Berbers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor de talen, zie Berbertalen
Berbervlag
Berberse ruiters

De Berbers (ook Imazighen genoemd) zijn de oorspronkelijke inwoners van Noord-Afrika.

In de oudheid werden de Berbers Libiërs, Numidiërs en Mauretaniërs genoemd. De Berbers leefden in een gebied dat zich uitstrekte van de Canarische Eilanden tot aan de oase Siwa in Egypte, en van Tunesië tot aan de Sahel. Dit gebied werd vroeger ook aangeduid als Barbarije, wat afgeleid is van het Griekse woord barbaros (barbaar). De Berbers zijn het oudst bekende volk dat Noord-Afrika en de Sahara heeft bewoond. Het begrip Berber dateert uit de late Oudheid, toen het voor het eerst gebruikt werd om de Noord-Afrikaanse stammen aan te duiden die buiten de Romeinse invloedssfeer leefden. Het woord is mogelijk een nalatenschap van de migratie van de Germaanse Vandalen naar Noord-Afrika, vanaf het begin van de 5e eeuw. De Germanen werden door de Romeinen van oudsher "Barbaren" genoemd.

Tegenwoordig zijn Berbers voornamelijk te vinden in Marokko, Algerije, Tunesië en Libië. In Marokko leven er 19 miljoen Berbers en in noordelijk Algerije vindt men de Kabylische Berbers bestaande uit 5,5 miljoen mensen.[1] Ook in Mauritanië, Mali, Ghana en in Europa (naar schatting drie miljoen; vooral in Frankrijk, Nederland en België) vindt men aanzienlijke gemeenschappen van Berbers. De Franse Berbers zijn hoofdzakelijk emigranten en nakomelingen daarvan uit Marokko en Algerije. De Berbers in Nederland en België komen hoofdzakelijk uit Marokko, oorspronkelijk als gastarbeiders. Meer dan de helft van de Noord-Afrikanen kunnen nog steeds Berbers onder hun voorvaderen rekenen. In feite stamt de grote meerderheid van de huidige bevolking van Marokko, Algerije, Tunesië en Libië nog altijd af van de Berbers. De geïmmigreerde Fenicische, Griekse, Romeinse, Vandaalse, Westgotische, Vikingse, Arabische en Franse kolonisten/veroveraars vormden altijd een kleine minderheid ten opzichte van de inheemse bevolking.

Arabisering[bewerken]

De Berberse taal en cultuur heeft zich nog lang kunnen handhaven, ondanks de geleidelijke arabisering van Noord-Afrika na de verovering door het Arabische Rijk. In de middeleeuwen hadden verschillende machtige Berberse dynastieën, zoals de Almoraviden en Almohaden, de leiding in handen en bereikte de Berberse cultuur een grote bloei. In de 20e eeuw kwam de Maghreb tot onafhankelijkheid maar de nu heersende regimes bevorderden een sterk Arabisch nationalisme en de daarbij behorende Arabische taal en cultuur werd (en wordt) vaak dwingend opgelegd aan de bevolking. Meestal werd de inheemse Berberse cultuur en taal ook verboden om onderwezen te worden en stonden hier strenge straffen op. Vele zangers en dichters die in hun moedertaal bleven optreden of publiceren werden vervolgd of vluchtten naar het buitenland. Vooral in Frankrijk wonen nu verscheidene bekende Berberse artiesten en schrijvers. In veel landen, zoals Marokko en Algerije, bleef echter nog steeds een levendige Berberse cultuur aanwezig. Recentelijk hebben Berbers in deze twee landen ook weer meer vrijheden gekregen. Tunesië daarentegen is nu zodanig gearabiseerd, dat de meeste Tunesische Berbers de Arabische taal en identiteit overnamen en zich niet meer als Berber beschouwen. De Libische ex-dictator Qadhafi, een voorstander van het Arabisch nationalisme, onderdrukte de Berberse cultuur in zijn land. Gearabiseerde Berbers hebben de Arabische keuken en taal deels overgenomen. Zij spreken dialecten die een mix zijn van met name Tamazight, Arabisch en veel andere talen. Deze talen staan in sommige gevallen (bijvoorbeeld Darija in Marokko) zo ver van het Arabisch dat men van twee talen kan spreken. Keuken en kleding zijn bij gearabiseerde Berbers vaak nog steeds Berbers van karakter.

