Adel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
1rightarrow.png Zie Adel (Georgia) & Adel (Iowa) voor de artikelen over de gelijknamige plaatsen in de Verenigde Staten
Graaf Philipp Ludwig Wenzel von Sinzendorf; Hoge Oostenrijkse adel
De Markiezin de Pompadour; Franse grondadel
Kardinaal-Infante Ferdinand van Oostenrijk; Spaanse Bloedadel
Elke adellijke familie heeft zijn eigen wapenschild en devies
Monarchen gebruikten orden om de Adel aan zich te binden, de Hertog draagt de Orde van de Kousenband
vele dames van adel hadden het voorrecht hofdame te worden
De monarch staat in de meeste landen boven de adel
ter ere van Johann Josef Wenzel Graf Radetzky von Radetz, componeerde Strauss de bekende Radetzkymars
Het Hogerhuis in Londen, de enige plek waar de Britse adel nog politieke macht bezit. Dit is de in 1850 afgebrande zaal
Sir Winston Churchill met zijn zoon en kleinzoon
Maria Louise van Savoye-Carignano; één van de bekendste adellijke slachtoffers van de Franse Revolutie
Aleksandr Poesjkin wordt algemeen beschouwd als de grootste Russische dichter
Graaf Henri de Toulouse-Lautrec, een wereldbekende impressionist van oude adel
Graaf von Zeppelin, uitvinder van de zeppelin
Ridder Georg von Trap, gekend van de Sound of Music
Pierre de Frédy, Baron de Coubertin; oprichter van de Olympische Spelen
Heribert Ridder von Karajan
Burggraaf Frank De Winne, een Belgisch kosmonaut werd door de Koning in de adelstand verheven
De Franse president Nicolas Sarközy de Nagy-Bocsa
Kardinaal en Graaf Christoph Schönborn was een van de papabili tijdens het vorige conclaaf
Juan Antonio,Markies van Samaranch
Cayetana Fitz-James Stuart, wereldrecordhoudster van erkende titels

De adel is een gesloten maatschappelijke klasse met een aanzienlijke positie in een standenmaatschappij. De huidige Europese adel is historisch ontstaan in standenmaatschappijen van voor de Franse Revolutie. In veel maatschappijvormen is een bevoorrechte klasse aan te wijzen en het voorkomen van een dergelijke klasse is van alle tijden. Ook de oude Grieken, de Romeinse republiek, Aziatische volkeren en Afrikaanse stammen kennen, onder verschillende namen, hun adel.

De adel kenmerkt zich door:

  • erfelijkheid; adeldom wordt verworven door geboorte. Men ontleent zijn adeldom meestal aan de vader. Nieuwe families en personen worden alleen bij uitzondering in de adelstand opgenomen;
  • geslotenheid; de adel is een afzonderlijke en gesloten groep, zonder veel sociale mobiliteit. Men kan van een gesloten kaste spreken. Men trouwt onderling, en ook wanneer een buitenstaander de positie, leefwijze en rijkdom van de edelen heeft verworven, kan hij niet zonder meer edelman worden;
  • voorrechten; de titels van de edelen en hun voorrechten werden in de wet vastgelegd. In Nederland en België heeft de adel geen bijzondere voorrechten meer, behalve dat de namen en titels zijn beschermd door de wet.

Inhoud

[bewerken] Geschiedenis van de Europese adel

De Germaanse, Frankische en andere stammen die Europa op de Romeinen veroverden, bezaten vaak hun eigen adel. In het rijk van Karel de Grote was de adel een kaste van grootgrondbezitters die zich van de horigen en de vrijen in de schaarse steden onderscheidde door positie en invloed. De vorsten deden een beroep op de adel om hen in het bestuur en in oorlogen bij te staan. Toen de zware harnassen en kostbare stalen wapens hun intrede deden, ontwikkelde zich een feodaal stelsel waarin de edelen, de lagere edelen werden ridders genoemd, in ruil voor wederzijdse steun een leengoed voor een hogere en machtigere edelman beheerden. Deze edelman en zijn vazallen waren op hun beurt steun verschuldigd aan een nog hoger geplaatst edelman. Zo ontstond een trap met steeds meer treden.

