Louis Couperus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Louis Couperus
Foto van Louis Couperus uit 1917
Foto van Louis Couperus uit 1917
Algemene informatie
Volledige naam Louis Marie Anne Couperus
Geboren 10 juni 1863, Den Haag
Overleden 16 juli 1923, De Steeg
Land Vlag van Nederland Nederland
Handtekening Handtekening
Werk
Genre Roman
Sprookje
Reisverhaal
Column
Poëzie
Bekende werken Eline Vere
De stille kracht
Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan...
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Louis Couperus

Louis Marie Anne Couperus (Den Haag, 10 juni 1863De Steeg, 16 juli 1923) was een Nederlandse schrijver en een van de eerste Nederlandse vertegenwoordigers van het literaire naturalisme.

Couperus' werk omvat allerlei uiteenlopende literaire genres. Hij debuteerde met poëzie, maar legde zich vervolgens al snel toe op psychologische romans, waarmee hij de meeste bekendheid verwierf. Hij schreef daarnaast cultuursprookjes, historische romans en veel reisverslagen en columns. In het algemeen geldt hij als een van de belangrijkste schrijvers uit de canon van de Nederlandse literatuur. De uitgave van zijn Volledige Werken (1987-1996) geldt als de eerste Nederlandse teksteditie die volgens wetenschappelijke normen tot stand is gekomen.

Biografie[bewerken]

Familie[bewerken]

Couperus was een lid van de Nederlandse patriciaatsfamilie Couperus. Dit was van oorsprong een Fries geslacht van kuipers, waarvan de naam later gelatiniseerd werd tot Couperus. In dezelfde familie kwamen verschillende predikanten voor. Ooit dacht men dat de familie afstamde van de Schotse familie Cowper, maar deze hypothese werd in 1962 ontkracht.[1]

Hij was de zoon van mr. John Ricus Couperus (1816-1902), lid van de raad van justitie te Padang 1844 en te Batavia 1846, daarna raadsheer bij het Hooggerechtshof 1850, en van jkvr. Catharina Geertruida Reynst (1829-1893), dochter van Jan Cornelis Reijnst (1798-1871), waarnemend Gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Hij was een achterkleinzoon van de koopman Abraham Couperus (1752-1813), later gouverneur van Nederlands-Malakka.

In deze families werd vrij veel onderling getrouwd. Ook Louis Couperus trouwde met een familielid, namelijk met zijn achternicht Elisabeth Couperus-Baud. Haar beide grootmoeders waren zussen van Couperus' vader.

Familierelaties tussen Elisabeth Couperus-Baud en Louis Couperus[bewerken]

  • Petrus Theodorus Couperus (1787-1823), trouwt 1812 Catharina Rica Cranssen (1795-1846), dochter van Willem Jacob Cranssen (1762-1821)
    • John Ricus Couperus (1816-1902), trouwt jkvr. Catharina Geertruida Reynst (1829-1893)
      • Louis Marie Anne Couperus(1863-1923), trouwt 1891 Elisabeth Wilhelmina Johanna Baud (1867-1960)
    • Wilhelmina Jacobina Theodora Couperus (1818-1899), trouwt 1837 Guillaume Louis Baud (1801-1891)
      • Jan Carel Willem Ricus Theodore Baud (1838-1883), trouwt 1865 Johanna Wilhelmina Petronella Steenstra Toussaint (1844-1927)
        • Elisabeth Wilhelmina Johanna Baud, trouwt 1891 Louis Marie Anne Couperus
    • Elisabeth Wilhelmina Petronella Couperus (1821-1889), trouwt 1839 dr. Abraham Johan Daniël Steenstra Toussaint (1821-1876)
      • Johanna Wilhelmina Petronella Steenstra Toussaint (1844-1927), trouwt 1865 Jan Carel Willem Ricus Theodore Baud (1838-1883)
        • Elisabeth Wilhelmina Johanna Baud, trouwt 1891 Louis Marie Anne Couperus

Levensloop[bewerken]

Vroege jaren[bewerken]

Louis Couperus getekend door Jan Veth als bijlage voor De Amsterdammer in 1892
Herenhuis aan Mauritskade 43, Den Haag

Couperus werd op 10 juni 1863 geboren op de Mauritskade te 's-Gravenhage (Den Haag), in het pand op nummer 11. Zijn drie namen stammen van de drie zusjes die vóór zijn geboorte gestorven waren. De kleine Louis werd op 19 juni gedoopt in de Église Wallonne in Den Haag. Het gezin Couperus vertrok op 8 november 1872 naar Nederlands-Indië, kwam daar op 31 december aan en vestigde zich in 1873 aan het Koningsplein te Batavia.

In 1874 begon Couperus met zijn opleiding op het Gymnasium Willem III. Hij had op dat moment al een relatie met Elisabeth Baud, zijn latere echtgenote. In 1878 keerde het gezin terug naar Nederland, waar ze eerst aan de Nassaukade in Den Haag gingen wonen. In 1883 verhuisden ze naar het Nassauplein.

