Belgische adel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Belgische adel is een groep van zo'n 1300 adellijke families (2003) in België, tezamen goed voor een 20.000-tal titeldragers.

Geschiedenis[bewerken]

Er zijn vier manieren, andere dan door geboorte, om tot de Belgische adelstand toe te treden:

  • een vroegere adellijke status binnen de familie (Belgische of buitenlandse) laten erkennen (adelserkenning);
  • zich als lid van de buitenlandse adel in België laten inlijven (incorporatie/inlijving);[1]
  • wegens verdiensten door de uitvoerende macht (koning en regering) geadeld worden (concessie/verheffing);
  • rehabilitatie; dit komt hoogstzelden voor, en werd onder andere toegepast in het geval van de broers Breydel de Groeninghe.

De edellieden die tot de Belgische adel behoren hebben hun adellijke status en titel uit verschillende bronnen ontvangen. De oudste adel heeft zijn wortels in het Ancien Régime en vroegere perioden. De titels werden verleend door ofwel de koning van Frankrijk of de keizer van het Heilige Roomse Rijk, al naargelang waar het met de adelstitel verbonden territorium gelegen was. Later was dit door de koning van Spanje toen de Zuidelijke Nederlanden de Spaanse Habsburgers als vorsten hadden en vervolgens door de keizer van Oostenrijk onder de Oostenrijkse Habsburgers.

De adellijke oorsprong van slechts een 400-tal families reikt tot de 17e eeuw of vroeger. Van de adellijke titels dateert 5 % uit de middeleeuwen, 30 % uit de Spaanse tijd en 15 % uit de Oostenrijkse tijd. De overige 50 % van de titels dateert uit de 19e eeuw of later. Het aandeel van de titels verleend tijdens het Eerste Franse Keizerrijk, de zogenoemde Empireadel verleend door Napoleon Bonaparte is uiterst beperkt.

Alle titels dienden tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden te worden herbevestigd. Sommige families deden dit niet, hetzij om principiële redenen, hetzij omdat ze door de revolutiejaren arm waren geworden. Een aantal onder hen liet zich later erkennen onder het Koninkrijk België. Het grootste deel betreft nieuwe adellijke gunsten en titels verleend onder het Belgisch Koninkrijk. Tijdens het koningschap van Boudewijn I vonden 330 verheffingen plaats en 27 inlijvingen al dan niet gekoppeld aan het verlenen van titels; aan 217 adellijke personen werd een hogere titel verleend.[2]

Titels worden steeds minder vaak erfelijk verleend. Ter gelegenheid van het huwelijk van prins Filip met jonkvrouw Mathilde d'Udekem d'Acoz, werden haar vader, diens twee broers en al hun afstammelingen met de titel graaf of gravin vereerd. Voormalig eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken Pierre graaf Harmel kreeg het voorrecht van de overdraagbare titel voor al zijn rechtstreekse mannelijke en vrouwelijke afstammelingen. Andere voorbeelden hiervan vindt men bij de bankiers-industriëlen Maurice Lippens en Georges Jacobs. Oud-premier Gaston Eyskens kreeg de titel van burggraaf met erfelijke overdracht op de eerstgeborene.

Uitsterven[bewerken]

Sommige oude titels worden volgens recht enkel wettelijk gedragen door het mannelijk hoofd van de familie. Als deze geen mannelijke erfgenamen kon voortbrengen dan stierf deze familie uit. Een bekende familie die dreigt uit te sterven is de familie Beaufort-Spontin. Slechts zelden kiezen edelen ervoor om een jongen te adopteren zodat de titel blijft voortbestaan. Tot de uitgestorven huizen behoren de oude huizen Borluut en Baillet-Latour.

Erkenning of inlijving[bewerken]

Daarnaast worden personen uit sommige buitenlandse geslachten in de Belgische adel erkend, met behoud van hun familietitels. Hiervoor moeten leden van het geslacht een verzoekschrift aan de koning richten met hun stamboom en bewijsvoering. Het gaat dus niet om erkenning van 'een geslacht' maar om individuele erkenningen. De aanvragen worden bestudeerd door de Raad van Adel en desgevallend bij koninklijk besluit aanvaard.

