Louis Couperus
| Louis Couperus | ||||
![]() |
||||
| Foto van Louis Couperus uit 1917. | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Volledige naam | Louis Marie Anne Couperus | |||
| Geboren | 10 juni 1863, Den Haag | |||
| Overleden | 16 juli 1923, De Steeg | |||
| Land | ||||
| Werk | ||||
| Genre(s) | Roman Sprookje Reisverhaal Column Poëzie |
|||
| Bekende werken | Eline Vere De stille kracht, Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan... |
|||
| Dbnl-profiel | ||||
|
||||
Louis Marie Anne Couperus (Den Haag, 10 juni 1863 – De Steeg, 16 juli 1923) was een Nederlandse schrijver. Hij beoefende vele literaire genres. Hij debuteerde met poëzie, maar stapte al snel over op psychologische romans. Hij schreef ook cultuursprookjes, historische romans en veel reisverslagen en columns. Couperus wordt beschouwd als een van de belangrijkste schrijvers uit de canon van de Nederlandse literatuur.
Inhoud |
Biografie [bewerken]
Familie [bewerken]
Couperus stamde af van een Friese familie, ooit kuipers, waarvan de naam later gelatiniseerd werd tot Couperus. In de familie kwamen verschillende predikanten voor. Ooit dacht men dat de familie afstamde van de Schotse familie Cowper. Deze hypothese werd in 1962 naar het rijk der fabelen verwezen. [1]
Couperus was een lid van de Nederlandse patricische familie Couperus. Hij was de zoon van mr. John Ricus Couperus (1816-1902), lid van de raad van justitie te Padang 1844 en te Batavia 1846, daarna raadsheer bij het Hooggerechtshof 1850, en van jkvr. Catharina Geertruida Reynst (1829-1893), dochter van Jan Cornelis Reijnst (1798-1871), waarnemend Gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Hij was een achterkleinzoon van Abraham Couperus (1752-1813), koopman, later gouverneur van Nederlands-Malakka.
In deze families werd vrij veel onderling getrouwd. Uiteindelijk trouwde ook Couperus met een familielid, namelijk met zijn achternicht Elisabeth Couperus-Baud. Hoe die relaties precies lagen, volgt hieronder.
Familierelaties tussen Elisabeth Couperus-Baud en Louis Couperus [bewerken]
- Petrus Theodorus Couperus (1787-1823), trouwt 1812 Catharina Rica Cranssen (1795-1846), dochter van Willem Jacob Cranssen (1762-1821)
- John Ricus Couperus (1816-1902), trouwt jkvr. Catharina Geertruida Reynst (1829-1893)
- Louis Marie Anne Couperus(1863-1923), trouwt 1891 Elisabeth Wilhelmina Johanna Baud (1867-1960)
- Wilhelmina Jacobina Theodora Couperus (1818-1899), trouwt 1837 Guillaume Louis Baud (1801-1891)
- Jan Carel Willem Ricus Theodore Baud (1838-1883), trouwt 1865 Johanna Wilhelmina Petronella Steenstra Toussaint (1844-1927)
- Elisabeth Wilhelmina Johanna Baud, trouwt 1891 Louis Marie Anne Couperus
- Jan Carel Willem Ricus Theodore Baud (1838-1883), trouwt 1865 Johanna Wilhelmina Petronella Steenstra Toussaint (1844-1927)
- Elisabeth Wilhelmina Petronella Couperus (1821-1889), trouwt 1839 dr. Abraham Johan Daniël Steenstra Toussaint (1821-1876)
- Johanna Wilhelmina Petronella Steenstra Toussaint (1844-1927), trouwt 1865 Jan Carel Willem Ricus Theodore Baud (1838-1883)
- Elisabeth Wilhelmina Johanna Baud, trouwt 1891 Louis Marie Anne Couperus
- Johanna Wilhelmina Petronella Steenstra Toussaint (1844-1927), trouwt 1865 Jan Carel Willem Ricus Theodore Baud (1838-1883)
- John Ricus Couperus (1816-1902), trouwt jkvr. Catharina Geertruida Reynst (1829-1893)
Levensloop [bewerken]
Vroege jaren [bewerken]
Couperus werd op 10 juni geboren te 's-Gravenhage op de Mauritskade nummer 11 als zoon van John Ricus Couperus en Catharina Geertruida Reynst. Couperus kreeg de drie namen van de drie zusjes die vóór zijn geboorte gestorven waren. Hij werd op 19 juni gedoopt in de Église Wallonne aldaar. Het gezin Couperus vertrok op 8 november 1872 naar Nederlands-Indië, kwam aldaar op 31 december aan en vestigde zich in 1873 aan het Koningsplein te Batavia. In 1874 begon Couperus met zijn opleiding op het gymnasium Willem III; hij had toen Elisabeth Baud als vriendinnetje. In 1878 keerde het gezin terug naar Nederland, waar men eerst aan de Nassaukade en in 1883 aan het Nassauplein nummer 4 te 's-Gravenhage ging wonen. In 1884 verhuisden zij naar Surinamestraat 20, waar hij in 1889 zijn debuutroman Eline Vere schreef die hem in een keer beroemd maakte. Couperus verliet in 1881 de H.B.S. en studeerde verder voor een acte MO.
