Adolf Hitler

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Adolf Hitler
Adolf Hitler, portretfoto uit 1933
Adolf Hitler, portretfoto uit 1933
Geboren 20 april 1889
Braunau am Inn, Oostenrijk-Hongarije
Overleden 30 april 1945
Berlijn, nazi-Duitsland
Politieke partij NSDAP
Partner Eva Braun
Beroep Politicus
Auteur
Kunstschilder
Militair (Korporaal)
Religie Omstreden[bron?]
(rooms-katholiek opgevoed[bron?])
Handtekening Handtekening
Führer van nazi-Duitsland
Aangetreden 2 augustus 1934
Einde termijn 30 april 1945
Voorganger Paul von Hindenburg
(als Rijkspresident)
Opvolger Karl Dönitz
(als Rijkspresident)
Rijkskanselier van nazi-Duitsland
Aangetreden 30 januari 1933
Einde termijn 30 april 1945
Vicepremier(s) Franz von Papen (1933-1934)
President Paul von Hindenburg (1933-1934)
Voorganger Kurt von Schleicher
Opvolger Joseph Goebbels
Rijksstadhouder van Pruisen
Aangetreden 30 januari 1933
Einde termijn 30 januari 1935
Voorganger Geen (positie gecreëerd)
Opvolger Geen (positie opgeheven)
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Tweede Wereldoorlog

Beluister

(info)

Adolf Hitler (Braunau am Inn, 20 april 1889Berlijn, 30 april 1945) was een in Oostenrijk geboren Duits politicus en de leider van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij. Hij was rijkskanselier van Duitsland van 1933 tot 1945 en staatshoofd (als führer en rijkskanselier) van 1934 tot 1945.

Hitler veranderde Duitsland van een beginnende democratie, de Weimarrepubliek, in een totalitaire staat met hemzelf als de absolute dictator, die elke tegenstand tegen zijn regime op meedogenloze wijze de kop indrukte. Tegenstanders werden opgesloten in concentratiekampen of, zoals Ernst Röhm, vermoord. Vanaf het begin was Hitlers politiek gebaseerd op gebruik van geweld en terreur door middel van de SA en later de SS. Hitlers streven om de vernederingen van de Vrede van Versailles (1919) voor Duitsland ongedaan te maken en zijn expansiepolitiek om Lebensraum voor Duitsland te creëren, leidden tot het begin van de Tweede Wereldoorlog. Een ander kenmerk van Hitlers politiek was zijn extreem-racistische nazi-ideologie waarbij een ras van als Arisch beschouwde Übermenschen moest worden gecreëerd. Dat leidde tot de systematische uitroeiing van miljoenen die als Untermenschen gezien werden, zoals Joden, maar ook Slavische volkeren, Roma, gehandicapten en andere niet-Joodse slachtoffers van het naziregime, in de Holocaust. Toen duidelijk werd dat Duitsland de oorlog zou verliezen gaf Hitler de opdracht dat het Duitse volk tot het einde door moest vechten en dat het de Duitse industriële complexen moest vernietigen. Zelf pleegde hij in zijn ondergrondse bunker in Berlijn zelfmoord. Aan het einde van zijn regering lag Duitsland en een groot deel van Europa in puin en waren er tientallen miljoenen doden te betreuren.

Inleiding

Hitler is het meest bekend om zijn centrale leidende rol in de opkomst van de Duitse variant van het, oorspronkelijk Italiaanse, fascisme in Duitsland (het nationaalsocialisme), de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust.

Hitler was een gedecoreerde veteraan van de Eerste Wereldoorlog. In 1919 werd hij lid van de voorloper van de nazipartij (DAP), en in 1921 werd hij de leider van de NSDAP. In 1923 pleegde hij een poging tot staatsgreep, bekend als de Bierkellerputsch bij de 'Bürgerbräukeller' bierhal in München. De mislukte staatsgreep leidde tot de opsluiting van Hitler, een periode waarin hij zijn memoires, Mein Kampf, schreef. Na zijn vrijlating in 1924 kreeg hij steeds meer steun onder de Duitse kiezers door het promoten van pangermanisme, antisemitisme en anticommunisme met charismatische redevoeringen en propaganda. Hij werd in 1933 tot rijkskanselier benoemd en transformeerde de Weimarrepubliek in het Derde Rijk, een eenpartijdictatuur gebaseerd op de totalitaire en autocratische ideologie van het nationaalsocialisme.

Het was duidelijk de bedoeling van Hitler om in Europa een Nieuwe Orde van absolute nazi-Duitse hegemonie te vestigen. Zijn buitenlandse en binnenlandse politiek had tot doel Lebensraum te scheppen voor wat hij zag als het "Arische ras". Dit vereiste de herbewapening van Duitsland, wat leidde tot de invasie van Polen door de Wehrmacht in 1939, en daarmee tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa.

Onder leiding van Hitler bezetten Duitse troepen en hun Europese bondgenoten tussen 1940 en 1943 het grootste deel van Europa en Noord-Afrika. Vanaf 1943 werden de Duitsers door de geallieerde legers weer teruggedrongen en ten slotte werd Duitsland in 1945 door hen verslagen en bezet. Hitlers bewind leidde tot de systematische moord op 17 miljoen burgers, inclusief ongeveer zes miljoen Joden en tussen 500.000 en 1.500.000 Roma.

Kort levensoverzicht

Hitler vertrok vanwege zijn Groot-Duitse sentimenten in 1913 naar de Duitse stad München in Beieren. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak meldde hij zich direct als vrijwilliger. Hij diende vier jaar lang als ordonnans in de rang van Gefreiter[1] bij het Duitse 16e Beierse reserve-infanterieregiment en vocht onder meer bij de Eerste Slag om Ieper. Hitler raakte meermalen gewond. Bij Mesen schampte een kogel zijn voorhoofd en hij zou het latere litteken met een haarlok verbergen.[2] Hij kreeg beide versies van het IJzeren Kruis maar zwaaide, op eigen verzoek, uiteindelijk slechts af als Gefreiter, omdat hij zijn regiment niet wilde verlaten.[3] Na zijn demobilisatie en terugkeer in München besloot Hitler in november 1918 de politiek in te gaan en hij sloot zich in 1919 aan bij een van de talloze kleine politieke groeperingen die in Beieren welig tierden:[4] de DAP, die later de NSDAP werd.

Hitler kwam aan de macht in een tijd waarin het Duitse volk leed onder werkloosheid, armoede en vernedering van de Eerste Wereldoorlog. Door het Verdrag van Versailles werd Duitsland gedwongen tot zware herstelbetalingen voor de geleden oorlogsschade. Deze verplichting drukte zwaar op het land, waardoor haar eigen economie nauwelijks heropgebouwd kon worden. Eind oktober 1929, net toen Duitsland wat begon op te krabbelen, deed de beurscrash van New York de Duitse economie opnieuw ineenstorten en greep Hitler zijn kans. Via een gesmeerde propagandamachine wist hij zichzelf en zijn partij zeer populair te maken en won steeds meer zetels in het parlement. Op 30 januari 1933 werd Hitler benoemd tot rijkskanselier. Hij stond aan het hoofd van een kabinet dat was samengesteld uit ministers van de NSDAP, de Duitse Nationale Volkspartij en enkele partijlozen uit het voorgaande kabinet-Schleicher. Een maand later werd het Rijksdaggebouw in Berlijn in brand gestoken. Hitler gebruikte deze brand om zijn macht te vergroten. Hij haalde president Paul von Hindenburg over om de politie meer bevoegdheden te geven met een noodverordening, de politie pakte communisten en andere vijanden of vermeende vijanden van de nazi's op. In diezelfde periode voerden de nazi's een propagandacampagne voor de Rijksdagverkiezingen van maart 1933.

Ondanks alle propaganda en de uitschakeling van politieke vijanden haalde de NSDAP geen absolute meerderheid, de partij kreeg 43,9 procent van de stemmen. Om toch alle macht in handen te krijgen voerde Hitler op 23 maart 1933 een grondwetswijziging door, dit lukte Hitler met de steun van de katholieke Zentrumpartei en de conservatieve DNVP. Met die grondwetswijziging kreeg Hitler de bevoegdheid om vier jaar lang buiten de Rijksdag (het parlement) om te regeren en wetten uit te vaardigen. Dit was het begin van het Derde Rijk. Naar deze machtsovername door Hitler wordt verwezen met de term Machtergreifung. Hitler begon onmiddellijk zijn langgekoesterde plannen uit te voeren zoals het naar zich toe trekken van alle macht in Duitsland, het weren van Joden uit het openbare leven en de voorbereiding van Duitsland op een veroveringsoorlog. In 1938 annexeerde het Duitse Rijk Oostenrijk (Anschluss) dat sindsdien bekendstond als Ostmark. Op 28 september 1938 wilde het Duitse rijk Tsjecho-Slowakije aanvallen om Sudetenland te heroveren. Op initiatief van Mussolini werd inderhaast op 30 september het verdrag van München gesloten tussen Hitler, Daladier en Chamberlain, als een stap in de Britse appeasementpolitiek om te proberen de dreigende oorlog af te wenden. Op grond van dat verdrag stond men toe dat Hitler Sudetenland innam, maar hierna de Duitse expansie stopzet. In maart 1939 annexeerde Hitler echter alsnog de rest van Tsjecho-Slowakije.
In augustus 1939 werd een niet aanvalsverdag getekend tussen Stalin en Hitler, het Molotov-Ribbentroppact, ook het Duivelspact genoemd naar haar onnatuurlijke aard. Hiermee had Hitler de handen vrij aan het oostfront en kreeg Stalin de gelegenheid tot diverse gebiedsuitbreidingen. Kort daarop, 1 september 1939 gaf Hitler het bevel Polen binnen te vallen, waarop het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk twee dagen later Duitsland de oorlog verklaarden. Stalin viel na een week Polen aan vanuit het oosten , tot de demarcatielijn zoals overeengekomen in het Hitler-Stalin pact.
Dit luidde het begin van de Tweede Wereldoorlog in. Aanvankelijk wist Hitler het grootste gedeelte van Europa te bezetten maar bij de aanval op de Sovjet-Unie in 1941, die meteen een einde maakte aan het Duivelspact, slaagden de Duitsers er niet in Moskou te veroveren. In 1942 hielden de Duitsers nog stand, maar vanaf 1942-1943 keerden de kansen definitief en werd het Derde Rijk in de tang genomen. In de winter van 1944-1945 stonden de geallieerden aan de grenzen van Duitsland en zij trokken vervolgens op naar Berlijn.

Nadat duidelijk werd dat de Tweede Wereldoorlog door de nazi's verloren was pleegde Hitler op 30 april 1945 in de namiddag, samen met zijn vrouw Eva Braun, naar alle waarschijnlijkheid zelfmoord in zijn bunker te Berlijn. Ze waren op 29 april 1945 getrouwd in de bunker. Zij nam vergif in, terwijl Hitler zich door het hoofd schoot. Iets later werden ze naar boven gebracht en werden de lijken in een kuil met benzine gelegd en verbrand. Mogelijk hebben de Russen later Hitlers schedel en de resten van hun lichamen naar Moskou gebracht voor nader onderzoek. In de door Hitler ontketende oorlog, de concentratiekampen en de verschrikkingen daaromheen verloren alleen al in Europa 39 miljoen mensen het leven. Het grootste gedeelte van Europa was ten gevolge van de oorlog verwoest en verloor mede daardoor zijn voorheen dominante wereldrol aan de VS en de Sovjet-Unie. In het oosten moest Duitsland aanzienlijke gebiedsdelen aan Polen en de Sovjet-Unie afstaan, waarbij de Duitse bevolking naar het westen verjaagd werd. Het overblijvende Duitsland raakte als gevolg van de vrijwel onmiddellijk beginnende Koude Oorlog na 1945 verdeeld in twee landen: de Duitse Democratische Republiek en de Bondsrepubliek Duitsland. Europa en Duitsland zouden tot 1990 verdeeld blijven door het IJzeren Gordijn.