Als het om burgers gaat die bij de geboorte de Belgische nationaliteit hebben verworven wordt hen erkenning verleend. Dat is bijvoorbeeld gebeurd in 2007 voor twee leden van het Pools prinselijk huis Swiatopelk-Czetwertynski. Anderen, die de Belgische nationaliteit pas later hebben verworven, kunnen de inlijving in de Belgische adel bekomen, zoals in 1958 gebeurd is voor de Boheemse prins Ladislas de Lobkowicz (1925-1985), in 1978 voor aartshertog Rodolphe de Habsbourg Lorraine en in 1983 voor zijn broer, aartshertog Carl-Christian de Habsbourg Lorraine. Allen zijn voorafgaandelijk tot Belg genaturaliseerd (hebben desgevallend bij hun meerderjarigheid voor de Belgische nationaliteit geopteerd als zonen van een Belgische moeder) en hebben in dit land een carrière opgebouwd.

De procedure van verheffing[bewerken]

Burggraaf Frank De Winne, een Belgisch kosmonaut, die door de koning in de adelstand verheven werd

In België kan men wegens verdienste in de adelstand worden opgenomen en een adellijke titel verwerven. Dit is een regaal voorrecht, wat niet betekent dat de vorst hierin persoonlijk kan beslissen. 'De Koning' betekent in deze, zoals steeds, 'de uitvoerende macht'. Ook de toekomstige edelman wordt om advies gevraagd.

Het verlenen van een adellijke titel of de opname in de adel gebeurt volgens welbepaalde regels. In de schoot van het Ministerie van Buitenlandse Zaken fungeert een 'Adviescommissie voor de adellijke gunsten' die bestaat uit een twaalftal onafhankelijke leden, de helft Franstalig, de helft Nederlandstalig, de helft edellieden, de helft niet-edelen, met nagenoeg één derde vrouwelijke leden.

Jaarlijks bereidt deze commissie volgens eigen inzichten en volgens suggesties die haar worden overgemaakt, een lijst voor van personen - in de recente jaren vijftien à twintig - van wie de verdiensten van dien aard lijken dat ze een dergelijke onderscheiding verdienen. Ze worden daarbij exemplarisch geacht voor meer uitgebreide groeperingen in de samenleving: de academische wereld, de kunst en literatuur, de magistratuur, de ambtenaren, de zakenwereld, de sociale werken, de caritatieve hulpverlening, de sport- en ontspanning, enz.

Rond februari van elk jaar maakt de commissie een lijst met suggesties over aan de Minister van Buitenlandse Zaken. Die kan de voorgestelde namen aanvaarden (wat hij meestal doet) of er schrappen en eventueel andere aan toevoegen (wat soms ook gebeurt). Ook het kabinet van de koning ziet de lijst na en verleent akkoord of maakt opmerkingen. Ook als de koning zelf initiatief neemt om iemand in de adelstand te doen opnemen (als bijzondere gunst), heeft dit de bekrachtiging van de bevoegde minister nodig. Normaliter worden de suggesties van het hof gevolgd. Een regering van lopende zaken stelt geen adelsverheffingen voor (reden waarom in 2010 en 2011 geen adelsverheffingen plaats vonden).

De betreffende personen worden uitgenodigd hun akkoord voor de adelsverheffing te betuigen. Niemand wordt ongevraagd of tegen zijn wens voor adelsverlening voorgedragen. Vervolgens wordt een Koninklijk Besluit uitgevaardigd met vermelding van de benoemingen, meestal kort voor de nationale feestdag van 21 juli. Dit gebeurt door 'de koning' in zijn constitutionele functie, en dus onder verantwoordelijkheid van de Minister van Buitenlandse Zaken.

De bekendmaking van een benoeming betekent nog niet dat iemand ook effectief in de adel is opgenomen. Eerst moet nog een procedure tot een goed einde worden gebracht, waarbij de geadelde een wapenschild en wapenspreuk voorstelt en aan de goedkeuring van de Raad van Adel onderwerpt. Vervolgens wordt een patentbrief of 'open brief' opgesteld (manuscript, op perkament of stevig papier), waarin de biografische elementen worden vermeld die tot de adellijke gunst hebben geleid. Deze akte wordt voorzien van de handtekening van de minister van Buitenlandse Zaken, van de Koning en van de ontvanger van de registratie die bevestigt dat de vereiste rechten zijn betaald. Het document zal vervolgens, vergezeld van een attest, worden voorgelegd aan de diensten van de Burgerlijke Stand van de woonplaats, die ze op de registers zal inschrijven en er hierdoor volle rechtskracht zal aan geven. De toegekende titel zullen ook op de identiteitskaart worden vermeld. Hetzelfde gebeurt ook voor wat betreft hun nakomelingen.

