Hera

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hera op het medaillon van een roodfigurige kylix van de schilder van Sabouroff (ca. 470 v.Chr., Staatliche Antikensammlungen te München)

Hera (Oudgrieks: Ἧρα, Hêra; Ἧρη, Hêrê; Myceens: e-ra) is een figuur uit de Griekse mythologie. Zij was de dochter van de titanen Kronos en Rheia, en derhalve de zuster van Zeus, de koning van hemel en aarde en tevens diens echtgenote.

Oorsprong[bewerken]

Oorspronkelijk was zij de beschermgodin van het huwelijk, doch haar betekenis als zodanig is reeds zeer vroeg op de achtergrond getreden. Zij betekende de lucht, de atmosfeer, die de vruchtbaarheid op de aarde doet neerdalen, maar tevens het veranderlijkste van alle elementen is. Haar huwelijk met Zeus is de kern, waarom al, wat betreffende haar wordt meegedeeld, zich verenigt. In dat huwelijk is geluk en zegen, maar ook wrevel en twist. Zo ook is de lucht nu eens liefelijk en vol zegen en vruchtbaarheid, dan weer somber en onheilstichtend. Als de gade van Zeus is zij de beheerseres van hemel en aarde. Zelfs haar naam duidt haar aan als de meesteres van alles wat bestaat. Samen met haar gemaal voert zij het gebied over de hemelverschijnselen, over donder en bliksem, over de stormen, die ook zij kan neerzenden.

Als de gade van de beheerser van hemel en aarde wordt zij door de overige goden met bijzondere eerbied behandeld. Zij staan voor haar op, wanneer zij de zaal binnentreedt.[1] De betrekking tussen Zeus en Hera dagtekende reeds van een vroeger tijdperk dan dat, waarop Zeus de heerschappij over hemel en aarde had verworven. Hera bracht haar jeugd door òf bij Okeanos en Tethys[2], òf ze werd opgevoed door de Horen.[3] Buiten weten van haar ouders sloot zij een huwelijk met Zeus, dat gedurende 300 jaren geheim bleef. Pas toen Zeus haar als koningin van de hemel de haar waardige plaats kon schenken, maakte hij zijn huwelijk aan de overige goden bekend. Wat het huwelijksleven van Zeus en Hera betreft, weten de dichters evenzeer te verhalen van de liefde, die zij voor elkaar voelden, als van huiselijke twist en onenigheid. De grond voor die twisten ligt ook weer in de betekenis van Hera als godin van de natuur. Vooral in Griekenland, waar de hoge bergen, de enge dalen, en de zee, die van geen enkel punt van het land ver verwijderd is, een zeer grote invloed op het weer uitoefenen, en bovendien de buitengewone helderheid van de lucht de waarneming van elk verschijnsel aan de hemel nog treffender maken, moest het oog wel steeds geopend zijn voor de strijd, die er dikwijls tussen de heldere hemel en de daaronder hangende lucht bestaat. Daarin zagen de Grieken de echtelijke strijd tussen Zeus en Hera. Uit dit standpunt laat zich ook de sage verklaren, dat Zeus, toen Hera zijn zoon Herakles met hardnekkige wreedheid vervolgde, haar aan de hemel ophing met twee aambeelden aan haar voeten (de aarde en de zee) en haar zo in de lucht liet zweven, terwijl haar armen door gouden boeien (de door de zon gekleurde wolken) waren vastgebonden.[4] Uit dit standpunt vindt men ook een natuurlijke verklaring voor de samenzwering door Poseidon en Athena met Hera tegen Zeus gesmeed, waarin zich alle elementen tegen de hemel verzetten en deze, al is het ook door buitengewone middelen, door de tussenkomst van de honderdarmige Briareos, de bovenhand behoudt.

Werkingsgebied[bewerken]

Het werkingsgebied van Hera uitte zich zowel in haar hoedanigheid als godin van de vroege polis[5] (en mogelijk zelfs nog eerder in de Myceense tijd) en in haar hoedanigheid als godin van het huwelijk als gemalin van de oppergod.

Godin van de vroege polis[bewerken]

Als godin van de vroege polis schijnt Hera onder andere haar werkingsgebied te hebben in de krijg. Zo komt het heftige karakter, hetwelk zich in haar huwelijksleven zowel tegen haar gemaal openbaarde als tegen de vrouwen die deze buiten haar beminde, volkomen overeen met haar houding in de Trojaanse krijg. Daar is zij de waardige moeder van Ares. Met de meeste verwoedheid bestrijdt zij de Trojanen en steunt zij de dapperste helden van de Grieken, die steeds op haar bijstand kunnen rekenen. Zij is dus ook een krijgshaftige godin, en vandaar dat tot de ter hare ere gevierde plechtigheden, waaraan voornamelijk vrouwen deelnamen, toch ook sommige spelen behoorden, waarbij de mannen hun vaardigheid in het wapengebruik konden tonen. Dit wordt dan ook in verband gebracht met de vroege polis waarin het belangrijk was dat jongemannen in staat waren de polis te verdedigen.