[bewerken] De feodale piramide

In eerste instantie waren er ridders, baronnen en graven. De laatsten waren ambtenaren van de keizers die hun positie erfelijk hadden weten te maken. De titel van hertog (legerleider), graaf, markgraaf of markies (bestuurder van een grensgebied) en vorst waren in de vroege middeleeuwen geen erfelijke, maar vooral bestuurlijke aanduidingen.

In de 12e eeuw werd de adel een werkelijk gesloten kaste. Men is de afstammelingen van de edelen uit deze tijd, omdat zij geen adelsdiploma kunnen laten zien en hun adeldom teruggaat tot voorhistorische tijden, de "Uradel" gaan noemen. De edelen bewaakten hun aanzien en hun voorrechten. Zij lieten geen burgers toe op hun toernooien en monopoliseerden alle hogere functies in het leger en in het bestuur. Pogingen om ook de kerk in hun macht te brengen, mislukten omdat zij geen monopolie op kennis bezaten. Desondanks waren veel posities als abt, abdis of bisschop voor de jongere, niet-ervende zonen en de dochters van edelen gereserveerd. Er ontstonden ook kloosters die alleen door adellijke nonnen werden bewoond. Zo ontstond het begrip "stiftsadel" voor edellieden met 16 kwartieren oude adel.

De adel ontwikkelde regels om vast te stellen of iemand tot hun kaste behoorde. Om hun veronderstelde superieure bloed zuiver te houden werd het huwen met niet-adellijke partners ontmoedigd. Zelfs wanneer de kinderen uit een dergelijk huwelijk tot de adel behoorden, hadden zij minder voorrechten dan hun verwanten met meer "kwartieren". In het adellijk zelfbeeld waren de edelen de dragers van superieure overerfde eigenschappen die anderen misten. De edelen hadden "blauw bloed" dat niet vermengd mocht worden. Zij ontwikkelden ook een eigen cultuur en taalgebruik waarin zij zich van anderen onderscheidden. Het woord "adel" werd een synoniem voor "voortreffelijk".

Het recht om een wapen te voeren is nooit het voorrecht van de adel geweest.

In de late middeleeuwen werd de adel in economisch belang overvleugeld door de handeldrijvende burgers. De steeds uitdijende koninklijke bureaucratie kon wel worden geleid door de edelen, maar had gestudeerde burgerzonen nodig met kennis van het recht. Aan het einde van de middeleeuwen waren de hofhouding, het leger en het bestuur van het platteland nog het domein van de adel.

De koningen hebben steeds een beroep gedaan op de ontwikkelde burgers om, onafhankelijk van de vaak onhandelbare en onafhankelijke edelen, hun landen te besturen. Zij speelden adel en burgers tegen elkaar uit. Als Fons honorum verleenden de koningen ook adeldom. Deze nieuwe adel werd en wordt de briefadel genoemd naar de adelsdiploma's die zij ontvingen. Met een zekere logica bedachten de burgers die een ambt vervulden waarvoor men een edelman moest zijn, dat zij "dus" edelen waren. Ook deze aanspraak op adeldom werd erkend en leverde een ambtsadel op die zich dan in het spraakgebruik onderscheidt van de oudere edele geslachten die men zwaardadel of bloedadel noemt.

Men kan de adel ook in hoge en lage adel indelen. Een aantal edelen had bijzondere voorrechten in het bestuur en honderden edelen bestuurden de graafschappen en prinsdommen van het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie. Ook in Spanje werd een onderscheid gemaakt tussen de hoge adel, de "Grande van Spanje", en de overige edellieden. In Frankrijk onderscheidde men naar het voorrecht van de edelen met 16 kwartieren (vier generaties edele voorouders), om aan het hof te verkeren een "hofadel". Deze edelen hadden toegang tot de koning, maar voor Lodewijk XIV waren al zijn onderdanen, met uitzondering van de hertogen, min of meer gelijk. In Engeland ontstonden de adellijke groep van de "Peers" of "Lords of Parliament" met een zetel in het Hogerhuis. In principe zijn hun echtgenoten en kinderen geen edelen. In het maatschappelijk verkeer delen zij in het aanzien van hun families en zijn zij de adel.