Couperus verliet in 1881 de H.B.S. en studeerde verder voor een acte MO-Nederlands. In 1883 keerde ook Elisabeth Baud terug naar Nederland, waar ze ging wonen bij haar grootouders, Guillaume Louis Baud en Wilhelmina Jacobina Theodora Couperus. In mei van datzelfde jaar verkocht de vader van Couperus het landgoed Tjicoppo, in Nederlands-Indië. Couperus begon zijn literaire carrière in juli van dat jaar met het gedicht Erinnering, dat verscheen in het tijdschrift Nederland.

In augustus 1883 werd de oudste broer van Couperus, Petrus Theodorus, wegens een geestesziekte opgenomen in een inrichting. In 1884 verhuisde de familie naar Surinamestraat 20. Couperus werd in juni 1885 benoemd tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde en behaalde op 6 december 1886 zijn acte MO-Nederlands. In 1887 zette hij zijn omgang met Elisabeth Baud voort en begon zijn vriendschap met Gerrit Jäger.

In december van datzelfde jaar begon hij aan zijn debuutroman, Eline Vere, een verhaal dat het jaar daarop als feuilleton verscheen in Het Vaderland en zeer populair werd. Op 3 maart 1889 verscheen het als boek. Hiermee had Couperus zijn naam als schrijver definitief gevestigd. Het boek was direct een groot succes en tot Couperus' overlijden verschenen hiervan 9 drukken. Hij had toen al twee dichtbundels gepubliceerd, die echter vrijwel onopgemerkt bleven.

Reizen, grote romans[bewerken]

Louis Couperus en zijn echtgenote Elisabeth Couperus-Baud op de boot De Prins der Nederlanden naar Indië in oktober 1921

Couperus maakte in juli 1889 een reis naar Scandinavië met zijn zwager Benjamin Vlielander Hein. In 1890 sloot hij vriendschap met met jhr. J.H. Ram en maakte hij kennis met Maurits Wagenvoort. Hij ondernam in mei van dat jaar een reis naar Karlsbad en ontving op 12 augustus de Thiemeprijs voor Eline Vere.

Op 13 oktober 1890 liet Couperus zich uitschrijven uit 's-Gravenhage, met de intentie om naar Parijs te gaan. Hij keerde echter in januari 1891 terug naar Den Haag in verband met het overlijden van G.L. Baud, de grootvader van Elisabeth. Op 9 september 1891 trouwde hij met haar; de huwelijksreis ging naar België. Op 21 september betrok het paar de woning Villa Minta aan de Roeltjesweg, sinds 1935 Couperusweg 15, te Hilversum. In december werd Couperus door Lambertus Jacobus Veen van uitgeverij L.J. Veen benaderd om Extaze uit te geven. Oscar Wilde las in 1892 de vertaling van Couperus' Noodlot, Footsteps of fate, en schreef Couperus een brief om hem te complimenteren met diens werk. Elisabeth vertaalde datzelfde jaar Wilde's roman The picture of Dorian Gray. Gerrit Jäger maakt een toneelbewerking van Couperus' Noodlot.

In februari 1893 maakte Couperus een reis naar Italië, maar op 15 februari overleed zijn moeder, zodat hij naar huis moest komen. In september reisde hij opnieuw naar Italië, waar hij zijn eerste reisimpressies schreef. In december werd hij redacteur van het maandblad De Gids en het jaar daarop betrok hij het huis aan de Jacob van der Doesstraat 123 in 's-Gravenhage. In april 1894 bezocht hij de door hem bewonderde schrijfster van kasteelromans Ouida in Florence. Zijn vriend Gerrit Jäger pleegde in augustus van datzelfde jaar zelfmoord. Couperus trad op 30 april 1895 af als redactielid van De Gids en vertrok in oktober weer naar Italië, waar hij in Rome Pier Pander leerde kennen. Ook de jaren daarop reisde hij veel, onder meer naar Frankrijk, Duitsland en Engeland (tot 1898).

In 1897 zegde Couperus het lidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde op omdat hij van plan was naar het buitenland te vertrekken. Op 31 augustus, de zeventiende verjaardag van koningin Wilhelmina, werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Een benoeming in de exclusievere Orde van de Nederlandse Leeuw werd voorlopig nog te hoog voor hem geacht.

In 1898 maakte Couperus een reis naar Londen en het jaar daarop, in februari, een reis naar Nederlands-Indië, waar hij in juni enige tijd verbleef te Tegal bij zijn zuster Trudy en zwager, resident Gérard de la Valette. Na de benoeming van De la Valette tot resident van Pasoeroean verbleven Couperus en zijn vrouw ook daar in het residentiehuis. Couperus begon er aan zijn roman De stille kracht, waarin Valettes residentie model stond voor de woning van een van de hoofdpersonen, de resident Otto van Oudijck.

