Egypte (land)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
جمهوريّة مصرالعربيّة
Jumhūriyat Miṣr al-`Arabīyah
Vlag van Egypte Wapen van Egypte
(Details) (Details)
Egypte (land)
Basisgegevens
Officiële landstaal Arabisch
Hoofdstad Caïro
Regeringsvorm Republiek
Staatshoofd President Abdul Fatah al-Sisi
Regeringsleider Premier Ibrahim Mahlab
Democratie-index 4,56 (hybride regime)
Religie Islam ca. 80%-90%
Christendom 10-20 %[1]
Oppervlakte 1.002.000 km² [2] (0,6% water)
Inwoners 72.798.031 (2006)[3]
85.294.388 (2013)[4] (85,1/km² (2013))
Overige
Volkslied Bilady, Bilady, Bilady
Munteenheid Egyptisch pond (EGP)
UTC +2 (zomer: +3)
Nationale feestdag 23 juli
Web | Code | Tel. .eg | EGY | 20
Voorgaande staten
Koninkrijk Egypte Koninkrijk Egypte
Verenigde Arabische Republiek Verenigde Arabische Republiek
1922-1953
1958-1961 (Uiteenvallen van de VAR)
Topografie
Egypte (land)
Portaal  Portaalicoon   Egypte
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

Egypte (Arabisch: مصر, Miṣr), officieel de Arabische Republiek Egypte (جمهوريّة مصر العربيّة, Jumhūriyat Miṣr al-`Arabīyah; beluisteren) is een staat in het noordoosten van Afrika. Het land omvat ook het schiereiland Sinaï, dat geografisch bij Azië wordt gerekend. Egypte grenst aan de Middellandse Zee in het noorden, de Gazastrook en Israël in het noordoosten, de Rode Zee in het oosten, Soedan in het zuiden en Libië in het westen.

Egypte heeft een oppervlakte van 1.001.450 km² en ruim 83 miljoen inwoners. Van de bevolking woont een groot deel in de vruchtbare omgeving van de Nijl, die ook wel de 'levensader van Egypte' wordt genoemd. Hoewel de Nijlvallei en -delta slechts ongeveer 5,5 procent van de totale oppervlakte omvatten, woont hier bijna de gehele bevolking en bevinden zich er de grote steden, zoals Caïro, de hoofdstad en grootste stad, en Alexandrië. Grote delen van de rest van het land worden bedekt door woestijnen als de Sahara.

De geschiedenis van Egypte is bijna even lang als die van de mensheid zelf; het Oude Egypte was een van de vroegste beschavingen ter wereld en is in het huidige Egypte nog terug te zien in de vorm van enkele beroemde bouwwerken, zoals de sfinx en de piramiden van Gizeh en de archeologische sites rond Luxor.

Egypte is een semipresidentiële republiek en bezette in 2009 de 123e plaats in de index van de menselijke ontwikkeling van de VN. Internationaal gezien is Egypte lid van onder meer de VN, de WTO en de Arabische Liga, waarvan het hoofdkantoor zich in Caïro bevindt.

Etymologie[bewerken]

De naam Egypte is ontstaan in het oude Griekenland. Er zijn twee theorieën over de oorsprong van de naam bekend:

  • In de loop der tijd werd de naam van een belangrijk heiligdom in Memphis, genaamd 'Hwt-ka-Ptah' gehanteerd voor het gehele gebied. Hwt-ka-Ptah betekent 'Huis van de Geest van Ptah' en werd in het Grieks vertaald als 'Αι γυ πτος' of 'Aeguptos', de naam die men (in verbasterde vorm) nog steeds hanteert.
  • Een tweede mogelijke verklaring van de naam komt ook uit het Grieks (Strabo): het Griekse Aἰγαίου ὑπτίóς ("Aegaeou uptios") betekent zoveel als "onder het Egeïsche".

De Arabische naam van Egypte is Miṣr. Deze naam is van semitische oorsprong. De naam lijkt zeer sterk op de oorspronkelijke Assyrische naam Miṣir/Muṣur, maar is ook met het Hebreeuwse מִצְרַיִם (Mitzráyim) verwant. De naam betekent land of staat. Hier werd oorspronkelijk boven-Egypte mee bedoeld, maar het werd uiteindelijk de naam van het hele land. In het Egyptische dialect zegt men overigens niet Miṣr maar Maṣr.

Geschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook de artikelen Geschiedenis van Egypte, Geschiedenis van het Oude Egypte, Geschiedenis van modern Egypte en Oude Egypte.
De piramiden van Gizeh, gebouwd in de periode van het Oude Rijk (derde millennium voor Christus)

De jaarlijkse overstromingen van de Nijl zorgden voor vruchtbare grond waarop landbouw mogelijk was en een van 's werelds grootste oude beschavingen kon floreren. Het eerste verenigde koninkrijk werd gesticht rond 3200 v.Chr. door koning Menes. Verschillende dynastieën regeerden over Egypte voor de daaropvolgende drie millennia. De laatste 'Egyptische' dynastie, de dertigste dynastie, werd in 341 v.Chr. door de Perzische Achaemeniden verslagen. Later werd Egypte door diverse buitenlandse (Griekse, Romeinse, Byzantijnse en Turkse) dynastieën geregeerd.

Het waren de islamitische Arabieren die in de zevende eeuw de islam en het Arabisch in het land introduceerden. Het land viel in eerste instantie onder het Arabische Rijk geregeerd door de Kalief, maar werd eerst min of meer zelfstandig en later overheerst door de Fatimiden, die een tegen-kalifaat stichtten. Na de kruistochten, waarbij de christelijke ridders nooit echt voet aan de grond kregen in Egypte, was het de Turkse slavenklasse van Mamelukken die een dynastie stichtte in Egypte. In 1517 veroverde het Ottomaanse Rijk Egypte en vanaf toen regeerden de Mamelukken in naam van de Ottomanen.

De Britten, geleid door Horatio Nelson, verslaan de Fransen bij de Slag op de Nijl (1798)

In 1798 werd het land voor een periode van negen maanden bezet door Franse expeditietroepen onder leiding van generaal Napoleon Bonaparte. Nadat de Britten onder leiding van admiraal Horatio Nelson een kustblokkade instelden, ontvluchtte Napoleon het land met achterlating van zijn leger.

In de negentiende eeuw werd Egypte een belangrijk land voor de Europese kolonialisten. Met name de aanleg (gefinancierd met Brits en Frans kapitaal) van het Suezkanaal maakte het land strategisch zeer belangrijk. De Britten waren zeer royaal met het verstrekken van leningen en spoedig zat Egypte zo diep in de schulden, dat het compleet afhankelijk was van de Britten. In 1882 namen de Britten Egypte over, maar de kedive (onderkoning) zwoer officieel zijn trouw aan de Ottomaanse sultan.

In de Eerste Wereldoorlog werd Egypte een Brits protectoraat. In 1922 werd het land gedeeltelijk onafhankelijk van het Verenigd Koninkrijk en werd in naam geëxperimenteerd met democratie, maar achter de schermen hielden de Britten het land stevig in hun greep.

Britse soldaten tijdens de Tweede slag om El Alamein (1942)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de Britten bijgestaan door ANZAC-troepen in het behouden van het strategisch gelegen land. Tegelijk werden vanuit Egypte de offensieven tegen de Asmogendheden gelanceerd, eerst in 1941 in Abessinië en in Libië (tegen de Italianen) en op Kreta (tegen de Duitsers), in 1942 tegen het Afrika-korps van Erwin Rommel dat bij het in het westen gelegen El Alamein teruggeslagen werd en in 1944 richting Griekenland en Joegoslavië. Gedurende de gehele Wereldoorlog vertrokken er konvooien van en naar Gibraltar om Malta te bevoorraden. Het Suezkanaal diende als doorvoer van troepen van en naar Brits-Indië, Australië en Nieuw-Zeeland en naar de troepen die tegen de Japanners vochten.

In 1952 werd een staatsgreep gepleegd waarbij koning Faroek werd afgezet en generaal Mohammed Naguib als president benoemd werd. In 1956 werd Gamal Abdel Nasser, de werkelijke architect van de revolutie, president. Zijn politiek van het nasserisme, een combinatie van Arabisch nationalisme en socialisme, was bijzonder populair in het land en de verdere Arabische regio. Door Nassers nationalisatie van het Suezkanaal werd de woede van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk gewekt. Deze landen vormden met Israël een complot, wat leidde tot de Suezcrisis van 1956.

Tussen 1958 en 1961 vormden Egypte en Syrië een unie, de Verenigde Arabische Republiek (VAR) en een confederatie met Noord-Jemen onder de naam Verenigde Arabische Staten (VAS). Zowel de VAR als de VAS viel voor einde 1961 uiteen over de kwestie van het leiderschap.