Levensloop

Familieachtergrond

Stamboom van Hitler

De vader van Hitler, Alois Hitler sr., werd in 1837 geboren als de onwettige zoon van Maria Anna Schicklgruber en kreeg daarom de naam van zijn moeder. Vijf jaar later huwde Maria Anna met de molenaarsknecht Johann Georg Hiedler die waarschijnlijk ook de biologische vader van Alois was. De achternaam van Alois Schicklgruber zou op 23 november 1876 door de dorpspastoor van Döllersheim worden gewijzigd in Hitler, zoals Alois Hitler dat eerder op diezelfde dag had laten vastleggen door notaris Penkner in Weitra. De familienaam Hitler was dus geen spelfout maar gewoon een zeldzame schrijfwijze van de familienaam die dan eens als Hütler, Hüttler, Hüetler, Hüettler, Hiedler, Hietler of Hitler werd gespeld. Later zou zijn zoon Adolf in het boek Mein Kampf (Mijn strijd) vermelden dat de naamswijziging het enige was waar hij zijn vader dankbaar voor was. Heil Hitler klonk immers veel beter dan Heil Schicklgruber![5] De moeder van Hitler, Klara Pölzl, geboren in 1860, was drieëntwintig jaar jonger dan haar echtgenoot.

Zowel van vaders- als moederskant was de familie van Hitler afkomstig uit het Oostenrijkse Waldviertel, een streek tussen de Donau en het huidige Tsjechië. Uit genetisch onderzoek dat de journalist Jean-Paul Mulders onder verwanten van Hitler liet uitvoeren zou zijn gebleken dat Hitler behoorde tot de haplogroep E1b1b, die weinig voorkomt in Duitsland en West-Europa, maar bij 50 à 80 procent van de Noord-Afrikanen voorkomt, met name bij Berbers, Somaliërs en Asjkenazische Joden.[6] De naam "Hitler" was waarschijnlijk afgeleid van Huttler, wat letterlijk "keuterboer" of "schaapherder" betekent, hij die in een hut woont. Mogelijk was Johann Georg Hiedler die in het Derde Rijk officieel voor de grootvader van de Führer doorging niet de biologische vader. Als mogelijke vader van Alois komt ook de broer van Johann Georg in aanmerking, namelijk Johann Nepomuk Hüttler die in Spital Nr. 36 woonde en waar Alois Hitler werd grootgebracht.[7] Alois Hitler was echter wel een echte Hitler en geen bastaard of de zoon van een Jood. Uit analyse van het Y-chromosoom van de achterkleinkinderen van Alois Hitler bleek dat dit identiek was aan dat van mannelijke familieleden uit Neder-Oostenrijk.[bron?] Daarmee zou bewezen zijn dat Alois Hitler dezelfde mannelijke gemeenschappelijke voorvader heeft als de nu nog levende verwanten Hüttler in het Waldviertel; Alois Hitler was derhalve geen bastaard.[8]

Hitler had drie broers, een halfbroer, twee zusters en een halfzuster, allen kinderen van Alois Hitler. De drie broers en een van de zussen overleden op jonge leeftijd:

  • Alois Hitler jr. (halfbroer), 13 januari 1882 - 20 mei 1956
  • Angela Hitler (halfzuster), 28 juli 1883 - 30 oktober 1949
  • Gustav Hitler (broer), 10 mei 1885 - 8 december 1887
  • Ida Hitler (zuster), 23 september 1886 - 2 januari 1888
  • Otto Hitler (broer), 1887 - 1887
  • Edmund Hitler (broer), 24 maart 1894 - 28 februari 1900
  • Paula Hitler (zuster), 21 januari 1896 - 1 juni 1960

Hitlers zuster Paula leidde een teruggetrokken bestaan en overleed in Berchtesgaden. Hitlers halfzuster Angela was gehuwd met Leo Raubal en had voor zover bekend een zoon en twee dochters. De oudste dochter van Angela die min of meer dezelfde naam droeg maar de bijnaam Geli had (Angelika (Geli) Raubal), zou later een relatie met haar oom Adolf Hitler krijgen en pleegde op 18 september 1931 zelfmoord.

Hitler als peuter

Hitlers halfbroer, Alois Hitler jr., werd caféhouder in Berlijn. Hij werd omschreven als een gezellige mollige kroegbaas, die in niets op zijn beroemde halfbroer leek. Hij leefde in angst dat deze beroemde (en ijdele) halfbroer uit schaamte zijn tapvergunning zou intrekken.[bron?] Adolf en Aloïs Hitler hebben overigens nooit een sterke band gehad.

Jeugd en karaktervorming

Hitler had een innige band met zijn moeder maar had voortdurend conflicten met zijn autoritaire vader; deze laatste had niet meer opleiding dan de lagere school, maar wist toch bij de douane carrière te maken. Op het moment dat hij overleed verdiende hij een salaris dat ongeveer overeenkwam met dat van een directeur van een lagere school. Hitlers vader was een humeurige man, die als grote passie de bijenteelt had en wiens grote wens het was om een eigen huis met een lapje grond te bezitten. Na zijn werk liep hij eerst altijd naar zijn bijenkorven om vervolgens via het café naar huis te gaan. Het gezinsleven lag hem niet; hij was een humeurige en ongeduldige echtgenoot wat nog verergerde na zijn bezoek aan de kroeg. Met name Klara Pölzl moest het ontgelden; ze werd afgesnauwd en ook geslagen. Zeer waarschijnlijk reageerde hij zijn frustraties ook af op zijn oudere kinderen, onder wie Adolf. Klara was geen partij voor haar dominante echtgenoot en kon zowel zichzelf als haar kinderen niet beschermen. Alois Hitler verlangde dat de jonge Adolf in zijn voetsporen zou treden maar deze had daar absoluut geen zin in. Zodoende was Adolf dikwijls het slachtoffer als zijn opvliegende vader weer eens in woede uitbarstte. Ook zijn moeder en zuster Paula kregen de nodige klappen als ze Adolf tevergeefs probeerden te beschermen. Deze gewelddadige jeugd heeft hoogstwaarschijnlijk een negatieve uitwerking op Hitlers karaktervorming gehad. Toen hij ouder werd kreeg Adolf ook last van woede-uitbarstingen waarvan soms ook Paula het slachtoffer werd.[9] Bij zijn latere carrière als dictator zijn velen getuige geweest van Hitlers beruchte woede-uitbarstingen waarbij hij dikwijls helemaal door het lint ging. Dat hij, volgens sommige verhalen, bij extreme uitzinnigheid zelfs zijn tanden in het tapijt zette, is een broodjeaapverhaal. Het berust op een letterlijke vertaling van het woord 'teppichfressen', wat ijsberen betekent.

De jonge Hitler was een vrij teruggetrokken persoon en wekte zelfs een verlegen indruk. Dit in schril contrast met zijn latere discussiebereidheid, waarin hij steevast trachtte zijn gelijk te behalen. Dagdromen was een van zijn favoriete bezigheden. Dit was een van de redenen waarom Hitler stelselmatige arbeid verafschuwde; het hield hem af van het dagdromen en hij voelde zich er bovendien te goed voor, hij was volgens hemzelf "bestemd voor belangrijkere dingen".[10] Zelfkritiek was hem vreemd; anderen waren zijn hele leven altijd de oorzaak van zijn falen. Perioden van koortsachtige activiteit wisselden zich af met lange perioden van besluiteloosheid en inactiviteit waarbij er niets concreets uit zijn handen kwam. Besluiten en decreten las hij vluchtig of niet alvorens te tekenen. Slechts in het voorbereiden van zijn speeches stak hij veel tijd en energie. Hitler placht 's nachts zeer laat naar bed te gaan, soms rond 3 uur 's nachts. Hitlers latere dagritme zou dit reflecteren; hij placht, ook toen hij al aan de macht was, laat in de ochtend op te staan.

Hoewel Hitler enkele jeugdvrienden had, voelde hij zich bij veel mensen nauwelijks of niet op zijn gemak. "Honden zijn mijn enige vrienden", zei hij eens.[bron?] Zelfs August Kubizek, zijn jeugdvriend, zou hij later altijd met het formele Sie (u) aanspreken in plaats van met het informele Du (jij). Overal waar hij kwam toen hij aan de macht was, zou hij volgens ingewijden een "stijve ongemakkelijke atmosfeer" om zich heen verspreiden. Generaals, ministers en partijbonzen die met hem in aanraking kwamen probeerden zich ervoor te hoeden een van Hitlers favoriete onderwerpen aan te snijden. Als dat gebeurde hield Hitler een monoloog die soms wel urenlang kon doorgaan, terwijl zijn gedwongen publiek slechts verveeld kon luisteren. Zelfs Mussolini - zelf gewend het hoogste woord te voeren - werd hierdoor de mond gesnoerd en ergerde zich hieraan.[bron?]

Tijdens zijn tienerjaren overleed zijn autoritaire vader, maar Hitler ervoer dit eerder als een opluchting dan als een gemis; met zijn moeder had hij wel een sterke band. In zijn kinderjaren was hij, vooral door toedoen van zijn strenggelovige moeder, koorknaap en misdienaar in de lokale katholieke parochiekerk. Op de lagere school deed Hitler het niet slecht. Hij was een levendige en intelligente schooljongen maar hij was niet goed in staat regelmatig te werken, iets wat hem zijn verdere leven parten zou blijven spelen. Dit maakte aanvankelijk voor de intelligente jongen weinig uit, maar zou hem tijdens de middelbare school opbreken.

Op twaalfjarige leeftijd verzette Hitler zich tegen het ontvangen van het vormsel, ondanks de wens van zijn vrome moeder. Hij werd gedwongen het sacrament toch te ontvangen.[bron?] In 1907 bezocht Hitler voor het laatst een katholieke kerkdienst waarbij hij ook ter communie ging. Daarna zou hij grote afstand tot de Kerk bewaren, en zelfs zeer vijandig zeggen dat hij de "katholieke Kerk vertrappen" wilde "zoals men een lelijke pad vertrapt".[11] Hij liet een priester die hij voorheen in vertrouwen genomen had zelfs in de nacht van de lange messen in 1934 vermoorden in een bos bij München. Zijn verdere leven zou Hitler een sterke afkeer van religie in het algemeen en het christendom in het bijzonder houden.[12]

Op tekenen na kon Hitler op de Realschule (te vergelijken met de Nederlandse havo) van Linz[13] niet goed meekomen. Hij had vanwege zijn afstandelijke gedrag en zijn verlegenheid (in het bijzonder tegenover vrouwen) weinig of geen vrienden. Bovendien kelderden zijn prestaties doordat hij nog steeds regelmatig zijn best niet deed. Hij had zeker genoeg intelligentie om de Realschule succesvol te kunnen doorlopen maar Hitlers karakterfout was dat hij bij vakken die hem niet interesseerden hij hoegenaamd geen enkele inspanning wilde leveren. Zijn lage cijfers schreef hij echter toe aan zijn leraren, die hij als "erudiete apen" omschreef. Slechts de door hem aanbeden geschiedenisleraar Leopold Poetsch bleef verschoond van zijn kritiek (de liefde werd echter niet met goede cijfers beantwoord; "matig" tot "ruim voldoende" was het hoogste dat hij behaalde). Tijdens zijn puberteit werd de jonge Hitler ook voor het eerst en voor het laatst in zijn leven dronken. Een melkmeisje vond hem 's ochtends stomdronken en bracht hem naar huis. Toen hij was bijgekomen zwoer hij nooit meer te drinken. Daar hield hij zich aan, op een enkel glas wijn na. Ook minderde hij zijn vleesconsumptie. Sommige biografen beweren dat hij zelfs geheel vegetariër werd. De meeste bronnen stellen echter dat hij in die periode af en toe toch vlees at in de vorm van Leberknödel, een soort ballen van aardappelen en varkenslever. Dat hij sympathie voor dieren had bleek uit het feit dat zijn regime als een van de eerste in de wereld wreedheid tegen dieren strafbaar stelde en de rituele koosjere slachtmethoden, bedreven door Joden, demoniseerde in propaganda.

