Albert I van België

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Albert I
1875-1934
Albert I Koning der Belgen.jpg
Koning der Belgen
Periode 1909-1934
Voorganger Leopold II
Opvolger Leopold III
Vader Filips, graaf van Vlaanderen
Moeder Maria van Hohenzollern-Sigmaringen
Dynastie Saksen-Coburg en Gotha/België
Coat of Arms of the King of the Belgians (1921).svg
Wapen als koning van België

Albert Leopold Clemens Marie Meinrad [1] (Brussel, 8 april 1875 - Marche-les-Dames, 17 februari 1934), prins van België, hertog van Saksen, prins van Saksen-Coburg-Gotha, was van 23 december 1909 tot 17 februari 1934 Koning der Belgen.

Troonopvolger[bewerken]

Hij was het vijfde kind van prins Filips, graaf van Vlaanderen, en van prinses Maria van Hohenzollern-Sigmaringen. Zijn vader was de broer van koning Leopold II en zijn moeder was de jongste dochter van Karel Anton van Hohenzollern-Sigmaringen.

Door het overlijden van kroonprins Leopold in 1869 evenals het overlijden van zijn vader prins Filips (de jongere broer van Leopold II) en het overlijden van zijn eigen oudere broer Boudewijn in 1891 werd Albert van dan af voorbereid op de onverwachte zware taak als toekomstige koning.

Als troonopvolger kon hij een beroep doen op veel familiebanden; zijn oom Carol was koning van Roemenië, zijn tante Stephanie koningin van Portugal, nog een andere tante, Charlotte, was de keizerin van Mexico. Zijn overgrootvader was koning der Fransen, zijn nicht was kroonprinses van Oostenrijk-Hongarije, zijn schoontante was keizerin van Oostenrijk en zijn zwager was kroonprins van Beieren. Veel van deze familiebanden werden op de proef gesteld tijdens de Eerste Wereldoorlog; hij liet later het familiewapen bannen en de familienaam Saksen-Coburg-Gotha schrappen.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Albert huwde in 1900 met hertogin Elisabeth in Beieren, dochter van Karel Theodoor in Beieren en Maria José van Bragança. Uit het huwelijk werden drie kinderen geboren:

  • Leopold (de latere koning Leopold III)
  • Karel (de latere prins-regent)
  • Marie-José, die later koningin van Italië zou zijn totdat het Italiaanse volk de monarchie omverwierp en een republiek installeerde.

Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Koninklijk monogram van Albert I.

Op 11 oktober 1914 was de beslissing gevallen het Belgisch leger te verzamelen achter de IJzer. Daar zou het ook slag leveren waardoor een definitief einde kwam aan de bewegingsoorlog en de loopgravenoorlog begon. Terwijl de regering in ballingschap was in Le Havre, bleef koning Albert I de gehele oorlog bij zijn soldaten in de loopgraven. Na de oorlog richtten de oud-strijders in Nieuwpoort naast de IJzer een monument op om hem te gedenken en te eren. De koning ging de mythologie van de Belgische geschiedenis in als koning-ridder en koning-soldaat.
De koning zelf was met de officieuze titel van zijn hagiografen niet opgezet. Wel nam hij, in overeenstemming met het toenmalige begrip van de grondwet, daadwerkelijk het opperbevel waar over de Belgische strijdkrachten en hij woog zwaar op de belangrijke beslissingen die tijdens de veldtocht moesten genomen worden. Een bijzonder moeilijke beslissing van historisch belang was het Belgisch Leger niet naar Frankrijk terug te trekken, maar wel naar de streek van Nieuwpoort, Veurne, Diksmuide achter de IJzer. [2] [3]
Historisch onderzoek leidde tot het besluit dat Koning Albert I een groot koning was die zijn taak als opperbevelhebber van het leger (en als staatsman), quasi in afwezigheid van de regering, op onberispelijke wijze vervuld heeft. Het Belgisch Leger leverde onder zijn leiding een wezenlijke bijdrage aan het stoppen van de vijandelijke opmars. Hij kon België als staat redden van de ondergang, het land internationaal laten erkennen als “brave little Belgium” en de troepen vrijwaren van massale verliezen in zinloze offensieven. Toen Albert I koning was kwam de huidige Duitstalige Gemeenschap in 1920 bij België.