Men kan de adel op veel manieren indelen. Men kan naar ouderdom, functie, juridische positie en maatschappelijke rol differentiëren. Er is oeradel, oude adel en nieuwe adel, napoleontische adel die door deze keizer in de adelstand werd verheven, hoge en lage adel, hofadel en landadel.

Wanneer men voor de Franse Revolutie een heerlijkheid bezat of kocht, verwierf men ook de bijbehorende titel. Dit noemt men wel "grondadel". De Franse oud-president Valéry Giscard ontleende nog in de 20e eeuw zijn quasi-adellijke naam "Giscard d'Estaing" aan zo'n grondbezit.

De standenmaatschappij waarin de geestelijkheid de eerste stand, de adel de tweede stand en de burgerij de derde stand was, heeft tot aan de Franse Revolutie bestaan, maar pogingen om deze standenindeling daarna te restaureren mislukten.

Om de tientallen families die in het Heilige Roomse Rijk een eigen staatje hadden bestuurd, schadeloos te stellen, en het reservoir van huwbare partners voor de kinderen uit regerende families groot genoeg te houden, werden de oude rijksgrafelijke families op het Congres van Wenen en in de jaren daarna "ebenbürtig" verklaard. Zij werden "standesherren" met bepaalde voorrechten, maar gezag oefenden deze hoge edelen niet meer uit.

De hoogste Europese adel, de na 1815 regerende families, de ebenbürtige families en de hertogelijke families zijn in de Almanach de Gotha opgenomen en zij vormen ook nu nog een hecht netwerk. De eis dat de telgen van deze families alleen binnen de eigen kring huwen, wordt steeds minder nageleefd. De adel gaat nu familieverbanden aan met de groten uit de industrie en de handel. Lieden die men spottend wel de "geldadel" noemt. Omdat in Oostenrijk en Duitsland geen adel meer bestaat, zijn de huwelijksregels die ooit in familiewetten werden vastgelegd, niet meer verbindend. Kadetten (jongere zoons en dochters) die een burger of iemand van lage adel willen huwen en hun naam (de titel is nu volgens Duits burgerlijk recht de naam) en het predicaat "Koninklijke Hoogheid" willen behouden, vinden de Duitse rechter aan hun kant. De oude regels kunnen er niet meer worden afgedwongen.

Alleen in de oude Europese Ridderlijke Orden worden de adellijke kwartieren nog streng geteld. Maar ook daar verloopt het tij. De Nederlandse Duitse Orde in de Protestantse Balije van Utrecht laat alleen edelen met 16 kwartieren "oude" adel toe, maar zij heeft de Hoge Raad van Adel gevraagd om een advies over nieuwe statuten. Ook de Maltezer Orde kent steeds meer burgers in haar rangen.

[bewerken] De Duitse adel tijdens het nazisme

Zie het artikel: de Duitse adel tijdens het nazisme.

[bewerken] Stamboom en kwartieren

De huwelijkspolitiek van de adel was een efficiënt middel om het bloed "zuiver" te houden; ebenbürtigkeit was in sommige families verplicht. Het resultaat is een soort adellijk kweekprogramma van de zgn. "gens nés". Vb.: Elisabeth, Markiezin Pallavicini, née d'Udekem d'Acoz. Sommige mensen doen beroep op hun kwartieren, d.w.z.: X aantal generaties van zuivere adel, langs beide zijdes van de stamboom. Deze kwartieren zijn een bewijs van zuiver bloed en een lidkaart voor tal van ridderordes. Prins Amedeo van België kan een stamboom voorleggen met kwartieren van enkel de allerhoogste bloed- en grootadel. In zijn kwartieren zitten verschillende koningen, keizers, prinsen en aartshertogen. Hierdoor kan adel kruisen; hoge adel kan ook tegelijkertijd bloedadel en grondadel zijn. Zo ontstaan ingewikkelde familieverbanden.