De Vereniging van de Adel is een privévereniging, die open staat voor lidmaatschap van alle leden van de Belgische adel. Deze vereniging is in niets bij de adellijke gunsten betrokken. Er bestaat ook een Raad van Adel, dit is een officieel organisme binnen het Ministerie van Buitenlandse zaken, bestaande uit enkele specialisten, dat de heraldiek, de toekenning van wapens, de opstelling van patentbrieven, en meer algemeen de studie van de adel opvolgt. De huidige voorzitter van de Nederlandstalige afdeling is prof. Paul Janssens.

Wanneer niet binnen de vijf jaar is voldaan aan het lichten van de 'open brieven', gaat de adelsverheffing niet door en vervalt de benoeming. Dit is bijvoorbeeld het geval geweest met Marie-France Botte die in 1996 tot barones werd verheven, waaraan zij geen gevolg heeft gegeven. Er bestaat ook een procedure om een adellijke titel verbeurd te verklaren, met name bij wangedrag, hoogverraad of grove malversaties. Dit gebeurde na de Tweede Wereldoorlog toen enkele adellijke personen wegens collaboratie hun titel verloren.

Dragen van een wapenschild[bewerken]

Het recht om een wapenschild te voeren geldt voor elke Belg, maar voor edelen is het verplicht. Elk edelman moet een wapenschild hebben met een wapendevies. De genomineerden mogen hun wapen door een kunstenaar naar keuze laten ontwerpen of een bestaand (eigen) familiewapen gebruiken. Voor het opmaken van het wapen dient men een aantal richtlijnen te volgen, met name de wetmatigheden die eigen zijn aan de heraldiek wat betreft kleuren, symbolen, attributen, bekroning, etc. en moet men ook rekening houden met bestaande wapens die men uiteraard niet mag plagiëren. De wapens van andere geslachten zijn vaak wettelijk beschermd en misbruik ervan kan bestraft worden. De voorstellen worden aan de goedkeuring onderworpen van de Raad van Adel en die kan weigeren of suggesties tot wijziging en/of verbetering doen.

Kosten verbonden aan het verkrijgen van de titel[bewerken]

Het lichten van de patentbrief geeft aanleiding tot kosten. De adelbrief wordt versierd met een wapenschild en blazoen en wordt uitgevoerd door een erkend kalligraaf. Dit officiële document kan, afhankelijk van de ontwerper en de kwaliteit van de uitvoering, tussen de 500 en de 2500 euro kosten. Daar bovenop komen 750 euro registratierechten en 12 euro kanselarij en zegelrechten. Bij een erfelijke titel wordt 750 euro extra aangerekend voor ieder rechthebbend familielid.

Titels en predicaten[bewerken]

De wettelijk erkende adellijke titels zijn, van laag naar hoog: jonkheer/écuyer, ridder, baron, burggraaf, graaf, markies, hertog, prins.

Sommige adellijke geslachten verkrijgen met hun opname in de adel ook predicaten:

  • (koninklijke) hoogheid;
  • allerdoorluchtigste hoogheid;
  • doorluchtige hoogheid.

De adellijke, prinselijke familie De Merode is bijvoorbeeld geen predicaat toegekend.

Meer en meer worden ook vrouwen in de adelstand opgenomen, ongeacht of ze gehuwd zijn. Aan hen worden de titels barones, burggravin of gravin toegekend. Er is geen vrouwelijk equivalent van de riddertitel.

Juridische bepalingen[bewerken]

De adellijke titels zijn wettelijk beschermd en mogen uitsluitend worden gedragen door wie er een bezit. Het voeren van een onrechtmatige Belgische titel is strafbaar.[3] De adellijke titel geeft geen enkel wettelijk voorrecht. Het statuut van adeldom is in de meeste gevallen erfelijk en de geadelden dragen een van de hiervoor genoemde adellijke titels.[4] Daarentegen is een adellijke titel bij hedendaagse adellijke gunsten meestal niet-erfelijk.