In tegenstelling tot voor dieren had Hitler geen enkel medegevoel of empathie voor zijn medemensen en was zelfs volstrekt meedogenloos en wraakzuchtig wat zijn tegenstanders betreft. Mensen waren voor hem hoofdzakelijk middelen die hij al of niet kon gebruiken om zijn gestelde doelen te bereiken. Het is niet duidelijk of de jonge Hitler in zijn jeugd al dit gebrek aan consideratie of zelfs algehele gewetenloosheid vertoonde.[14]

Hitler doorliep de onderbouw van de middelbare school met de grootste moeite en bleef één keer zitten. Nadat zijn vader was overleden wist hij zijn moeder in 1905 eindelijk te overreden hem van school te halen. Op zijn 16e verliet hij de school zonder diploma. Twee jaar lang zou hij zijn dagen in ledigheid doorbrengen terwijl zijn moeder en zus voor hem zorgden.[15]

De jonge Hitler ontwikkelde ook in deze tijd een opmerkelijk beeld van vrouwen en seksualiteit. Zijn ideale vrouw was een mooi en lief meisje, dat hem niet tegensprak en hem in de watten zou leggen. Bovendien moest het een degelijk Duits meisje zijn: eens viel hij woedend uit tegen zijn kameraden in het leger toen die suggereerden een 'mademoiselle' te 'nemen'. Tijdens zijn tijd in Wenen droomde hij over een zekere Stefanie, met wie hij later in een door hemzelf ontworpen huis zou wonen. Hitler had deze Stefanie nooit durven aanspreken. Hiermee in contrast stond zijn afkeer van openlijke seksualiteit. Hij onthield zich van masturbatie en leidde zijn vriend August Kubizek eens door de Weense rosse buurt om te laten zien hoe 'walgelijk' het er daar aan toeging. Prostituees bezocht hij derhalve niet, bovendien was hij bang voor (geslachts)ziektes. Homoseksualiteit vond hij 'afstotelijk'. Dit zou later doorwerken in de extreme seksuele preutsheid die het Derde Rijk later doorvoerde, de sluiting van alle bordelen, en de vervolging van homoseksuelen.

In 1907 gebeurde er iets wat waarschijnlijk een grote invloed op een deel van Hitlers leven had; bij Klara Pölzl, Hitlers moeder, werd borstkanker geconstateerd. Ze overleed op 21 december hetzelfde jaar.[16] Hitler had van zijn moeder gehouden en vond het vreselijk te zien hoe zij zo'n pijn leed en overleed. Hij zou altijd angst voor ziekten houden.

In Wenen

In deze jaren was het Hitlers ambitie kunstschilder te worden en hij vertrok in september 1907 naar Wenen om zich te laten inschrijven bij de kunstacademie. De kunstacademie waarbij hij zich aanmeldde wees hem echter af; hij slaagde wel voor de eerste maar niet voor de tweede ronde van het toelatingsexamen. De rector wees hem erop dat zijn ongeschiktheid de afdeling schilderkunst buiten twijfel stond, maar dat zijn talent lag op het gebied van architectuur.[17] Naar eigen zeggen kwam Hitler na enkele dagen tot de conclusie dat hij op een dag architect zou moeten worden.[18] Dit betekende evenwel niet dat hij toen pogingen ondernam om de lacunes in zijn opleiding - een groot struikelblok voor de toelating tot de studie - weg te werken. In werkelijkheid lijkt het echter onwaarschijnlijk dat Hitler ook maar gepoogd heeft zich te richten op een architectuurstudie, aangezien hij het jaar erna wederom een poging deed om toegelaten te worden tot de afdeling schilderkunst. Deze keer kwam hij echter zelfs de eerste ronde niet door.[19]

Niet van zins zich echt in te zetten en verder te bekwamen zwierf Hitler een tijdje rond door Wenen waar hij in verschillende pensions overnachtte. In de jaren vóór de Eerste Wereldoorlog verdiende hij naast zijn wezenuitkering de (karige) kost met allerlei kleine baantjes en werkte hij als ongediplomeerd kunstschilder. Zo schilderde hij op zijn kamer in het pension vaak ansichtkaarten met landschapjes na die hij als aquarel verkocht. Het feit dat hij mislukt was schreef hij toe aan de kunstacademie die zijn talent miskende en de leraren die het onderwijs hadden verpest. Dat zijn eigen luiheid er misschien debet aan was heeft hij nimmer erkend, zelfkritiek was hem vreemd.

Overdag bracht hij veel tijd door in bibliotheken en leeszalen waar hij vooral kranten las en boeken uit populaire reeksen, zoals boeken van Karl May. In de avonden bezocht hij regelmatig concerten. Daarbij ging zijn voorkeur uit naar uitvoeringen van opera's, operettes en grote werken van componisten uit de romantiek. Onder anderen Johann Strauss, Mozart, Beethoven en Italiaanse meesters behoorden tot zijn favoriete componisten. Het Wenen van rond 1900 was een van de belangrijkste cultuurcentra binnen Europa waar per jaar ruim 450 maal werken van Wagner uitgevoerd werden. Richard Wagner was een van de idolen van de Weense jeugd in de periode waarin Hitler in Wenen verbleef. Lohengrin was Hitlers favoriete Wagner-opera die hij in Wenen tien maal gezien heeft. Hitlers bouwkundige voorkeur voor neoclassicistische architectuur sloot goed aan bij zijn muzikale voorkeur.

In deze periode vormde hij (mede door allerlei contacten) zijn ideologische basis, bestaande uit occultisme, antisemitisme, antiparlementarisme en Groot-Duits nationalisme; ook keek hij veelal neer op de Slavische volkeren. Hitler bezocht verschillende keren het Weense parlement, waar hij grote verachting en haat ontwikkelde voor de democratie. Het versterkte zijn haat en weerzin tegen de invloed van Joden in politiek en samenleving. Hitler was in Wenen een romanticus geworden die hield van heroïek en drama en hunkerde naar roem, een werkloze jongeman die aan de rand van de samenleving beland was zoals er destijds in Wenen duizenden rondliepen.

Jodenhaat en nationalisme

De Britse historicus Ian Kershaw geeft in zijn uitgebreide Hitlerbiografie aan dat het niet duidelijk is waardoor de Jodenhaat van Hitler nu eigenlijk ontstaan is. Hij had aanvankelijk Joden in zijn kennissen- en huisgenotenkring en zelfs een Joodse huisarts uit Linz, die Hitlers moeder in haar laatste dagen heeft verzorgd. Hitler heeft zich ten aanzien van deze arts zeer erkentelijk getoond. Later geïnterviewde kennissen van Hitler uit diens Weense tijd verklaarden nooit ook maar een enkel negatief woord ten aanzien van Joden uit Hitlers mond gehoord te hebben. Vaak sprak hij zelfs lovend over zijn vele Joodse kennissen.[20] Maar in korte tijd werd hij toch een fanatiek antisemiet. Kershaw zelf heeft gesuggereerd dat Hitler op dat moment zijn Joodse kennissen simpelweg nodig had (onder andere voor het verkopen van zijn schilderijen en prenten), en dat hij daarom zijn ware gevoelens voorlopig voor zich hield.

Anti-Slavische en antisemitische stromingen waren in Wenen, evenals in Sudetenland en Silezië, in opkomst, als reactie op het toenemende Slavische separatisme. De Joden werd het kwalijk genomen dat zij als fabrieksbazen Slavische arbeiders in dienst namen, die hiertoe naar steden als Praag, Posen, Pressburg en Wenen trokken en het Duitse karakter van deze steden zouden ondermijnen. De jonge Hitler was al in Wenen onder de indruk gekomen van het antisemitisme waarmee de toenmalige burgemeester, Karl Lueger, aan de macht was gekomen. Ook de antisemitische beweging van Georg von Schönerer heeft invloed gehad op de jonge Hitler. Tijdens zijn jaren in Wenen en later in München, waar hij volgens eigen zeggen graag mensen en hun gedrag observeerde, nam zijn overtuiging de vorm aan die hij later in al haar extremiteit zou etaleren.

In discussies met andere bewoners van het Weense "mannenhuis", waar hij af en toe woonde, bracht hij zijn standpunten compromisloos naar buiten. Hij praatte om anderen te overtuigen van de juistheid van zijn visie, was altijd bereid tot discussiëren, en hij bleek radicaal en zwart-wit in zijn denken. Opvallend was toen al dat Hitler niet tegen inhoudelijke kritiek op zijn denkbeelden kon en begon te schreeuwen als hij dreigde een discussie te verliezen.

Ook ontwikkelde hij in Wenen een sterk Duits nationalistisch gevoel, zoals veel Duitsers in Oostenrijk dat kenden. In zijn denken zou een aansluiting van Oostenrijk bij Duitsland een zegen voor dat land zijn. Hij zag in het heersende Habsburgse Huis een teveel aan schadelijke Slavische, dus on-Duitse, invloeden. Ook in het bolsjewisme, marxisme en communisme zag hij een groot kwaad dat bestreden moest worden.

Waarschijnlijk vormde zich in Wenen reeds de kern van Hitlers grote ideaal; het idee van "één leider (Adolf Hitler), één wil (die van hemzelf), één volk (het Duitse)". Al vroeg in zijn politieke carrière, vanaf 1925 ongeveer, liet hij zich der Führer (de leider) noemen. Hij droomde van een toekomstig Derde Duitse Rijk (het Dritte Reich) als opvolger van het eerdere Heilige Roomse Rijk ('eerste rijk') en Duitse Keizerrijk ('tweede rijk'), waarin geen plaats zou zijn voor Joden en andere door hem verderfelijk geachte groepen in de samenleving (onder anderen homoseksuelen), maar waar Duitsers in harmonie en verenigd onder één leider (hijzelf) zouden bouwen aan hun toekomst. Later werd duidelijk dat hij in feite absolute wereldheerschappij verlangde, waarin de Duitsers het machtigste volk zouden zijn. De omvang van deze grootheidswaan groeide met zijn succes.

In zijn rassentheorie verheerlijkte Hitler het vermeende Arische ras, waarvoor hij Lebensraum (leefruimte) wilde creëren; daarvoor had hij vooral het grote Rusland in gedachten. Hij verheerlijkte het idee van de 'edelgermaan'. Hitler geloofde sterk in de maakbaarheid van de mens, getuige ook zijn goedkeuren van de experimenten van Josef Mengele en het aan het werk zetten van Baldur von Schirach aan het hoofd van de Hitlerjugend. Wat Joden betreft stond hij erop hen een 'ras' te noemen; dit paste bij zijn zuiver/onzuiver-bloedtheorie. Hij beschouwde Joods bloed als het "gif van de samenleving", dat daaruit geëlimineerd zou moeten worden. Sommige Hitlerverklaarders noemen dit zijn mystiek. Anderen benadrukken prozaïscher verklaringen zoals zijn uitgesproken afkeer van het "Joodse kapitalisme", zonder dat hij daar specifiek namen bij noemde. Hij creëerde in elk geval een zeer haatdragende en schampere karikatuur van "de Jood" en vuurde die af op zijn publiek. Hitler is in zijn rassentheorie zeker beïnvloed geweest door de Geheime leer van de theosofische occultiste Helena Blavatsky die het vermeende Arische ras als "vijfde kosmische gangmaker" een belangrijke rol toebedeelde en die schreef over de "(voorbijgaande) inferioriteit van de Semitische volkeren".[21] Toen de nazi-interpretatie van Blavatsky's theosofische rassentheorie duidelijk werd, maakten de Theosofische Vereniging en andere theosofische bewegingen aan hun leden duidelijk dat in de theosofie het begrip ras niet etnisch mocht worden geïnterpreteerd. Deze uitleg is gebaseerd op "De geheime leer" van Blavatsky deel 2, na pagina 251, waar ze zich afzet tegen het Darwinisme en spreekt over een theosofische "evolutie" in "rassen" van de gehele mensheid die perioden beslaan van miljoenen jaren. Die evolutieleer gaat over het ontstaan van denkvermogen en astrale en stoffelijke menswording in mythische bewoordingen.

Het antisemitisme is niet door Hitler uitgevonden. Door de eeuwen heen is het in Europa, variërend naar tijd en plaats, aanwezig geweest. Hitler heeft daar onder andere met de hierboven genoemde karikaturen van Joden en door zijn grote redenaarstalent handig op in weten te spelen en het antisemitisme tot ongekende hoogten weten op te zwepen.

In München

In de lente van 1913 emigreerde Hitler naar München in het Zuid-Duitse koninkrijk Beieren. Hij ontsnapte daarmee aan de militaire dienst in Oostenrijk. Lafheid was dat waarschijnlijk niet, want toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, nam hij onmiddellijk enthousiast dienst in het Keizerlijke Duitse leger. Een waarschijnlijker reden voor deze overstap was dat hij voor Oostenrijk geen zelfstandige rol meer zag weggelegd; toen al was in zijn denken aansluiting bij Duitsland een onontkoombaar feit.

