Herakles (mythologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Herakles en Nessus de centaur, volgens de inscripties. Detail van een amfoor van 1,22 m hoog beschilderd door de Nessos Painter (naam vanwege deze vaas), ongeveer 625–600 v.Chr., Nationaal Archeologisch Museum van Athene.
Herakles bij het vastleggen van de Kretenzische stier, eerste helft van de eerste eeuw.
Herakles met de appels van de Hesperiden in handen. Verguld brons Romeins beeld van 2,41 m hoog uit de tweede eeuw, in de vijftiende eeuw gevonden op het Forum Boarium. Musei Capitolini, Rome.
Herakles doodt de Nemeïsche leeuw, (uit De Werken van Hercules, 1542-1548), Hans Sebald Beham (1500-1550).
Herakles doodt Cacus bij de grot, na de diefstal van zijn vee (uit De Werken van Hercules, 1542-1548), Hans Sebald Beham (1500-1550).

Herakles (Oudgrieks: Ἡρακλῆς) (geboren als Alkeides) of Hercules (Latijn)[1] is een figuur uit de Griekse mythologie. Hij was een Griekse heros, en werd beroemd om de twaalf moeilijke werken die hij uitvoerde in opdracht van koning Eurystheus. Herakles was een echte held, die door de combinatie van enorme kracht en een flinke dosis slimheid machtige daden kon verrichten.

Mogelijk werd Herakles niet geïntroduceerd door Grieken, maar door Fenicische handelaars uit Tyrus (Melqart) in Rome.

Geboorte en jeugd[bewerken]

Herakles was een zoon van de oppergod Zeus en Alkmene, een prinses die getrouwd was met Amphitryon. Zeus verleidde haar tijdens de afwezigheid van haar echtgenoot door zich als Amphitryon te vermommen, waarna zij een tweeling kreeg:

  • Herakles, de zoon van Zeus;
  • Iphikles, de zoon van Amphitryon.

De godin Hera was jaloers op het overspel van Zeus en zond twee slangen naar de wieg, die door het wonderkind Herakles tijdens het spelen gewurgd werden.

Zeus wilde dat Herakles het eeuwige leven zou verkrijgen, dus verzon hij een slinks plan: namelijk Herakles de melk laten drinken van Hera. Alleen merkte Hera het net op tijd en zorgde ze ervoor dat de melk werd gemorst. De gemorste melk vormde de Melkweg.

Het gebruik van alternatieve namen voor Herakles[bewerken]

In de Franse Empireperiode, tot in de 20ste eeuw, werd er soms over Hercule of Alcide gesproken, als alternatieve naam voor Herakles. Een gespecialiseerde Franse encyclopedie uit 1832 geeft aangaande de naam Alcide de volgende verklaring:

Iedereen weet dat dit Hercules is. De enen zien in deze naam het begrip macht (αλκη) belichaamd in Hercules, anderen leiden er een vadersnaam of patroniem uit af, afgeleid van Alkeus. De laatsten hebben ongetwijfeld gelijk. Maar beide hypothesen hebben hun waarde. Alkeus, grootvader van Hercules, verschilt weinig van deze laatste. Hij is de Kracht, de onoverwinnelijke Kracht en hij vertegenwoordigt de Kracht. Voegen wij er nog aan toe dat Hercules eveneens Alkeus door enkele auteurs genoemd wordt, niet minder vaak dan Alkides, bijvoorbeeld door Diodorus van Sicilië. Men vindt de naam Alcide ook nog gekoppeld aan Minerva en aan bepaalde goden die slechts ondergeschikte beschermgeesten zijn. Wij durven hun echte aard evenwel niet te bepalen.[2]

De twaalf werken[bewerken]

Herakles trouwde met Megara en kreeg met haar drie zonen. Door toedoen van Hera werd hij op een dag door waanzin getroffen en vermoordde zijn kinderen. Om zichzelf te redden van de wraakgodinnen moest hij in dienst treden van koning Eurystheus van Mykene en alle taken verrichten die hij opgedragen kreeg. In opdracht van Eurystheus moest Herakles tien onmenselijk zware werken verrichten. Omdat hij bij één van die werken (het doden van de Hydra) hulp had gekregen van iemand anders (volgens sommige bronnen Licymnius, volgens andere Iolaus), en voor een ander werk (het schoonmaken van de Augiasstal) betaald werd, moest hij nog twee extra werken verrichten. De twaalf werken worden de dodekathlos genoemd.