In maart 1900 keerde Couperus terug naar Nederland. In oktober van dat jaar vertrok hij samen met zijn vrouw naar Frankrijk, waar ze gingen wonen in hun huis 'Villa Jules', bij Nice. Couperus maakte van daaruit meerdere reizen naar Italië, waarbij hij onder andere Florence en Rome bezocht. In 1901 overleed zijn vriend en mentor Jan ten Brink en in oktober 1902 zijn vader.

In januari 1903 richtte Couperus, samen met Cyriel Buysse en Willem Gerard van Nouhuys, het literaire tijdschrift Groot Nederland op. Hierin verscheen een jaar later in delen zijn nieuwe belangrijke werk, de familieroman Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan.... In mei 1904 kocht L.J. Veen voor een groot bedrag de rechten op van alle tot dan toe verschenen werken van Couperus.

Omdat zijn boeken in die jaren slecht verkochten, nam Couperus zich voor geen romans meer te schrijven. Hij vertrok in mei 1906 van Villa Jules naar Venetië en verbleef in juni te Bagni di Lucca, waar hij Giulio Lodomez ontmoette, die hij later zou laten figureren in romans als Orlando. Hij bracht tevens een bezoek aan Ouida in Camaiore.

In Florence beschikte Couperus tot 1915 over grote vertrekken in een Zwitsers pension op de derde verdieping van het Palazzo Niccolini.

Journalistiek, kleinere romans[bewerken]

In augustus 1908 begonnen Couperus en zijn vrouw een pension in Nice; Couperus schreef enige korte verhalen en begon op 27 november 1909 met een wekelijks feuilleton in Het Vaderland. In mei 1910 overleed Frans, een broer van Couperus, en in december werd het pension in Nice beëindigd. Tot 1912 ondernam het echtpaar reizen naar Italië en Sicilië, in 1913 gevolgd door een drie maanden durende reis door Spanje, samen met 'Orlando'. In september van dat jaar pleegde zijn vriend Johan Hendrik Ram zelfmoord. In maart 1914 won Couperus de Nieuwe Gids-prijs voor Antiek toerisme. Hij verbleef in juli 1914 een tijdje in München. Begin 1915 keerde hij terug naar Den Haag, waar hij voor het eerst optrad als voordrachtskunstenaar in kunstzaal Kleykamp in Den Haag. Hij ging aan de Hoge Wal 2 wonen en schreef opnieuw feuilletons voor Het Vaderland. In november bezocht hij Cyriel Buysse, waar hij de schrijver en sportman Henri van Booven ontmoette, zijn latere biograaf.

In het voorjaar van 1916 schilderde Antoon van Welie zijn portret; daarnaast correspondeerde hij met de classicus W.E.J. Kuiper over diens essay betreffende Couperus' werk. Hij werd door de journalist S.F. van Oss aangenomen als medewerker van de Haagse Post en hield een interview met André de Ridder. In oktober 1917 vond de première plaats van een toneelbewerking, door Elisabeth Couperus, van Eline Vere; de belangrijkste actrice in het stuk was Else Mauhs.

Levensavond[bewerken]

In mei 1918 overleed Trudy, een zuster van Couperus. Bij de ramp met het stoomschip Amstel was in april 1919 zijn lievelingsneef Frans Vlielander Hein, aan wie hij De Ode had opgedragen, samen met diens echtgenote Enny Vrede omgekomen. Enkele maanden laten schreef Couperus een nieuw testament, zijn derde. Daarin werd net als bij de vorige zijn vrouw als enig erfgenaam aangewezen, maar mocht zij eerder overleden zijn of tegelijk met hem sterven, dan zou er voor twee van zijn jeugdige nichtjes elk duizend gulden bestemd zijn. Voorts zou er met het resterende vermogen een stichting moeten worden opgericht om een naar Couperus genoemde prijs uit te kunnen reiken. Uit de rente van het kapitaal zou jaarlijks een bedrag moeten worden gegeven aan 'een Nederlandschen letterkundige (man of vrouw)', waarbij niet alleen moet worden 'gelet op de voortreffelijkheid van eenig met den prijs te bekronen werk, maar zeer zeker ook op de meer of minder gunstige financieele omstandigheden van hem of haar die voor den prijs in aanmerking kan komen'. Mocht Elisabeth haar man overleven, dan gaf hij haar in overweging 'zonder intusschen eenigen moreelen drang dienaangaande op haar te willen uitoefenen' de bedoelde stichting op te richten. Maar omdat Couperus inderdaad eerder overleed dan zijn vrouw kwam de stichting niet tot stand.[2]

In oktober 1920 ondernam Couperus een reis naar Algiers, in juni 1921 één naar Londen en in februari 1922, als speciaal correspondent van de Haagse Post, maakte hij reizen over Sumatra, Java en Bali en logeerde op Sumatra onder meer bij gouverneur L.C. Westenenk. In deze tijd, in 1921, werd hij gefotografeerd door de dan wereldberoemde portretfotograaf Emil Otto Hoppé. In februari werd Couperus ernstig ziek tijdens een tocht door Japan; hij lag vervolgens meerdere weken in een Japans ziekenhuis. Hij trok in maart 1923 in het huis Het Sunneke in De Steeg (Arnhemse Straatweg 13).