Albert en de wetenschappen[bewerken]

Op 1 oktober 1927 hield koning Albert I (1875-1934) zijn beroemd gebleven toespraak van Seraing in de bedrijven van John Cockerill. Deze redevoering is een mobiliserende mythe geworden, lezen we in de Geschiedenis van de Wetenschappen in België. Tot de huidige dag toe wordt Albert I immers geciteerd in elk politiek discours over wetenschap. “Er heerst in België een echte crisis der wetenschappelijke instellingen en laboratoria”, zei de koning tegen de verzamelde fine fleur van economie en politiek. Albert I stelde de betere kringen ook een oplossing voor: “Door de initiatieven onzer industriëlen en financiers, de kunde onzer ingenieurs, de bekwaamheid onzer arbeiders, zullen alle hinderpalen uit de weg worden geruimd”. De rijken der Belgische aarde hadden de boodschap begrepen en een jaar later werd het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (NFWO) gesticht, onder het voorzitterschap van Emile Francqui. Het meteen stevig gespekte fonds kreeg de steun van onder andere de familie Solvay en de belangrijkste banken van België en zorgde niet alleen voor een opleving van de industrie via laboratoriumonderzoek, maar ook voor de uitbreiding van het Belgische patrimonium.

Ook de huidige Federale Wetenschappelijke Instellingen (FWI) profiteerden immers van deze duw in de rug, en in de overzichtswerken van de instellingen vinden we in de jaren 1930 vooral wetenschappelijke expedities naar verre landen. Niet alleen werden de plaatselijke archeologie, etnografie, fauna en flora bestudeerd, als het even kon werd een en ander ook mee huiswaarts genomen.

De jaren 1930 blijken een opvallend rijke periode voor een aantal FWI's.

In de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis was Jean Capart hoofdconservator (1925-1942). Voor die tijd had hij bijzonder veel aandacht voor het publiek en het educatieve gehalte van zijn collecties. Zo bracht men bij de Frans-Belgische expeditie naar het Paaseiland in 1934 met het schoolschip Mercator twee van de bekende grote beelden mee: een voor het Parijse Musée de l'Homme, en een voor de Brusselse KMKG. In 1935 bijvoorbeeld, nam een team archeologen, gesteund door het NFWO, uit Apamea in Syrië een indrukwekkend jachtmozaïek mee, die tot vandaag tot de topstukken van KMKG wordt gerekend.

Niet alleen het Jubelparkmuseum leefde op, ook het Museum voor Natuurwetenschappen organiseerde tussen 1933 en 1938 belangrijke dier- en plantkundige zendingen naar het Nationaal Albert Park. Het Afrika-museum verzamelde van 1927 af volgens het principe van zo veel mogelijk reeksen specimens per soort en zelfs per vindplaats, waardoor het Museum uitgroeide tot een van de belangrijkste centra op het gebied van de Afrikaanse zoölogie. De Sterrenwacht kreeg in 1930 een aantal nieuwe instrumenten, waaronder een Zeiss-telescoop van 1 m diameter.

Alberts plan voor ‘een nuttige, patriottische, sociale, pacifistische, op privé-mecenaat steunende wetenschap’ overleefde de Tweede Wereldoorlog niet. De opkomende big science verplichtte de Staat tot een ander, meer internationaal gericht wetenschapsbeleid.

Reizen[bewerken]

Albert heeft enkele reizen gemaakt tijdens zijn koningschap. Zo reisde hij 1919 naar de Verenigde Staten van Amerika. Tijdens de hele maand oktober trok hij door het land. Albert werd hartelijk ontvangen door de Amerikanen.

Ook was Albert de eerste koning die door Belgisch-Congo reisde: in 1909 als prins, in 1928 als koning. De tocht in 1928 was vooral bedoeld om aan te tonen dat men comfortabel kon reizen door Congo.

Monument aan de voet van de rots in Marche-les-Dames.