  1. Het eerste werk dat hij moest verrichten, was het doden van de leeuw van Nemea (Nemea is een gebied gelegen tussen Argos en Korinthe). Dit dier kon niet verwond worden door pijlen of knots (de wapens die Herakles steeds bij zich droeg). Hij wurgde de leeuw ten slotte met zijn blote handen. Hij bracht hem naar zijn meester en probeerde hem te villen. De huid bleek bijna ondoordringbaar, waarop Herakles de klauwen van de leeuw gebruikte om hem van zijn huid te ontdoen. Later droeg Herakles altijd de ondoordringbare huid van deze leeuw als harnas. De kop van het dier werd zijn kap, de huid zijn mantel. Eurystheus was totaal overrompeld door het succes van Herakles. Van nu af gaf hij zelf geen opdrachten meer, maar liet dit over aan zijn herauten. Ook verbood hij Herakles om met zijn opdrachten terug te komen en, voor het geval dat hij toch terug kwam met zijn opdrachten, liet hij een grote ijzeren kruik maken waarin hij zich kon verstoppen als Herakles weer met een gevaarlijk beest terugkwam.
  2. Het doden van de Hydra van Lerna, de veelkoppige slang die in een moeras bij Argos (op de Peloponnesos) leefde. Zodra er een kop werd afgeslagen, groeiden er twee nieuwe aan. Herakles overwon de slang samen met zijn vriend Iolaus. Telkens als er een kop werd afgeslagen, schroeiden zij met een brandende fakkel de wonden dicht. Herakles dompelde zijn pijlen in het giftige bloed van de Hydra; pijlen door hem afgeschoten zouden van nu af aan ongeneeslijke wonden veroorzaken. Deze opdracht werd afgekeurd, omdat Herakles hierbij hulp kreeg.
  3. Het vangen van een aan de godin Artemis gewijde hinde, de Hinde van Keryneia. Dit dier had een gouden gewei en koperen hoeven. Herakles moest het levend en wel naar Mykene brengen. De hinde was bovendien uitzonderlijk snel en de jacht op het dier kostte hem een vol jaar, waarbij hij heel Arkadië van noord naar zuid moest doorkruisen. Uiteindelijk slaagde hij erin de hinde te vangen met een net toen het dier zijn dorst leste bij een meer.
  4. Het vangen van het Erymanthische zwijn, dat het gebied rondom de berg Erymanthos onveilig maakte, en dat - net als de hinde - levend naar Mykene brengen, bij koning Eurystheus. Herakles slaagde in zijn opdracht, doordat het dier in de sneeuw was weggezakt. Herakles bond met kettingen de poten van het beest vast en ging naar Mykene terug. De koning was zo bevreesd oog in oog te komen staan met het everzwijn dat hij zich verschool in een groot koperen vat dat hij in de grond had laten ingraven.
  5. Het schoonmaken van de stallen van Augias, een koning in Elis. Deze koning had 3000 runderen, waarvan de mest zich 30 jaar lang had opgehoopt in een stal. Herakles verrichtte deze taak in één dag door het water van twee rivieren (de Alpheos en de Peneos) door de stallen te laten stromen. Herakles vroeg daarvoor als beloning een tiende van het vee. Koning Augias onthield Herakles de beloning. Uit wraak doodde Herakles hem. Deze krachttoer leeft nog steeds voort in het Nederlands, want een 'Augiasstal' is een geweldige ophoping van vuil, in letterlijke of figuurlijke zin. Een Hercules-inspanning is op zijn beurt weer een opgave die qua zwaarte vergelijkbaar is met dit karwei. Ook deze opdracht werd afgekeurd, omdat Herakles om een beloning had gevraagd.
  6. Het verjagen van de Stymphalische vogels. Deze leefden bij het Stymphalosmeer in Arkadië. De vogels hadden een bronzen bek, vleugels en klauwen. Ze aten mensenvlees en konden hun veren als pijlen afschieten. Toen Herakles in hun nabijheid kwam, lieten de vogels zich aanvankelijk niet zien, maar door te rammelen met twee bronzen kleppers wist hij ze uit hun holen te lokken. Hij slaagde er in het merendeel van de vogels te doden, met de giftige pijlen die hij had bemachtigd bij het verslaan van de hydra. Van dit werk werd door de beeldhouwer Émile-Antoine Bourdelle (1861 - 1929) een beeldhouwwerk gemaakt waarvan een afgietsel in het Musée d'Orsay staat.