In de Zesdaagse Oorlog (juni 1967) werd de Sinaï door Israël bezet, maar erger was nog dat de samenwerkende legers van Syrië, Jordanië en Egypte zo snel en eenvoudig door de Israëliërs verslagen werden; president Nasser trad daarop af. Tijdens de Jom Kipoeroorlog in oktober 1973 namen Syrië en Egypte wraak, maar ook dat mislukte. In 1978 werden tussen Egypte en Israël de Camp David-akkoorden getekend, wat tot betere onderlinge betrekkingen leidde.

In januari 1977 brak het zogeheten Broodoproer uit toen de regering besloot de al twintig jaar bestaande subsidies op een aantal eerste levensbehoeften af te schaffen, dit op advies van diverse financiële hulpverleners zoals de rijke Arabische landen, het IMF en de Wereldbank. In onder meer Caïro, Alexandrië en Aswan gingen duizenden burgers de straat op en kwam het tot vernielingen, brandstichtingen en gevechten met de politie waarbij 70 doden en 800 gewonden vielen. President Sadat trok ijlings het besluit tot afschaffing van de subsidies in. Stakingen en demonstraties werden verboden en vooral linkse activisten/journalisten en intellectuelen werden massaal gearresteerd[bron?]. Nadat president Anwar Sadat in 1981 door islamitische extremisten werd vermoord, werd hij opgevolgd door zijn voormalige vicepresident Hosni Moebarak. Deze leidde bijna dertig jaar het land praktisch als dictator.

Nuvola single chevron right.svg Zie Egyptische Revolutie (2011) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na de geslaagde Jasmijnrevolutie in Tunesië tegen het autoritaire regime, braken in januari 2011 ook in diverse Egyptische steden onlusten uit; de Egyptische Revolutie was ingeluid. Na achttien dagen van protest trad Moebarak af en droeg hij zijn macht over aan de Opperste Raad van de Strijdkrachten. Een turbulente periode van straatprotest en politieke omwentelingen volgde. Dit resulteerde in presidentsverkiezingen in mei en juni 2012, die werden gewonnen door Mohamed Morsi van de islamistische Moslimbroederschap.

Nuvola single chevron right.svg Zie Protesten en staatsgreep in Egypte in 2013 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Later in het jaar kwam de bevolking van Egypte echter opnieuw in opstand, ditmaal omdat Morsi te veel macht naar zich zou hebben toegetrokken. Miljoenen mensen gingen de straat op en de demonstraties waren groter dan die tegen Moebarak.[5] Op 3 juli 2013 werd een militaire staatsgreep gepleegd waarbij Morsi uit zijn functie werd ontheven en een interim-regering werd gevormd. Betogingen voor Morsi werden door de nieuw aangetreden regering bloedig uiteen geslagen. Vervolgens won de seculiere Abdul Fatah al-Sisi de presidentsverkiezingen in 2014.

Geografie[bewerken]

De Nijl bij Aswan

Met een oppervlakte van 1.002.000 km² is Egypte het dertigste land ter wereld naar oppervlakte. Het grenst in het noorden aan de Middellandse Zee, in het oosten aan de Gazastrook, Israël en de Rode Zee, in het zuiden aan Soedan en in het westen aan Libië. In het oosten van Egypte ligt het Sinaïschiereiland dat behoort tot het Aziatische continent. Dit schiereiland is door middel van de Landengte van Suez verbonden met de rest van het land.

Het belangrijkste bewoonde deel van Egypte wordt gevormd door de zeer dichtbevolkte oevers en delta van de rivier de Nijl. Grote delen van het land behoren tot de Sahara en de Libische Woestijn en zijn zeer dunbevolkt, maar nemen wel maar liefst 96 procent van het Egyptische land in beslag. Hoewel het landschap er hoofdzakelijk bestaat uit uitgestrekte woestijn, zijn er ook enkele oases te vinden. Het Oude Egypte wordt soms wel ingedeeld in Opper-Egypte (het zuidelijke deel) en Neder-Egypte (het noordelijke deel).

Steden[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie lijst van grote Egyptische steden voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De hoofdstad Caïro is met 7.950.000 inwoners in de stad zelf en zo'n 15 miljoen in de agglomeratie de grootste stad van het land en zelfs van het gehele continent Afrika. Andere grote steden zijn, Caïro's voorsteden uitgezonderd, Alexandrië (3.339.100 inwoners), Port Said (472.300), Ismaïlia (471.010), Luxor (430.000), Suez (417.500), El-Mahalla El-Kubra (395.400), Tanta (371.000), al-Mansurah (370.000) en Assioet (343.500). Noemenswaardige badplaatsen en toeristenoorden zijn Hurghada, Sharm-el-Sheikh, Dahab, Taba Heights en Marsa Alam.

