Systeem van Bretton Woods

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Harry Dexter White (links) en John Maynard Keynes in 1946. Zij waren namens respectievelijk de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk de twee belangrijkste onderhandelaars tijdens de conferentie van Bretton Woods.

Het systeem van Bretton Woods was een financieel-economisch akkoord dat in 1944 tussen 44 landen werd gesloten en dat in Bretton Woods in het Amerikaanse New Hampshire getekend werd.

Het systeem van Bretton Woods voorzag in de invoering van een stelsel van vaste wisselkoersen. Bijzonder was dat alleen de dollar tegen een vaste hoeveelheid goud kon worden ingewisseld bij de Amerikaanse Centrale Bank. Voor alle andere valuta werd wel een vaste wisselkoers met de dollar bepaald, maar zij waren echter niet direct inwisselbaar tegen goud. Indirect betekende het systeem van Bretton Woods de herinvoering van de goudstandaard.

Daarnaast voorzag het systeem in de oprichting van het IMF en de Wereldbank. Het IMF kreeg als rol om snel en doeltreffend in te grijpen bij een acute financiële crisis. De Wereldbank was vooral bedoeld om investeringen in onderontwikkelde landen te financieren.

Totstandkoming[bewerken]

Eén van de invloedrijkste deelnemers aan de Bretton-Woods-conferentie was de Britse delegatieleider John Maynard Keynes. Hij kreeg tijdens de laatste zitting een staande ovatie.[1]

Inhoud[bewerken]

Het systeem van Bretton-Woods bestond er onder andere uit dat de waarde van alle nationale valuta gekoppeld werd aan die van de dollar. De dollar werd op zijn beurt aan het goud gekoppeld tegen een vaste pariteit (35 dollar per troy ounce (ca. 31 gram). Hiermee werd de dollar ook officieel de belangrijkste munt ter wereld. In de praktijk was de dollar dat al; de Amerikanen hadden als gevolg van de Tweede Wereldoorlog een sterke internationale positie en hadden bovendien circa driekwart van de wereldgoudvoorraad in handen.

De dollar was de reservewaarde van de wereldeconomie geworden. Andere landen hadden een deel van hun autoriteit uit handen gegeven door hun nationale muntwaarde aan die van de dollar te koppelen.

Hoogtijdagen (1944-1964)[bewerken]

Dit systeem heeft twintig jaar goed gewerkt en heeft aanzienlijk bijgedragen aan de snelle wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Er was echter een probleem met dit systeem: de Amerikaanse overheid kon immers maar dollars bij blijven drukken. Het systeem was dus sterk gebaseerd op het vertrouwen van de wereld in de integriteit en discipline van het Amerikaans monetair beleid. Lange tijd vormde dit geen probleem, aangezien Amerika prima zaken deed.

Systeem van Bretton Woods in verval (1965-1969)[bewerken]

Maar toen de Amerikaanse overheid van wege de Vietnamoorlog besloot vele dollars bij te drukken, ontstond er zenuwachtigheid en twijfel over de dollar als standaard. Ook door de vele naoorlogse leningen verstrekt door de VS ontstond er een enorme dollartoevoer richting Amerika. Op deze manier ontstond er een groot overschot op de Amerikaanse betalingsbalans en kwam de stabiliteit van de dollar in gevaar. (Zie ook: Triffindilemma)

Laatste jaren van het systeem (1970-1973)[bewerken]

Daarom begonnen vele landen, zoals Duitsland (maar ook Nederland), in mei 1971 de vaste koers ten opzichte op de dollar ongedaan te maken. Regeringen begonnen hun dollarvoorraden om te zetten in goud, en de eens zo grote goudvoorraad in de Verenigde Staten kromp sterk. Een van de grootste klappers kwam in 1971 toen het Verenigd Koninkrijk drie miljard dollar in goud omzette.

Dit kon het systeem niet meer aan en zagen de Amerikanen zich genoodzaakt de goudstandaard los te laten tijdens de Nixon-schok. Daarmee kwam een einde aan het systeem van Bretton Woods. De landen gingen over op een stelsel van zwevende wisselkoersen, die ten opzichte van elkaar dagelijks van waarde konden veranderen.

Referenties[bewerken]

  1. A 21st-Century Bretton Woods Wall Street Journal , 25 oktober 2008