Wel bracht deze stap de jonge Hitler in de problemen toen hij enkele maanden later bezoek kreeg van de politie. De Oostenrijkse politie had hem weten te lokaliseren en verzocht nu om uitlevering van Hitler. In Oostenrijk wachtte hem mogelijkerwijs een gevangenisstraf wegens ontduiking van de dienstplicht. Hierop volgde een geschrokken en geagiteerde brief van Hitler die ertoe leidde dat de autoriteiten enig begrip voor Hitlers situatie toonden. Als hij zich in Salzburg zou laten keuren zou hij niet strafrechtelijk vervolgd worden. Hitler reisde naar Salzburg en werd daar uiteindelijk afgekeurd voor militaire dienst.[bron?]

Tijdens de Eerste Wereldoorlog

Hitler als soldaat in de Eerste Wereldoorlog
Hitler (geheel rechts) als soldaat in 1915

Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd in Duitsland in het algemeen en ook door Hitler met enthousiasme begroet, hij meldde zich in Beieren vrijwillig voor het leger aan. In het List Regiment ging hij naar het westelijk front en nam deel aan de Eerste Slag om Ieper ter hoogte van Kruiseke-Wervik. In december 1914 ontving hij daarom het IJzeren Kruis 2e klasse. Daarna werd hij ordonnans tussen het hoofdkwartier van het regiment en de bataljonshoofdkwartieren, dichter bij de loopgraven. In mei 1918 kreeg hij een Regimentsdiploma wegens dapperheid tegenover de vijand, en in december 1918 werd hem het, aan manschappen zelden verleende, IJzeren Kruis 1e klasse verleend.[22] In 1918 raakte hij als Gefreiter[23] bij een gasaanval gewond. Hij bleef drie maanden blind als gevolg van de blootstelling aan mosterdgas. Ook werd hij bij Mesen gewond aan het voorhoofd door een kogelschampschot. Om het litteken te verbergen droeg Hitler voortaan zijn haar met een schuine lok over zijn voorhoofd.[2]

De ineenstorting van het Westelijke front, onder andere als gevolg van de Amerikaanse interventie en door de uitputting van de laatste Duitse reserves, heeft Hitler, die toen in een militair ziekenhuis in het Duitse Pasewalk werd verpleegd, niet meegemaakt; hij ging er daardoor van uit dat het front steeds stand had gehouden. Zo geloofde Hitler heilig in de dolkstootlegende waarbij de nederlaag van het Keizerlijk leger werd toegeschreven aan het 'verraad van de socialisten, Joden, communisten en republikeinen' (de zogenaamde Novemberverbrecher). Ondanks zijn staat van dienst is korporaal Hitler nooit bevorderd, omdat men vond dat hij geen leidinggevende capaciteiten had. De loopgraafmilitairen hebben hem echter altijd beschouwd als een "Etappenschwein" (achterhoedevarken), omdat hij het minder zwaar had gehad. Later, tijdens een reünie in 1922, negeerden zij hem daarom.

Lange tijd hebben onderzoekers gemeend dat Hitler een heldenrol tijdens deze oorlog vervuld had. Door archiefonderzoek van het List Regiment door Thomas Weber is in 2010 echter aangetoond dat dit stoelde op Hitlers eigen aannames en nazipropaganda tijdens de Tweede Wereldoorlog.[24]

Gedurende 1918-1933

Tijdens de Sovjetopstand in München en de vestiging van de zogenaamde Beierse Radenrepubliek in 1919 heeft Hitler mogelijk deelgenomen aan het oproer. Een document met de naam Hittler (met twee t's) doet dit vermoeden, al is er nog veel discussie tussen academici omtrent dit omstreden onderwerp. Hoe dan ook, het Freikorps kwam München ontzetten, en de communistische opstand werd in de kiem gesmoord. Opeens dook Hitler op als infiltrant van het leger. Het was in die hoedanigheid dat hij vanaf dat ogenblik bijeenkomsten van kleine politieke groepjes bijwoonde, die als paddenstoelen uit de grond schoten na de val van het Duitse Keizerrijk.

Hitlers lidmaatschapskaart van de DAP die later de NSDAP werd

In 1919 kreeg Hitler als infiltrant de opdracht een vergadering van zo'n kleine, mogelijk linkse partij, bij te wonen. Dit was de DAP, de Deutsche Arbeiterpartei, waarvan het woord "Arbeiter" al voldoende was hen in de ogen van het leger verdacht te maken. De toen nog piepkleine partij was opgericht door onder meer de spoorwegbeambte Anton Drexler. Zij vergaderden in een bedompt café, waar slechts ca. honderd belangstellenden aanwezig waren. Tot Hitlers verrassing[bron?] bleek de partij nationalistisch, maar verder was het een armzalig zooitje. Het aantal leden bedroeg nog geen vijfhonderd, van wie misschien vijftig actief waren, en het batig kassaldo bedroeg ongeveer vijftig Reichsmark. Net toen Hitler aanstalten maakte om weg te gaan, maakte een "professor" opmerkingen die Hitler razend maakten.[bron?] Hij nam het woord en sprak de vergadering heftig toe, tot de professor vertrok. Hierop liep Hitler tevreden weg. Anton Drexler rende achter hem aan en gaf hem wat pamfletten, met het verzoek (bestuurs)lid te worden. Na een nacht nadenken stemde Hitler toe en sloot zich bij de partij aan.

Hitler beweerde zelf altijd dat zijn lidmaatschapsnummer van de DAP 7 was. Dit zou bijdragen tot zijn mythevorming over "een armzalig groepje van zeven dat onder Hitlers hoede zou uitgroeien tot een machtige partij". Hij was echter niet het zevende lid, maar het zevende lid van het dagelijks bestuur. Zijn werkelijke lidmaatschapsnummer was 555. Op de afbeelding van Hitlers ledenkaart staat echter wel het lidmaatschapsnummer 7. Dit is echter het gevolg van het feit dat de partij pas in 1920 een fatsoenlijke administratie kreeg en de inmiddels binnen de partij machtige Hitler zichzelf een kaart met nummer 7 kon toebedelen. Hitler had nummer 555 maar was als 55e toegetreden. De administratie begon echter met nummer 501 om zo de partij groter te laten lijken.[bron?]

De partij groeide pijlsnel door zijn organisatorische, retorische en hypnotiserende gaven. Hij liet propagandamateriaal drukken dat hij desnoods zelf verspreidde en binnen de kortste keren waren de zalen gevuld met meer dan 2000 man. De precaire financiële positie van de partij werd opgekrikt door het heffen van entree, de invoering van reguliere contributie en donaties van rijke conservatieven uit München.[bron?] Het succes zal Hitlers eigendunk ongetwijfeld hebben vergroot maar stond in schril contrast met zijn onbeholpenheid in kleine kring. In 1921 werd hij partijleider.

Een bewaard gebleven brief van hem uit 1919 getuigt ervan dat toen al iets van een "verlosser"-idee in hem aanwezig was: dat hij, Adolf Hitler, de enige was die Duitsland naar een "wedergeboorte" kon leiden. In het openbaar profileerde hij zich aanvankelijk nog als "trommelaar" die de massa's bijeen zou roepen. Ook later zei hij meermalen dat hij geloofde "door het lot" te zijn voorbestemd voor zijn rol in de geschiedenis. In zijn laatste jaren versterkte die overtuiging zich alleen maar; het was Hitler of de chaos; hij vereenzelvigde Duitsland met zijn eigen levenslot.

Misschien wel de belangrijkste reden die Hitler aangaf voor zijn beslissing politiek actief te worden, was de linkse Novemberrevolutie van 1918, waarmee de adellijke regenten, inclusief de Duitse keizer Wilhelm II, van hun macht werden ontdaan. Voor veel Duitsers was dit moeilijk te verteren en de democratische Weimarrepubliek van 1919 ondervond dan ook veel tegenstand. Bovendien had naar Hitlers overtuiging deze revolutie Duitsland definitief de nederlaag bezorgd. Hij zag het als zijn missie dat weer recht te zetten. De oorlog die hij in 1939 begon was voor hem een voortzetting van de Eerste Wereldoorlog, om Duitsland alsnog de overwinning te bezorgen op het "internationale Jodendom".

Al decennialang waren elementen van het nationaalsocialisme aanwezig in Duitsland, Oostenrijk en andere Europese landen: nationalisme, anti-marxistisch socialisme, biologisch antisemitisme, sociaal darwinisme, racisme, eugenetica. In Duitsland en Oostenrijk ontwikkelden zich populaire Teutoonse varianten van deze elementen zoals antisemitisme, -liberalisme en -kapitalisme. Dit ging gepaard met een extreme vorm van nationalisme, het zogenaamde völkische nationalisme, met zijn mystieke eigenschappen van een harmonische Duitse sociale en hiërarchische orde.

Alleen al in München bestonden in 1920 ten minste 15 völkische verenigingen, de meeste opgericht na de oorlog (bijvoorbeeld het Thule-Gesellschaft; de Nordische Vereniging). Het waren, net als de DAP in het begin, kleine, onbeduidende groepjes, maar ze verspreidden met elkaar een ongelofelijke hoeveelheid propagandamateriaal. Ook werden er op nationaal niveau pogingen gedaan om deze groepen te bundelen.

In het Sudetische Trautenau bestond sinds 1904 al een nationaalsocialistische partij, die eerst evenals Hitlers partij de Deutsche Arbeiterpartei heette, en na de Eerste Wereldoorlog haar naam veranderde in de Duitse Nationaalsocialistische Arbeiderspartij, de DNSAP. Ook de partij van Hitler veranderde van naam en werd in 1920 de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP).

Contacten tussen de twee partijen mondden uit in een samengaan begin jaren twintig. Maar de NSDAP bleek in 1923 superieur en in 1926 werden ze samengevoegd tot één partij: de NSDAP, met een Oostenrijkse en een Duitse tak. Hitler werd de enige leider van beide afdelingen.

Ondanks interne partijstrubbelingen lukte het Hitler de macht te behouden. Door onder meer agressieve publiciteit en Hitlers sprekerstalent, groeide het aantal toehoorders spoedig tot enkele duizenden per avond. In plaats van cafés werden nu grote bierhallen afgehuurd voor de samenkomsten en spreekbeurten. Hierbij moet wel gezegd worden dat de NSDAP in 1923 nog niet in het parlement was vertegenwoordigd. De NSDAP verwierf voor het eerst zetels in het parlement na de Duitse Rijksdagverkiezingen van mei 1924; samen met de Nationaal-Socialistische Vrijheidsbeweging, waarmee de NSDAP één partij vormde, werd 6,6% van de zetels behaald.

De partijaanhang groeide en daarmee de hoop op verandering. Op 9 november 1923 werd op aandringen van Hitler een poging gedaan de macht in Beieren te grijpen en daarna de Weimarrepubliek omver te werpen. In feite zag Hitler zelf weinig in de slecht georganiseerde couppoging, maar hij was waarschijnlijk bang dat zijn achterban anders zou overlopen naar een partij die wel bereid was tot actie.[bron?] Deze Bierkellerputsch, zoals hij genoemd wordt, begon in een bierhal. Daar stelde Hitler, zwaaiend met een pistool, de "nieuwe regering" aan de enthousiaste toehoorders voor, terwijl gewapende groepen mannen strategische gebouwen en instellingen in de stad trachtten te veroveren. Ook Ernst Röhm nam deel aan deze putsch, die mislukte en waarbij veertien coupplegers en vier politiemensen omkwamen. Ondanks de slachtoffers, die dankzij Hitlers mislukte 'putsch' gevallen waren, werd hij coulant behandeld door de rechtbank, bemand door conservatieve rechters die waarschijnlijk sympathiek tegenover zijn denkbeelden stonden. Dat er vraagtekens bij de neutraliteit van de toenmalige Beierse rechtbank gezet kunnen worden blijkt uit de bestraffing van linkse verdachten: communistische relschoppers werden meestal veel zwaarder gestraft.[14] Hitler werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenschap. Hiervan zat hij een jaar uit in de gevangenis van Landsberg, onder tamelijk comfortabele omstandigheden. Op 20 december 1924 werd hij alweer vrijgelaten.