De adellijke titels van jonkheer, ridder, baron, burggraaf en graaf worden in België verleend bij koninklijk besluit. Bij erkenning van uit het buitenland afkomstige geslachten kunnen ook hogere titels worden erkend. Het is Belgen bij wet verboden buitenlandse adellijke titels te dragen. Buitenlandse titels die aan Belgen worden geschonken zijn wettelijk onbestaand.

Door middel van volle adoptie kunnen minderjarigen volwaardig lid van de adellijke stand worden. Volwassenenadoptie is niet erkend in België. Alle Belgische edelen moeten hun titel op hun identiteisbewijs dragen.[5] Het komt ook voor dat de koning ermee instemt dat de titel niet aan de oudste maar aan de op één na oudste zoon wordt doorgegeven, bijvoorbeeld als de oudste zoon priester wordt of naar het buitenland emigreert.

Naamkeuze voor de kinderen[bewerken]

Sinds 1 juni 2014 is in België de wet van kracht waarbij de ouders de keuze hebben tussen verschillende mogelijkheden voor de naamgeving van hun kinderen. Ze kunnen het houden bij de naam van de vader (zoals tot hiertoe het geval was), of zoniet een van de volgende mogelijkheden verkiezen: de naam van de moeder, de naam van de moeder en de vader of de naam van de vader en de moeder. Deze mogelijkheid biedt zich uiteraard ook aan voor leden van de adel.

De vraag stelt zich echter, of bij het geven van een andere familienaam dan die van de vader, ook de adellijke status kan worden doorgegeven. De hiervoor geldende rechtsregels zijn vervat in de koninklijke besluiten van 30 september en 18 december 1815, uitgevaardigd door koning Willem I. De wettelijke bepalingen die toen werden uitgevaardigd werden door het Belgisch koninkrijk overgenomen en op 1 december 1838 door koning Leopold I goedgekeurd. [6] De bepalingen voorzien dat de adellijke status wordt doorgegeven aan zijne wettige thans levende en toekomende kinderen zoo mannelijke als vrouwelijke mitsgaders alle volgende afstammelingen van zijn geslacht en naam.

Het besluit hieruit is duidelijk: men moet de geslachtsnaam dragen van de voorvader aan wie adeldom is verleend, wil men genieten van het erfelijke adellijk statuut. De leden van de adel die hun adellijke status wensen door te geven hebben derhalve geen andere keuze dan uitsluitend de naam van de vader aan hun kinderen te geven. [7] Dit werd nog bevestigd door een arrest van het Hof van Cassatie van 7 april 1927 die bevestigde dat zowel titel als adellijke status eervolle accessoires zijn die bij de naam horen. [8] Het lijkt duidelijk dat de overdracht niet mogelijk kan zijn op een andere naam. Alleen een nieuwe wet zou hierin wijziging kunnen brengen, maar het is weinig waarschijnlijk dat die in de toekomst kan tot stand komen.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De vraag is of inlijving de facto niet is opgehouden te bestaan. Eric Cusas, Le statut de la noblesse en France et en Belgique, 2002², suggereert dat de procdure van inlijving sinds het Koninklijk Besluit van 31 januari 1978 is vervangen door die van erkenning van buitenlandse adel (zie aldaar, p. 217).
  2. M. Van Damme, p. 38-39.
  3. Art. 230 van het Strafwetboek.
  4. Waar in Nederland 'jonkheer' of 'jonkvrouw' geldt als predicaat, is dat in België een adellijke titel volgens een arrest van het Hof van Cassatie uit 1927.
  5. Buitenlandse zaken zie: Veel voorkomende vragen over de adel
  6. Leon Arendt & Alfred De Ridder, Législation héraldique de la Belgique 1595-1895 et jurisprudence du Conseil héralique 1844-1895, Brussel, 1896, blz. 361 en 413
  7. Leon Arendt & Alfred De Ridder, a.w., blz. 296.
  8. Chevalier Braas, La législation nobiliaire en Belgique, Brussel, 1960, blz. 92-93.