In 1883 keerde Elisabeth Baud terug naar Nederland en ging bij haar grootouders, Guillaume Louis Baud en Wilhelmina Jacobina Theodora Couperus, wonen. In mei van datzelfde jaar verkocht de vader van Couperus het landgoed Tjicoppo, in Nederlands-Indië. Couperus debuteerde in juli in het tijdschrift Nederland met het gedicht Erinnering. In augustus 1883 werd Petrus Theodorus, oudste broer van Couperus, wegens een geestesziekte, opgenomen in een inrichting. Couperus werd in juni 1885 benoemd tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde en behaalde op 6 december 1886 zijn acte MO-Nederlands. In 1887 zette hij zijn omgang met Elisabeth Baud voort en begon zijn vriendschap met Gerrit Jäger; in december van datzelfde jaar begon hij aan zijn debuutroman Eline Vere. Hij maakte in juli 1889 een reis naar Scandinavië met zijn zwager Benjamin Vlielander Hein. In 1890 sloot Couperus vriendschap met met jhr. J.H. Ram en maakt hij kennis met Maurits Wagenvoort. Hij ondernam in mei van dat jaar een reis naar Karlsbad en ontving op 12 augustus de Thiemeprijs voor Eline Vere.
Op 13 oktober 1890 liet hij zich uitschrijven uit 's-Gravenhage, met de intentie om naar Parijs te gaan. Hij keerde echter in januari 1891 terug naar Den Haag in verband met het overlijden van G.L. Baud, de grootvader van Elisabeth Baud. Op 9 september 1890 vond het huwelijk plaats van Couperus en Elisabeth Baud; de huwelijksreis ging naar België. Op 21 september betrok het paar de woning Villa Minta aan de Roeltjesweg te Hilversum. In december werd Couperus door Lambertus Jacobus Veen van uitgeverij L.J. Veen benaderd om Extaze uit te geven. Oscar Wilde las in 1892 de vertaling van Couperus' Noodlot, Foodsteps of fate, en schreef Couperus een brief om hem te complimenteren met diens werk. Elisabeth Baud vertaalde datzelfde jaar Wilde's werk The picture of Dorian Gray. Gerrit Jäger maakt een toneelbewerking van Couperus' Noodlot.