Eerste uitgave van Mein Kampf
Kiesformulier presidentsverkiezingen 1932

Zijn gevangenschap benutte Hitler voor het schrijven van Mein Kampf (Mijn strijd). In dit autobiografische boek beschreef hij zijn afkomst en jeugd, zijn tijd in Linz, Wenen en München, de vorming van zijn denken, zijn ideeën en zijn toekomstplannen. Hitler verheerlijkt in het boek het Duitse volk almede diens 'bloed' en 'bodem', waarbij hij historische gebeurtenissen, zoals het verlies van de As-mogendheden in de Eerste Wereldoorlog, in dienst stelt van een op zijn antisemitisme gebaseerde ideologie.

Al enkele maanden na zijn vrijlating in 1924 werd het spreekverbod op de partij in München opgeheven. Waar het verbod op de partij nog wel bestond, en dat gold in het begin voor vrijwel heel Duitsland, werd door middel van gewelddadige provocaties geprobeerd "het nieuws te halen". Dat lukte vaak. Desondanks werd het verbod in de ene na de andere deelstaat opgeheven. In de media werd steeds meer macht veroverd. Eind jaren twintig kon de NSDAP uitgroeien tot een grote landelijke partij.

Voor Hitler, als leider van de Nationaalsocialistische Arbeiderspartij, was toen de weg vrij voor deelname aan de verkiezingsstrijd. Aanvankelijk ging dit niet van een leien dakje. De partij wist weliswaar rond de dertig zetels in de Rijksdag te bemachtigen, maar dit werden er bij elke volgende verkiezing minder. Ook bleef de groei van het ledental beneden verwachting. Dit was te wijten aan het Amerikaanse geld dat in het kader van het Dawesplan Duitsland binnenstroomde, en de economische hoogconjunctuur van de roaring twenties. De Fransen vertrokken uit het Ruhrgebied, de nieuwe Rentenmark bleek waardevast, en de Duitse economie groeide weer. Berlijn werd een internationaal centrum van cultuur met talrijke kunstenaars, artiesten, filmmakers en modekoningen en een bruisend uitgaanscentrum. Langzaam sijpelde wat welvaart door naar de middenklasse, en men keerde zich af van extremistische partijen, en stemde weer op de traditionele partijen zoals de SPD, DVP en Zentrum. In 1928 kwam de partij met 12 zetels in het parlement: een dieptepunt.

De crisis van 1929, ontstaan door de Beurskrach, breidde zich echter uit naar Duitsland. Een golf van faillissementen deed de werkloosheid explosief stijgen. De rijksregering moest impopulaire maatregelen nemen met toepassing van artikel 48 van de Grondwet, waarna zij direct in nieuwe verkiezingen werd afgestraft. De kiezers stemden weer massaal op de extremistische partijen ter rechter- en ter linkerzijde van het politieke spectrum terwijl het gematigde centrum werd weggevaagd. De NSDAP kwam met 107 zetels terug in het parlement. In 1932 behaalden ze bij een van de vele verkiezingen dat jaar het grootste aantal zetels in het parlement (280), in augustus, hoewel Hitler bij de presidentsverkiezingen geen meerderheid van stemmen behaalde. Maar ook de communisten behaalden een groot aantal zetels. Er zou in theorie een meerderheidskabinet gevormd kunnen worden door of de nazi's of de communisten. Deelname aan de regering door een van beiden werd echter door rijkspresident Von Hindenburg verhinderd die van beide kampen niets moest hebben. Bovendien wilde Hitler alleen deelnemen aan een kabinet als hijzelf hierin regeringsleider (rijkskanselier) werd. In november werden opnieuw verkiezingen gehouden, waarbij de nazi's terugvielen van 280 naar 196 zetels.
De overige partijen, conservatieven en socialisten, bleven echter sterk verdeeld. In januari 1933 raakte Duitsland door een serie complotten bijna onbestuurbaar. De straat werd opnieuw beheerst door de knokploegen van extreemlinks en -rechts. Conservatief Kurt von Schleicher en de communisten loerden op kansen om een junta of een radenrepubliek te vormen op legale of illegale wijze, en ieder kabinet zonder de nazi's viel.
In deze periode kocht Hitler ondertussen het chalet "Haus Wachenfeld" (later de Berghof genoemd) op de Obersalzberg nabij Berchtesgaden: daar bouwde Hitler zijn tweede (informele) machtscentrum waar later vaak vergaderingen en besprekingen van Hitler met andere nazibonzen en Hitlergetrouwen plaatsvonden. Ook sommige andere toplieden, zoals Hermann Göring, hadden een chalet in de buurt van de Berghof.

Uiteindelijk werd toch weer Hitler gepolst voor deelname aan een kabinet. De partijschulden werden door het bedrijfsleven betaald (de partij was vrijwel failliet door de bijna onafgebroken verkiezingscampagnes), en men begon een lobby bij de rijkspresident. Na weken getouwtrek en intriges, vooral met medewerking van de conservatief Franz von Papen en door vele geweldsincidenten door de Sturmabteilung in het land, ging de rijkspresident uiteindelijk in januari 1933 overstag en mocht Hitler, met hemzelf als kanselier, een regering proberen te vormen. Men zag het alternatief, een communistische regering, als een groter kwaad dan een naziregering.

Aan de macht

1rightarrow blue.svg Zie ook Geschiedenis van de politieke partijen in Duitsland en Gleichschaltung
Arno Breker, Hitler (brons, 1938)

Mede op aandringen van de conservatieve politicus Franz von Papen, die verzekerde dat dankzij de meerderheid van conservatieven en katholieken in het nieuwe kabinet Hitler kort gehouden kon worden, werd Hitler in januari 1933 ten slotte door de toenmalige rijkspresident van de Weimarrepubliek, Paul von Hindenburg, met tegenzin benoemd tot Rijkskanselier. Hindenburg had een lage dunk van Hitler en sprak denigrerend over "deze kleine korporaal, zwerver en mislukte kunstenaar", maar hij werd van diverse zijden onder druk gezet om Hitler tot rijkskanselier te benoemen en gaf ten slotte toe.

Von Papens voorspelling kwam niet uit: mede door de Rijksdagbrand (die Hitler wonderwel uitkwam) zag Hitler al na een paar weken kans om met steun van twee derde van het parlement (met name de stem van de, aanvankelijk weifelende, katholieke Centrumpartij was van belang) een machtigingswet door te voeren die hem extra bevoegdheden gaf om "orde op zaken te stellen" (ofwel per decreet te regeren), waarna hij in de rest van het jaar alle politieke tegenstanders buitenspel zette. In juli 1933 werden alle partijen verboden, uitgezonderd de NSDAP. In de loop van 1934 culmineerde onrust in de eigen nazigelederen, twijfel aan Hitlers capaciteiten binnen de Reichswehr en kritiek van conservatieve hoek (Von Papen) in de bloedige Nacht van de lange messen, waarmee Hitler de laatste resten van verzet binnen Duitsland uitschakelde. Zelfs de rijkspresident, toen al geruime tijd ziek, liet naderhand zijn goedkeuring publiceren. Toen Hindenburg een maand later overleed, voegde Hitler de bevoegdheden van het ambt van rijkspresident bij die van zijn eigen ambt als rijkskanselier. Vanaf toen verzwakte Hitler de rollen van parlement en regering definitief tot het punt waarop hij dictatoriale macht had.
Hij versterkte zijn positie verder met behulp van onder andere Heinrich Himmlers Gestapo en een goed georganiseerd propagandanetwerk, dat onder leiding stond van Joseph Goebbels. Naast de al spoedig alomtegenwoordige propaganda die over het Duitse volk werd uitgestort, zag Hitler terreur nu als een belangrijke machtsfactor. Vanaf de oprichting van de partij tot aan de ondergang werd geweld een veelgebruikt middel om oppositie de mond te snoeren. Waren de knokpartijen voorheen meer bedoeld om de krant te halen en tegenstanders te intimideren, na de machtswisseling ging men over tot regelrechte moord op mensen die openlijk tegen Hitler en het nazisme in het geweer kwamen. Veel (mogelijke) tegenstanders verdwenen spoorloos. Hitler vond het belangrijk ook het leven op straat te beheersen.

Tussen Hitlers handlangers bestond een felle rivaliteit, die Hitler hoogstwaarschijnlijk heeft uitgebuit om te zorgen dat niemand aan zijn autoriteit tornde. Wanneer een conflict voorkwam (en dit gebeurde vaak door de onnauwkeurige afbakening van bevoegdheden) liet Hitler dit een tijd op zijn beloop, om vervolgens de overwinnaar te steunen.

Nadat Hitler aan de macht gekomen was ging hij over tot de uitvoering van zijn plannen, waaronder de aanleg van een groot Duits wegennet, waarvoor werd teruggegrepen op het HaFraBa-plan uit de Weimarrepubliek. Dat hij er in één klap honderdduizenden Duitsers weer werk mee bezorgde, waardoor zijn populariteit bij de Duitse arbeiders zou zijn toegenomen, is een propagandamythe; meer dan enkele tienduizenden banen werden er niet mee geschapen. In 1935 opende Hitler de autobahn tussen Frankfurt en Darmstadt. Dit betrof onder meer de Linksrheinische en de Rechtsrheinische autobahn.[25] Een jaar eerder (in 1934) had hij Ferdinand Porsche de opdracht gegeven om een Kraft durch Freude-wagen te ontwerpen, een wagen voor het volk (de Volkswagen).

In 1938 was het Duitse leger het laatste instituut dat mogelijk nog weerstand kon bieden aan de nazi's, maar na de Blomberg-Fritschaffaire in datzelfde jaar eigende Hitler zich ook het opperbevel van de Wehrmacht toe en ontsloeg onwillige militaire kopstukken.

Een ander actiepunt was de uitbreiding van de ontwikkeling en productie van wapens en ander oorlogstuig. In 1942 zou hij rijksarchitect Albert Speer benoemen tot rijksminister voor Bewapening en Munitie. Ook na 1943, toen de militaire kansen in de oorlog gekeerd waren, bleef Hitler optimistisch geloven dat nieuw ontwikkelde wapens, de propaganda sprak over Wunderwaffen, zoals een nieuw type vliegtuig, een nieuw type tank en de V1- en V2-wapens, de rollen weer zouden omdraaien.

Hitler verordonneerde ook georganiseerde moord op geestelijk en lichamelijk gehandicapten: het zogenaamde T-4-euthanasieprogramma. Er zijn door Hitler ondertekende documenten overgeleverd waaruit blijkt dat hij deze actie goedkeurde. Op 18 augustus 1941 liet Hitler het programma tijdelijk stoppen door druk van de Katholieke Kerk (Clemens August kardinaal von Galen[26]), de andere kerken en de families van de slachtoffers. Er waren toen al 70.000 mensen vermoord. De Duitse openbare weerstand leidde tot vertraging maar niet tot een totale stop; het werd in het grootste geheim voortgezet.

Welvaart en populariteit

Na 1934 groeide de populariteit van de "Führer", zoals Hitler zich liet noemen, enorm. Ondanks alle repressie aan diverse groepen troffen die maatregelen voorlopig nog een minderheid en de meeste Duitsers waren bereid de andere kant op te kijken als er razzia's waren op Joden, socialisten en andere door de nazi's ongewenste groeperingen. Met hulp van financieel specialist Hjalmar Schacht herstelde de economie, de werkloosheid verdween binnen enkele jaren. Veel geld werd in de herbewapening gestopt, hetgeen veel werk opleverde. Om dit alles te bekostigen liep het begrotingstekort echter enorm op, maar Hitler weigerde zijn uitgaven bij te stellen waarna Schacht zich in 1938 terugtrok.

Weg naar de Holocaust

Op 1 april 1933 werd een boycot door de nazi's afgekondigd. Op het bord staat te lezen: Duitsers, verzet u, koop niet bij Joden. Dit bord hing bij de winkel van Tietz in Berlijn met een SA-man ernaast, waarschijnlijk om erop toe te zien dat niemand het bord verwijderde. Op het raam van de etalage een Jodenster.

