Autochtoon (antropologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Met autochtoon (Oud-Grieks: αὐτος autos = "zelf" en χθων chthoon = "land, grond") wordt doorgaans de inheemse bevolking aangeduid; in tegenstelling tot allochtoon dat wordt gebruikt voor hier wonende personen die zelf of wier ouders niet van hier afkomstig zijn. In Vlaanderen gebruikt men als tegenhanger van de 'autochtonen' ook soms de term 'nieuwe Vlamingen'. In het begin was de definitie: iemand die in het buitenland is geboren. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hanteert nu als definitie:

beide ouders zijn in Nederland geboren, ongeacht het land waar iemand zelf is geboren.

Volgens deze definitie kan het binnen Nederland gebeuren dat autochtone personen allochtone zoons of dochters krijgen. Ook is het mogelijk dat allochtone personen in het buitenland een kind krijgen dat in Nederland autochtoon is. De CBS-definitie wijkt op een aantal punten af van wat doorgaans onder "autochtoon" of "allochtoon" wordt beschouwd.

De definitie van het CBS wijkt af van het praktisch gebruik van de term autochtoon. In de omgangstaal wordt namelijk meer gedoeld op mensen met de Nederlandse etniciteit.

Autochtone herkomsten[bewerken]

Bij planten spreekt men ook van autochtone herkomsten