Ter gelegenheid van Couperus' zestigste verjaardag had zich een feestcomité gevormd. Er kwam een receptie en Louis Couperus kreeg ongeveer 12000 gulden aangeboden. Het geld was door meer dan 500 personen en instellingen bijeengebracht voor de bouw van het huis in De Steeg waar hij in zou trekken.[3] Couperus' verjaardag werd groots gevierd in 's-Gravenhage, waarbij Lodewijk van Deyssel een toespraak hield en Couperus alsnog werd benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Slechts een maand later overleed de schrijver aan een longziekte[bron?], waarschijnlijk een longvliesontsteking met een bloedvergiftiging. Op 19 juli vond de crematie op Westerveld plaats. De as werd later overgebracht naar Eik en Duinen.

Waardering[bewerken]

Boekbandontwerp van Jan Toorop voor Psyche

Tijdens zijn leven genoot Couperus niet alleen in het Nederlandse taalgebied, maar ook daarbuiten een zekere reputatie. Zijn werk werd veelvuldig vertaald, in Duitsland met name door Else Otten, in Engeland vooral door Alexander Teixeira de Mattos[4] en later in Italië door Giacomo Prampolini. Veel van zijn boeken werden in het buitenland meerdere malen herdrukt. De roman De berg van licht bijvoorbeeld verkocht in Duitsland (als Heliogabal) veel beter dan in Nederland. Hij kwam onder de aandacht van Oscar Wilde, die zeer te spreken was over Footsteps of Fate, de Engelse vertaling van Noodlot. Couperus verkreeg bij leven de D.A. Thiemeprijs voor Eline Vere, in 1914 de Nieuwe Gids-prijs voor Antiek toerisme en in 1923 de Tollens-prijs voor zijn hele oeuvre.

Tegen het einde van zijn leven was Louis Couperus dan wel een beroemd schrijver, maar zijn boeken verkochten slecht. De waardering voor het werk van Couperus begon al tijdens zijn leven terug te lopen. Na zijn dood dreigde Couperus enige tijd in de vergetelheid te raken. Sommige eerste drukken waren tot in de jaren '40 nog uit voorraad leverbaar. Bij zijn honderdste geboortedag in 1963 was een opleving onmiskenbaar. Met name voor zijn romans was er steeds weer opnieuw belangstelling. Het verschijnen van een aantal biografieën, waaronder met name die van Frédéric Bastet uit 1987 en bewerkingen van zijn boeken voor toneel, film en televisie hebben daar zeker aan bijgedragen.

In de laatste decennia van de 20e eeuw verscheen het werk van Couperus in een vijftigdelige wetenschappelijke editie, en aan de schrijver en zijn werk werden tal van artikelen en boeken gewijd. In 1993 werd het Louis Couperus Genootschap opgericht om liefhebbers van zijn werk bijeen te brengen en wetenschappelijk onderzoek naar het leven en het oeuvre van de auteur te stimuleren. Het Louis Couperus Genootschap riep het jaar 2013 uit Louis Couperus Jubileumjaar. De 150ste geboortedag op 10 juni 2013 was aanleiding om Louis Couperus (opnieuw) onder de aandacht van de lezer te brengen.[5]

Trivia[bewerken]

  • De vader van Couperus, John Ricus Couperus, liet in 1884 aan de Surinamestraat 20 een huis bouwen, waar het gezin later ging wonen. Het huis bevat nog de marmeren en parketvloeren waarover de gevierde romancier heeft gelopen. Ook de originele plafonds, houten lambriseringen, glas-in-loodramen en een 'authentieke wc' zitten er nog in. Er is tevens nog een 'dienkeuken met originele servieskast'. In 2007 werd dit huis aan de Surinamestraat 20 te koop aangeboden. Op initiatief van de econoom Arnold Heertje en met steun van schrijfster Hella Haasse en de dichter Anton Korteweg werd een stichting opgericht die vergeefs geprobeerd heeft het pand te kopen en in te richten tot Louis Couperus Huis. Het huidige Louis Couperus Museum, opgericht op initiatief van Caroline de Westenholz, bevindt zich sinds 1996 op het adres Javastraat 17 in Den Haag.
  • Al op die eerste dag van het verschijnen van Eline Vere stond in het Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage het eerste deel van een positieve recensie, geschreven door zijn stadgenoot Frederik van Hogendorp (1843-1889). Die ging ook in op de (hogere) kringen waarin het boek speelde, kringen die Van Hogendorp, als zoon van het Tweede Kamerlid Frederik van Hogendorp (1802-1872) en een grootmeesteres van koningin Emma, goed gekend moet hebben.
  • Willem Kloos schreef eens een zeer negatieve recensie over Couperus' gedichten, waarin hij Couperus aanried zijn heil elders te zoeken dan in de dichtkunst.