Een belangrijke voedingsbodem voor het antisemitisme dat tot de Holocaust zou leiden was de publicatie van de Protocollen van Zion die een vermeende wereldwijde manipulatie door het internationale jodendom als onderwerp hadden. Ze waren een vervalsing maar werden in de jaren twintig als authentiek beschouwd[27]

Meteen na Hitlers aantreden verschenen in openbare ruimten de eerste bordjes "Voor Joden verboden". Beroepsverboden werden uitgevaardigd en huwelijkswetten aangepast. Vanaf 1935 (de wetten van Neurenberg) was het voor een Jood verboden om te trouwen met een niet-Jood. Steeds meer Duitse Joden gingen over tot emigratie. Anderen werden opgepakt en naar 'werkkampen' gestuurd, wat later de vernietigingskampen zouden worden. Een van de meest antisemitische Hitlergetrouwen was Julius Streicher, die zich al in de jaren twintig ontpopte tot een vurig propagandist van de haat tegen Joden, waar Hitler dankbaar gebruik van maakte.

In de Poolse hoofdstad Warschau werden na de Poolse veldtocht in september 1939 de daar wonende Joden in een getto bijeengedreven en later afgevoerd naar de vernietigingskampen. Overigens werden ook in totaal een miljoen Polen naar werkkampen getransporteerd, en werden uit alle bezette gebieden in totaal 6 miljoen mannen tussen de 18 en 45 jaar gedwongen tewerkgesteld in de Duitse oorlogsindustrie. Dit werd de Arbeitseinsatz genoemd. De rechters van Neurenberg noemden het later "slavernij".[bron?] Tijdens de Wannseeconferentie (januari 1942), waar 15 nazileiders, maar niet Hitler zelf, bijeen waren gekomen om tot een "definitieve oplossing" (Endlösung) van het "Jodenvraagstuk" (Judenfrage) te komen, werd besloten om de circa 10 miljoen Europese Joden systematisch om te brengen. De organisatie daarvan werd in handen gegeven van Reinhard Heydrich en Heinrich Himmler; de administratie aan Adolf Eichmann, en de uitvoering aan de talloze officieren, militairen en burgers die door de jaren heen voldoende waren getraind en gehard. Zigeuners, homoseksuelen, Jehova's getuigen en andere groepen mensen die als ongewenst werden beschouwd ondergingen hetzelfde lot.[28]

De Holocaust zelf was in de omgeving van Hitler als gespreksonderwerp een taboe. Een directe opdrachtrelatie tussen Hitler en de Holocaust is tot op heden niet gevonden. Het Derde Rijk opereerde sterk op het "de Führer tegemoet werken": dingen doen waar geen opdracht voor gegeven was maar waar wel de ruimte voor was gegeven en waarvan verondersteld werd dat dit in de geest van de Führer was, aldus Hitlers biograaf Ian Kershaw.[bron?] Zo kon Hitler (voor zichzelf) schone handen houden. Hitler is nooit in Auschwitz, Majdanek, Sobibór, Treblinka of een van de andere vernietigingskampen geweest. Hij nam zelf niet actief deel aan de Endlösung. Hoewel hij in de ogen van de buitenwereld voorzichtig leek te manoeuvreren, heeft hij over zijn bedoelingen ten aanzien van de Joden nooit twijfel laten bestaan. Ontelbare keren heeft hij de woorden "vernietiging" en "wegvagen" uitgesproken. Bekend is het volgende citaat uit Hitlers toespraak van 30 januari 1939 " ‘als het internationale Finanzjudentum binnen en buiten Europa erin zou slagen de volkeren nogmaals in een wereldoorlog te storten, dan zal het resultaat niet [de bolsjewisering van de aarde en daardoor] de zege van de joden zijn, maar de vernietiging van het joodse ras in Europa!"

Voorbereidingen tot de oorlog

Hitler stuurde doelbewust aan op een oorlog in Oost-Europa om de Duitse hegemonie in Europa veilig te stellen, maar hij zou volgens sommigen niet uit zijn geweest op een algehele Europese oorlog of een wereldoorlog.[29] Aanvankelijk hoopte Hitler dat Duitsland zijn dominante positie op het Europese continent kon versterken. Polen, Hongarije, Tsjechoslowakije, Roemenië, Joegoslavië en Bulgarije zouden satellietstaten worden van Duitsland, die bovendien met hun economieën dienstbaar zouden zijn aan die van Duitsland. Frankrijk moest worden vernederd om de Eerste Wereldoorlog te wreken, maar dit was niet het hoofddoel. Hitler hoopte zelfs op een bondgenootschap met het Verenigd Koninkrijk,[bron?] net zoals keizer Wilhelm II aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Hitler maakte mogelijk de miscalculatie dat het voor het Verenigd Koninkrijk niet acceptabel zou zijn dat één land het hele Europese vasteland onder controle zou hebben. De werkelijke ideologische en geopolitieke vijand was de Sovjet-Unie, dat het in Hitlers ogen verderfelijke communisme aanhing en bovendien op de plaats lag waar de toekomstige Lebensraum verwezenlijkt moest worden. Deze ideologische tegenstelling weerhield Hitler en Stalin echter niet om op realpolitische wijze een tijdelijk verbond (Molotov-Ribbentroppact van 1939) te sluiten en Polen te verdelen.

Hitler en Göring spreken te Berlijn een enthousiaste menigte toe na hun triomftocht in Wenen ter gelegenheid van de "Anschluss" van Oostenrijk bij nazi-Duitsland (1938)
Adolf Hitler met Benito Mussolini tijdens een bezoek aan bezet Joegoslavië (1942)

Om de Fransen en Britten in de Middellandse Zee bezig te houden sloot Hitler een pact met de Italiaanse fascistische dictator Benito Mussolini. Deze liaison werd de as Rome-Berlijn, of simpelweg de as genoemd. Ook Japan verklaarde zich solidair met Duitsland. Deze drie landen werden hierna tot de zogenaamde asmogendheden gerekend.

De halfslachtige maatregelen van de Volkenbond tegen de Italiaanse agressie in Ethiopië en tegen de Japanse agressie in Mantsjoerije gaven Hitler het eerste signaal dat de westerse mogendheden ver zouden gaan om oorlog te voorkomen. Op 7 maart 1936 werd het Rijnland herbezet, in 1938 gevolgd door de Anschluss (aansluiting), feitelijk de annexatie van Oostenrijk en (het Tsjechische) Sudetenland. De internationale gemeenschap reageerde zoals Hitler hoopte, maar niet verwachtte, slechts met diplomatiek geschut. De Britse premier Neville Chamberlain kwam zelfs op bezoek om een "vriendschapsverdrag" te tekenen: het Verdrag van München. Aangemoedigd door de lauwe reacties van de internationale gemeenschap annexeerde Hitler vervolgens de Tsjechische helft van Tsjechoslowakije en inderdaad: er werd hiertegen nauwelijks geageerd door het buitenland. In 1939 sloot Hitler met de dictator van de Sovjet-Unie, Jozef Stalin, een niet-aanvalsverdrag: het Molotov-Ribbentroppact. Aan dit verdrag werd bovendien een geheime clausule toegevoegd, waarin al een overeenkomst over de verdeling van Polen stond. Het was inmiddels duidelijk voor het buitenland dat Hitler niet van plan was om te stoppen met het annexeren van zijn oosterburen, en het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en ook Nederland begonnen hun defensie-uitgaven te verhogen. De oorlog wierp zijn schaduw al vooruit.

Er is gespeculeerd over de vraag waarom Hitler zulke grote risico's nam en daarmee op een oorlog aanstuurde. In 1938 en 1939 stond Hitler op het toppunt van zijn macht en roem. Duitsland was oppermachtig in Centraal-Europa. Oostenrijk en Sudetenland waren ingelijfd, en de Fransen en Britten hadden veel van zijn andere eisen ingewilligd. Er bestaat een theorie dat Duitsland op een economische crisis afstevende, en zodoende wel oorlog moest voeren (lees: goederen roven) om dit te voorkomen. Bovendien vijzelt het hebben van buitenlandse vijanden de binnenlandse politieke steun op. Een andere reden is door Hitler in 1937 zelf tijdens de zogenaamde Hossbach-conferentie aangegeven: hij wilde dat Duitsland de wereldmacht zou veroveren, maar wilde dit graag zelf meemaken. In 1939 was hij vijftig, en hij was bang voortijdig ziek te worden of te overlijden. Voor dit gebeurde moest hij "zijn werk afmaken". Daarnaast bestond onder de Duitse elite het idee dat men de verkregen machtspositie moest uitbuiten zodra daartoe de mogelijkheid bestond, voordat een andere potentiële wereldmacht zou opstaan. Hierbij werd verwacht dat de dit de Sovjet-Unie zou worden, wanneer die op hetzelfde economische ontwikkelingsniveau als West-Europa zou komen, iets wat in de Koude Oorlog werkelijkheid werd.

Vaak wordt Hitler als persoon wel eens als hoofdoorzaak voor de gehele Tweede Wereldoorlog aangewezen. Het valt niet te ontkennen dat hij een grote bijdrage heeft geleverd aan het ontstaan van de situatie in 1939, maar er speelden talloze historische ontwikkelingen en andere factoren mee.

Tweede Wereldoorlog

De hermilitarisering van het Rijnland en de annexatie van Oostenrijk en Tsjechië leidde niet tot een militaire reactie en daarom verwachtte Hitler, na een aanval op Polen in september 1939, slechts diplomatieke strubbelingen. Maar dit keer vergiste hij zich, want nadat de Duitsers Polen binnenvielen verklaarden het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk Duitsland de oorlog. Dit was het begin van de Tweede Wereldoorlog. Het Poolse leger werd, in samenwerking met de in het oosten binnenvallende Sovjets, in minder dan vijf weken vermorzeld. Om geallieerde interventie te voorkomen, sloegen de Duitsers een half jaar later in West-Europa toe: binnen drie maanden werden achtereenvolgens Noorwegen en Denemarken bezet, het Britse expeditieleger verjaagd en Frankrijk verslagen. Dit laatste verbazingwekkende succes hadden de Duitsers voor een deel te danken aan hun Blitzkrieg-doctrine, waarbij met een combinatie van alle wapenen op bepaalde plaatsen in de linie het overwicht werd behaald. Ze wisten zo de Britten en het grootste deel van het Franse leger in Noord-Frankrijk en België vast te pinnen, te omsingelen en vervolgens te verslaan waarna Parijs gemakkelijk ingenomen kon worden. In essentie was dit een aangepast Von Schlieffenplan dat in tegenstelling tot 1914-1918 nu wel succesvol volbracht werd. "En passant" werden bij de invasie van Frankrijk ook Nederland en België onder de voet gelopen (Duitse codenaam "Fall Gelb"). Door deze eclatante militaire successen werden Hitlers langgekoesterde plannen voor de verovering van Rusland en de beheersing van de Kaukasische olievoorraden, die na het Ribbentrop-Molotovpact tijdelijk in de ijskast waren gezet, weer nieuw leven ingeblazen. Hitler wilde echter geen tweefrontenoorlog en daartoe moest het Verenigd Koninkrijk worden verslagen of idealiter tot bondgenoot gemaakt.

Hitler op bezoek bij de Finse maarschalk Mannerheim, 4 juni 1942

De Britten wisten echter boven verwachting stand te houden, mede door de onverzettelijke nieuwe Britse premier Winston Churchill, en gingen niet op Hitlers vredesvoorstellen in. Hitler beval daarop dat de voorbereidingen voor een bezetting van de Britse eilanden opgestart moesten worden (Operatie Seelöwe) maar in augustus en september 1940 werd tijdens de Slag om Engeland duidelijk dat de Luftwaffe het luchtruim boven Engeland niet onder controle kon krijgen; een militaire vereiste om een geslaagde invasie te kunnen uitvoeren. In combinatie met het traditionele Britse overwicht ter zee werd een invasie van de Britse Eilanden nu onmogelijk. Ongeduldig geworden besloot Hitler zonder volledige overwinning aan het westelijke front toch een oostelijk front te openen en de Sovjet-Unie aan te vallen, teneinde zijn hoofddoel, Lebensraum in het oosten, te verwezenlijken. Opmerkelijk is dat Hitler voorheen altijd gewaarschuwd had tegen een tweefrontenoorlog en zelfs ernstig de Duitse bevelhebbers uit de Eerste Wereldoorlog verweet dat ze hiermee begonnen waren. Het voeren van een tweefrontenoorlog werd Hitler dan ook zeer ontraden - naar later bleek terecht - door onder anderen Joseph Goebbels en Hermann Göring, die Duitsland nog niet klaar vonden voor zo'n grote uitbreiding van de oorlog. Maar Hitler was vastbesloten en stuurde Göring zelfs op "vakantie".