Huwelijksgodin[bewerken]

Een tweede, zeer voorname betekenis, welke aan het wezen van Hera ten grondslag ligt is deze, dat zij de godin is van het Oud-Griekse huwelijk. Zij is het ideaal van de vrouw in het algemeen, maar vooral van de gehuwde vrouw. Hare schoonheid is daarom streng, ernstig, kuis en waardig. Reeds in haar vroege jeugd schonk zij haar liefde aan Zeus, en van een andere liefde of van minnarijen heeft zij nooit iets willen weten. Maar evenzeer als zijzelf kuis was, vorderde zij kuisheid en trouw van de aardse vrouwen en juist om die eigenschap kon zij de ontrouw van haar gemaal niet verdragen.

Maar hoeveel stoornis er ook in haar huwelijksleven met Zeus mocht voorkomen, Hera was en bleef diens trouwe, wettige gade en werd in de allereerste plaats naast hem als koningin van de hemel vereerd. Weliswaar treft men bij sommige schrijvers een voorstelling aan, waarin zij drieledig wordt opgevat, als de bruid, de gade, en de verstoten echtgenote van Zeus. Vandaar dat Stymphale drie tempels aan haar wijdde onder drie verschillende epikleses: Παῖς / Paĩs (« meisje », d.i. als bruid[6]), Τελεία / Teleía (« echtgenote ») en Χήρα / Khếra (« weduwe, gescheiden »).[7] Doch op verreweg de meeste plaatsen, waar niet haar onenigheid met haar gemaal in een enigszins koddig daglicht wordt gesteld, wordt haar naam met de diepste eerbied genoemd. Zij is de eerbiedwaardigste onder alle godinnen op de Olympos, zij zetelt daar op een gouden troon, en denken zij en haar gemaal eenstemmig, dan is er geen macht in het heelal, die hun kan weerstand bieden. Ook haar uiterlijk wekt de diepste eerbied. Vandaar dat zij het wagen kon op de appel aanspraak te maken, die "voor de schoonste" bestemd was en door Paris aan Aphrodite werd toegewezen. De miskenning van haar aanspraken op die ereprijs maakte haar tot de onverzoenlijkste vijandin van de Trojanen.

Haar echt is het voorbeeld voor elk huwelijk op aarde gesloten; zij is de godin van de echt; de huwelijkstrouw staat onder haar bescherming. Maar zij geeft ook de huwelijkszegen. Haar beide dochters Hebe en Eileithyia vertegenwoordigen geheel en al datgene wat zij aan de vrouwen schenkt. Hebe is de personificatie van de bloeiende, jeugdige levenskracht, Eileithyia is de godin, die aan de barende vrouwen haar bijstand verleent. Volgens de legenden ontstonden de sterren uit druppels melk van Hera. De melkweg is een naam die is ontleend aan de Griekse mythen, namelijk toen Zeus zijn zoon Herakles onsterfelijk wilde maken, liet hij hem tijdens de slaap van Hera haar melk drinken. Toen werd Hera wakker en spoot er nog steeds melk uit een van haar borsten. Die melk werd later de melkweg.

Epikleses[bewerken]

Onder de bijnamen, welke aan Hera gegeven werden, zijn er twee, die op haar schoonheid betrekking hebben. Bij Homeros heet zij "de blankarmige" en ook zeer dikwijls Boöpis, d. i. "de stier- of rundogige", ook wel vertaald door "de grootogige." Deze laatste bijnaam had weerom betrekking op haar betekenis als godin van de natuur. De wolken toch, die onder de bovenlucht doordrijven, werden door de oude dichters zeer dikwijls met kudden van grazende runderen vergeleken.

Kinderen[bewerken]

De kinderen van Hera, uit haar huwelijk met Zeus gesproten, waren Hephaistos, Ares, Hebe, Aphrodite en Eileithyia. Hephaistos zou volgens de overlevering geboren zijn in de tijd, dat het huwelijk van Zeus en Hera ook nog voor hun ouders een geheim was. Sommige legenden beschouwen zelfs zijn kreupelheid als een gevolg van het geheimhouden van die vereniging.

