De 40 wijken van Vogelaar
De 40 wijken van Vogelaar betreft een lijst van 40 Nederlandse probleemwijken die op 22 maart 2007 door Minister Ella Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie bekend zijn gemaakt.[1] De minister duidde deze wijken aan met 'krachtwijken'.[2] Een meer gebruikelijke term is 'aandachtswijken'.[3] In deze woongebieden werden gedurende de kabinetsperiode Balkenende IV extra investeringen gedaan gezien stapeling van sociale, fysieke en economische problemen die zich daar voordoen. Het is de bedoeling dat hierbij wordt samengewerkt met alle betreffende overheden en instanties.
Inhoud |
De wijken [bewerken]
De voorlopers van deze lijst [bewerken]
In 2003 stonden er op de lijst Kamp 56 wijken.[6] Op de lijst Winsemius van VROM staan 140 wijken waarvan bekend is dat ze problemen kennen.
Kritiek op de lijst [bewerken]
Op deze lijst is ook kritiek geleverd,[7][8] bijvoorbeeld omdat er te weinig probleemwijken op zouden staan, ze anders is dan de voorlopers van de 40 van Vogelaar, of dat te veel van de 40 probleemwijken zich in de Randstad bevinden.[9] Vogelaar bleef echter bij haar lijst, op één uitzondering na: Enschede vond het vreemd dat de wijk Mekkelholt/Deppenbroek, een wijk die het beter doet dan voorheen, wél op de lijst stond, terwijl Velve-Lindenhof, een wijk die juist wél extra aandacht nodig heeft, er niet op stond.[7] Die twee wijken werden omgewisseld.[10] Ook zijn er een aantal steden die helemaal geen wijken op de lijst hebben, maar wel meerdere wijken hebben aangemeld, zoals Tilburg en 's-Hertogenbosch.[11]
Onderzoek naar effectiviteit plannen [bewerken]
In mei 2009 verscheen een eerste onderzoeksrapport naar de effectiviteit van de plannen van het kabinet Balkenende IV, het onderzoek werd niet gedaan in opdracht van het ministerie van VROM - wat logisch was geweest - maar in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. In het rapport, met de titel 'De Baat op Straat', werd onderzocht welk effect de investeringen van woningcorporaties hadden op overlast, onveiligheid en verloedering in een buurt, hierbij maakten de onderzoekers onderscheid tussen sociale en fysieke investeringen. De conclusie was dat de effectiviteit van sociale investeringen niet aantoonbaar was, deze investeringen hadden geen meetbaar effect. Bij fysieke maatregelen waren positieve effecten wel aantoonbaar, vooral de verkoop van sociale huurwoningen had een positief effect op de leefbaarheid van een buurt. Bij verkoop van sociale huurwoningen kan men echter niet spreken van investeringen door corporaties maar eerder van desinvestering. Blijkbaar voelen mensen zich meer betrokken bij hun woning en hun buurt als de woning hun eigendom is. Ook nieuwbouw (duurdere huurwoningen en koopwoningen) in bestaande buurten met vooral sociale huurwoningen had een gunstig effect op de leefbaarheid, dat effect komt volgens het onderzoek door verandering in de samenstelling van de bevolking. Uit het onderzoek bleek verder onderhoud van woningen probleemwijken leidde tot een meetbare afname van problemen in de wijk. Investeringen door corporaties hebben volgens de onderzoekers dan ook vooral zin als ze gericht zijn op fysieke aspecten zoals verkoop van sociale huurwoningen, herstructurering (nieuwbouw) en onderhoud. Sociale investeringen door corporaties zoals buurtbarbecues, buurtcomités en buurtregisseurs hadden geen meetbaar effect. De onderzoekers adviseerden de corporaties daarom hun geld te besteden aan fysieke activiteiten.[12]
Door de economische crisis loopt de aanpak van veel Vogelaarwijken vertraging op. In oktober 2009 werd duidelijk dat de doelen pas over vijf tot tien jaar bereikt zullen worden. Nieuwbouw van koopwoningen wordt uitgesteld, omdat de huizenmarkt stagneert en diverse woningbouwcorporaties hebben aangegeven in de problemen te komen als subsidies uit Brussel pas achteraf worden verstrekt.[13][14]
In 2011 werd de effectiviteit van de maatregelen nogmaals gemeten door het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Hieruit bleek dat de situatie in de wijken nauwelijks is veranderd tussen 1999 en 2008. Ook hebben de aanwezigheid van meer groen of sport- en speelvelden in de wijken weinig aantoonbare effecten op de leefbaarheid en de veiligheid. Volgens het SCP is wel de etnische samenstelling gewijzigd: de autochtone middenklasse verliet de aandachtswijken en maakte plaats voor niet-Westerse migranten uit de middenklasse.[15]
Rangorde [bewerken]
Minister Vogelaar had de veertig wijken van de lijst gerangschikt. RTL Nieuws probeerde via een WOB-procedure deze lijst in de openbaarheid te krijgen. De rechtbank stelde RTL in juli 2008 in het gelijk,[16] maar de Raad van State oordeelde in hoger beroep dat de brief niet openbaar gemaakt hoeft te worden.[17] Februari 2009 werd een deel van de lijst, de twintig slechtste wijken, toch door RTL nieuws gepubliceerd,[18][19] waarop minister Van der Laan de complete rangorde bekend maakte. Deze lijst bleek te bestaan uit 83 postcodegebieden in de 40 wijken.[20]
Externe links [bewerken]
- Website van Wonen, Werken en Integratie
- Wijkverbetering op de website van VROM
- Wijkactieplannen 40 Krachtwijken online op www.nicis.nl