Nog een tegenvaller voor Hitler was dat zijn "vriend" Mussolini, aangemoedigd door Hitlers militaire successen in West-Europa, op de Balkan en in Afrika ook het veroveringspad insloeg. De Italiaanse troepen waren echter veel minder succesvol, en toen de Grieken hen zelfs dreigden te verslaan was Hitler gedwongen in te grijpen om zijn kwetsbare zuidgrens veilig te stellen. Hierdoor moesten de Duitsers begin 1941 zelf de Balkan veroveren en de in het nauw gedreven Italianen in Noord-Afrika ontzetten met het roemrucht geworden Afrikakorps onder bevel van Erwin Rommel. Deze onvoorziene afleiding heeft het offensief tegen Rusland wellicht kritiek vertraagd: had Duitsland de tijd die verloren ging in de Balkan tegen de Sovjet-Unie gebruikt, dan had men wellicht Moskou voor de winter inviel kunnen innemen.[30]

In juni 1941 begon Hitler dan toch aan wat velen beschouwen als zijn grootste vergissing: operatie Barbarossa, de invasie van de Sovjet-Unie. Het oorspronkelijke plan was om voor het uitbreken van de winter Europees Rusland, dat verreweg het grootste gedeelte van de bevolking en industrie van de Sovjet-Unie bevatte, te bezetten tot aan de lijn Astrachan-Archangel. Later zou men eventueel tot aan de Oeral oprukken. Hierna zou de rest van de Sovjet-Unie als tegenstander, als Stalin zich nog niet zou hebben overgegeven, niet veel meer voorstellen; het Duitse optimisme was mede geïnspireerd door de slechte prestaties van het Rode Leger tijdens hun oorlog tegen de Finnen in 1939-1940. Maar ook hadden, naar later bleek, de Duitse spionnen in Rusland een veel te negatief beeld doorgegeven van de vermeend zwakke capaciteiten en reserves van het Rode Leger; het was veel beter in staat nieuwe lichtingen op te roepen, te trainen en uit te rusten dan de Duitsers hadden ingecalculeerd in hun aanvalsplannen. Nog een belangrijke factor was de uitgestrektheid van het front. In de veldtocht tegen Frankrijk waren de afstanden betrekkelijk klein en konden de Duitsers vrijwel over de hele linie van het westelijke front een beslissend overwicht bereiken. Aan het oostelijk front was dit anders.

Na aanvankelijk weer ongekend grote successen in de eerste maanden van de invasie, waarbij de Duitsers snel oprukten en enorme aantallen Russische soldaten gevangennamen, voorspelden de nazileiders de overwinning als zeer nabij. Maar toen vertraagde de opmars. Stalin wist ondanks de enorme verliezen steeds weer nieuwe troepen en materieel in de strijd te werpen. De Sovjet-reserves bleken groter te zijn dan de Duitsers hadden verwacht. Bovendien wisten de Russen bijna al hun wapenfabrieken te verplaatsen achter de Oeral waar ze een onafgebroken stroom nieuwe tanks, vliegtuigen, kanonnen en ander wapentuig produceerden. De Duitsers kregen ook steeds grotere logistieke problemen naarmate de aanvoerlijnen langer werden. De bevolking in Oekraïne en de Baltische landen verwelkomde de Duitsers aanvankelijk als bevrijders van het stalinistische juk maar dit sloeg snel om toen bleek dat het nazistische juk op zijn minst net zo zwaar en bloederig was. Achter de Duitse linies laaide een voor de Wehrmacht steeds hinderlijker partizanenstrijd op die veel legereenheden bond die deze moesten bestrijden. De opmars vertraagde door al deze tegenslagen zozeer, dat de zomer en de herfst voorbijgingen zonder beslissende veldslag die Stalin op de knieën kon krijgen. Volgens een aantal historici (w.o. Willem Melching) is op grond van o.a. de dagboeken van Goebbels vast te stellen dat Hitler al twee maanden na het begin van de veldtocht inzag dat de oorlog niet meer gewonnen kon worden.
Uiteindelijk bleek de invallende winter te veel voor het tot het uiterste beproefde Duitse materieel en de oververmoeide Duitse manschappen, die door de haperende aanvoerlijnen vaak zelfs nog in zomeruitrusting moesten vechten. Vlak voor Moskou moest de Wehrmacht halt houden en de winter uitzitten. Op 5 december kregen ze zelfs een eerste Sovjet-tegenoffensief te verduren, waardoor ze 100 tot 250 km werden teruggedreven. Orders van Hitler om stand te houden werden genegeerd, wat leidde tot het ontslag van een aantal Duitse bevelhebbers. Toen een snelle overwinning op de Sovjet-Unie mislukt was, begon er een uitputtingsoorlog, waarbij Duitsland in termen van mankracht, grondstoffen en in het bijzonder olietoevoer ernstig in het nadeel was. In de zomer van 1942 werden nogmaals fenomenale successen door de Duitsers geboekt, maar de doorstoot naar de Kaukasische olievelden mislukte uiteindelijk bij Stalingrad. De Duitse troepen aan het zuidelijke deel van het oostfront werden eind 1942 gedwongen tot een lange en bloedige terugtocht tot de rivier de Dnjepr, opgejaagd door het Rode leger. Na de Slag om Koersk in juli 1943 nam het Rode Leger het initiatief voorgoed over en begon voor hen de moeizame weg naar Duitsland zelf.

Ondertussen waren ook de Verenigde Staten bij Hitlers tegenstanders gekomen door de Japanse aanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor, op 7 december 1941. Dit leidde tot de oorlogsverklaring van Duitsland aan de VS waarbij Hitler hoopte dat de Japanners een tweede oostelijk front in de Sovjet-Unie zouden openen, zodat Stalin zijn krachten zou moeten verdelen tussen de Duitsers en de Japanners. Tot Hitlers teleurstelling deden de Japanners geen aanval op de Sovjet-Unie in het oosten en kon Stalin de meeste troepen uit Ruslands verre oosten inzetten aan het front bij Moskou. Bovendien leidde de oorlogsverklaring aan de VS tot georganiseerde deelname aan de oorlog door een geallieerd bondgenootschap. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk leidden de tegenaanval aan het westfront en de Sovjet-Unie die aan het oostelijk front. Hitler was in twee jaar tijd in oorlog met het grootste land ter wereld (Sovjet-Unie), het grootste rijk ter wereld (Verenigd Koninkrijk), en de grootste economie ter wereld (Verenigde Staten). Sommige generaals van Hitler zagen toen (1942) al in dat de oorlog op den duur onmogelijk meer te winnen was met zoveel tegenstanders en stelden voor een gunstige vredesregeling met de geallieerden te treffen nu het nog kon. Zo had Stalin voorgesteld dat Hitler de Oekraïne mocht houden in ruil voor een wapenstilstand. Hitler reageerde hier nog niet eens op maar was wel furieus ten aanzien van de Duitse generaals die hierin wel wat zagen en ontsloeg de meeste van deze "dissidenten". Vanaf toen nam hij persoonlijk het commando van het leger over en smoorde de kritiek op zijn plannen in de kiem. Overigens speelde dit de geallieerden zeer in de kaart: in tegenstelling tot wat Hitler van zichzelf vond was hij geen vakman in strategie en tactiek aan het front. Hij maakte veel strategische blunders: het tot elke prijs vasthouden aan eenmaal veroverd terrein, het forceren van zinloze aanvalsacties en het verwaarlozen van defensieve maatregelen. Dit alles tot afgrijzen van militaire professionals zoals Heinz Guderian, Erich von Manstein en Erwin Rommel, die meestal machteloos moesten toezien hoe Hitler in snel tempo de reserves van de Wehrmacht erdoor joeg en de strategische positie van het leger hopeloos maakte.

Een andere tegenslag was de val van de Italiaanse dictator Mussolini in september 1943, na de landing van de Geallieerde troepen op Sicilië. Hij had zijn land in de oorlog gestort, en weinig anders dan tegenslagen en vernederingen geïncasseerd. De Italiaanse bevolking morde en ook binnen Mussolini's eigen fascistische partij groeide de kritiek. Uiteindelijk werd hij zelfs afgezet door zijn 'medefascisten' en werd een nieuwe leiding geformeerd. Het nieuwe Italiaanse regime koos op 13 oktober 1943 de zijde van de Geallieerden, zodat de Duitse troepen in Italië ineens een bezettingsleger waren geworden, dat tegelijk de Geallieerde opmars in Italië moest stuiten. Met Duitse steun kon Mussolini nog tot het eind van de oorlog in Noord-Italië, dat onder controle van de Duitsers bleef, aan het hoofd blijven van de zogenaamde 'Italiaanse Sociale Republiek', ofwel de Republiek van Salò. Bovendien werd op 20 juli 1944 in Hitlers Pruisische hoofdkwartier Wolfsschanze een bijna-gelukte bomaanslag op Hitler gepleegd door een groep officieren onder leiding van Claus von Stauffenberg. De bom was in een koffer geplaatst, die onder een tafel werd gezet. Maar net voor de explosie verplaatste Heinz Brandt de aktetas achter een dikke tafelpoot, het bureau had aan zijn linker- en rechterkant een gesloten poot, die sterk genoeg was om de explosie tegen te houden. Vier andere aanwezigen in de kamer vonden de dood wel en een aantal anderen raakte gewond. Hitler raakte gewond aan zijn benen en aan een arm maar niet levensbedreigend. Hitler zelf zag die aanslag overigens niet als een tegenslag; het feit dat hij tegen alle verwachting in ontkwam vatte hij volgens Kershaw en andere biografen triomferend op als "een ingreep van de Voorzienigheid".

De invasie in Normandië op 6 juni 1944 leidde de bevrijding in van de bezette West-Europese gebieden. Frankrijk was binnen een paar maanden bevrijd, maar tegenslagen voor de geallieerden zoals de mislukte luchtlanding bij Arnhem en het Duitse Ardennenoffensief in de winter van 1944-1945 brachten nog even uitstel van de onvermijdelijke nederlaag voor de nazi's.

Het einde

Hitlers dood in een Amerikaans defensieblad

In het voorjaar van 1945 hadden de Russen inmiddels Oost-Pruisen bereikt en de Amerikanen en Britten trokken de Rijn over met als gemeenschappelijk doel Berlijn. Het was voor iedereen duidelijk dat het einde voor de nazi's nabij was. Zoals eerder al vermeld kende Hitler geen zelfkritiek. Hij weet dus alle schuld voor zijn falen aan zijn generaals die hem "verraden" hadden en ook aan het Duitse volk dat hem "in de steek liet" en dat daarom in Hitlers ogen in zijn historische missie had gefaald. De laatste dagen van zijn leven bracht hij door in de sombere führerbunker nabij de kanselarij. Hitler was op dat moment lichamelijk en geestelijk een wrak en leed aan de ziekte van Parkinson.[31] Zijn lijfarts, dr. Morell, hield hem met diverse injecties op de been. Hitler gaf bevel tot het vernietigen van alle industriële complexen en het zich doodvechten tegen de Russen (ook bekend als het Nerobefehl). Hij ging de afgrond in en probeerde het Duitse volk mee te slepen. Door de snelle opmars van de geallieerden en ook de (heimelijke) tegenwerking van steeds meer officieren en zelfs nazikopstukken als Albert Speer, werden deze laatste führerbefehlen niet meer uitgevoerd. Op 20 april 1945 vierde Hitler zijn 56e verjaardag, zijn laatste. Naar het partijtje in de bunker kwam een aantal hoge nazi's, waarvan een aantal direct daarna het onder Russisch artillerievuur liggende Berlijn ontvluchtte.