Berbers, Berberse wereld en Barbarije[bewerken]

Berberse wereld

██ Shleuhs

██ Imazighen (Midden-Atlas)

██ Riffijnen

██ Chenwa

██ Kabylen

██ Chawi

██ Toeareg

██ Sahara Berbers

Berbers worden in diverse geschriften uit de klassieke oudheid genoemd, toen zij een van de schakels tussen de volkeren en beschavingen van Europa en Afrika ten zuiden van de Sahara vormden.

De naam Berber is vaak in verband gebracht met het Griekse woord barbaroi (βαρβαροι) wat 'barbaar' betekent. Dit is een benaming die de Grieken gaven aan ieder volk dat geen Grieks sprak en niet deelnam aan de Griekse beschaving. Later namen de Romeinen dit woordgebruik van de Grieken ook over. Van oorsprong was 'barbaroi' waarschijnlijk het Griekse woord voor een van de stammen die de Grieken in het noorden tegenkwamen, omdat die "barbarbarbar" leken te zeggen wanneer zij spraken. Later is hier het woord Berber van afgeleid, de oude Europese en meestgebruikte naam voor dit volk. De naam was in de oudheid enkel van toepassing op die Berbers die zich buiten de Griekse en Latijnse invloedssfeer bevonden. Zo werd de naam niet gebruikt voor de oude Mauretaniërs en de Numidiërs.

De Berberse- of Amazighwereld is een 19e-eeuwse term voor het historische vaderland van het Berberse volk. Het geheel omvat vijf landen (Marokko, Algerije, Tunesië, Libië en Mauritanië) plus delen van vier andere landen (het noorden van Mali, in het noorden van Niger, een deel van West-Egypte, en het Spaanse grondgebied van Melilla en Ceuta en de Canarische Eilanden).

De term wordt in de literatuur vanaf de 19e eeuw aangetroffen. Aanvankelijk werd de term gebruikt door Europese wetenschappers[2], later ook door Berberse intellectuelen[3], in Marokko en Algerije, als een concept dat de Berberse identiteit in een geografisch context plaatst. De oudst bekende publicatie die de term Berberse wereld gebruikte is een Franstalige tijdschrift uit 1866, de Revue africaine, gepubliceerd in Algerije door de Société historique algérienne.

De oude Nederlandse term Barbarije[4] (Berbers: Amaḍal Amazigh of Tamazgha) werd gebruikt om het land van de Berbers geografisch te onderscheiden van de rest van Afrika of van de andere moslimgebieden.

Guanchen[bewerken]

De Guanchen zijn de oorspronkelijke bewoners van de Canarische Eilanden. Ze noemen zich ook wel Ikanyen, wat een Berberwoord zou zijn. Het Guanche was hoogstwaarschijnlijk een Berbertaal van voor het Spaanse kolonialisme en nog steeds gebruiken de Guanchen enige Berberwoorden.

De Berberactivisten onder de huidige Guanchen streven ernaar om hun identiteit te behouden in plaats van de Spaanse cultuur. Daarvoor werken ze samen met Berberactivisten van Noord-Afrika.

Sommige onderzoekers ontkennen dat de Guanchen Berbers zijn. Volgens Berberactivisten onder de Guanchen is dat te verklaren door politieke redenen.

Imazighen[bewerken]

Marokkaanse Berbers noemen hun volk doorgaans niet Berbers maar Imazighen, wat vrije mensen betekent. Sommigen echter prefereren de naam Berbers, omdat niet alle Berbervolken zichzelf 'Imazighen' noemen (zie kaart).