Succes als beginnend schrijver [bewerken]
In februari 1883 maakte Couperus een reis naar Italië maar op 15 februari overleed zijn moeder Catharina Geertruida Reijnst, waarop hij terug moest keren en in september een tweede reis naar Italië maakte, waar hij zijn reisschetsen schreef. In december werd hij redacteur van De Gids en het jaar daarop betrok hij het huis aan de Jacob van der Doesstraat 123 in 's-Gravenhage. In april 1894 bezocht hij Ouida in Florence en in augustus van datzelfde jaar pleegde zijn vriend Gerrit Jäger zelfmoord. Couperus trad op 30 april 1895 af als redactielid van De Gids en vertrok in oktober weer naar Italië, waar hij in Rome Pier Pander leert kennen. Ook de jaren daarop reisde hij veel, onder meer naar Frankrijk, Duitsland en Engeland (tot 1898). In 1897 zei Couperus het lidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde op omdat hij van plan was naar het buitenland te vertrekken en op 31 augustus werd hij benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau. In 1898 maakte Couperus een reis naar Londen en het jaar daarop, in februari, een reis naar Nederlands-Indië, alwaar hij in juni enige tijd verbleef te Tegal, bij zijn zwager resident Gérard de la Valette en zijn vrouw (zuster van Couperus) Trudy. Na de benoeming van Valette tot resident van Pasoeroean verbleven Couperus en zijn vrouw ook daar in het residentiehuis. Daar begon Couperus aan zijn roman De stille kracht; Valette's residentie stond ook model voor de residentie van de in de roman optredende Otto van Oudijck en deze, inmiddels zwaar vervallen, residentie werd in 2013 herontdekt door Bas Heijne bij het maken van zijn documentaire over Louis Couperus.[2]
In maart 1900 keerde Couperus terug naar Nederland maar vertrok in oktober samen met zijn vrouw naar Frankrijk, waar hij en zijn vrouw gingen wonen in Villa Jules, bij Nice. Hij maakte vandaar verschillende reizen naar Italië, onder meer naar Florence en Rome. In 1901 overleed zijn vriend Jan ten Brink en in oktober 1902 zijn vader John Ricus Couperus. In januari 1903 richtte Couperus, samen met Cyriel Buysse en Willem Gerard van Nouhuys, het literaire tijdschrift Groot Nederland op en in mei 1904 verkreeg uitgeverij L.J. Veen de rechten van alle tot dan toe verschenen werken van Couperus. Omdat zijn boeken indertijd slecht verkochten nam Couperus zich voor geen romans meer te schrijven. Hij vertrok in mei 1906 van Villa Jules naar Venetië en verbleef in juni te Bagni di Lucca, waar hij Giulio Lodomez ontmoette, die hij later zou laten figureren in zijn romans als Orlando. Hij bracht tevens een bezoek aan Ouida in Camaiore.
Succesvol schrijver [bewerken]
in 1908 overleed Ouida en in augustus begonnen Couperus en zijn vrouw Elisabeth Baud met een pension in Nice; Couperus schreef enige korte verhalen en begon op 27 november 1909 met een wekelijks feuilleton in Het Vaderland. In mei 1910 overleed de broer van Couperus, Frans en in december werd het pension in Nice beëindigd; Couperus ondernam tot 1912 reizen naar Italië en Sicilië. Hij maakte in 1913 een drie maanden durende reis door Spanje met Elisabeth Baud en Orlando. In september van dat jaar pleegde Johan Hendrik Ram zelfmoord en in maart 1914 won Couperus de Nieuwe Gids-prijs voor Antiek toerisme. Hij verbleef in juli 1914 een tijdje in München. Begin 1915 keerde hij terug naar 's-Gravenhage, waar hij voor het eerst optrad als voordrachtskunstenaar in kunstzaal Kleykamp te 's-Gravenhage. Hij ging aan de Hoge Wal 2 te 's-Gravenhage wonen en schreef opnieuw feuilletons voor Het Vaderland. In november bezocht hij Cyriel Buysse, waar hij Henri van Booven, zijn latere biograaf, ontmoette.
In het voorjaar van 1916 schilderde Antoon van Welie het portret van Couperus; daarnaast correspondeert Couperus met Wolter Everard Johan Kuiper over diens essay betreffende Couperus' werk. Couperus werd door Salomon Frederik van Oss aangenomen als medewerker van de Haagse Post en hield een interview met André de Ridder. In oktober 1917 vond de première plaats van een bewerking, door Elisabeth Baud, van Eline Vere; de belangrijkste actrice in het stuk was Else Mauhs. In mei 1918 overleed de zuster van Couperus, Trudy en in april 1919 overleed de neef van Couperus, François Emile Vlielander Hein, aan wie hij De Ode op had gedragen, samen met zijn echtgenote Enny Vrede, bij de ramp met het stoomschip Amstel. Datzelfde jaar overleed ook Lambertus Jacobus Veen van uitgeverij L.J. Veen.