[bewerken] Volgens land

[bewerken] Nederland

1rightarrow.png Zie Nederlandse adel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
1rightarrow.png Zie Lijst van Nederlandse adellijke families voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

[bewerken] België

In België bestaan naast de ongetitelde adel (jonkheer, of écuyer, in het Frans) de volgende titels: ridder, baron, burggraaf, graaf, markies, hertog en prins. Het staatshoofd draagt de titel van koning.

1rightarrow.png Zie Belgische adel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
1rightarrow.png Zie Lijst van Belgische adellijke families voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

[bewerken] Andere landen

In de meeste Europese landen, maar ook in sommige Afrikaanse en Aziatische landen kent men adel.

[bewerken] Europa

[bewerken] Groot-Brittannë

In Groot-Brittannië bezat de adel tot voor kort een relatief grote macht omdat zij het recht had deel uit te maken van het Britse Hogerhuis (House of Lords). Thans heeft de adel niet meer het recht om op grond van afkomst zitting te nemen in het House of Lords. De meeste Lords in het Hogerhuis ten heden dag zijn gecreëerde edelen, van wie de titel niet altijd erfelijk is.

In Groot-Brittannië wordt men tegenwoordig meestal 'voor het leven' in de adelstand verheven op grond van verdienste (bijv. musici, kunstenaars, politici), als beloning voor geldelijke bijdragen aan de partij van de premier of om een werkbare meerderheid in het Hogerhuis te garanderen voor de regeringspartij. Dit noemt men een Life Peerage. Al deze "life peers" zijn baronnen en baronessen. Ook kan men nog in hoge uitzondering baronet worden; deze lage adellijke titel is wel erfelijk en vergelijkbaar met de Nederlandse titel (erf)ridder.

Het is een misverstand om te menen dat adeldom en peerage in Engeland samenvallen. Binnen de hogere adel is alleen het hoofd van de familie een "peer". Zijn echtgenote en de kinderen zijn geen peers en dragen pro forma "courtesy" titels. Desondanks kan men deze families in hun geheel als adellijk beschouwen. Wie een hoge onderscheiding ontvangt wordt als "Sir" of "Lady" in de adelstand verheven, dat geldt ook voor de "Knights Bachelors" en "Dames" die zonder een onderscheiding te ontvangen in de adelstand worden opgenomen.

Voor de Britse adel, zie ook peerage.

[bewerken] Spanje

In Spanje bloeit de adel nog weelderig. In 2005 waren er in Spanje 1361 markiezen, waarvan 140 zich "Grandes de España" mogen noemen. Daarnaast zijn er 153 hertogdommen en ruim 123 graafschappen. In totaal zijn er ruim 2100 edelen waarvan 300 grandes. Grandes worden aangesproken als Uwe Illustere Hoogheid.

[bewerken] Duitsland

In Duitsland kent men sinds de Weimarrepubliek geen adellijke voorrechten meer. De adel is afgeschaft. Edelen mochten hun titels en het predicaat 'von' blijven voeren, als onderdeel van hun familienaam. Niet iedereen die in Duitsland het tussenvoegsel 'von' als onderdeel van zijn naam heeft, is overigens van adel. Het is de gewoonte van de aristocratie om het woord 'von' af te korten tot v. zodat een naam als "v. Moltke" zeker op adeldom duidt. In de regel verwijst 'von' (wat taalkundig gezien uiteindelijk slechts een ablatief uitdrukt) naar een plaats van herkomst van de (verre) voorouder (geboortedorp, plaats, streek, gehucht of zelfs een klein toponiem). Mocht de adel als juridisch en staatkundig begrip dan niet meer bestaan, zij heeft wel een maatschappelijke rol van betekenis. Er bestaat een vereniging waarvan alle leden tot de oude adelsfamilies behoren en men verkeert nog steeds in elkaars gezelschap.