Taal[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Berbertalen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Borden in Arabisch, Kabylisch (Tifinagh) en Frans in Algerije

De Berbertalen (binnen Marokko en Noord-Algerije wordt ook de term Tamazight gebruikt) vormen een tak van de Afro-Aziatische taalfamilie en zijn daarmee in de verte verwant aan de Semitische talen en bijvoorbeeld het oude Egyptisch. In Marokko en Noord-Algerije worden de Berbertalen van links naar rechts geschreven (en niet van rechts naar links, zoals bij het Arabisch het geval is); het schrift dat daarvoor in gebruik is wordt Tifinagh genoemd. Voorbeelden van Berbertalen of -dialecten zijn het Tachelhit, het Tamazight (Midden-Atlasberber), het Tarifit, het Tamasheq (de taal van de Toearegs in de Sahara) en het Siwi (Egypte) (zie Stroomer 2002).

Berber is erkend als een nationale taal in Algerije, zij het zonder officiële status naast het Arabisch en Frans, maar in andere landen is dit niet het geval. Vanaf het jaar 2003 wordt de taal ook in Marokko onderwezen, na decennia van onderdrukking. Over de Berbertalen bestaat het hardnekkige misverstand dat ze niet geschreven worden. In feite is het Tifinagh schriftsysteem al vele eeuwen in gebruik bij de Toeareg-nomaden en het Tashelhiyt bezit een literaire traditie (waarbij gebruikgemaakt wordt van de Magribijnse variant van het Arabische schrift) die terugreikt tot het einde van de zestiende eeuw. Pogingen om de vele veel oudere inscripties in het oude Numidische schrift – de voorloper van Tifinagh – te ontcijferen hebben echter niet veel meer opgeleverd dan een handvol overeenkomsten, bijvoorbeeld een vrouwelijke uitgang op -t die typerend voor Afro-Aziatische talen is.

Het IRCAM standaardiseert het Berber binnen Marokko.

Arabische dialecten werden ingevoerd in de Berberse wereld na de Arabische verovering in de 7e eeuw. Tijdens de korte Arabische heerschappij over de Berberse wereld slaagden de Arabieren er niet in om de Berbers de Arabische taal (de taal van de Koran en van de Umayyaden-dynastie in Azië) op te leggen. Pas met de komst van de Banu Hilal-nomaden in de 11e eeuw zou de Arabische taal zich over grote delen van de Maghreb weten te verspreiden. Nog steeds zijn de Arabische dialecten van de Maghreb onder te verdelen in Hilalische en niet-Hilalische dialecten. Die laatste zijn een voortzetting van het oude Maghrebijns-Arabisch en zijn het sterkst beïnvloed door de Berberse taal. Sprekers daarvan zijn te vinden in bijvoorbeeld de westelijke Rif in Marokko en de Jijel regio van Algerije.

De Arabisering van de regio werd sterk versneld in de tweede helft van de 20e eeuw als gevolg van het Arabiseringsbeleid, uitgevoerd door Arabisch-nationalistische regimes in Noord-Afrika. Die regimes waren en zijn nog steeds bezig het klassiek-Arabisch te bevorderen. De Berberse taal is nog altijd verboden in Libië en sterk gemarginaliseerd in de andere landen. Ondanks dit beleid zijn uitgestrekte gebieden van Marokko en Algerije echter nog Berbertalig. Dit is te danken aan de sterke mondelinge tradities van de Berbers waarmee ze hun erfgoed, cultuur en gewoontes aan nieuwe generaties doorgeven.

Tegenwoordig worden er verschillende dialecten van Berbers en Arabisch naast elkaar gesproken, ook in veel grote steden van de Berberse wereld. Twee voorbeelden van steden waar deze tweetaligheid voorkomt, zijn Casablanca en Algiers.