Bevolking[bewerken]

Samenstelling[bewerken]

De bevolkingsdichtheid in Egypte, geconcentreerd rond de Nijl

Egypte heeft een inwonertal van 85.294.388 (2013) en is daarmee het meest bevolkte land in de Arabische wereld; de bevolkingsdichtheid is 85,1/km² (2013), maar de bevolking is erg geconcentreerd in de Nijlvallei; circa 43 procent van de bevolking woont in steden (2008)[6]. Egypte is snel gegroeid: in de tijd van Napoleon had het land vermoedelijk nog slechts 3 miljoen inwoners en in 1900 waren er naar schatting tien miljoen Egyptenaren [7]. Vooral dankzij medische en agrarische vooruitgang groeide dat aantal in de tweede helft van de twintigste eeuw sterk. Over de periode 1980-2001 kende het land een gemiddelde bevolkingsgroei van 2,2 procent. Van de totale bevolking is 33 procent in de leeftijdscategorie 0-14 jaar, 63 procent tussen 15-64 jaar en 4 procent 65 jaar en ouder[6].

De bevolking is voor 90% van Oost-Hamitische afkomst, maar is in de loop der tijden in sociaal, cultureel en politiek opzicht geheel gearabiseerd. Andere bevolkingsgroepen zijn de Berbers (in Siwa), de Nubiërs (in het zuiden) en de Kopten (in Opper-Egypte). Het land telde anno 2002 ongeveer 78.000 vluchtelingen, waaronder 50.000 Palestijnen en ongeveer 20.000 vluchtelingen afkomstig uit Soedan.

Taal[bewerken]

Het Arabisch is de officiële taal in Egypte. De meest gesproken taal is het Egyptisch Arabisch. Engels en Frans komen veel voor als handelstalen. Verder zijn er kleine minderheden die andere Arabische variëteiten spreken, Nubische talen en Berbertalen.

Religie[bewerken]

De islam is de Egyptische staatsgodsdienst en wordt beleden door 90 procent van de bevolking. Het soennisme is de meest aangehangen stroming. De grootste christelijke stroming is de koptisch-orthodoxe Kerk, die door 9 procent van de bevolking wordt aangehangen; andere christelijke kerken, waaronder de koptisch-katholieke Kerk, hebben een aanhang van 1 procent[6]. Het land is sinds de oprichting in 1969 lid van de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC).

Ook de Armeens Orthodoxe Kerk (worden ook wel 'Gregoriaans' genoemd), en de Armeens Katholieke Kerk spelen een rol in Egypte.

Politiek[bewerken]

Abdul Fatah al-Sisi, president vanaf 8 juni 2014

Staatsinrichting[bewerken]

Egypte is sinds juni 1953 een republiek. De wetgevende macht wordt gedeeld door de regering en de Volksvergadering. De Volksvergadering, met 454 leden waarvan er 10 worden aangewezen door de president, is het lagerhuis van het Egyptische parlement; het Hogerhuis, waar 70 van de 210 leden door de president worden aangewezen, wordt gevormd door de Shuraraad, dat vooral een raadgevende functie heeft. De belangrijkste positie wordt ingenomen door de president van Egypte, die fungeert als staatshoofd, als uitvoerende macht en als opperbevelhebber van de krijgsmacht. Het land kent algemeen kiesrecht sinds 1956. Leden van de Volksvergadering worden voor een termijn van vijf jaar gekozen, de Shuraraad kent iedere de drie jaar verkiezingen waarbij steeds de helft van de raad voor zes jaar wordt verkozen. In de grondwet wordt Egypte omschreven als een democratische staat en als onderdeel van de Arabische wereld. De islam is de staatsgodsdienst.

Politieke ontwikkelingen[bewerken]

Hoewel Egypte in naam een democratische republiek is, werd het land sinds 1955 autocratisch geregeerd door achtereenvolgens de leiders/presidenten Nasser, Sadat en sinds 1981 Moebarak. Sinds 1978 was daarbij de Nationaal-Democratische Partij (NDP) de 'machtsmachine' van de president, met altijd een overmacht in het parlement. De president was in zijn functie onder meer verantwoordelijk voor de invulling van allerlei posten in de regering en het parlement. Bovendien gold vanaf de moord op president Sadat in 1981 tot 2012 de noodtoestand, wat onder meer inhield dat president Moebarak naar eigen goeddunken verordeningen kon treffen. Desondanks kon Egypte sinds 1979 op steun rekenen vanuit het Westen, het land fungeerde vaak als buffer en bemiddelaar tussen de Westerse en de Arabische wereld.