Overlijden[bewerken]

Albert I stierf na een val van de rotsen in Marche-les-Dames (Namen) op 17 februari 1934. Zijn lichaam werd in de nacht van 17 op 18 februari gevonden. De ochtend van 18 februari stond de wereldpers al op zijn kop door het overlijden van Albert I. Echter omdat er van deze val geen getuigen zijn, wordt druk gespeculeerd over de ware doodsoorzaak.[4] Albert was een bekwame klimmer en daarom menen sommigen dat het moeilijk aan te nemen is dat het om een ongeval zou gaan. Theorieën gaan van jaloerse echtgenoten, zelfmoord tot moord door de Franse geheime dienst omdat Albert I het militaire akkoord met Frankrijk zou willen opzeggen en terugkeren naar de Belgische neutraliteit. Geen van deze stellingen heeft men kunnen bewijzen.

Nalatenschap[bewerken]

Vanwege zijn houding en gedrag tijdens de Eerste Wereldoorlog is Albert I nog steeds één van de populairste Belgische vorsten. Er zijn in België veel standbeelden van hem te vinden en verschillende zaken naar hem vernoemd: zoals de Albertina-bibliotheek (Koninklijke Bibliotheek van België) in Brussel, het Albertkanaal, het Koning Albertpark in Gent en dat in Kortrijk en het Koning Albert I-monument. In 2005 eindigde hij op nr. 126 in de Vlaamse versie van De Grootste Belg en op nr. 12 in de Waalse versie. De faam van Koning Albert I reikt tot ver over de grenzen van België. Ook in het buitenland zijn straten en pleinen naar hem genoemd en monumenten opgericht.

Honoraria[bewerken]

BUITENLANDSE ORDEN

Albert werd in 1907 de 1152e Ridder in de Oostenrijkse Orde van het Gulden Vlies.


Voorouders[bewerken]

Voorouders van Albert I van België
Overgrootouders Frans van Saksen-Coburg-Saalfeld (1750-1806)
∞ 1777
Augusta van Reuss-Ebersdorf en Lobenstein (1757-1831)
Lodewijk Filips I van Frankrijk (1773-1850)
∞ 1809
Marie Amélie van Bourbon-Sicilië (1782-1866)
Karel van Hohenzollern-Sigmaringen (1785-1853)
∞ 1808
Marie Antoinette Murat (1793-1847)
Karel van Baden (1786-1818)
∞ 1806
Stéphanie de Beauharnais) (1789-1860)
Grootouders Leopold I van België (1790-1865)
∞ 1832
Louise Marie van Orléans (1818-1850)
Karel Anton van Hohenzollern-Sigmaringen (1811-1885)
∞ 1834
Josefine van Baden (1813-1900)
Ouders Filips van België (1837-1905)
∞ 1832
Maria van Hohenzollern-Sigmaringen (1845-1912)
Albert I van België (1875-1934)

Noten[bewerken]

  1. Vóór zijn troonsbestijging werd Albert in het Nederlands veelal Albrecht genoemd. Zie bijvoorbeeld Nieuwe Rotterdamsche Courant 23.12.1909 en Het Centrum 29.12.1909.
  2. Jean Stengers, Léopold III et le gouvernement, Paris-Gembloux, 1980, pp. 35-36.
  3. Jacques Willequet, Albert I koning der Belgen, Amsterdam - Brussel, 1979, p. 78.
  4. Jacques Noterman, De val van Albert, Van Halewyck, Leuven, 2004. Dit boek behandelt in detail de anomalieën in het verhaal en het gerechtelijk dossier rond de dood van de koning. Eén van de vier hypothesen (pp 214, 'vermoord door Elisabeth') is dat de koning de dood vond in een echtelijke ruzie in het paleis, waarna het lichaam 's nachts naar Marche-les-Dames werd gesmokkeld om een val van de rotsen te ensceneren. "Deze hypothese heeft één voordeel: ze verklaart alles" stelt Noterman.

Bronnen[bewerken]

  • Van Pul, Paul. Oktober 1914, Het koninkrijk gered door de zee. De Krijger, Erpe, 2004.
  • Anne Morelli (red.). De grote mythen uit de geschiedenis van België, Vlaanderen en Wallonië. EPO, Berchem, 1996.
  • Captain B. H. Liddell Hart. The Real War (1914–1918). 1930, republished as History of the First World War. Pan Books Ltd, London, 1972.

Externe link[bewerken]