Kunst[bewerken]

Marokko heeft met 40-60 procent van de 35 miljoen inwoners het hoogste percentage Amazigh inwonenden (Chaker 1998:. 14). Gezien dit hoge percentage heeft de ontwikkeling van Amazighkunst en -cultuur zich merendeels in dit gebied ontwikkeld. In plaats van zichzelf 'Berbers' te noemen, verwijzen zij naar zichzelf door de naam van hun groep. Berbers maken ook gebruik van het woord Imazighen. Etnische identiteit is van cruciaal belang voor de Imazighen. Imazighen zijn etnisch, cultureel en taalkundig onderscheiden van Arabieren die in de 7e eeuw naar Noord-Afrika kwamen. Ze noemen zich ook wel de inheemse bewoners van Noord-Afrika.

De vrouwen in de Amazighcultuur spelen een grote rol, niet alleen in de huiselijke sfeer, maar ook in de publieke sfeer. Zij zijn degenen die de Amazigh-identiteit in leven houden door middel van verschillende kunstuitingen. Deze uitingen zijn praktisch van aard (zoals kleding, aardwerk en gereedschap), maar dienen tegelijkertijd ook als openbare symbolen van de Amazigh-identiteit.

Symbolen van de Amazigh identiteit[bewerken]

De drie belangrijkste expressievormen van de Imazighen zijn textiel, sieraden en muziek. Daarnaast zijn er nog andere uitingen zoals tatoeages, haardracht en aardewerk. Elk stadium in het leven worden gekenmerkt door een specifieke manier van kleden. Met deze kledingstijl worden sociale waarden, identiteit en individualiteit weerspiegeld.

Textiel[bewerken]

Zoals in de rest van Marokko speelt textiel in de Amazighcultuur een grote rol. De Amazighvrouw is befaamd om haar kleurrijke tapijten, dekens en kleding dat van verschillende soorten wol geweven wordt. De kleuren, patronen en symbolen die in de textiel verwerkt wordt dient als identiteitsexpressie. De vrouw speelt daarom in de Amazighcultuur een centrale rol in de identiteitsvorming en behoud.

Sieraden[bewerken]

De meest gebruikte sieraden zijn kettingen, armbanden, hoofdversieringen en kledingsieraden. De zilveren sieraden worden merendeels versierd met kralen, amber, schelpjes en zilveren munten. Sieraden hebben tevens een symbolische, maar ook mythische betekenis in de Amazighcultuur. Vaak worden ze ook gebruikt als amuletten en talismannen om boze geesten en invloeden af te werken. Sieraden spelen een grote rol in de identiteitsexpressie van de Imazighen, met name die van de vrouw.

Muziek[bewerken]

Muzikante met zilveren sieraden in het zuiden van Marokko
Tunesische vrouw met typische tatoeage

Middels muziek worden bepaalde ceremoniën begeleid. Met name in de huwelijksceremonie spelen liederen een grote rol. Deze liederen, ook wel izran genoemd, worden van vader op zoon en van moeder op dochter overgedragen. Deze liederen bevatten de geschiedenis van de Imazighen en nemen daarom een belangrijke rol in. Tijdens een huwelijk worden de verschillende onderdelen begeleid door specifieke liederen. In de Amazighcultuur nemen bruiloften een centrale positie in.

Hedendaagse Amazigh-kunst[bewerken]

Amazighkunst is in vele gebieden van Marokko drastisch veranderd sinds de Marokkaanse onafhankelijkheid na de Franse kolonisatie in 1956. Tijdens de inmenging met de Arabische cultuur en taal zijn vele vormen de Amazigh-identiteit, zoals tatoeages, geleidelijk verdwenen. Terwijl op hetzelfde moment deze kunsten een nieuw leven zijn gegeven door hedendaagse Marokkaanse schilderkunst. De schilders, zowel Imazighen en Arabieren, hebben zich gericht op het artistieke erfgoed van de Imazighen om zo een nieuwe schilderstijl die de culturele en etnische diversiteit van Marokko benadrukt te creëren.