Bibliografie[bewerken]

Louis Couperus in de Surinamestraat (foto P.L. van Till)
Standbeeld Eline Vere in Den Haag door Theo van der Nahmer.
Beeld van Couperus, gemaakt door Kees Verkade, aan de Lange Voorhout in Den Haag
Steen op het geboortehuis van Couperus

Eerste gedrukte uitgaven[bewerken]

Dit is een lijst van de uitgaven in boekvorm van het werk van Couperus.

  • 1884 - Een lent van vaerzen (gedichten)
  • 1885 - De schoone slaapster in het bosch. Sprookje in twee bedrijven en zes tafereelen voor zang en piano
  • 1886 - Orchideeën (gedichten)
  • 1889 - Eline Vere. Een Haagsche roman
  • 1890 - Noodlot
  • 1892 - Extaze. Een boek van geluk
  • 1892 - Eene illuzie
  • 1893 - Majesteit
  • 1894 - Reis-impressies
  • 1895 - Wereldvrede
  • 1895 - Williswinde
  • 1896 - Hooge troeven
  • 1896 - De verzoeking van den H. Antonius. Naar Gustave Flaubert. Fragmenten
  • 1897 - Metamorfose
  • 1898 - Psyche
  • 1899 - Fidessa
  • 1900 - Langs lijnen van geleidelijkheid
  • 1900 - De stille kracht
  • 1901 - Babel
  • 1901 - De boeken der kleine zielen. De kleine zielen
  • 1902 - De boeken der kleine zielen. Het late leven
  • 1902 - De boeken der kleine zielen. Zielenschemering
  • 1903 - De boeken der kleine zielen. Het heilige weten
  • 1902 - Over lichtende drempels
  • 1903 - God en goden
  • 1904 - Dionyzos
  • 1905 - De berg van licht
  • 1906 - Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan ...
  • 1908 - Aan den weg der vreugde
  • 1910 - Van en over mijzelf en anderen. Eerste bundel
  • 1911 - Antieke verhalen. Van goden en keizers, van dichters en hetaeren
  • 1911 - Korte arabesken
  • 1911 - Antiek toerisme. Roman uit Oud-Egypte
  • 1911 - De zwaluwen neêr gestreken...
  • 1912 - Schimmen van schoonheid
  • 1912 - Uit blanke steden onder blauwe lucht. Eerste bundel
  • 1913 - Uit blanke steden onder blauwe lucht. Tweede bundel
  • 1913 - Herakles
  • 1914 - Van en over mijzelf en anderen. Tweede bundel
  • 1915 - Van en over alles en iedereen
  • 1915 - De ongelukkige
  • 1916 - De tweelingbroeders. Jambische bewerking van Plautus' Menaechmi
  • 1916 - Van en over mijzelf en anderen. Derde bundel
  • 1917 - Van en over mijzelf en anderen. Vierde bundel
  • 1917 - De komedianten
  • 1917 - Jan en Florence
  • 1917 - Wreede portretten
  • 1918 - Der dingen ziel
  • 1918 - Brieven van den nutteloozen toeschouwer
  • 1918 - Legende, mythe en fantazie
  • 1918 - De verliefde ezel
  • 1919 - De betooveraar
  • 1919 - Elyata
  • 1919 - De ode
  • 1919 - Xerxes of de hoogmoed
  • 1920 - Iskander. De roman van Alexander den Groote
  • 1920 - Lucrezia
  • 1921 - Met Louis Couperus in Afrika
  • [1922] - De ring en de prins
  • 1922 [=maart 1923] - Het zwevende schaakbord
  • 1923 - Oostwaarts
  • 1923 - De oude trofime
  • 1923 - Proza. Eerste bundel
  • 1924 - Proza. Tweede bundel
  • 1924 - Het snoer der ontferming en Japansche legenden
  • 1925 - Nippon
  • 1925 - Proza. Derde bundel
  • 1931 - Romantisch avontuur
  • 1945 - Il Mago
  • 1957 - De binocle
  • 1959 - De naumachie
  • 1972 - Via Appia
  • 1973 - De tooveressen. Tweede idylle van Theokritos
  • 1975 - Nagelaten werk
  • 1976 - Endymion
  • 1976 - Sabijnsche-maagdenroof
  • 1978 - Kindersouvenirs
  • 1979 - Een Hagenaar terug in Den Haag
  • 1979 - Herinneringen aan de lente
  • 1979 - Kinderkamer
  • 1979 - De nachten
  • 1979 - De vonk
  • 1980 - Een ster
  • 1980 - Toen ik een kleine jongen was...
  • 1980 - Een zieltje
  • 1980 - Zijn aangenomen zoon. Een fragment