Laatste levensjaren en dood [bewerken]
In oktober 1920 ondernam Couperus een reis naar Algiers, in juni 1921 één naar Londen en in februari 1922, als speciaal correspondent van de Haagse Post, maakte hij reizen over Sumatra, Java en Bali en logeerde aldaar (Sumatra) onder meer bij gouverneur L.C. Westenenk. In deze tijd, in 1921, werd hij gefotografeerd door de dan wereldberoemde portretfotograaf Emil Otto Hoppé. In februari werd Couperus ernstig ziek tijdens een tocht door Japan; hij lag vervolgens meerdere weken in een Japans ziekenhuis. Hij trok in maart 1923 in het huis Het Sunneke in De Steeg (Arnhemse Straatweg 13); dit huis werd betaald met geld dat door Salomon Frederik van Oss ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van Couperus was ingezameld. Deze verjaardag werd gevierd in 's-Gravenhage, waarbij Lodewijk van Deyssel een toespraak hield; Couperus werd benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en overleed in april 1923 aan een longziekte. Dat was waarschijnlijk aan een longvliesontsteking en een bloedvergiftiging. Op 19 juli vond de crematie op Westerveld plaats, de as werd later overgebracht naar Eik en Duinen
Waardering [bewerken]
Tijdens zijn leven genoot Couperus niet alleen in het Nederlandse taalgebied, maar ook daarbuiten een zekere reputatie. Zijn werk werd veelvuldig vertaald (in Duitsland met name door Else Otten, in Engeland vooral door Alexander Teixeira de Mattos[3] en in Italië door Giacomo Prampolini) en herdrukt in het buitenland. Hij kwam onder de aandacht van Oscar Wilde, die zeer te spreken was over Footsteps of Fate, de Engelse vertaling van de roman Noodlot. Couperus verkreeg bij leven de D.A. Thiemeprijs voor Eline Vere, in 1914 de Nieuwe Gids-prijs voor Antiek toerisme en in 1923 de Tollens-prijs voor zijn hele oeuvre.
Hoewel de waardering voor het werk van Couperus al tijdens zijn leven begon terug te lopen, en hij na zijn dood zelfs enige tijd in de vergetelheid leek te raken, kwamen met name zijn romans toch steeds opnieuw weer in de belangstelling. Het verschijnen van een aantal biografieën en bewerkingen van zijn boeken voor film en televisie heeft daar zeker aan bijgedragen. Bekende televisiebewerkingen zijn: De kleine zielen (een televisieserie gebaseerd op De boeken der kleine zielen), Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan en De Stille Kracht.
Het verschijnen van een uitgebreide biografie door Frédéric Bastet in 1987 zorgde ervoor dat Couperus weer volop in de belangstelling kwam te staan. In 1993 werd het Louis Couperus Genootschap opgericht om liefhebbers van het werk van Louis Couperus bijeen te brengen en wetenschappelijk onderzoek naar het leven en het oeuvre van de auteur te stimuleren. Het Genootschap brengt het tijdschrift Arabesken uit.
Diversen [bewerken]
Een naslagwerkje met feiten over de werken en het leven van Couperus is:
- Tijdladder Louis Couperus. Een chronologische overzicht van zijn leven en werk, 2003 (Uitgave ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het Louis Couperus Genootschap, ook op de website van het Louis Couperus Genootschap)
Het Louis Couperus Genootschap draagt bij aan de studie van de schrijver door de uitgave van:
- Arabesken. Tijdschrift van het Louis Couperus Genootschap (2000-). (Dit is het tijdschrift van het genootschap dat twee keer per jaar verschijnt en een voortzetting van: Nieuwsbulletin Louis Couperus Genootschap (1993-1999).)
- Couperus Cahiers (Dit zijn meer uitgebreide publicaties die onregelmatig verschijnen; tot nu toe, tussen 1995 en 2011, verschenen er 12 van deze cahiers.)
Het Louis Couperus Museum draagt bij aan de studie van Couperus door de organisatie van twee tentoonstellingen per jaar die altijd gepaard gaan met een bijbehorende publicatie.