Een aantal hedendaagse kunstenaars die verscheidene bijdragen aan de Amazighkunst hebben geleverd:

  • Adallah Aourik
  • Fatima Mellal
  • Abttoy

Veel andere inheemse kunstenaars, waaronder schrijvers en musici, hebben door hun creatieve werken de Amazighcultuur weerspiegeld. Voor de Imazighen is deze kunst meer dan alleen een vorm van expressie en communicatie, het is tevens een manier om het Berberse culturele erfgoed en tradities in leven te houden.

Godsdienst[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Berbers geloof voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De meeste Berbers zijn als gevolg van de arabisering en onderdrukking soennitische moslims. Vóór de islamitische veroveringen van de 7e eeuw waren veel Berbers christelijk, met een joodse minderheid. De Berbers kenden ook andere godsdiensten en goden zoals:

  • Antaios (Änti in het Berbers): deze Imazighische god was volgens de legende de zoon van de landgodin Gaia en de zeegod Poseidon (de god van het water en de zee), en Tindjis was zijn vrouw. Änti was een reusachtig grote god van ongeveer 30 meter lang en was de beschermer van het land van de Berbers tegen vreemdelingen die van plan waren het land van de Berbers binnen te dringen. Volgens de legende was hij een onverslaanbare god. Hij kon zijn kracht steeds vernieuwen door naar het land terug te keren en zijn lichaam met zand te zalven. Hij bleef onverslaanbaar zolang niemand het geheim van zijn kracht wist te ontdekken. Volgens andere legendes heeft de Griekse god Herakles tenslotte het geheim ontdekt en hem verslagen. Sommige mythologen stellen dat dat gevecht in Noord-Afrika in de streek van Tanger is geweest. Een paar onderzoekers denken dat zijn graf in Mzoera vlakbij Ithnayn Sidi Alyamni was. Dit graf is indrukwekkend aangepast aan de enorme lengte van Âanti. Er zijn ook sporen gevonden bij de Griekse mythen die over het gevecht van Änti en Herakles vertellen.
  • Amon: deze god was een god voor zowel de Oude Egyptenaren als de Berbers. De Berbers die in hem geloofden werden Nasamon genoemd en Herodotus vertelde dat de Nasamon bepaalde rituelen uitoefenden om de toekomst te voorspellen. Ze bezochten de graven van hun voorouders en oefenden bepaalde rituelen uit en daarna moesten ze slapen, om de toekomst te verkennen in hun dromen. Amon werd symbolisch als ram weergegeven, als god van de vruchtbaarheid, kracht en het voortbestaan. Vroeger was het onomstreden, dat Amon een Egyptische god was. Nu begint men deze theorie in twijfel te trekken na de ontdekkingen van verschillende sporen die naar de god Amon als ram verwijzen in verschillende streken in Noord-Afrika en in de Sahara.[bron?]
  • Animisme: de Berbers geloofden in de geesten en hun kracht, daarom probeerden ze in contact met de bovennatuurlijke wereld te komen via de geesten van hun gestorven voorouders. Ook werd een eed afgelegd met verwijzing naar de eervol gestorven voorouders. Naast de verering van de natuurkrachten hebben de Berbers ook de graven van hun voorouders vereerd, zoals het graf van Massinissa en Juba II. Volgens Mustapha Ouachi is dit nog steeds levend in het onderbewuste van de huidige Berbers (en de gearabiseerden) in Marokko en dat verklaart het grote aantal van de heilige graven in Marokko. Overdreven wordt er gezegd dat Marokko het land is van "duizend-en-een heilig graf".
  • Zonnecultus: volgens Herodotus en Ibn Khaldun waren er ook veel Berbers die de zon vereerden. Indrukwekkend is de hoeveelheid oude Imazighische graven die naar het oosten gericht zijn waar de zon opkomt. Dit stelde ook de Algerijnse archeologe M. Hashid vast.

De Berbers waren begaafd in de muziekkunst en poëzie. Herodotus vertelt dat religieuze muziek allereerst bij de Libiërs (de Berbers) is verschenen. Daarna hebben de Grieken het van hen overgenomen.