Een bijzondere consequentie van het Duitse burgerlijke recht is dat een door een prins geadopteerde man de naam, dat is de oude titel, van de adoptiefvader krijgt. Er zijn gevallen bekend waarbij men zich juist vanwege de klinkende naam liet adopteren. Toegang tot het sociale netwerk van de adel krijgt men daardoor natuurlijk niet.

Tussen "von", "von und zu" en "zu" als tussenvoegsels bestaat thans geen rangverschil meer. Volgens sommige bronnen heeft er ook nooit een onderscheid bestaan. Met de woorden "von und zu" wordt wel aangeduid dat men nog in het bezit is van het landgoed waaraan men zijn naam ontleent. De nuance vindt zijn oorsprong in de gradatie waarin men tijdens het Ancien Régime een heerlijkheid bezat. Een landsheer genoemd, Herr ZU..., bezat veelal slechts de middelbare jurisdictie van de heerlijkheid en bewoonde veelal ook een slot of burcht dat als leengoed aan de heerlijkheid verbonden was. Boven hem stond er evenwel nog een heer die de hogere jurisdictie over de heerlijkheid bezat en die men dan heer VAN... noemde. Wanneer een edelman erin slaagde de twee titels in één hand te verenigen (wat in principe slechts een financiële transactie betrof), werd hij soms VAN en TOT... genoemd.

[bewerken] Oostenrijk

In Oostenrijk werd de Oostenrijkse adeldom volledig afgeschaft tijdens de beginjaren van de republiek. Het voeren van een titel is strafbaar. Het predicaat 'von' heeft zijn adellijke betekenis geheel verloren. De bekende Oostenrijkse dirigent Herbert von Karajan mocht zich "von" blijven noemen, omdat zijn familie van Duitse oorsprong was en de titel "Freiherr von Karajan" een titel in de adel van het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie was.

[bewerken] Frankrijk

In Frankrijk werd de adel met bijbehorende titels en privileges totaal afgeschaft in 1789, bij het begin van de Franse Revolutie. Een groot deel van de adel emigreerde tijdens de revolutie. Keizer Napoleon voerde in 1806 opnieuw adellijke titels in, die in bepaalde gevallen erfelijk konden zijn. Met de restauratie van het koningschap in 1814 werden zowel de oude als de Napoleontische adel erkend, zonder dat de privileges terugkwamen.

De adel werd later niet uitdrukkelijk afgeschaft, maar in de huidige Franse Republiek bestaat er formeel geen adel meer, omdat dit in strijd is met de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger. Toch zijn adellijke titels nog altijd wettelijk erkend en beschermd. Sinds 1974 worden die titels niet meer gebruikt bij het protocol op het Elysée. Er bestaat ook een vereniging van de Franse adel.

De titel van prins was in het Franse ancien régime geen echte, door de koning erkende adellijke titel, maar wees erop dat de drager ooit een min of meer vorstelijk gezag uitoefende. Alleen Napoleon verleende de titel van prins. Overigens was anciënniteit in de Franse adel belangrijker dan de titel: hoe ouder de familie, hoe meer aanzien. Aan de top stonden families die beweerden van de Merovingers af te stammen.

Hoewel veel Franse edelen het tussenvoegsel "de" in hun familienaam droegen (die altijd met een kleine letter wordt geschreven), betekent het bestaan van dit tussenvoegsel nooit dat men van adel was. Wel hebben nogal wat burgerlijke families adellijk klinkende namen met "de" aangenomen, zodat er een soort valse adel ontstond. Zo zijn oud-president Valéry Giscard d'Estaing, oud-premier Dominique de Villepin of Bernadette Chodron de Courcel (de vrouw van oud-president Chirac), niet van adel.

[bewerken] Liechtenstein

In Liechtenstein kan men wegens verdienste nog steeds in de adelstand verheven worden. De Vorst van Liechtenstein kan de titels graaf en baron creëren en iemand verheffen tot de ongetituleerde adel door het toekennen van het tussenvoegsel 'von'.

[bewerken] Luxemburg

Luxemburg was ooit in een personele unie met Nederland en België verbonden. Er wordt in Luxemburg nog een actief adelsbeleid gevoerd. Zie verder: lijst van Luxemburgse adellijke families.