Een uitputtend overzicht van alle eerste én volgende drukken van Couperus (inclusief verwijzing naar eerste publicaties in kranten en tijdschriften en (verblijfplaatsen van) handschriften) geeft:

  • Marijke Stapert-Eggen, Repertorium Louis Couperus, 1992 en 1997² (3 delen: bibliografie van het primaire werk van Louis Couperus)

Verzamelde werken[bewerken]

Tussen 1952 en 1957 verscheen de Verzamelde werken in een twaalfdelige uitgave; door de gehanteerde editietechniek (met name de gemoderniseerde spelling en de keuze van de teksten), was deze uitgave meteen omstreden. De gesubsidieerde uitgave kon ondanks de zogenaamde Couperus-rel niet worden tegengehouden. In 1975 verscheen van deze uitgave zelfs nog een tweede druk. Bij gebrek aan 'beter' is in publicaties tussen 1952 en 1996 veel naar deze uitgave verwezen. De Verzamelde werken bestaan uit de volgende delen:

  1. Jeugdwerk; Eline Vere; Novellen (1953)
  2. Noodlot; Extase; Majesteit; Wereldvrede; Hoge troeven (1953)
  3. Metamorfose; Psyche; Fidessa; Langs lijnen van geleidelijkheid (1953)
  4. De stille kracht; Babel; Novellen; De zonen der zon; Jahve; Dionysos (1953)
  5. De boeken der kleine zielen (1952)
  6. Van oude mensen de dingen die voorbijgaan; De berg van licht (1952)
  7. Aan de weg der vreugde; Antiek toerisme; Verhalen en arabesken (1954)
  8. Herakles; Verhalen en dagboekbladen; Uit blanke steden onder blauwe lucht (1956)
  9. Lucrezia; De ongelukkige; Legenden en portretten (1956)
  10. De komedianten; De verliefde ezel; Het zwevende schaakbord (1955)
  11. Xerxes; Iskander (1954)
  12. Verhalen (1957)

Volledige Werken[bewerken]

Tussen 1987-1996 verscheen er een uitgave van de Volledige Werken Louis Couperus in 50 delen die nu als de standaard-uitgave geldt, gebaseerd op de actueelste editietechniek en onder auspiciën van het Bureau Basisvoorziening Tekstedities der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, vanaf 1993 onder auspiciën van de Afdeling Neerlandica van het Constantijn Huygens Instituut der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. De Volledige Werken Louis Couperus bestaat uit de volgende delen:

  1. Een lent van vaerzen (1988)
  2. Orchideeën. Een bundel poëzie en proza (1989)
  3. Eline Vere. Een Haagsche roman (1987)
  4. Noodlot (1990)
  5. Extaze. Een boek van geluk (1990)
  6. Eene illuzie (1988)
  7. Majesteit (1991)
  8. Reis-impressies (1988)
  9. Wereldvrede (1991)
  10. Williswinde (1990)
  11. Hooge troeven (1991)
  12. De verzoeking van den H. Antonius (1992)
  13. Metamorfoze (1988)
  14. Psyche (1992)
  15. Fidessa (1992)
  16. Langs lijnen van geleidelijkheid (1989)
  17. De stille kracht (1989)
  18. Babel (1993)
  19. De boeken der kleine zielen. I en II (1991)
  20. De boeken der kleine zielen. III en IV (1991)
  21. Over lichtende drempels (1993)
  22. God en goden (1989)
  23. Dionyzos (1988)
  24. De berg van licht (1993)
  25. Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan... (1988)
  26. Aan den weg der vreugde (1989)
  27. Van en over mijzelf en anderen (1989)
  28. Antieke verhalen. Van goden en keizers, van dichters en hetaeren (1993)
  29. Korte arabesken (1990)
  30. Antiek toerisme. Roman uit Oud-Egypte (1987)
  31. De zwaluwen neêr gestreken... (1993)
  32. Schimmen van schoonheid (1991)
  33. Uit blanke steden onder blauwe lucht (1994)
  34. Herakles (1994)
  35. Van en over alles en iedereen (1990)
  36. De ongelukkige (1994)
  37. De komedianten (1992)
  38. Legende, mythe en fantazie (1994)
  39. De verliefde ezel (1994)
  40. De ode (1990)
  41. Xerxes, of De hoogmoed (1993)
  42. Iskander. De roman van Alexander den Groote (1995)
  43. Met Louis Couperus in Afrika (1995)
  44. Het zwevende schaakbord (1994)
  45. Oostwaarts (1992)
  46. Proza. Eerste bundel (1995)
  47. Het snoer der ontferming. Japansche legenden (1995)
  48. Nippon (1992)
  49. Ongebundeld werk (1996)
  50. Ongepubliceerd werk (1996)

