Normandië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pont de Normandie, de brug over de Seine
Kaart van Normandië

Normandië (Frans: Normandie Normandisch: Nourmaundie) is een (natuurlijke) regio in Noordwest-Frankrijk, gelegen langs het Kanaal tussen Picardië en Bretagne.

Inleiding[bewerken]

Het is een historische Franse provincie, die bestaat uit de regio's Haute-Normandie aan de benedenloop van de Seine, waar de Pont de Normandie de rivier de Seine overspant en het westelijker gelegen Basse-Normandie inclusief het schiereiland Cotentin. Tot Haute-Normandie behoren de departementen Seine-Maritime en Eure, terwijl Basse-Normandie bestaat uit de departementen Orne, Calvados en Manche.

Geschiedenis[bewerken]

Noormannen[bewerken]

Normandië ontleent zijn naam 'Normandië', land van de Noor(d)mannen, aan de Noormannen oftewel Vikingen. De Vikingen of Noormannen waren Germanen afkomstig uit Scandinavië die een Noord-Germaanse taal spraken en vanaf ongeveer 800 grootschalig overvallen en plundertochten ondernamen in Europa. Ook het toenmalige Frankische Rijk werd het slachtoffer en de Kanaalkust werd zelfs gekoloniseerd door Noormannen. Hun leider Rollo kreeg in 911 het hertogdom Normandië in leen van de Westfrankische koning Karel de Eenvoudige. De Vikingen waren echter in aantal maar een kleine bovenlaag heersend over de oorspronkelijke bevolking van Normandië, die sinds de tijd der Romeinen Romaanstalig waren. De nieuwe heersers vermengden zich met de al aanwezige Romaanstalige aristocratie door onder andere onderlinge huwelijken. Binnen een paar generaties spraken hun nakomelingen, bekend als Normandiërs alleen nog maar 'Normandisch' wat in essentie een Romaans dialect is. Zo sprak ook Rollo's nakomeling Willem de Veroveraar Normandisch.

Verovering van Engeland[bewerken]

Nadat deze Willem de Veroveraar in 1066 Engeland had veroverd, vormden de Normandische edelen de nieuwe toplaag in Engeland. Zij beïnvloedden diepgaand de Angelsaksische taal, waaruit tenslotte het moderne Engels ontstond. Na de slag bij Bouvines (1214) verloor de Engelse koning Jan zonder Land (die als afstammeling van Rollo ook hertog van Normandië was) het hertogdom aan de Franse koning.

Omdat Engeland veroverd was vanuit Normandië, is Engeland op papier nog eeuwenlang in leen gebleven van de Franse koningen. In de praktijk was hier echter niets meer van te merken.

De Engelsen zouden Normandië heroveren in 1346, aan het begin van de Honderdjarige Oorlog, na de slag bij Crécy en in 1415, na de slag bij Azincourt. In het laatste decennium van die oorlog verloren de Engelsen Normandië definitief. De Kanaaleilanden, die tot Normandië behoord hadden, zouden echter Engelse kroondomeinen blijven.

Verovering van Sicilië en Zuid-Italië[bewerken]

Reeds sinds de jaren 30 van de 11de eeuw waren Normandische krijgers geland in Zuid-Italië. Een gebied dat op de breuklijn lag van 3 mogendheden: de pauselijke staten, Byzantium en de Moren. De 3 zonen van Tancred van Hauteville, een Normandische edelman, slaagden erin om ook in Zuid-Italië vaste voet aan de grond te krijgen, door onder meer een leger uit de Duitse gebieden, ter hulp geroepen door de paus, te verslaan. Eén van die zonen was Robert, bijgenaamd "Guiscard". Robert Guiscard was de grondlegger van een Normandische dynastie en eerste hertog van Apulië. Zijn stiefbroer Rogier I, zou op vraag van de paus, Sicilië veroveren op de Moren. Uiteindelijk groeiden Napels, Apulië en Sicilië uit tot een Normandisch koninkrijk onder Rogier II, hetwelk zou uitgroeien tot het machtigste uit de Middeleeuwen ten tijde van de kruistochten. Wanneer Italiaanse historici vandaag nog spreken over "il regno", bedoelen zij daarmee het Sicilië onder de Normandiërs. Ook hier pasten de Normandiërs hun beproefde recept van verovering en consolidatie toe. En Sicilië groeide al snel uit tot een multi-etnisch koninkrijk met een hoge graad van tolerantie. Koning Rogier II en zijn nazaten stelden zich op als mecenassen van de wetenschap, filosofie en kunst en vrijheid van godsdienst was verzekerd onder hun heerschappij.

Nieuwe tijd[bewerken]

Normandië was reeds een toeristische bestemming in het begin van de 19e eeuw. In de zomer van 1825 telde Dieppe al een 600-tal Engelse residenten. In 1830 illustreerde de Britse schilder William Turner een eerste toeristische gids over Normandië: "Romantic Normandy". Door de industriële revolutie groeiden de steden buiten proportie. Men kreeg een behoefte aan natuur, verse lucht, water, rust. Dankzij de ontwikkeling van een spoorwegnetwerk vanuit Parijs naar Dieppe, Étretat en andere bestemmingen werden nieuwe badplaatsen gecreëerd zoals Trouville en Deauville.

Normandië speelde in de Tweede Wereldoorlog een hoofdrol vanwege de landing van de geallieerde troepen op D-Day (6 juni 1944) in het kader van Operatie Overlord. In de daaropvolgende gevechten leden met name de steden Caen en Saint-Lô zware schade. In augustus 1944 waren de ergste gevechten voorbij, maar pas op 12 september werd Le Havre bevrijd.

Demografie[bewerken]

In Normandië wonen 3,3 miljoen mensen. De grootste steden zijn Rouen, Le Havre, Caen, Cherbourg en Évreux. Rouen was ooit de hoofdstad van geheel Normandië. Nu is het die van Haute-Normandie, terwijl Caen de hoofdstad van Basse-Normandie is.

Cultuur[bewerken]

De streek heeft culinair een bekende klank als producent van bekende kazen als de camembert, de pont l'Évêque en de livarot, van de appels en van dranken als calvados, cider en pommeau. Een klein deel van de bevolking spreekt de Normandische streektaal nog.

Toerisme[bewerken]

Normandië telt niet alleen een massa toeristische bezienswaardigheden maar ook vier werelderfgoed-monumenten en -sites: de Mont-Saint-Michel (3 miljoen bezoekers per jaar), het wandtapijt van Bayeux uit de 11e eeuw, het centrum van Le Havre dat door de architect Perret na de Tweede Wereldoorlog werd heropgebouwd en de natuurlijke site van het eiland Tatihou. Ook mogen we de "niet te missen" overige sites, zoals die van de landingsplaatsen-stranden van D-Day (1,7 miljoen bezoekers voor het Amerikaanse kerkhof van Colleville-sur-Mer), het huis en de tuin van de impressionistische Franse schilder Claude Monet in Giverny (485 000 bezoekers in 2010) en de befaamde klippen van Étretat niet vergeten.

Buitenlandse bezoekers komen hoofdzakelijk uit Groot-Brittannië (951 000 overnachtingen in 2010), gevolgd door de Nederlanders (743 000 overnachtingen in 2010) en tenslotte de Belgen (405 000 overnachtingen in 2010).

Afkomstig uit Normandië[bewerken]

Externe links[bewerken]