of variëteiten.

Oorsprong[bewerken]

Het Ladinisch stamt af van het Volkslatijn (Vulgairlatijn), een verbasterde vorm waarin de Keltische bevolking van de Alpengebieden de taal van de Romeinen had overgenomen rond het begin van de jaartelling. Na het wegvallen van het Romeinse gezag vermengden deze zogenaamde Alpenromanen zich in de noordelijke Alpengebieden sinds de vijfde eeuw n.C. met binnenkomende Germaanse stammen als de Allemannen (later Zwaben genoemd) en de Bajuwaren (later Beieren genoemd). Zij gingen toen grotendeels over op Germaanse en vervolgens Oud-Duitse dialecten. Hun cultuurtaal werd uiteindelijk het Hoogduits. In de Alpendalen die zich zuidwaarts naar de Povlakte uitstrekken, bleven Volkslatijnse dialecten bestaan tot in de moderne tijd, tot ze werden geabsorbeerd door het Italiaans. In delen van het Zwitserse kanton Graubünden handhaafde het Volkslatijn zich als een officieel erkende taal Reto-Romaans. In de noordoostelijke Italiaanse provincie Friuli onderging de taal een zekere veritaliaansing, maar het Friulisch heeft daar nog steeds een sterk eigen karakter behouden. In de dalen van de Dolomieten werd heette de taal Ladinisch. Ze werd gaandeweg steeds verder door het Italiaans teruggedrongen, maar nog zo'n 30.000 mensen[1] , woonachtig in het grensgebied tussen de provincies Zuid-Tirol en Trentino en de grensstreken van deze provincies met de regio Veneto, spreken de taal.

Geografische verbreiding[bewerken]

Het Ladinische taalgebied behoorde tot 1918 tot het graafschap Vorstelijk Graafschap Tirol en later het kroonland Tirol binnen Oostenrijk-Hongarije. Daarna werd dit taalgebied, samen met het Duitse van Zuid-Tirol door Italië geannexeerd. In recente tijd is het de taal van school en openbaar bestuur geworden in de gemeenten Wolkenstein (Sëlva), St. Ulrich (Urtijëi), St. Christina (Santa Cristina), Abtei (Badia), Kurfar (Corvara), Enneberg (Maréo), St. Martin in Thurn (San Martin de Tor), Wengen (La Val), Canazei (Cianacei), Vigo di Fassa (Vich) und Pozza di Fassa (Poza), alle gelegen in de regio Trentino-Südtirol. Geen taalrechten hebben de Ladiners in de gemeenten Cortina d’Ampezzo, Livinallongo del Col di Lana, en Colle Santa Lucia waar zij als minderheid wonen. Deze gemeenten zijn na 1918 afgescheiden van Trentino-Südtirol en horen nu bij de regio Venetië.

In de plaats Vigo di Fassa zijn een museum en een studiecentrum voor de Ladinische taal en cultuur gevestigd.

Regio's waar de taal gesproken wordt.
Bronnen, noten en/of referenties