  7. De Stier van Kreta ophalen en overbrengen naar het vasteland. Deze stier was het eigendom van Minos, koning van Kreta, die hem van Poseidon had gekregen als offerdier (zie ook Minotauros). In plaats van hem te offeren, hield Minos de stier voor zichzelf, waarop Poseidon het beest razend maakte en het een plaag werd voor het eiland. Herakles wist de stier te vangen en naar koning Eurystheus te brengen. Later zou deze de stier opnieuw loslaten, waarop hij opnieuw een plaag werd, nu voor de stad Marathon en omgeving. Daar zou hij ten slotte door de beroemde held van Attica, Theseus, worden gedood.
  8. Herakles moest de vleesetende paarden halen van Diomedes, een vorst in Thrakië die de paarden voedde met (mensen)vlees van zijn nietsvermoedende gasten. Herakles bezocht op weg naar Thrakië zijn vriend Admetos. Zodra hij vernam dat Admetos' echtgenote, Alkestis, vrijwillig de dood had gekozen in de plaats van haar man, wist hij haar aan de dood (Thanatos) te ontrukken. Daarna reisde hij verder naar Thrakië en gooide Diomedes als voer voor diens eigen mensenetende paarden. De paarden werden door Herakles getemd en naar Mykene gebracht. Daar werden ze vrijgelaten en uiteindelijk door wilde dieren gedood.
  9. Als negende opdracht moest Herakles de kostbare gordel halen van Hippolyte, de koningin van de Amazonen. De dochter van Eurystheus had haar vader om de gordel gevraagd. Toen Herakles bij Hippolyte aankwam en om de gordel vroeg, greep Hera in. Hera deed zich voor als Amazone en stookte de Amazones tegen Herakles op met het verhaal dat Herakles kwade bedoelingen had. Dit liep uit op een gevecht met Hippolyte. Herakles doodde haar en nam de wapengordel mee naar Mykene.
  10. Als tiende opdracht moest Herakles de kudde van Geryones halen. Een reus met drie hoofden, drie bovenlijven en zes armen bewaakte deze runderen. Herakles doodde hem met een pijl die alle drie zijn lichamen doorboorde. Hij bracht de kudde naar Mykene waar koning Eurystheus ze offerde aan Hera, gemalin van Zeus.
  11. Herakles moest de gouden appels van de Hesperiden roven. De Hesperiden waren dochters van Atlas. Zij bewaakten de tuin met de gouden appels die Gaia als huwelijksgeschenk aan Zeus en Hera had gegeven. De honderdkoppige draak Ladon hielp hen daarbij. Na vele omzwervingen bereikte Herakles ten slotte Atlas, een der Titanen, die het hemelgewelf moest torsen. Atlas pakte zelf de appels, toen Herakles zijn taak even overnam. Toen Atlas het hemelgewelf niet meer wilde overnemen, kreeg Herakles hem met een list zo ver om nog even het gewelf te torsen, waarna Herakles er snel met de appels vandoor ging. Herakles wijdde de appels aan de godin Pallas Athena. Deze gaf de gouden appels weer terug aan de Hesperiden. Tijdens deze reis bevrijdde Herakles tevens Prometheus. Hij was een titaan die voor straf aan een rots zat vastgeketend en iedere dag gemarteld werd door de adelaar Ethon die zijn lever uitpikte, welke 's nachts weer aangroeide.
  12. Het laatste werk was het ontvoeren van de driekoppige hellehond Cerberus uit de onderwereld. Herakles ging naar de ingang van de onderwereld in het zuiden van de Peloponnesos, bij Kaap Matapan. Van Hades mocht hij erin afdalen en Kerberos meenemen als hij geen gebruik maakte van wapens of Kerberos doodde. De ijzersterke handen van Herakles konden zelfs dit monster wurgen en grommend erkende het zijn meerdere in Herakles en volgde hem naar koning Eurystheus. Op zijn terugweg kon hij ook nog de held Theseus bevrijden uit de onderwereld. Bevend van angst verborg de koning zich in zijn koperen vat en durfde zich alleen vanuit deze positie van de overwinning van Herakles te overtuigen.