Geschiedenis[bewerken]

Er ontstond al vroeg een Berberbeschaving in Noord-Afrika. Zo werden Numidië en Mauretania door Berbers gesticht. In Egypte zijn beschilderingen van graftombes gevonden die wijzen op een Berbercultuur van voor 2400 v.Chr. Verder zijn er gelijkenissen aan te tonen tussen de Imazighenmummies op de Canarische Eilanden en de Egyptische mummies. Bekende intellectuele Berbers waren Augustinus, Apuleius, Juba II en Terentius Afer.

De oorsprong van de Berbers is onzeker. In het verleden gelegde relaties met de Kanaänieten, Feniciërs, Kelten, Basken en Kaukasiërs worden door de meeste moderne archaeologen verworpen. Tegenwoordig wordt er meest vanuit gegaan dat de Berbercultuur in essentie teruggaat tot de epipaleolithische Ibéromaurusien- en Capsienculturen, ongeveer gelijktijdig met de Europese ijstijd, toen de Sahara nog een vruchtbare vochtige vlakte was.

Volgens de directeur van het Marokkaans Instituut voor Amazighcultuur IRCAM, Mohamed Chafik, was het ontstaan van de volkeren een dynamisch proces.

Libu[bewerken]

Met farao Sjosjenq I begint de Berberse jaartelling.

Egyptenaren beschouwden buitenlanders veelal als hesy (kwaadaardig, ellendig) en schreven weinig over cultuur van derden. Namen worden wel eens genoemd, zoals Tehenu en de Temehu. Toch waren er later Berbers die het tot farao van Egypte brachten, toen Sjosjenq I de Egyptische troon besteeg (XXIIe dynastie). De jaartelling van de Berbers begint zelfs vanaf die datum. Sjosjenq noemde zichzelf Heer van de Meshwesh (of Ma) en de stichter van de volgende dynastie XXIII Heer van de Libu. Deze Meshwesh en Libu hadden zich in de eeuw daarvoor in het noorden van Egypte gevestigd en speelden een grote rol in het leger van Egypte. Libië is later door de Grieken naar deze Libu vernoemd.

Carthagers[bewerken]

Al vroeg vestigden zich Feniciërs in Noord-Afrika. Zij spraken een Semitische taal, het Punisch. Omdat Carthago het centrum daarvan was, raakten zij bekend als Carthagers. Een wederzijdse beïnvloeding en zelfs gedeeltelijke samensmelting van hun cultuur en die van de Berbers vond daar tenslotte plaats, wat leidde tot het ontstaan van een nieuwe Punico-Berberse cultuur. De Carthager Hannibal stak met olifanten de Alpen over in zijn veldtocht tegen Rome, met een leger waaronder zich veel Berbers bevonden. Door de vernietiging van het Carthaagse Rijk door Rome is er weinig bewaard gebleven van de geschriften van deze cultuur, zodat we niet veel over Carthago weten, laat staan van de buren.

Er zijn van die buren wel veel inscripties overgebleven, soms ook in het Punisch of Latijn.

Garamanten[bewerken]

De Kasbah van Germa

De Garamanten waren een volk in het zuidwesten van het huidige Libië. Van 500 v.Chr. tot 600 n. Chr. hadden zij een eigen koninkrijk in het zuiden van Libië, met Garama als hoofdstad.

De Garamanten woonden langs een drietal rivierdalen in de Fezzan, het zuidwestelijk deel van Libië. Hun hoofdstad is geïdentificeerd bij het huidige Germa, waar ook de (veronderstelde) koninklijke graven zijn gevonden. Hoewel er vroeger vanuit werd gegaan dat zij nomaden waren, hebben recente opgravingen het tegendeel bewezen. De Garamanten bleken een lange en ontwikkelde stedelijke traditie hebben. Zij staan voornamelijk bekend om hun gebruik van een complex ondergronds irrigatiesysteem. Het gebied was ten tijde van hun opkomst nog niet zo ver aangetast door verwoestijning en kon door creatieve bewerkingen gebruikt worden voor teelt. Herodotus beschreef ze als 'een groots en rijk volk'.