[bewerken] Monaco

In Monaco heeft de Vorst het recht amnestie en Monegaskische burgerschap te verlenen, tevens verleent hij nog steeds ordes, titels en andere rangen van onderscheiding.

[bewerken] Azië

In Japan heeft men tijdens de Meiji restauratie, de grote hervorming aan het eind van de 19e eeuw, een adelstand naar Europees model ingesteld. De feodale heren die de titel van Daimo voerden, werden bedacht met traditionele Europese titels, zoals graaf en markies. Al deze Japanse edellieden verloren in 1946 tijdens de Amerikaanse bezetting hun titel. Maar deze vroegere adel neemt heden ten dage nog prominente plaatsen in de maatschappij en het Keizerlijk Hof in.

In China voerden de prinsen van het regerende keizerlijke huis titels. Er vigeerde een degradatiesysteem. Zonen dragen steeds een titel lager dan die van hun vader. De zoon van een prins was een hertog. Diens zoon was een markies en zo zakte men generatiegewijs steeds verder in de adellijke rangorde. In het thans communistische China is de adel volledig afgeschaft en zelfs taboe.

[bewerken] Amerika

In de Verenigde Staten kent men geen wettelijk erkende adel, en kan de regering geen adellijke titels toekennen. Het is echter niet verboden een adellijke titel te voeren. In 1810 werd een amendement op de grondwet die het voeren van adellijke titels strafbaar zou stellen, goedgekeurd door de Senaat en geratificeerd door 12 staten, wat echter niet genoeg is om definitief goedgekeurd te worden. In theorie is het mogelijk dat, wanneer nog eens 26 staten het amendement zouden ratificeren, het amendement alsnog in de grondwet terecht komt, maar daar sinds 1812 geen enkele staat meer heeft gestemd over het artikel, is het niet waarschijnlijk dat dat ooit nog zal gebeuren.

In Latijns-Amerika werd door de Europese kolonisatoren het Europese adellijk systeem overgenomen, en na de onafhankelijkheid kenden onder andere Mexico en Brazilië adel in de tijd dat deze landen een keizerrijk waren. Tegenwoordig wordt nergens in Latijns-Amerika nog adeldom erkend door de overheid en in Mexico is het voeren van adellijke titels zelfs grondwettelijk verboden.

[bewerken] Adellijke en vorstelijke titels in Europa

De titels worden in volgorde van minst tot meest belangrijk gerangschikt:

Men kan ook adeldom verwerven wanneer men een Ridder-Companion in een ridderorde wordt. De Ridders- en Dames Companions mogen zich "Sir" of "Lady" noemen. Deze titels zijn niet overerfbaar. Er zijn ook - uitsluitendend mannelijke - Ridders die Knights Bachelor worden genoemd.

Keurvorst is eerder een functie dan een adellijke graad en er waren dan ook keurvorsten die de titel van Koning of hertog voerde, Voor de volledigheid wordt de keurvorst hier genoemd.

De Paus, bisschop van Rome en regerend vorst van de Kerkelijke Staat kan adeldom verlenen. Er bestaat een uitgebreide pontificale aristocratie met edelen in vele rangen. De broers en neven en al hun mannelijk nageslacht van de regerende paus zijn krachtens de bul "Urbem Roman" van Benedictus XIV Romeinse edelen. De kardinalen zijn "prinsen van de Kerk" en gelden allen diplomatiek als kroonprins.

In Vaticaanstad, wat het historische overblijfsel is van de Pauselijke Staten worden adeltitels verleend door de Paus, de zogenoemde pauselijke adel. De Paus, bisschop van Rome en regerend vorst van de kerkelijke rompstaat Vaticaanstad kan dan ook adeldom verlenen.

In Rome spreekt men van de "zwarte" adel. Toen het Koninkrijk Italië de Kerkelijke Staat in 1871 annexeerde koos een deel van de adel de zijde van de koning. Anderen, de "zwarten" bleven de paus trouw en bezochten het Koninklijk Paleis niet. De paus omringt zich nog steeds met adellijke kamerheren en ceremoniemeesters uit deze "zwarte adel".

