Hygieia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portret van Hygieia toegeschreven aan Skopas (afkomstig uit Tegea, Nationaal Archeologisch Museum van Athene).

Hygieia (Oudgrieks: Ὑγιεία, Hygieía of Ὑγεία, Hygeía, « gezondheid »), één van de dochters van Asklepios (god van de geneeskunde en genezing) en Epione[1], is in de Griekse godsdienst de godin van de gezondheid, properheid . In latere tijden werd zij vereenzelvigd met Salus en Valetudo.

Functie[bewerken]

Hygieia beeld uit Sagalassos, 4e eeuw, Gallo-Romeins Museum

Haar zuster Panakeia is de godin van de geneesmiddelen. Asklepios en zijn dochters behoren tot het nageslacht van Apollo, god van de schoonheid en de geneeskunde. Asklepios is een moeilijke figuur. Hij werd onder andere als aardgeest, halfgod en god vereerd. Zijn vrouw was Epione, de godin van de pijnverzachting.

De Grieken eerden haar als een machtige godin, wier taak het was te waken over de gezondheid van mensen. Hygieia schijnt reeds over een eigen cultus beschikt te hebben in de zevende en zesde eeuw voor Christus. Doordat in 429 een pestepidemie in Athene uitbreekt, wordt zij samen met Asklepios vanuit Epidauros en Piraeus naar deze stad gehaald. Hier ontmoet Hygieia de godin Athena, die ook Hygieia als bijnaam heeft. Geleidelijk aan verdringt Hygieia Athena en ontstaat er een andere hiërarchie. Voor de gezondheid van de geest wendde men zich tot Athena Hygieia (Rom. Minerva Medica).[2]

Eredienst[bewerken]

Haar eredienst dateert eerst van latere tijd. Gewoonlijk werd zij samen met haar vader vereerd, zoals in Argos[3], en stond haar beeld in diens tempel.

Hoewel de cultus van Hygieia reeds lokaal werd gevierd vanaf de 7e eeuw v.Chr., begon deze zich pas echt te verspreiden over de Griekse wereld, nadat het orakel van Delphi haar had erkend (dit was nadat een pestepidemie tussen 429 en 427 v.Chr. Athene had geteisterd). Rome erkende haar cultus in 293 v.Chr.[4]. Haar voornaamste tempels waren opgetrokken in Epidauros, Korinthe[5], Kos en Pergamon. Daarnaast werd ze ook in Athene[6], Gortys[7] en Oropos[8] vereerd.

Pausanias[9] merkte op dat onder de standbeelden van Hygieia, in Asklepieion van Titane (een tempel van Asklepios), in Sicyon (dat door Alexanor, kleinzoon van Asklepios was gesticht), er een beeld met een sluier was bedekt en dat de vrouwen van deze stad hun haar aan haar wijdden. Als men mag afgaan op de inscripties, hadden dergelijke offers ook plaats op Paros.

Voorstelling[bewerken]

Standbeeld van Hygieia met een slang die uit de schaal in haar linkerhand drinkt (British Museum).

Zij werd door de beeldende kunstenaars zeer dikwijls voorgesteld als een schone, ernstige maagd, met een zachte en goedige uitdrukking op haar gelaat, nu eens alleen, dan weer met haar vader Asklepios (en haar broer Telesphoros). Standbeelden van Hygieia zijn onder ander toegeschreven aan Skopas, Bryaxis en Thimoteos.

Zij wordt daarnaast voorgesteld als gekroond met een schaal (pathera) in haar rechterhand. Steeds vergezelt haar de slang, het zinnebeeld van de gezondheid. Deze kronkelt vanaf haar borst naar de schaal om eruit te drinken.

Ariphron (4e eeuw v.Chr.), een artiest en muzikant uit Sicyon, heeft aan haar een beroemde hymne gericht. Deze luidt:

Hygieia, meest gerespecteerde der gezegenden onder stervelingen, mag ik met jou samenzijn
voor wat nog rest van mijn leven, en moge jij mij gracieus vergezellen:
want als er nog enig plezier is in rijkdom of kinderen,
of in een koninklijke goddelijke macht over mensen,
of in de verlangens die wij vangen met de verborgen netten van Aphrodite,
of in elke andere vreugde of verlichting van het werk
is onthuld door de goden aan de mensen,
met jou, gezegende Hygieia,
het bloeit en straalt als tegenovergesteld van de Gratiën.
Zonder jou is niemand gelukkig

(Vertaling door Mark Beumer, gebaseerd op de Engelse vertaling uit David Campbell, Greek Lyric V, 135-136 (Loeb)

Voetnoten[bewerken]

  1. Aldus een inscriptie uit Erythrae (Greek Lyric V: Anonymous Frag 939.), Suda s.v. Epione, maar volgens Pausanias (I 23.5, V 20.2) was Asklepios haar enige ouder. In de Orphische Rapsodieën (frag.; cf. Proclus, ad Plat. Tim.) wordt ze een dochter van Eros en Peitho genoemd.
  2. Aischylos, Eumeniden 522.
  3. Pausanias, II 23 § 4, III 22.§ 9
  4. Plinius maior, Naturalis Historia XXXIV 19.
  5. Pausanias, II 4 § 6.
  6. Pausanias, I 23 § 5, 31 § 5.
  7. Pausanias, VIII 28 § 1.
  8. Pausanias, I 34 § 2.
  9. Pausanias, II 11 § 6.

Antieke bronnen[bewerken]

Referenties[bewerken]

Externe link[bewerken]