Overige heldendaden[bewerken]

Naast deze 12 werken verrichtte Herakles ook nog andere daden:

  • Herakles was één van de Argonauten, die onder leiding van Jason talloze heldendaden verrichtten en avonturen beleefden bij hun jacht naar het Gulden Vlies.
  • Herakles redde de dochter van Laomedon, Hesione. Laomedon weigerde echter het loon daarvoor uit te betalen. Herakles ontstak daarover in woede en verwoestte vervolgens de stad Troje.
Herakles redt de dode Alkestis uit de onderwereld. Detail van een schilderij van Paul Cézanne

In de legende van Alkestis redde hij haar. Alkestis was de vrouw van koning Admetos, die de gunst van de goden had verkregen dat als het stervensuur aangebroken was, een ander in zijn plaats naar Hades mocht gaan. Toen dat moment was aangebroken, bleek alleen zijn vrouw Alkestis ertoe bereid in zijn plaats te sterven. Herakles kwam te hulp en hij redde Alkestis. Nadat Herakles de Dood (Thanatos) overwonnen had, mocht (de weer levende) Alkestis drie dagen niet drinken of spreken.[3]

Huwelijk en dood[bewerken]

Herakles trouwde met Deianeira. Toen hij en zijn vrouw een rivier overstaken met behulp van de centaur Nessos, probeerde de centaur Deianera te verkrachten. Herakles doodde hem met zijn giftige pijlen, maar de stervende Nessos bezwoer Deianera dat ze zijn bloed moest bewaren, omdat ze daarmee de liefde van Herakles terug zou kunnen winnen. Wat Deianeira niet wist was dat het bloed van Nessos vergiftigd was met het bloed van de hydra. Vele jaren later toen Herakles een oorlog had gewonnen, kwam een bode dit aan Deianeira vertellen. Ook vertelde hij dat Herakles verliefd was op een andere vrouw, Iole. Ze smeerde daarom de lievelingsmantel van Herakles in met het bloed van Nessos. Ze stuurde de bode terug, met de mantel als welkomstgeschenk naar Herakles die ergens anders een offervuur voor Zeus aan het maken was.

Toen de bode weg was, zag ze dat het bolletje wol waarmee ze de mantel had ingesmeerd helemaal verschrompeld was. In paniek rende ze het huis uit, waarna ze tegen haar zoon Hyllos opbotste. Die gaf zijn moeder de schuld, terwijl hij vertelde hoe de mantel was gaan schrompelen, hoeveel pijn het zijn vader had gedaan en dat Herakles de bode van de berg af had gegooid. Moederlief bedacht zich geen moment, liep naar binnen en stak zichzelf neer met een van Herakles' zwaarden. Stervend fluisterde ze nog enkele woorden tot Hyllos die zijn moeder achterna was gerend. Ze stamelde iets over Nessos, over bloed en over Iole. waarna haar zoon begreep dat zijn moeder door Nessos was bedrogen. Herakles wilde zichzelf in brand laten steken. Op een brandstapel op de berg Oite, aangestoken door Philoctetes, vond Herakles de dood. Philoctetes kreeg de boog van Herakles als dank voor het aansteken van het vuur. Herakles stierf niet echt, maar werd onsterfelijk en onder de Olympische goden opgenomen en kreeg Hebe, de Godin van de Jeugd, tot vrouw. Zo bleef zijn lichaam op de heilige berg Olympus en zijn schim (ziel) in de Hades, aldus de Odyssee van Homerus.