Gepubliceerde brieven[bewerken]

In 1963 verscheen er een speciaal nummer van het tijdschrift Maatstaf waarin een groot aantal (fragmenten van) brieven werd gepubliceerd:

  • 1963 - Louis Couperus als briefschrijver

De belangrijkste brievencollectie die daarna werd gepubliceerd was die aan zijn uitgever, L.J. Veen, bezorgd door de biograaf Frédéric Bastet in twee delen:

  • 1977 - Brieven van Louis Couperus aan zijn uitgever (Waarde heer Veen en Amice)

Deze werd aangevuld nadat ook de brieven van Veen aan Couperus werden ontdekt:

  • 1987 - Louis Couperus en L.J. Veen. Bloemlezing uit hun correspondentie ISBN 90-204-2686-9

Daarnaast werden nog gepubliceerd:

  • 1961 - Couperus en de Oudheid [een opstel van W.E.J. Kuiper, en enkele brieven van Couperus]
  • 1987 - 'Waarde Van Oss'. Een onbekende brief van Louis Couperus ISBN 90-6481-993-9
  • 1996 - Een excellentie en een freule. Brieven van Louis Couperus in de nalatenschap van Albert Vogel
  • 2003 - Sempre il tuo. De brieven van Louis Couperus aan de familie Van Blijenburgh-Böhtlingk
  • 2003 - Dear sir. Brieven van het echtpaar Couperus aan Oscar Wilde ISBN 90-807314-2-0
  • 2006 - Hartelijk dank! Louis Couperus aan dr. J.R. Bos
  • 2009 - Drie kattebelletjes van Louis Couperus uit 1892

De brievenuitgave die circa 1400 brieven bevat en de meeste van de hiervoor genoemde uitgaven overbodig maakt, verscheen in 2013:

  • 2013 - De correspondentie. 2 delen

Daarnaast verschenen tientallen brieven niet als zelfstandige uitgaven maar in andere publicaties (zoals in de biografie van Henri van Booven of de studie van Karel Reijnders), of in tijdschriften als Arabesken of De Parelduiker.

Adaptaties[bewerken]

Bekende toneelstukken en televisieseries op basis van Couperus' werk zijn:

Handschriften[bewerken]

De meeste handschriften (brieven worden hier niet onder begrepen) bevinden zich in de Koninklijke Bibliotheek of in het Nederlands Letterkundig Museum te Den Haag. Een zeer klein aantal handschriften bevindt zich nog in particulier bezit, hoeveel is onduidelijk. Zo werd in 2005 nog het handschrift De oermensch en de complicatie der dingen aangeboden op de veiling van de nalatenschap van Boudewijn Büch. Nog recenter, in oktober 2010, ging een handschrift uit particulier bezit (namelijk van verzamelaar Pieter Berend Oudemans, 1960-2005), Elyata, over naar de openbare collectie van Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek te Deventer. Deze bibliotheek suggereerde ten onrechte in het bijgaande persbericht dat het hier zou gaan om het laatste handschrift van Couperus in particulier bezit.

Louis Couperus in vertaling[bewerken]

Werk van Couperus is al vroeg en veel vertaald. Met name de bibliograaf Ronald Breugelmans heeft veel onderzoek gedaan naar vertalingen van Couperus' werk. Dit resulteerde in 1989 in diens publicatie Louis Couperus in den vreemde waarvan in 2008 een uitgebreide en herziene druk verscheen, onder andere met daarin de brieven van Couperus aan de vertaler Alexander Teixeira de Mattos (1865-1921). In Breugelmans' publicaties zijn alle bekende vertalingen van Couperus' werk opgenomen:

Over Louis Couperus[bewerken]

Biografieën[bewerken]

Over Couperus verscheen een aantal biografieën waarvan die van Frédéric Bastet de belangrijkste zijn.

  • Frédéric Bastet, Louis Couperus. Een biografie, 1987
  • Frédéric Bastet, De wereld van Louis Couperus, 1991 ISBN 90-214-5144-1
  • Henri van Booven, Leven en werken van Louis Couperus, 1933 (2e druk: 1981)
  • H.W. van Tricht, Louis Couperus. Een verkenning, 1960
  • Albert Vogel, De man met de orchidee. Het levensverhaal van Louis Couperus, cop. 1973 (2e, herziene druk onder de titel: Louis Couperus, 1980)

Studies[bewerken]

Daarnaast is een groot aantal studies verschenen over leven en/of werk van Couperus. Een selectie:

