Utah Beach

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Utah Beach
Onderdeel van de Tweede Wereldoorlog
De landingen op Utah Beach
De landingen op Utah Beach
Datum 6 juni 1944
Locatie Pouppeville, La Madeleine, Frankrijk
Resultaat Geallieerde overwinning
Strijdende partijen
Flag of the United States.svg Verenigde Staten Flag of German Reich (1935–1945).svg Duitsland
Commandanten
Flag of the United States.svg Raymond O. Barton
Flag of the United States.svg Theodore Roosevelt jr.
Flag of German Reich (1935–1945).svg Karl-Wilhelm von Schlieben
Flag of German Reich (1935–1945).svg Dietrich Kraiss
Troepensterkte
32.000 Onbekend
Verliezen
200 doden en gewonden Onbekend

Utah Beach was de codenaam van het meest westelijke van de stranden die waren uitgekozen om te gebruiken tijdens de landing in Normandië. Utah Beach is gelegen tussen Poupeville en La Madeleine, aan de oostkust van het schiereiland Cotentin. Het strand was toegewezen aan de Amerikaanse 4e Infanteriedivisie onder leiding van brigadegeneraal Theodore Roosevelt jr., zoon van oud-president Theodore Roosevelt.

Het plan was om vier golven soldaten op de stranden af te sturen, voorzien van enkele pantservoertuigen en met vuursteun van de marine. De twintig landingsvaartuigen van de eerste golf zetten op precies de afgesproken tijd de tocht in naar de stranden. De landingsvaartuigen werden begeleid door boten met machinegeweren die de mijnen moesten laten exploderen. Ongeveer op Uur H waren de landingsvaartuigen tot op 273 meter van het strand genaderd. Zij schoten rooksignalen af als teken dat het mitrailleurvuur moest stoppen. Op Uur H werden de landingsbruggen naar beneden gelaten en waadden 600 soldaten tot hun middel in het water de resterende 100 meter naar het strand, waar ze enkele minuten later aankwamen. Tegenstand was er bijna niet, aangezien de Duitsers hier geen aanval verwachtten; er waren enkel een paar reserve eenheden aanwezig.

Hoewel de landing een groot succes werd, landde enkele minuten later het Eerste Bataljon 1280 meter zuidelijker bij het gehucht La Madeleine. Dit kon ernstige gevolgen hebben voor het verloop van de landing. het viel echter mee, aangezien de Duitsers daar zeer zwak stonden en brigadegeneraal Roosevelt van de Vierde Divisie het bataljon persoonlijk leidde. (Hij was de hoogste en de oudste militair die op D-Day voet aan wal zette.) Hij verkende de situatie persoonlijk en besprak de situatie met de twee bataljonscommandanten. Samen met hen viel hij de overblijvende Duitse posities aan, en zorgde dat de bevoorrading en de versterkingen op de nieuwe, niet-geplande plaats aankwamen, iets dat hem de Medal of Honor zou opleveren.

De landingen op Utah Beach, Omaha Beach, Gold Beach, Juno Beach en Sword Beach waren een groot succes, waaraan echter ook de 13.100 parachutisten van de 82e en 101e Luchtlandingsdivisie hadden bijgedragen; die waren in de nacht van 5 op 6 juni erg verspreid landinwaarts terechtgekomen, waarbij zij aanzienlijke verliezen leden; de meest legendarische episode van die nacht voltrok zich in het dorpje Sainte-Mère-Église, 10 km landinwaarts vanaf Poupeville. De parachutisten bemoeilijkten niettemin de Duitse tegenaanval op de gelande troepen op Utah Beach. Aan het einde van D-Day waren op Utah Beach ongeveer 20.000 manschappen en 1.700 voertuigen geland, met ongeveer zevenhonderd doden en gewonden aan geallieerde zijde. Utah Beach was het strand met de minste verliezen. Op het andere Amerikaanse landingsstrand, Omaha Beach, waren de verliezen dramatisch, van de eerste landingsgolf werd 50% uitgeschakeld.

Aanvoerroute voor troepen en vracht[bewerken]

De geallieerde invasie richtte zich niet direct op de verovering van Franse havens. Het Duitse leger zou deze zwaar verdedigen en vernielingen van de faciliteiten zou de havens onbruikbaar maken. De stranden kregen hierdoor een belangrijke logistieke rol. Vanaf de invasie tot medio november 1944 zijn 800.000 manschappen, circa 165.000 voertuigen en ruim 0,7 miljoen ton vracht via Utah Beach Frankrijk binnengebracht.[1] Een belangrijke rol hierin hebben de landingsvaartuigen en de DUKW gespeeld. Vanaf de schepen voor de kust, soms wel zoveel als 75 liberty schepen, werd de lading gelost in deze vaartuigen die het naar het strand brachten. Ondanks problemen in de communicatie en een zware storm die tussen 20 en 24 juni 1944 woedde, werd in de eerste maand al bijna 110.000 ton lading via het strand aangevoerd. In juli werd een record hoeveelheid verwerkt van ongeveer 195.000 ton waarna een daling optrad. Met de verovering en opening van de Franse havens Le Havre en Rouen én de verschuiving van de front naar het oosten, nam het logistieke belang van de invasiestranden af.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) U.S. Army in World War II, The Transportation Corps: Operations Overseas, van J. Bykofsky en H. Larson, Office of the Chief of Military History, Department of the Army, Washington DC, 1957. Bladzijden: 276-278