Op 7 september 2005 werden voor het eerst presidentsverkiezingen gehouden waar meerdere - door president Moebarak goedgekeurde - kandidaten aan mee mochten doen. In totaal namen tien kandidaten deel. Winnaar werd de zittende president Moebarak met 88 procent van de stemmen. Andere belangrijke kandidaten waren Ayman Nour en Noman Gomaa. Diverse partijen, zoals linkse oppositiegroeperingen en de islamitische Moslimbroederschap, boycotten de verkiezingen. Nour belandde na de verkiezingen in de gevangenis en er waren berichten over grootschalige fraude. In 2007 werden enkele tientallen grondwetswijzigingen doorgevoerd, waarbij onder meer partijen op religieuze basis verboden werden en de macht van de president verder versterkt werd.

Na de parlementsverkiezingen in 2010 was 81 procent van alle zetels in de Volksvergadering in handen van de NDP. Vanaf eind 2010 was er sprake van toenemende onrust in de Arabische wereld. Nadat eerder in Tunesië president Ben Ali was verjaagd, gingen ook in Egypte duizenden burgers de straat op. Na 18 dagen van massaal volksprotest trad Moebarak op 11 februari 2011 af als president en droeg hij zijn taken over aan de Hoge Raad der Strijdkrachten, waarvan voorzitter Mohammed Hoessein Tantawi vanaf toen het waarnemend presidentsambt vervulde. Op 3 maart 2011 werd Essam Sharaf de Egyptische minister-president.

De voortdurende omwentelingen in de Egyptische politiek resulteerden er uiteindelijk in dat er in presidentsverkiezingen in mei en juni 2012 werden gehouden. De kandidaat van de islamistische Moslimbroederschap, Mohamed Morsi, was de winnaar. Hij werd op 30 juni beëdigd als president van Egypte. Hij moest het meteen al opnemen tegen de macht van de legertop, die de macht van de president op de verkiezingsdag middels een grondwetswijziging had gepoogd in te perken. In augustus 2012 draaide Morsi deze wijzigingen echter terug en verving hij de legertop. Op 3 juli 2013 werd Morsi afgezet door het leger nadat miljoenen mensen de straat op waren gegaan om het aftreden van hem te eisen, de demonstraties waren groter dan die tegen Moebarak.[5] Zijn opvolger was het hoofd van het Constitutioneel Hof, Adly Mansour. Vervolgens trok legerleider Abdul Fatah al-Sisi de macht naar zich toe. Hij deed ook mee aan de presidentsverkiezingen in 2014 met als enige opponent Hamdin Sabahi.

Bestuurlijke indeling[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie gouvernementen van Egypte voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Egypte is ingedeeld in 27 gouvernementen, met aan het hoofd ervan een gouverneur.

Defensie[bewerken]

Amerikaanse en Egyptische vliegtuigen vliegen over de piramides (1983)

In 2009 was op de begroting een bedrag van 4,1 miljard dollar gereserveerd voor defensie; daarnaast ontvangt het leger nog militaire steun van de Verenigde Staten ter waarde van 1,3 miljard dollar op jaarbasis. Deze steun werd verstrekt na het vredesakkoord met Israël sinds 1979.

In 2010 telde het leger 450.000 militairen en 254.000 reservisten. Verder zijn er nog circa 400.000 paramilitairen, waarvan de centrale beveiligingsdienst de grootste is met 325.000 medewerkers. De nationale garde en diverse grenstroepen vallen hier ook onder. De landmacht telt 320.000 actieve militairen, de luchtmacht 30.000, de luchtverdediging 80.000 en tenslotte de marine 20.000[8].

Het leger is uitgerust met gedateerd materieel afkomstig uit de voormalige Sovjet-Unie, maar in de afgelopen decennia is veel modern Amerikaans materieel aangeschaft. De landmacht beschikte in 2010 over 880 M1 Abrams tanks, maar heeft ook nog de beschikking over 1.050 tanks van het type T-55 en T-60. Bij de luchtmacht hetzelfde beeld, waar de F-16 Fighting Falcon vliegt naast de verouderde MiG-21[8]. Nederland heeft 1041 verouderde pantservoertuigen van het type YPR-765 aan Egypte geleverd[9].

Het leger heeft niet alleen grote invloed op de wapenindustrie, maar is ook actief in civiele zaken. Het leger heeft zo belangen in sectoren als het water, bouw, hotels en in de brandstofvoorziening. Het ministerie van Defensie heeft verregaande bevoegdheden om civiele commerciële activiteiten onder verwijzing van de staatsveiligheid te blokkeren[10].