Numidië[bewerken]

In het gebied grenzend aan het Carthaagse hartland ontwikkelde zich een Berberse beschaving. De Numidiërs waren een van oorsprong nomadisch volk dat het noorden van het huidige Algerije en Tunesië bevolkten en worden beschouwd als de verre voorouders van de huidige Berbers. Met de opkomst van Massinissa ontstond in het gebied een onafhankelijk koninkrijk. Naar het voorbeeld van het Fenicisch alfabet ontwikkelde Massinissa het Tifinagh, het Berberse alfabet. Hij zette een geordend bestuur op, bouwde een vloot en een staand leger, dat bestond uit 50.000 man. Hij stichtte nederzettingen naar Fenicisch model en zorgde dat de Numidiërs akkerbouw gingen bedrijven en hun (semi-)nomadische leefstijl opgaven. Massinissa had grootse ambities en streefde ernaar van zijn rijk een wereldmacht te maken. Ten tijde van zijn dood besloeg zijn rijk heel Noord-Afrika ten westen van Egypte, afgezonderd van een klein gebied rondom Carthago. Ook zijn achterkleinzoon Juba I had ambitieuze plannen om een groot Afrikaans rijk te bouwen, maar werd door de Romeinen verslagen en in Rome opgesloten. In 25 v.Chr. werd het rijk een Romeinse provincie.

Mauretania[bewerken]

Mauretania was een Berbers koninkrijk, dat in 44 na Chr. werd ingelijfd in het Romeinse Rijk als de provincies Mauretania Tingitana en Mauretania Caesariensis. Het was gelegen in westelijk Noord-Afrika, ongeveer overeenkomend met het huidige noorden van Algerije en Marokko en de Spaanse Plazas de soberanía (dus niet met het tegenwoordige Mauritanië). De laatste koning, Ptolemaeus van Mauretania, werd in het jaar 40 door de Romeinse keizer Caligula vermoord.

Islam[bewerken]

De Berberse generaal Tariq ibn Zijad veroverde Gibraltar.

De verovering van de Berberse gebieden door de islamitische legers kostte relatief veel tijd en levens. Waar de Perzische en Griekse gebieden in het Midden-Oosten opvallend gemakkelijk vielen voor de Arabieren, werden zij ten Westen van Egypte onthaald met een semi-georganiseerd Romeins-Berbers verzet. De belangrijkste van de verzetsleiders was een vrouw: Kahina, koningin van de Berbers. Met haar verlies rond het jaar 700 zou heel Noord-Afrika door de Arabieren bezet worden en deel gaan uitmaken van het islamitisch Kalifaat. Later waren het voornamelijk Berbers die Spanje veroverden, onder de leiding van de Berberse generaal Tariq ibn Zijad, die zijn naam zou geven aan Gibraltar (afgeleid van Jebl Tarik (جبل طارق), 'berg van Tarik'). De macht van de Arabische heersers was altijd oppervlakkig, wat benadrukt werd door de successen van de Grote Berberopstand, wat de eerste keer was dat een groot gebied van het Kalifaat afscheidde. Al in de 8e eeuw werd in westelijk Marokko een onafhankelijke staat gesticht door de Barghawata. Het zou de eerste onafhankelijke islamitisch-Marokkaanse staat worden. Kort hierna volgden anderen in het gebied: de Idrisiden, Nekor en Sijilmasa. Het zou tot de 11e eeuw duren voordat Marokko door de Almoraviden zou worden verenigd en een grootmacht zou worden. De latere Moorse dynastieën van de Almohaden, Hafsiden, Meriniden waren ook Berberse dynastieën. Onder deze dynastieën bloeide de Maghreb op als nooit te voren. Gedurende de middeleeuwen waren de Berbers onderverdeeld in drie grote stammenconfederaties: de Zenata, de Sanhaja en de Masmuda.

