Indo-Europese talen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

De Indo-Europese talen (vroeger Indo-Germaanse talen genoemd) vormen een grote taalfamilie. Indo-Europese talen worden over vrijwel de hele wereld gesproken, maar vinden veelal hun oorsprong in Europa en Zuidelijk Azië. De grootste subgroepen (in aantallen sprekers) zijn:

Classificatieschema van de huidige en (bekende) uitgestorven Indo-Europese talen e.d.

Ook Latijn en Oudgrieks, die op het gymnasium worden onderwezen, zijn Indo-Europese talen.

In totaal heeft bijna de helft van alle mensen op aarde een Indo-Europese taal als moedertaal. Daarnaast kennen veel mensen een Indo-Europese taal als tweede taal. Het vaakst is dit Engels, dat veel wordt gebruikt in de internationale handel en politiek en de lingua franca van de hele huidige wereld is. Op grond van deze talen is een hypothetische vooroudertaal (proto-taal) geconstrueerd, het Proto-Indo-Europees, vaak afgekort tot PIE.

Inhoud

[bewerken] Onderverdeling

Vroeger was de meest elementaire tweedeling van de Indo-Europese talen de indeling in kentum- en satemtalen, respectievelijk genoemd naar het woord voor 100 in het Latijn (centum, oorspronkelijke uitspraak kentum) en het Avestisch, een Iraanse taal (satəm). Deze palatalisatie van velaren is een van de kenmerkende verschillen tussen de beide Indo-Europese subgroepen. Deze klankverschillen werden vooral gezien als een geografisch onderscheid. De kentum-talen werden in het westen gesproken en de satəm-talen in het oosten. Deze indeling kwam echter op losse schroeven te staan toen men in het begin van de 20e eeuw het Tochaars ontdekte. Dit is een van de meest oostelijk gesproken Indo-Europese talen, maar toch een kentumtaal.

[bewerken] Reconstructie

1rightarrow.png Zie Taalreconstructie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Germaanse talen, waartoe ook het Nederlands behoort, behoren tot de kentumtalen, hoewel dat niet direct is te onderkennen. De 'k' heeft zich in de Germaanse talen namelijk via lenitie verder ontwikkeld tot een 'h'-klank. Het Nederlandse woord honderd is dan ook etymologisch verwant met het Latijnse centum (uitspraak 'kentum'), zoals ook hond en hoofd' en hebben verwant zijn met canis, caput en capere.

Uit het Proto-Indo-Europees, de gereconstrueerde voorouder van de Indo-Europese talen, zijn deze taalfamilies ontstaan (in chronologische volgorde) (K toont kentum-talen, S satem-talen, is uitgestorven):


Een aantal Indo-Europese talen dat in de oudheid werd gesproken is onvoldoende bekend om het goed in dit schema te passen. Dit geldt voor:


[bewerken] Geschiedenis

Verspreiding van het PIE in het midden van het 3e millennium v.Chr.
Verspreiding van het PIE in het midden van het 2e millennium v.Chr.
Verspreiding in ongeveer 500 v.Chr.
Verspreiding na het Romeinse Rijk en de Grote Volksverhuizing
Oranje: landen met een meerderheid van sprekers van IE talen. Geel: landen waar een IE taal officiële status heeft.

Het is niet zeker waar het Proto-Indo-Europees zijn oorsprong heeft. De meeste theorieën daarover plaatsen de woonplaats van de sprekers van het Proto-Indo-Europees ergens ten noorden van de Zwarte Zee rond 6000 jaar geleden. Men spreekt in dat verband wel van de Koergan-expansie. De verspreiding ging gelijk op met die van het paard, daarvoor is genoeg bewijs. In India, West-Europa of Anatolië (bos en bergen) waren 7000 jaar geleden geen paarden. Ze waren nog wild op het gras tussen Polen en Mongolië. Het temmen en houden raakte net in zwang in Zuid-Rusland, een dun bevolkt gebied met wat landbouw langs de rivieren. Terzelfdertijd was in Bulgarije al duizenden jaren landbouw en een vrij grote bevolking, met handel, scheepvaart, goud, zilver, koper, fraai aardewerk, schrift-achtige symbolen, grote huizen in grote dorpen op slecht verdedigbare plekken, geen teken van hiërarchie of oorlog. Dan verschijnt 6500 jaar geleden een uniforme cultuur van West-Siberië tot Oost-Oekraïne, met wapens en dondergod. En 6300 jaar geleden de inval in Bulgarije, waarbij van de cultuur praktisch niets overblijft, en heuvelforten verschijnen. Een klein legertje volstond om het paradijs over te nemen; de helden hadden hun handen vol aan de bevolking en aan elkaar. Het gaat pas 800 jaar later verder als een volgende golf over de eerste heen komt, en over West-Oekraine, en richting Perzië. (Gimbutas, Mallory). Er is ook een hypothese dat de verspreiding van de Indo-Europese talen te danken is aan de ontdekking van de landbouw in Anatolië, deze negeert echter geheel het paard en de invasie uit Zuid-Rusland in Bulgarije. Een glottochronologisch onderzoek van 2003 van Russel D. Gray en Quentin D. Atkinson heeft een stamboom van de taalfamilie opgeleverd met schattingen voor de verschillende aftakkingen van de boom. De schattingen voor de oudste aftakking, die naar de Anatolische groep, ondersteunen duidelijk de Anatolische hypothese. Er is echter een aantal aftakkingen rond 7000-6000 jaar geleden. Het is daarom goed mogelijk dat de familie eerst in Anatolië ontstaan is, maar dat een groep die het gebied later verlaten heeft verantwoordelijk was voor een Koergan-expansie. Het artikel van Gray en Atkinson is echter zeer omstreden onder specialisten op het gebied van het Indo-Europees. De methode die ze gebruiken is zeer onnauwkeurig. Zolang er geen veel nauwkeuriger analyse van de Anatolische theorie is lijkt de Koerganhypothese waarschijnlijker. Volgens een eveneens omstreden theorie is het Proto-Indo-Europees ontstaan als tak van een nog oudere en grotere prototaal, het Nostratisch.

[bewerken] Literatuur

  • Beekes, R.S.P. Comparative Indo-European Linguistics: an Introduction, John Benjamins Publishing, 1995.
  • Gimbutas, Marija Civilisation of the Goddess, 1991.
  • Mallory, J.P. In Search of the Indo-Europeans
  • Meier-Brügger, Michael Indo-European Linguistics. With contributions by Matthias Fritz and Manfred Mayrhofer. Berlin/New York: de Gruyter, 2003. 386 pages. ISBN 3-11-017433-2.
  • Language-tree divergence times support the Anatolian theory of Indo-European origin, Russel D. Gray & Quesntin D. Atkinson, Nature 426, 435-439
  • Stevenson, V., Atlas van de Europese talen, Het Spectrum 1989.

[bewerken] Zie ook


Persoonlijke instellingen