Verering van Herakles[bewerken]

In geheel Griekenland was Herakles een zeer populaire halfgod, als beschermer tegen allerlei kwaad en narigheid. De verering van de vergoddelijkte Herakles werd al in de 6de eeuw v.Chr. door Griekse kolonisten in Zuid-Italië verspreid. Hier werd hij bekend als Hercules. Herakles wordt voorgesteld met een pantser of gekleed in een korte chiton (kleed) en gewapend met zwaard of boog, na 650 v.Chr. ook als naakte figuur met leeuwenhuid (van de Nemeïsche leeuw) en knots.

Verschillende steden zijn naar Herakles genoemd, zoals ook Herculaneum bij het huidige Napels. Ook de Zuilen van Hercules zijn naar Hercules genoemd, alsook het sterrenbeeld Hercules.

Stamboom van Herakles[bewerken]

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Abas
 
Okaleia
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Akrisios
 
Eurydice
 
Cepheus
 
Cassiopeia
 
Proiton
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Danaë
 
 
 
 
 
 
 
 
Zeus
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Cynortas
 
 
 
 
 
Perseus
 
 
 
Andromeda
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Perieres
 
Gorgophone
 
Oebalus
 
Perses
 
Heleus
 
 
 
Mestor
 
 
Cynurus
 
 
Autochthoë
 
 
Sthenelus
 
Nioppe
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Leucippus
 
Aphareus
 
Icarus
 
Periboia
 
 
 
Tyndareos
 
Leda
 
 
 
 
Hippocoon
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Eurystheus
 
Antimache
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Odysseus
 
Penelope
 
Perileos
 
Castor
 
Klytaimnestra
 
Polydeuces
 
Helena
 
 
Electryon
 
Anaxo
 
Alcaeus
 
Hipponome
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Alkemene
 
 
 
 
 
Amphitryon
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Deianira
 
 
 
Herakles
 
 
 
Hebe
 
Iphikles
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hyllus
 
Macaria
 
Alexiares
 
Aniketos
 
Iolaos
 
Megara
 

Herakles in media[bewerken]

Hercules doodt de Hydra, François-Joseph Bosio (1768–1845), Louvre

De legende van Herakles heeft veel schrijvers en filmmakers geïnspireerd. Een overzicht:

Boeken[bewerken]

  • De Nederlandse schrijver Louis Couperus schreef over Herakles een gelijknamige roman, die in 1913 werd gepubliceerd.

Toneelstukken[bewerken]

Films[bewerken]

Televisieseries[bewerken]

Strips[bewerken]

Externe link[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. De Griekse naam bestaat uit de delen 'Ἥρα en κλέος, wat 'Hera's roem' of 'roemrijk door Hera' betekent. De Latijnse naam is een metathesis van de Griekse. Ook wel komt de schrijfwijze Heracles voor, hoewel deze vorm niet in overeenstemming is met de conventies ten opzichte van de transliteratie van Oudgrieks. De vorm Herakles is in dat opzicht correct en geniet derhalve de voorkeur.
  2. Biographie universelle, ancienne et moderne. Partie Mythologique, ou histoire, par ordre alphabétique, des personnages des temps héroïques et des divinités grecques, italiques, égyptiennes, hindoues, japonaises, scandinaves, celtes, mexicaines, etc. Tome cinquante-troisième. A Paris chez L.-G. Michaud, Libraire-éditeur, rue Richelieu, n° 67 - 1832, p. 129.
  3. Mythologie der Grieken van H.H. Diephuis.