Mensenrechten en corruptie[bewerken]

De mensenrechtensituatie in Egypte is precair. Weliswaar zijn in 2003 de staatszekerheidsrechtbanken, waar personen in snelrecht zonder voldoende bewijs veroordeeld werden en de dwangarbeid afgeschaft, maar er wordt nog steeds rechtgesproken door speciale militaire en noodtoestandtribunalen.

Corruptie is een groot probleem in Egypte. Volgens Transparency International had Egypte in 2013 een score van 32, goed voor de 114e positie op de wereldwijde ranglijst van in totaal 183 landen. Buurland Libië was nog corrupter met een score van 15 (172e plaats); Ander buurland Israël scoorde hoger met een 61 (36e plaats)[11]

Cultuur[bewerken]

De Egyptische cultuur heeft zes duizend jaar geschreven geschiedenis. Het Oude Egypte was een van de vroegste beschavingen en gedurende duizenden jaren had Egypte een opvallend complexe en stabiele cultuur die later culturen van Europa, het Midden-Oosten en andere Afrikaanse landen heeft beïnvloed. Na de tijd van de farao's kwam Egypte zelf onder invloed van het hellenisme, het christendom en de islamitische cultuur. Vandaag de dag bestaan vele aspecten van de antieke cultuur van Egypte nog steeds in interactie met nieuwere elementen, waaronder de invloed van de moderne westerse cultuur die zelf weer zijn wortels heeft in het oude Egypte.

De Egyptische hoofdstad Caïro is de grootste stad van Afrika en is eeuwenlang bekend als centrum van onderwijs, cultuur en commercie. Egypte heeft het hoogste aantal Nobelprijswinnaars in Afrika en de Arabische wereld. Sommige in Egypte geboren politici waren of zijn aan het roer van grote internationale organisaties zoals Boutros Boutros-Ghali van de Verenigde Naties en Mohamed El-Baradei van het IAEA.

Egypte is een erkende culturele trendsetter in de Arabisch sprekende wereld en de hedendaagse Arabische cultuur is sterk beïnvloed door de Egyptische literatuur, muziek, film en televisie. Egypte kreeg een regionale leidende rol tijdens de jaren 1950 en 1960, die een verdere duurzame impuls gaf aan de positie van de Egyptische cultuur in de Arabische wereld.[12]

Identiteit[bewerken]

De Nijlvallei was de thuisbasis van één van de oudste culturen in de wereld verspreid over drieduizend jaar ononderbroken geschiedenis. Een reeks buitenlandse bezetters in 343 voor Christus heeft een onuitwisbare stempel gedrukt op het land en het cultuurlandschap. De Egyptische identiteit ëvolueerde in de tijdsspanne van deze lange periode van bezetting om tegemoet te komen aan twee nieuwe religies, de islam en het christendom, en een nieuwe taal, het Arabisch, en de gesproken afstamming hiervan, het Egyptisch Arabisch.[13]

Na tweeduizend jaar van bezetting streden drie ideologieën om de aandacht van de nieuwe onafhankelijke Egyptenaren: het etnisch-territoriale Egyptisch nationalisme, het seculiere Arabisch nationalisme/panarabisme en het islamisme. Het Egyptische nationalisme en dateert van voor vele tientallen jaren voor zijn Arabische tegenhanger met wortels in de 19de eeuw en wordt de dominante manier van uitdrukken van de Egyptische antikoloniale activisten en intellectuelen tot in de vroege 20e eeuw.[14] Het Arabisch nationalisme bereikte een hoogtepunt onder Nasser maar verdwenen onder Sadat, ondertussen worden de ideologie van het islamisme aangehangen door islamisten zoals de Moslimbroederschap die met name aanwezig is in kleine segmenten van de lagere middenklasse lagen van de Egyptische samenleving.[15]

Het werk aan het begin van de 19e-eeuwse geleerde van Rifa'a et-Tahtawī heeft geleid tot de Egyptische Renaissance. Het markeerde de overgang van het Middeleeuwse naar het Vroegmoderne Egypte. Zijn werk hernieuwde de interesse in de Egyptische oudheid en stelde de Egyptische samenleving bloot aan de principes van de Verlichting. Tahtawī was met onderwijs reformer Ali Mubarak mede-oprichter van een school in Egyptologie die voor inspiratie keek naar middeleeuwse Egyptische geleerden zoals Suyuti en Maqrlzl die de geschiedenis, taal en oudheden van Egypte bestudeerden.[16]

