Politicus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De G20-top in Londen in april 2009.

Onder een politicus (meervoud: politici) wordt een persoon verstaan die een ambt of functie in de politiek vervult. Een vrouwelijke politicus wordt politica genoemd.

Niet elk ambt of elke functie wordt hierbij als politieke functie gezien, dat is meestal het geval als de persoon beslissingen kan nemen of beïnvloeden.

In democratieën wordt de term meestal gehanteerd voor diegenen die een gekozen functie hebben of nastreven en de door hen gekozen dagelijkse bestuurders. De politicus wordt in het algemeen gekozen als lid van een politieke partij. De politicus dient dan de standpunten van de politieke partij uit te dragen, en de verwezenlijking van de doelstellingen van de partij na te streven. Hiernaast hebben de politici soms binnen de partij de taak om mede de inhoud van het partijprogramma te bepalen. Behalve politici die vanuit een politieke partij gekozen worden, zijn er ook partijloze politici. In niet-democratische landen kan de functie verkregen zijn door een staatsgreep, verkiezingsfraude, verovering, of erfopvolging.

Een politicus die van zijn bestuurlijke carrière afhankelijk is voor zijn inkomen, en dus op gezette tijden afhankelijk is van herverkiezing, kan minder gemotiveerd zijn impopulaire beslissingen te nemen. Sommige waarnemers vinden dat dit leidt tot een gestagneerd politiek klimaat,[bron?] waarin het moeilijker wordt om onrechtvaardigheden aan de kaak te stellen of serieuze veranderingen door te voeren. Een van de maatregelen om dit effect te keren is het instellen van een maximum aan het aantal malen dat een persoon kan worden herkozen.

Sommige politici inspireren door hun uitgesproken stellingnames of door merkwaardigheden in hun media-optredens tot het bedenken van politieke bijnamen. Ook worden nieuwe maatschappelijke verschijnselen wel eens genoemd naar de verantwoordelijk bestuurder. Voorbeelden hiervan zijn het "tientje van Lieftinck", het "kwartje van Kok", melkertbanen, vogelaarwijken en de balkenendenorm.