  • Frédéric Bastet, Al die verloren paradijzen... Van en over Louis Couperus, 2001 ISBN 90-214-5264-2 (Uitgave ter gelegenheid van de vijfenzeventigste verjaardag van de auteur. Bundel eerder verschenen opstellen, herzien en van noten voorzien)
  • Wouter Blok, Verhaal en lezer. Een onderzoek naar enige structuuraspecten van "Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan" van Louis Couperus, 1960 (Proefschrift)
  • Theo Bogaerts, De antieke wereld van Louis Couperus, 1969
  • José Buschman, Een dandy in de Oriënt. Louis Couperus in Afrika, 2009 ISBN 978-90-5937-140-8
  • Luc Dirikx, Louis Couperus en het decadentisme. Een thematologische confrontatie, 1993 ISBN 90-72474-12-0 (Proefschrift)
  • Marc Galle, Van gedroomd minnen tot ons dwaze bestaan. Het noodlot in het werk van Louis Couperus, cop. 1973
  • Maarten Klein, Louis Couperus & Pier Pander. Teksten voor en over de beeldhouwer Pier Pander, 1985
  • Maarten Klein, Noodlot en wederkeer. De betekenis van de filosofie in het werk van Louis Couperus, cop. 2000 ISBN 90-423-0109-0
  • Jeannette Ernestine Koch, De koningsromans van Louis Couperus. Achtergronden, 1989 (Proefschrift)
  • W.J. Lukkenaer, 'De komedianten' van Couperus, 1995 ISBN 90-802290-1-6
  • Wilhelmus Johannes Lukkenaer, De omrankte staf. Couperus' antieke werk, deel 1: Van 'Dionysos' t/m 'Herakles' , cop. 1989 (Proefschrift)
  • K.J. Popma, Beschouwingen over het werk van Louis Couperus (1863-1923), 1968
  • Karel Reijnders, Couperus bij Van Deyssel. Een chronische konfrontatie in beschouwingen, brieven en notities, 1968 (Proefschrift) ISBN 90-253-5504-8
  • Paul Snijders, Jhr. J. H. Ram. Indirect licht op Louis Couperus, 1983
  • Marijke Stapert-Eggen, Repertorium Louis Couperus, 1992 (3 delen: bibliografie van het primaire werk van Louis Couperus)
  • Elizabeth Visser, Couperus, Grieken en barbaren, 1969
  • H.T.M. van Vliet, Eenheid in verscheidenheid. Over de werkwijze van Louis Couperus, 1996 ISBN 90-254-0827-3
  • H.T.M. van Vliet, Met Louis Couperus op tournee. Voordrachten uit eigen werk 1915-1923 in recensies, brieven en andere documenten, 1998 ISBN 90-73978-94-7

Diversen[bewerken]

Een naslagwerkje met feiten over de werken en het leven van Couperus is:

  • Tijdladder Louis Couperus. Een chronologisch overzicht van zijn leven en werk, 2003 (uitgave ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het Louis Couperus Genootschap, ook op de website van het Louis Couperus Genootschap)

Het Louis Couperus Genootschap draagt bij aan de studie van de schrijver door de uitgave van:

  • Arabesken. Tijdschrift van het Louis Couperus Genootschap (2000-). (Dit is het tijdschrift van het genootschap dat twee keer per jaar verschijnt en een voortzetting van: Nieuwsbulletin Louis Couperus Genootschap (1993-1999).)
  • Couperus Cahiers (Dit zijn meer uitgebreide publicaties die onregelmatig verschijnen; tot nu toe, tussen 1995 en 2013, verschenen er 13 van deze cahiers.)

Het Louis Couperus Museum draagt bij aan de studie van Couperus door de organisatie van twee tentoonstellingen per jaar die altijd gepaard gaan met een bijbehorende publicatie.

In 2006 verscheen een overzicht van de bibliofiele uitgaven van en over Louis Couperus:

  • Arnold Pippel & Menno Voskuil, Het boek van adel. Bibliofiele uitgaven van en over Louis Couperus : 1919-2006, 2006

De belangrijkste collectie van en over Louis Couperus, die in 2006 door het rijk werd aangekocht, werd bijeengebracht door Jan Eekhof.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Zie onder andere: E. Huisman, 'De afstamming van het geslacht Couperus', in: De Nederlandsche Leeuw 79 (1962), p. 310-311. Meer uitgebreid hierover in het lemma Couperus (geslacht).
  2. Frédéric Bastet, Louis Couperus. Een biografie, 1987, p. 690-693
  3. Bastet, p. 667
  4. De roman Noodlot werd in 1891 echter vertaald door Clara Bell, onder de titel Footsteps of Fate
  5. Herdenking 150ste geboortedag van Louis Couperus
  • 'Couperus', in: Nederland's Patriciaat 1 (1910), pp. 86-89.
  • Inventaris van het het archief van de familie Couperus, 1443-1947 (via: www.gahetna.nl)
Wikisource NL Meer bronnen die bij deze auteur horen, kan men vinden op de pagina Louis Couperus op de Nederlandstalige Wikisource.