Op 30 april 1945 pleegde Hitler zelfmoord in zijn ondergrondse bunker in Berlijn. Naar alle waarschijnlijkheid nam hij een cyanidepil in en schoot hij zich direct daarop met een pistool een kogel door het hoofd. Dat deed hij samen met Eva Braun, met wie hij een dag eerder gehuwd was. Braun nam naar alle waarschijnlijkheid alleen een gifpil in. Een aantal van zijn naaste medewerkers, onder wie zijn beruchte minister van Propaganda Joseph Goebbels, benam zich daarna ook het leven. Acht dagen later, op 8 mei 1945, gaf Duitsland zich over.

Wat er na zijn dood met zijn lichaam gebeurde is een onderwerp van discussie. De waarschijnlijkste geschiedenis is de volgende. Na Hitlers dood gaf Goebbels opdracht de lijken te verbranden. Haastig werden de lijken door de SS-lijfwachten met benzine overgoten en in brand gestoken. Goebbels verdween vrij snel om met zijn gezin zelfmoord te plegen, en ook de aanwezige soldaten hadden haast aangezien de Russische granaten her en der neerregenden. Hierdoor verbrandde het lichaam niet volledig. Uiteindelijk zou het Rode Leger twee lichamen aantreffen, waarvan een "waarschijnlijk van Hitler" was. De NKVD (de 79e SMERSJ) legde beslag op de lijken en liet forensisch arts Faust Sherovsky een autopsie verrichten. De lichamen werden daarna meerdere malen begraven en opgegraven, uiteindelijk zou het lichaam bij een nieuw gebouw van SMERSH in Magdeburg begraven zijn. In 1970, toen het gebouw aan Oost-Duitsland overgedragen zou worden, zouden de lijken opgegraven en verbrand zijn waarna de as in de Elbe verstrooid werd. Een niet verbrande kaak met bijbehorende brug en een stuk van een schedel (met kogelgat) wordt bewaard in het Russisch Staatsarchief te Moskou en is alleen voor wetenschappers toegankelijk. Onderzoek aan de hand van Hitlers originele gebitsfoto's heeft aangetoond dat de kaak inderdaad toebehoorde aan Hitler. Recent onderzoek met behulp van DNA-materiaal afkomstig van de schedel trekt dit echter weer in twijfel. Volgens DNA-analyses behoorde het schedelfragment met kogelgat toe aan een vrouw, die op basis van de schedelnaden, tussen de twintig en veertig jaar oud moet zijn geweest. Volgens de onderzoekers vormen deze gegevens het definitieve bewijs dat de schedel niet afkomstig was van Hitler.[32] Tot op heden wordt nog steeds gespeculeerd over het precieze verloop van de gebeurtenissen in Hitlers bunker in april 1945.[33]

Schuldvraag omtrent de Holocaust

De uiteindelijke schuldvraag omtrent de Holocaust is grondig onderzocht, maar daarover bestaan volgens Rosenbaum veel verschillende meningen, van "zonder Hitler geen Holocaust" (Lucy Dawidowicz), via "het is de schuld van de Duitsers" (Daniel Goldhagen) en "het waren de Europeanen",[34] tot "het is de schuld van het christendom" (Hyam Maccoby) en zelfs "het is wellicht de schuld van de Joden zelf" (zonder Joden geen Holocaust; George Steiner). Ook hebben velen voorzichtig of minder voorzichtig met de vinger naar God gewezen (Emil Fackenheim, Yehuda Bauer). De Britse historicus Ian Kershaw, die een lijvige tweedelige biografie schreef, heeft Hitler vooral in een historische context willen plaatsen; hij stelt dat Hitler vooral zo veel macht kon vergaren doordat veel van zijn aanhangers bereid waren hem "tegemoet te werken".

Het is duidelijk dat de massamoord op miljoenen mensen niet zonder medeweten van Hitler kon worden georganiseerd (zie ook Wannseeconferentie). Een schriftelijke opdracht is echter niet teruggevonden. Hitlers naaste medewerkers (Himmler, Göring, Kaltenbrunner en Frick) zouden een operatie van deze omvang, en met een dergelijke logistieke complexiteit, niet zonder Hitlers toestemming hebben kunnen organiseren. De massale vergassing van de Europese Joden past ook bij Hitlers op film bewaarde uitspraak in de Reichstag dat "een nieuwe oorlog de ondergang van het Joodse ras in Europa zou zijn". Ook zijn autobiografie, Mein Kampf, bevat vele passages tegen het Jodendom.

Meningen die geheel van de bovenstaande verschillen, komen van onder anderen Claude Lanzmann, die vindt dat elke verklaring de enormiteit van Hitlers schuld verdoezelt, en van Louis Micheels, die zich afvraagt of de waarom-vraag wel gesteld moet worden. De meest afwijkende mening komt echter van David Irving, die de omvang van de Holocaust relativeert en de betrokkenheid van Hitler onbewezen acht, en die dan ook een schare bewonderaars achter zich kreeg uit revisionistische, neonazistische of andere extreemrechtse kringen.

Door zelfmoord te plegen wist Hitler zich te onttrekken aan strafvervolging, zodat zijn verantwoordelijkheid voor en betrokkenheid bij de Holocaust nooit aan een gerechtelijk onderzoek zijn onderworpen en er nooit een gerechtelijk oordeel over is geveld.

Verklaringen voor het politieke succes van Hitler

"De Duitse catastrofe werd niet alleen veroorzaakt door wat Hitler met ons gedaan heeft, maar ook door wat wij met Hitler hebben gedaan. Hitler kwam niet van buitenaf. Hij was niet, zoals velen zich voorstellen, een demonisch monster, dat helemaal alleen de macht greep. Hij was de man die het Duitse volk vroeg en die wij tot meester over ons lot gemaakt hebben door hem mateloos te verheerlijken. Want een Hitler staat slechts op in een volk dat een Hitler wenst".[35]

Ian Kershaw (Hitlerbiograaf) benadrukt naast Hitlers redenaarstalent, de politieke situatie in Duitsland na de Eerste Wereldoorlog en de kritische houding van vele Duitsers tijdens de Weimarrepubliek tegenover een pluralistische maatschappij. Binnen het Duitse nationalisme streefden volgens Kershaw velen naar eenheid onder de bevolking. Deze Duitsers wezen dus een democratisch stelsel met rivaliserende politieke partijen af:

Waar Hitler onder de gewijzigde omstandigheden van na de oorlog (1914-1918) het meest van heeft kunnen profiteren, is de gedachte dat pluraliteit onnatuurlijk en ongezond is, een teken van zwakte dus, en dat alle conflicten en verschillen kunnen worden overwonnen om plaats te maken voor een eensgezinde “volksgemeenschap”.

Zie ook

Noten

  1. In het Duitse leger de op een na laagste rang, nog onder korporaal.
  2. a b Dat Hitler bij gevechten gewond raakte zou worden betwijfeld door de Duitse historicus Thomas Weber. Zie Hitler was een Joods-Afrikaans achterlandvarken, door Marnix Koolhaas, geschiedenis.vpro.nl, 19 augustus 2010
  3. du: Ian Kershaw: Hitler. 1889-1936, Stuttgart 1998, S. 130 en Anton Joachimsthaler: Korrektur einer Biographie, München 1989, S. 159-160
  4. Kershaw, Ian: Hitler Band 1: 1889-1936. Stuttgart 1998
  5. Ook: 'Heil Schicklgruber!'??? op about.com (laatst geraadpleegd in mei 2011).
  6. Hitler was verwant met Somaliërs, Berbers en Joden, [[Knack (magazine)|]], 8 augustus 2010
  7. Ian Kershaw, Hitler. 1889-1936: Hoogmoed, p. 31
  8. Mulders, Jean-Paul, Op zoek naar de zoon van Hitler, Uitgeverij Aspekt, Soesterberg, 2009
  9. Paula Hitler, the sister Of Adolf Hitler
  10. zie Mein Kampf 1ste deel en Sebastian Haffner (1978) Kanttekeningen bij Hitler
  11. J. Lenz, Prof., Christus in Dachau, 1959, p. 151
  12. Ian Kershaw, Hitler - 1889-1936: Hoogmoed, Houten, 2008
  13. Dezelfde school werd bezocht door Ludwig Wittgenstein die later een belangrijke filosoof zou worden.
  14. a b Sebastian Haffner
  15. Ian Kershaw, Hitler. 1889-1936: Hoogmoed, p. 47-48
  16. Alan Bullock, Hitler. Leven en ondergang van een tiran., 1952, Bosch-Utrecht, p. 13
  17. Ian Kershaw, Hitler - 1889-1936: Hoogmoed, Houten, 2008, p. 51
  18. Adolf Hitler, Mein Kampf, 876-880e herdruk, München, 1943, p. 19
  19. Ian Kershaw, Hitler - 1889-1936: Hoogmoed, Houten, 2008, p. 52
  20. (en) Young Hitler - Hitler's Jewish Friends door Claus Hant
  21. Zie hierover o.a.: Hitler and the Secret Societies (Illuminati-news.com)
  22. Volgens de Duitse historicus Thomas Weber is het twijfelachtig of Hitler dit IJzeren Kruis wel echt heeft verdiend; het werd hem waarschijnlijk toegekend omdat hij als ordonnans bekend was bij officieren die aanbevelingen konden doen. Zie: Hitler: Frontschwein oder Etappenschwein?, geschiedenisnieuws.nl, 17 augustus 2010
  23. Een rang onder die van korporaal.
  24. Zie hierover o.a.: NRC Handelsblad, 22 maart 2011, p.15
  25. De eerste Autobahn in Duitsland was dit overigens niet, die was in 1932 al tussen Keulen en Bonn geopend.
  26. (en) Homilie van kardinaal von Galen, 3 augustus 1941
  27. In sommige milieus is dit laatste nog steeds het geval.
  28. Zie voor meer informatie ook "11-million perished," St. Petersburg Times, 1999 (bezocht op 28 november 2005); Karen Silverstrim, Overlooked Millions: Non-Jewish Victims of the Holocaust - University of Central Arkansas
  29. Kilzer, Louis C., , Churchill's Deception: The Dark Secret That Destroyed Nazi Germany, 1994
  30. Overigens noemen de meeste tegenwoordige militaire experts ook in dat geval een Duitse overwinning zeer twijfelachtig.[bron?]
  31. (en) Gerstenbrand F, Karamat E Adolf Hitler's Parkinson's disease and an attempt to analyse his personality structure. European Journal of Neurology. 1999;6(2):121–7. DOI:10.1111/j.1468-1331.1999.tb00003.x. PMID 10053222.
  32. Twijfels over Hitlers zelfmoord na schedelonderzoek, NU.nl 28 september 2009
  33. In 1969 schreef de Sovjet-journalist Lev Bezymensky een boek over de lijkschouwing. Dit boek werd door geschiedkundigen niet serieus genomen in verband met eerdere gevallen van desinformatie vanuit de USSR. In 1993 gaf de KGB/FSB de originele stukken vrij; hieruit konden geschiedkundigen een consensus bereiken omtrent het einde van Hitlers leven.
    Door tegenstrijdige uitspraken van zowel nazi's die aanwezig waren in de führerbunker als ook van Russische autoriteiten blijft de gang van zaken echter omstreden. Sommigen beweren dat Hitler ontsnapt is via Spanje naar Zuid-Amerika.
  34. "Van de misdaden, die in Hitlers machtsbereik gepleegd zijn, zeggen de neo-nazi's [...]: Het zijn leugens. De Duitsers zeggen: Het waren de nazi's. De Europeanen zeggen: Het waren de Duitsers. De Amerikanen zeggen: Het waren de Europeanen. De Aziaten en Afrikanen zeggen: Het waren de blanken. En eens zal men zeggen: Het waren mensen." (Harry Mulisch).
  35. Ich glaubte an Hitler, Mosaik-Verlag, Hamburg 1967

Bronnen

Literatuur

Belangrijkste biografieën

Nationaalsocialistische lectuur

  • Johanna Haarer, Moeder, vertel eens wat van Adolf Hitler - 1942 - Uitgeverij Westland Amsterdam

Audio

Hitler in fictie

Film
Roman

Externe link

Voorganger:
Kurt von Schleicher
Rijkskanselier
Kabinet-Hitler
1933-1945
Opvolger:
Joseph Goebbels
Voorganger:
Paul von Hindenburg (als President)
Führer
1934-1945
Opvolger:
Karl Dönitz (als President)