Cultusplaatsen[bewerken]

De zogenaamde “Hera Ludovisi”, die feitelijke Antonia minor voorstelt (Palazzo Altemps)
De zogenaamde “Iuno Barberini” (Pio-Clementino Museum)

De voornaamste plaats, waar Hera vereerd werd, was de stad Argos en de daar gevierde feesten, Heraea, die met openbare spelen gepaard gingen. Van hieruit verbreidde zich de dienst van de godin over de Peloponnesos, met tempels onder andere in Olympia, Korinte, Tiryns en Perachora. Argos en de in de nabijheid daarvan gelegen steden Mykenai en Sparta worden reeds door Homeros de lievelingssteden van Hera genoemd.[8] Vooral Argos en Mykenai hebben door de ganse loop de Griekse geschiedenis heen haar buitengewone eer bewezen. Tussen die beide steden lag een tempel, het Heraion genaamd, vermaard om het beeld uit goud en ivoor vervaardigd door de beroemde beeldhouwer Polykletos, dat die tempel versierde. Ook Korinthe was een middelpunt van de eredienst van Hera. Daar werd zij vooral op de Akrokorinthos vereerd. Alle Korinthische koloniën verspreidden die dienst over verschillende streken van de toen bekende wereld. Ook in noordelijker streken van Griekenland, in Iolkos, vanwaar de Argonautentocht uitging, in met het daarnaast gelegen eiland Euboia werden vele tempels van Hera aangetroffen en vele feesten ter hare ere gevierd.

Naast Argos was echter de voornaamste plaats, waar Hera vereerd werd, het eiland Samos. Daar, zo beweerde men, was het heimelijk echtverbond tussen Zeus en Hera gesloten[9] en dit geloof had zelfs zulk een invloed op het maatschappelijk leven van de inwoners, dat zij de hoogste god hierin navolgden en het regel werd, dat een geheime vereniging het sluiten van het huwelijk voorafging. Ook op Kreta stond de dienst van Hera in hoge eer. Het hieros gamos ("heilig huwelijk") van Zeus en Hera werd dan ook buiten Athene, in Samos en Knossos feestelijk gevierd. Onder de eilanden was niet alleen Samos, maar ook Delos een centrum van de Heracultus.Doch nog meer in het Westen, in het Zuiden van Italië. Daar had zij op het voorgebergte Lacinium in de nabijheid van de stad Kroton een prachtige tempel. In Paestum werd ze als beschermster van de kraamvrouw gelijkgesteld met de geboortegodin Eileithyia, die in de mythe ook wel haar dochter is. Zij werd daar door de Romeinen Iuno Lacinia genoemd. Het was aan deze godin, dat Hannibal een offer bracht.

Attributen[bewerken]

De koe, en de pauw waren aan Hera gewijd, en met name ook de granaatappel als symbool van het leven. Ze werd dikwijls met een pauw, een kind of een staf afgebeeld.

Hera in de beeldende kunst[bewerken]

Wat de wijze betreft, waarop Hera door de beeldende kunst werd voorgesteld, ook daarin werd zij gehuldigd als koningin van de hemel en als beschermster van de echt. Men beeldde haar af òf gezeten op een heerlijke troon, òf in een prachtig gewaad gedost, met een koninklijke kroon op het hoofd, en zeer dikwijls met een granaatappel, het symbool van de vruchtbaarheid in de hand. Van het beroemdste beeld van Hera door Polykletos vervaardigd is reeds met een woord gewag gemaakt. Zij werd daar voorgesteld op haar troon gezeten, terwijl haar kroon versierd was door de beelden van de Chariten en de Horen. In de ene hand hield zij een granaatappel, in de andere haar scepter, waarop een koekoek[10], eveneens een symbool van de vruchtbaarheid, gezeten was.

Van de tot op onze tijd bewaard gebleven beelden is het beroemdste de buste, bekend onder de naam van Iuno Ludovisi, waarvan de afbeelding hiernaast een voorstelling geeft. In deze buste zijn schoonheid en bevalligheid met ernst en waardigheid op onovertreffelijke wijze verenigd.

Een ander beroemde beeld, dat de godin ten voeten uit voorstelt, draagt de naam van Iuno Barberini, en wordt in de Vaticaanse musea tentoongesteld. Waarschijnlijk is het een navolging van een van de grote kunstwerken uit de bloeitijd van de Griekse beeldhouwkunst.

Trivia[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Hom., Il. XV 85 ff. Vgl. I 532 ff., IV 60 ff.
  2. Hom., Il. XIV 200 ff. Vgl. Ovid., Metamorph. II 512 ff., Pseudo-Hyginus, Fabulae 177.
  3. Paus., II 13.3.
  4. Hom., Il. XV 18-21, Herakleitos, Allegoriae Homericae 40. P. Lévêcque, Aurea catena Homeri. Une étude sur l'allégorie grecque, Parijs, 1959.
  5. F. de Polignac, La naissance de la cité grecque, Parijs, 1984.
  6. Ze wordt door Pindaros ('Olympische oden VI 88.) Παρθενία / Parthenía (« maagd ») genoemd.
  7. Paus., VIII 22.2.
  8. Hom., Il. IV 51-52.
  9. Lactant., Divinae Institutiones: de Fals. Relig. I 17.
  10. Paus., II 36.1-2; schol. Theoc., XV 64. M.P. Nilsson, Griechische Feste von religiöser Bedeutung mit Ausschluss der attischen, Leipzig, 1906, pp. 42-45.

Referenties en verder lezen[bewerken]

Externe links[bewerken]

  • Hera, Theoi Project
  • Hera, De Griekse Gids