N.B. De regerende vorst is volgens sommige, strikte, opvattingen niet van adel. Hij behoort immers niet tot enige stand zoals zijn onderdanen. Omdat een koning de bron van alle eerbewijzen is, kan hij zichzelf ook geen titels of onderscheidingen toekennen.

Over de rang van Franse prinsen en hertogen is men het nooit eens geworden. Een prins is volgens veel gezaghebbende schrijvers minder hoog aan te slaan dan een hertog. Koninklijke prinsen zijn hierop een uitzondering. Maar dat is eerder een kwestie van protocol dan van adelsrecht. Een uitgebreid overzicht van de hoge Europese adel is in de Almanach de Gotha te vinden. Adeldom is als maatschappelijk fenomeen erg complex. Ook al heeft de adel zijn oude voorrechten verloren, adeldom staat nog steeds in aanzien.

Heerlijkheden (met titels "heer van...", "vrijheer van...") zijn niet adellijk, ook al werden ze in het verleden door edelen gedragen. Zie: heerlijkheid. Het Britse Lord of the Manor (heer van de heerlijkheid) bevindt zich in het zogenaamde grijze gebied, waarvan men niet zeker weet of men het wel of niet tot de adel moet rekenen. Het Duitse en Oostenrijkse "herr auf..." behoort niet tot de adel, maar verwijst eveneens naar een heerlijkheid.

Adel naar Rang (van laag naar hoog)(in het Nederlands)

Heer, Ridder, Baron, Graaf, Hertog, Aartshertog, Prins, Groothertog. De laatste titels worden soms ook tot de Vorsten gerekend

[bewerken] Adellijke en vorstelijke titels buiten Europa

De titels worden in volgorde van minst tot meest belangrijk gerangschikt:

  • China: Enqiwei (ridder), Nan (男 baron), Zi (子 burggraaf), Bo (伯 graaf), Hou (侯 markies), Mingong (民公 hertog), Guogong (國公 aartshertog), Junwang (郡王 prins uit de tweede lijn), Qinwang (親王 prins uit de eerste lijn), Wang (王 koning), Huangdi (皇帝 keizer).
  • Ethiopië: Balambaras (baronet), Gerezmach (baron), Kenyazmach (baron), Fitawrari (burggraaf), Dejazmach (graaf), Bitwoded (graaf), Ras (hertog), Leul (prins), Negus (koning), [Nəgusä nägäst]? (keizer).
  • Japan: Danshaku (男爵 baron), Shishaku (子爵 burggraaf), Hakushaku (伯爵 graaf), Koushaku (侯爵 markies), Koushaku (公爵 prins of hertog), Tennou (天皇 keizer).
  • Korea: Chusa (준남작 baronet), Chamise (남작 baron), Pansoh (자작 burggraaf), Poguk (백작 graaf), Champan (후작 markies), Kung (공작 hertog), Gun (황태자 prins), Wang (임금 koning), Je (황제 keizer).
  • India: Thakur (Hertog), Raj Kumar (Prins), Raja (Koning), Maharaja (Hoge Koning)
  • Turkije: Bey (Heer), Aga (Landheer), Pasa (Ridder), Defterdar, Kazasker, Vezir (Hertog),Vezir-i Azam (Groot Hertog), Padisah (Keizer)

[bewerken] Trivia

  • Cayetana Fitz-James Stuart, 18de Hertogin van Alba heeft het wereldrecord titels voeren; ze heeft recht op 8 hertogelijke titels; 15 markiezaatstitels; 19 grafelijke en 20 keer Grande de España. De hertogin is lid van het Huis van Alba.
  • De term "blauw bloed" komt uit het Spaans: sangre azul hadden diegenen die een blanke huid hadden en wier aderen dus goed te zien waren. Dat waren de dominante Castilianen, in tegenstelling tot de onderworpen Moren.
  • De VJAN is de vereniging gericht op jongeren die van adel zijn in Nederland.

[bewerken] Externe links

Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina Wet op de adeldom op Wikisource
Persoonlijke instellingen