Vanaf de 11e eeuw werd het land van de Berbers binnengevallen door de Arabische Banu Hilal bedoeïenen. Om de Berberse Ziriden van de Maghreb te straffen voor het verlaten van het Sjiitische Kalifaat van de Fatimiden dat voorheen heel Noord-Afrika beheerste, kregen de Banu Hilal toestemming van de Fatimiden, die nog over Egypte heersten, om richting het Westen te migreren. De Banu Hilal versloegen de Ziriden snel en waren in staat om de Hammadiden van Centraal-Maghreb te verzwakken. Met hun komst begon een versnelde periode van arabisering van Westelijk Noord-Afrika. De geschiedschrijver Ibn Khaldun was bijzonder kritisch over het effect dat zij hadden op de Westelijke beschaving. Hij beschreef ze als 'een horde sprinkhanen, die alles vernietigen dat zij op hun weg tegenkomen'. Ibn Khaldun beschreef hoe zij de plaatselijke bevolking terroriseerden en verantwoordelijk waren voor de vernietiging van het landschap: door eeuwenoude irrigatiesystemen, putten en zelfs Berberse steden en dorpen te verwoesten. Hoewel de regio tot de 16e eeuw onder Berbers bewind zou blijven, had de migratie op lange termijn het gevolg dat de macht van de Berbers afnam en de Arabieren de macht in handen kregen. Met de val van de Hafsiden, verloren de Berbers definitief hun rol als regerende elite binnen de Maghreb.

Vanaf de 16e eeuw waren de Barbarijse zeerovers actief in Noord-Afrika. Deze piraten waren zeer gevreesd; tot aan de kust van IJsland voeren hun rooftochten. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden sloot in de 17e eeuw een verbond met de Sultan van Fez om ongestoord langs de kust te kunnen varen. Thor Heyerdahl beweerde later dat de Egyptenaren die naar Amerika gevaren zouden hebben, vermoedelijk Berbers in Egyptische dienst geweest waren. Zijn tocht in 1957 met de rieten boot Ra liet hij daarom ook vanaf de Marokkaanse kust aanvangen.

Recente arabisering van de Berbers[bewerken]

Doordat de islamitische en Arabische cultuur door de aanhangers van het Pan-Arabisme (veelal de huidige regimes in Noord-Afrika) als superieur wordt beschouwd aan de autochtone inheemse Berber-cultuur, vindt er een sterke arabisering plaats in veel landen in Noord-Afrika. Dit ging gepaard met discriminatie van Berbers, waardoor taal, cultuur en identiteit bedreigd werden. Vooral sinds het eind van de Europese koloniale overheersing vindt deze onderdrukking van de inheemse cultuur plaats. In bijvoorbeeld Tunesië is de arabisering al zover gevorderd dat er bijna geen moedertaalsprekers van het Berber meer over zijn.

Vele Berbers hebben zich in de jaren '60 tot '80 van de 20e eeuw in West-Europa gevestigd, waaronder Nederland en België. Ironisch genoeg kregen vele arbeidsmigranten in Nederland door de overheid voorlichting die vanuit het Nederlands vertaald was in het Arabisch en dus niet in hun moedertaal - een van de Berber-talen - waardoor de Nederlandse overheid (wellicht onbewust) meehelpt met de arabisering van de Berbers.

Opstanden[bewerken]

De Berbers hebben zich in Algerije tijdens de onafhankelijkheidsstrijd sterker verzet tegen de Fransen dan de Arabieren. Na de onafhankelijkheid profiteerden ze daar niet van.

In het Libië van Moammar al-Qadhafi was er officieel geen sprake van Berbers, aangezien er een pan-Arabische politiek gevoerd werd.

In Marokko kwamen de Riffijnen onder Mohammed Abdelkrim El Khattabi in de jaren twintig enkele malen in opstand tegen de Spaanse bezetting. Later in 1958 was er een opstand tegen het nieuwe postkoloniale Marokkaanse regime. In 1972 was er een nieuwe opstand.

Bekende Berbers[bewerken]

Voetballer Zinédine Zidane

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties