Hegemonie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hegemonie (Gr. ἡγεμών, hègemoon, "aanvoerder, gids") noemt men het overwicht op uiteenlopende gebieden als, politiek, handel, cultuur en ideologie van een partij, persoon of staat over andere partijen of staten. De hegemoon kan de andere partij(en) hiertoe dwingen door geweld, status of bijvoorbeeld door gewoonte. Het woord hegemonie kan op verscheidene manieren worden gebruikt.

In de internationale betrekkingen spreekt men over een hegemonie als er een duidelijk overwicht van een actor over andere deelnemend actoren plaatsvindt zonder dat er sprake is van bijvoorbeeld imperialisme. Ook het gebruik van het woord in de Griekse oudheid heeft deze betekenis, een voorbeeld van hegemonie in de oudheid is de leidende rol van Sparta in het Peloponnesische verbond.

Culturele hegemonie[bewerken]

Culturele hegemonie is een theorie die ervan uitgaat dat de culturele aspecten van de dominante actor leidend worden. Hierdoor nemen anderen onder de culturele hegemonie van de hegemoon heersende culturele normen en waarden van de cultuur over. Een hedendaags voorbeeld van culturele hegemonie zou de 'McDonaldisering' van de wereld kunnen zijn. De theorie zelf is omstreden en wordt vooral onderschreven door antiglobalisten. Zij vinden in deze theorie een onderbouwing voor de dominantie van westerse culturele normen in de rest van de wereld. Vaak wordt, zoals door een van de bekendste schrijvers over hegemonie, Antonio Gramsci verwezen naar het mechanisme waarmee dominante groepen er door de hele geschiedenis heen naar gestreefd hebben om tegenstanders te marginaliseren. Dat de geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaar is een bekend gezegde.

Hegemoniale stabiliteit[bewerken]

De hegemoniale stabiliteitstheorie is een theorie gebaseerd op het progressief liberalisme en gaat over de totstandkoming van internationale publieke goederen. In de theorie staan internationale regimes of stelsels van afspraken centraal, de publieke goederen. Normaal gesproken zouden deze goederen niet tot stand komen doordat het probleem van de free-riders de kop op steekt. In de hegemoniale stabiliteitstheorie echter worden de kosten voor het tot stand brengen van het publieke goed opgebracht door de hegemoon en zijn andere partijen dus de facto allemaal free-riders. De hegemoon doet dit omdat het regime dat tot stand komt veel voordeliger voor hem is dan voor andere partijen. De totstandkoming van het Bretton Woodssysteem, waarbij internationale wisselkoersen werden gegarandeerd door de dollar goud standaard, is een voorbeeld van hoe de hegemoon een publiek goed garandeert (internationale wisselkoersen), waarbij de voordelen (aan kunnen gaan van ongedekte internationale leningen) opwegen tegen de kosten (garantie dollar goudstandaard).

Zie ook[bewerken]