De Egypte renaissance bereikte een hoogtepunt in de late 19e en begin 20e eeuw door het werk van mensen als Mohammed Abduh, Ahmed Lutfi el-Sayed, Mohammed Loutfi Goumah, Tawfiq el-Hakim, Louis Awad, Qasim Amin, Salama Moussa, Taha Hussein en Mahmoud Mokhtar. Ze smeedden een liberaal pad voor Egypte, uitgedrukt als een verbintenis tot persoonlijke vrijheid, secularisme en het geloof in de wetenschap om de voortgang te brengen.[17]

Media[bewerken]

De Egyptische media zijn zeer invloedrijk in de hele Arabische wereld wat wordt toegeschreven aan een groot publiek en het vergroten van de persvrijheid. De persvrijheid van de media is gegarandeerd in de grondwet, echter veel andere wetten beperken nog steeds dit recht. Na de Egyptische presidentsverkiezingen van 2005 werd door Ahmed Selim van het ministerie van informatie verklaard dat een tijdperk van een "vrije, transparante en onafhankelijke Egyptische media." was aangebroken.

Vandaag de dag ervaart de Egyptische media veel vrijheid. Verschillende Egyptische Talkshows en zelfs de staatstelevisieprogramma's zoals El-Beit beitak hebben kritiek op de regering, wat eerder verboden was.

Muziek[bewerken]

De Egyptische muziek is een rijke mengeling van inheemse, mediterrane, Afrikaanse en westerse elementen. In de oudheid speelden de Egyptenaren harpen en fluiten, waaronder twee inheemse instrumenten: de ney en de oed. Percussie en vocale muziek werd ook een belangrijk onderdeel van de lokale muzikale traditie sinds die tijd. Vanaf de jaren 1970 is de Egyptische popmuziek steeds belangrijker geworden in de Egyptische cultuur, terwijl de Egyptische volksmuziek nog steeds wordt gespeeld tijdens bruiloften en andere festiviteiten. Umm Kulthum (1904?-1975) behoort nog steeds tot de beroemdste en meest geliefde zangeressen in de Arabische wereld. Enkele van de meest prominente hedendaagse Egyptische popzangers zijn Amr Diab en Mohamed Mounir.

Economie[bewerken]

Toerisme, zoals hier in de Vallei der Koningen bij Luxor, is een belangrijk onderdeel van de Egyptische economie

De Egyptische economie is één van de meest gediversifieerde van het Midden-Oosten. In 2009 had Egypte een BNP van 216,8 miljard dollar tegen de officiële wisselkoers. Op koopkrachtbasis is het 500,9 miljard dollar, dit is 6.200 dollar per inwoner[18]. Het BNP groeide met 7,2 procent in 2008, met 4,6 procent in 2009 en met 5,3 procent in 2010[18]. Dit was een versnelling ten opzichte van de 4,5 procent groei die gemiddelde in de periode 1990-2001 werd behaald. Naar sectoren gemeten werd het BNP in 2009 voor 14 procent gerealiseerd door de landbouw, 38 procent door de industrie en 47 procent door de dienstensector[18]. In datzelfde jaar was circa een derde van de bevolking werkzaam in de landbouw[18].

Naast de land- en tuinbouw is de olie- en gaswinning een belangrijke economische activiteit. Egypte is geen lid van de OPEC waardoor het niet gebonden is aan exportquota voor aardolie. Het land is wel lid van de Organization of Arab Petroleum Exporting Countries (OAPEC). In 1907 werd de eerste olie aangetoond en de productie startte in 1914. De bewezen oliereserves liggen al jaren rond de 4 miljard vaten; volgens BP bedroegen de reserves per eind 2009 4,4 miljard vaten gelijk aan 0,3 procent van de wereldwijde totaal. Dit is voldoende om het huidige productietempo nog 16 jaar vol te houden[19]. In 2009 produceerde het land 742.000 vaten olie per dag; in het laatste decennium schommelde de productie tussen de 700.000 en 800.000 vaten per dag. In Egypte is de laatste decennia veel aardgas gevonden. De reserves bereikten een niveau van 2.190 miljard m3 in 2009, ongeveer tweemaal zoveel als in Nederland, terwijl in 1989 de gasreserves nog op 350 miljard m3 werden getaxeerd[19]. De gasproductie is in lijn gestegen van 21 miljard m3 in 2000 naar 62,7 miljard m3 in 2009. Veel gas wordt als lng geëxporteerd. Egypte beschikt nog over bescheiden steenkoolreserves. De reserves van circa 50 miljoen ton liggen vooral in de Sinaï en is van matige kwaliteit. De steenkool werd vooral in Egypte gebruikt door de industrie en bij de opwekking van elektriciteit. Dankzij de gasvondsten wordt steenkool door aardgas verdrongen als brandstof.

Egypte kent een groot tekort op de handelsbalans. In het fiscale jaar 2008/09, loopt van 1 juli tot en met 30 juni, exporteerde het voor 25 miljard dollar, maar importeerde goederen ter waarde van 50 miljard dollar[20]. De buitenlandse handel in aardolie is redelijk in evenwicht, maar de export van aardgas leverde circa 3 miljard dollar op. Dankzij een groot overschot op dienstenbalans wordt het handelstekort aanzienlijk verkleind. Vooral inkomsten uit toerisme, 10,5 miljard dollar, en opbrengsten van het Suezkanaal (4,7 miljard dollar) dragen hieraan bij. Sinds de politieke onlusten van 2011 is het aantal toeristen echter sterk gedaald. Tenslotte maken veel Egyptenaren die in het buitenland werken grote sommen geld over naar huis (7,6 miljard dollar)[20].

Egypte exporteert naast olieproducten vooral halffabricaten en voedingsmiddelen (rietsuiker en dadels). De Verenigde Staten (8 procent), Italië (7 procent), Spanje (7 procent), India (7 procent), Saoedi-Arabië (6 procent), Syrië (5 procent), Frankrijk (4 procent) zijn anno 2010 de voornaamste exportlanden[18]. De belangrijke importproducten voedingsmiddelen, machines, consumptiegoederen, chemische producten, de grootste importpartners waren in 2009 de Verenigde Staten (10 procent), China (10 procent), Duitsland (7 procent), Italië (7 procent), Turkije (5 procent)[18].

De regering van Egypte had in 2008/09 een begrotingstekort van 7 procent van het BNP. De inkomsten bedroegen 27,8 procent van het BNP en de uitgaven 34,4 procent. Een grote uitgavepost zijn subsidies op voedsel en energie. De energiesubsidie was gelijk aan 6 procent van het BNP, dit is circa een-zesde van alle overheidsuitgaven. De overheid had plannen de subsidie op brandstoffen volledig af te schaffen in 2010, maar de globale financiële crisis van 2009 hebben de plannen vertraagd tot 2014[20].

De munteenheid is het Egyptisch pond (koers: 1 Egyptisch pond is 0,11 euro waard per april 2013).

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Het precieze aantal christenen in Egypte is onduidelijk: opgaven variëren sterk. Volkstellingen komen rond 10% uit, terwijl de kerken zelf aangeven dat 15-20% van de Egyptenaren christen is.
  2. (en) Verenigde Naties 2011
  3. (en) Laatste census 11 november 2006 (via V.N.)
  4. (en) Niet officiële schatting CIA Factbook juli 2013 (berekend door US Bureau of the Census)
  5. a b http://www.al-monitor.com/pulse/originals/2013/06/egyptians-demonstrate-in-large-numbers-against-morsi.html
  6. a b c CIA World Factbook: Egypt, People
  7. WESP: historical demographical data
  8. a b (en) Strijdmacht Egypte, 2010
  9. Verkoop landmachtmaterieel YPR-765 aan Egypte Geraadpleegd op 2011-02-13
  10. NRC Handelsblad, Grote rol strijdmacht Egypte, datum: 11 februari 2011
  11. (en) http://cpi.transparency.org/cpi2013/results/
  12. MIDEAST: Egypt Makes Cultural Clout Count (IPS, Oct. 29, 2009). Ipsnews.net (29 October 2009) Geraadpleegd op 14 april 2012
  13. Raymon Kondos. The Egyptian Identity: Pharaohs, Moslems, Arabs, Africans, Middle Easterners or Mediterranean People? (15 February) Geraadpleegd op 14 april 2012
  14. Jankowski, James. "Egypt and Early Arab Nationalism" in Rashid Khalidi, ed. The Origins of Arab Nationalism. New York: Columbia University Press, 1990, pp. 244–45
  15. Dawisha, Adeed. Arab Nationalism in the Twentieth Century. Princeton: Princeton University Press. 2003, pp. 264–65, 267
  16. El-Daly, op cit., p. 29
  17. Jankowski, op cit., p. 130
  18. a b c d e f CIA World Factbook: Egypt, Economy
  19. a b (en) BP Statistical Review of World Energy, juni 2010
  20. a b c (en) IMF Country Report No. 10/94, April 2010