In 2006 verscheen een overzicht van de bibliofiele uitgaven van en over Louis Couperus:
- Arnold Pippel & Menno Voskuil, Het boek van adel. Bibliofiele uitgaven van en over Louis Couperus : 1919-2006, 2006
De belangrijkste collectie van en over Louis Couperus, die in 2006 door het rijk werd aangekocht, werd bijeengebracht door Jan Eekhof
Trivia [bewerken]
- De vader van Couperus, John Ricus Couperus, liet in 1884 aan de Surinamestraat 20 een huis bouwen, waar het gezin later ging wonen. Het huis bevat nog de marmeren en parketvloeren waarover de gevierde romancier heeft gelopen. Ook de originele plafonds, houten lambriseringen, glas-in-loodramen en een 'authentieke wc' zitten er nog in. Er is tevens nog een 'dienkeuken met originele servieskast'. In 2007 werd dit huis aan de Surinamestraat 20 te koop aangeboden. Op initiatief van de econoom Arnold Heertje en met steun van schrijfster Hella Haasse en de dichter Anton Korteweg werd een stichting opgericht die vergeefs geprobeerd heeft het pand te kopen en in te richten tot Louis Couperus Huis. Het huidige Louis Couperus Museum, opgericht op initiatief van Caroline de Westenholz, bevindt zich sinds 1996 op het adres Javastraat 17 in Den Haag.
- Couperus schreef in de Surinamestraat 20 zijn debuutroman Eline Vere in de achterkamer op de eerste verdieping. Eline Vere verscheen in 1887-1888 als feuilleton in het dagblad Het Vaderland en op 3 maart 1889 als boek. Al op die eerste dag van verschijnen stond in het Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage het eerste deel van een positieve recensie, geschreven door zijn stadgenoot Frederik van Hogendorp (1843-1889). Die ging ook in op de (hogere) kringen waarin het boek speelde, kringen die Van Hogendorp, als zoon van het Tweede Kamerlid Frederik van Hogendorp (1802-1872) en een grootmeesteres van koningin Emma, goed gekend moet hebben. Het boek was direct een groot succes en tot Couperus' overlijden verschenen 9 drukken. Hij had toen al twee dichtbundels gepubliceerd die vrijwel onopgemerkt bleven. Willem Kloos schreef een zeer negatieve recensie over zijn gedichten, waarin hij Couperus aanried zijn heil elders te zoeken dan in de dichtkunst.
- Het Louis Couperus Genootschap heeft het jaar 2013 uitgeroepen tot Louis Couperus Jubileumjaar. De 150ste geboortedag van Louis Couperus op 10 juni 2013 is aanleiding om Louis Couperus (opnieuw) onder de aandacht van de lezer te brengen. Op het programma staan onder meer een symposium over de taal van Couperus, een tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden over Couperus en de klassieke oudheid, een expositie in het SieboldHuis over Couperus en Japan, de uitreiking van de Louis Couperus Scriptieprijs en de doop van een speciaal gekweekte roos (de Rosa Couperus). In Couperus' geboortestad Den Haag zijn twee exposities te zien en in De Steeg, waar hij overleed, zijn ook allerlei activiteiten. Door het hele land zijn er speciale theatervoorstellingen, exposities, muziek, lezingen, boeken en films.
Bibliografie [bewerken]
Eerste gedrukte uitgaven [bewerken]
Dit is een lijst van de uitgaven in boekvorm van het werk van Couperus.
- 1884 - Een lent van vaerzen (gedichten)
- 1885 - De schoone slaapster in het bosch. Sprookje in twee bedrijven en zes tafereelen voor zang en piano
- 1886 - Orchideeën (gedichten)
- 1889 - Eline Vere. Een Haagsche roman
- 1890 - Noodlot
- 1892 - Extaze. Een boek van geluk
- 1892 - Eene illuzie
- 1893 - Majesteit
- 1894 - Reis-impressies
- 1895 - Wereldvrede
- 1895 - Williswinde
- 1896 - Hooge troeven
- 1896 - De verzoeking van den H. Antonius. Naar Gustave Flaubert. Fragmenten
- 1897 - Metamorfose
- 1898 - Psyche
- 1899 - Fidessa
- 1900 - Langs lijnen van geleidelijkheid
- 1900 - De stille kracht
- 1901 - Babel
- 1901 - De boeken der kleine zielen. De kleine zielen
- 1902 - De boeken der kleine zielen. Het late leven
- 1902 - De boeken der kleine zielen. Zielenschemering
- 1903 - De boeken der kleine zielen. Het heilige weten
- 1902 - Over lichtende drempels
- 1903 - God en goden
- 1904 - Dionyzos
- 1905 - De berg van licht
- 1906 - Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan ...
- 1908 - Aan den weg der vreugde
- 1910 - Van en over mijzelf en anderen. Eerste bundel
- 1911 - Antieke verhalen. Van goden en keizers, van dichters en hetaeren
- 1911 - Korte arabesken
- 1911 - Antiek toerisme. Roman uit Oud-Egypte
- 1911 - De zwaluwen neêr gestreken...
- 1912 - Schimmen van schoonheid
- 1912 - Uit blanke steden onder blauwe lucht. Eerste bundel
- 1913 - Uit blanke steden onder blauwe lucht. Tweede bundel
- 1913 - Herakles
- 1914 - Van en over mijzelf en anderen. Tweede bundel
- 1915 - Van en over alles en iedereen
- 1915 - De ongelukkige
- 1916 - De tweelingbroeders. Jambische bewerking van Plautus' Menaechmi
- 1916 - Van en over mijzelf en anderen. Derde bundel
- 1917 - Van en over mijzelf en anderen. Vierde bundel
- 1917 - De komedianten
- 1917 - Jan en Florence
- 1917 - Wreede portretten
- 1918 - Der dingen ziel
- 1918 - Brieven van den nutteloozen toeschouwer
- 1918 - Legende, mythe en fantazie
- 1918 - De verliefde ezel
- 1919 - De betooveraar
- 1919 - Elyata
- 1919 - De ode
- 1919 - Xerxes of de hoogmoed
- 1920 - Iskander. De roman van Alexander den Groote
- 1920 - Lucrezia
- 1921 - Met Louis Couperus in Afrika
- [1922] - De ring en de prins
- 1923 - Oostwaarts
- 1923 - De oude trofime
- 1923 - Proza. Eerste bundel
- 1923 - Het zwevende schaakbord
- 1924 - Proza. Tweede bundel
- 1924 - Het snoer der ontferming en Japansche legenden
- 1925 - Nippon
- 1925 - Proza. Derde bundel
- 1931 - Romantisch avontuur
- 1945 - Il Mago
- 1957 - De binocle
- 1959 - De naumachie
- 1972 - Via Appia
- 1973 - De tooveressen. Tweede idylle van Theokritos
- 1975 - Nagelaten werk
- 1976 - Endymion
- 1976 - Sabijnsche-maagdenroof
- 1978 - Kindersouvenirs
- 1979 - Een Hagenaar terug in Den Haag
- 1979 - Herinneringen aan de lente
- 1979 - Kinderkamer
- 1979 - De nachten
- 1979 - De vonk
- 1980 - Een ster
- 1980 - Toen ik een kleine jongen was...
- 1980 - Een zieltje
- 1980 - Zijn aangenomen zoon. Een fragment
Een uitputtend overzicht van alle eerste én volgende drukken van Couperus (inclusief verwijzing naar eerste publicaties in kranten en tijdschriften en (verblijfplaatsen van) handschriften) geeft:
- Marijke Stapert-Eggen, Repertorium Louis Couperus, 1992 en 1997² (3 delen: bibliografie van het primaire werk van Louis Couperus)
Verzamelde werken [bewerken]
Tussen 1952 en 1957 verscheen de Verzamelde werken in een twaalfdelige uitgave; door de gehanteerde editietechniek (met name de gehanteerde spelling en de keuze van de teksten), was deze uitgave meteen omstreden. De gesubsidieerde uitgave kon ondanks de zogenaamde Couperus-rel niet worden tegengehouden. In 1975 verscheen van deze uitgave zelfs nog een tweede druk. Bij gebrek aan 'beter' is in publicaties tussen 1952 en 1996 veel naar deze uitgave verwezen. De Verzamelde werken bestaan uit de volgende delen:
- Jeugdwerk; Eline Vere; Novellen (1953)
- Noodlot; Extase; Majesteit; Wereldvrede; Hoge troeven (1953)
- Metamorfose; Psyche; Fidessa; Langs lijnen van geleidelijkheid (1953)
- De stille kracht; Babel; Novellen; De zonen der zon; Jahve; Dionysos (1953)
- De boeken der kleine zielen (1952)
- Van oude mensen de dingen die voorbijgaan; De berg van licht (1952)
- Aan de weg der vreugde; Antiek toerisme; Verhalen en arabesken (1954)
- Herakles; Verhalen en dagboekbladen; Uit blanke steden onder blauwe lucht (1956)
- Lucrezia; De ongelukkige; Legenden en portretten (1956)
- De komedianten; De verliefde ezel; Het zwevende schaakbord (1955)
- Xerxes; Iskander (1954)
- Verhalen (1957)
Volledige Werken [bewerken]
Tussen 1987-1996 verscheen er een uitgave van de Volledige Werken Louis Couperus in 50 delen die nu als de standaard-uitgave geldt, gebaseerd op de actueelste editietechniek en onder auspiciën van het Bureau Basisvoorziening Tekstedities der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, vanaf 1993 onder auspiciën van de Afdeling Neerlandica van het Constantijn Huygens Instituut der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. De Volledige Werken Louis Couperus bestaat uit de volgende delen:
- Een lent van vaerzen (1988)
- Orchideeën. Een bundel poëzie en proza (1989)
- Eline Vere. Een Haagsche roman (1987)
- Noodlot (1990)
- Extaze. Een boek van geluk (1990)
- Eene illuzie (1988)
- Majesteit (1991)
- Reis-impressies (1988)
- Wereldvrede (1991)
- Williswinde (1990)
- Hooge troeven (1991)
- De verzoeking van den H. Antonius (1992)
- Metamorfoze (1988)
- Psyche (1992)
- Fidessa (1992)
- Langs lijnen van geleidelijkheid (1989)
- De stille kracht (1989)
- Babel (1993)
- De boeken der kleine zielen. I en II (1991)
- De boeken der kleine zielen. III en IV (1991)
- Over lichtende drempels (1993)
- God en goden (1989)
- Dionyzos (1988)
- De berg van licht (1993)
- Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan... (1988)
- Aan den weg der vreugde (1989)
- Van en over mijzelf en anderen (1989)
- Antieke verhalen. Van goden en keizers, van dichters en hetaeren (1993)
- Korte arabesken (1990)
- Antiek toerisme. Roman uit Oud-Egypte (1987)
- De zwaluwen neêr gestreken... (1993)
- Schimmen van schoonheid (1991)
- Uit blanke steden onder blauwe lucht (1994)
- Herakles (1994)
- Van en over alles en iedereen (1990)
- De ongelukkige (1994)
- De komedianten (1992)
- Legende, mythe en fantazie (1994)
- De verliefde ezel (1994)
- De ode (1990)
- Xerxes, of De hoogmoed (1993)
- Iskander. De roman van Alexander den Groote (1995)
- Met Louis Couperus in Afrika (1995)
- Het zwevende schaakbord (1994)
- Oostwaarts (1992)
- Proza. Eerste bundel (1995)
- Het snoer der ontferming. Japansche legenden (1995)
- Nippon (1992)
- Ongebundeld werk (1996)
- Ongepubliceerd werk (1996)
Gepubliceerde brieven [bewerken]
In 1963 verscheen er een speciaal nummer van het tijdschrift Maatstaf waarin een groot aantal (fragmenten van) brieven werd gepubliceerd:
- 1963 - Louis Couperus als briefschrijver
De belangrijkste brievencollectie die daarna werd gepubliceerd was die aan zijn uitgever, L.J. Veen, bezorgd door de biograaf Frédéric Bastet in twee delen:
- 1977 - Brieven van Louis Couperus aan zijn uitgever (Waarde heer Veen en Amice)
Deze werd aangevuld nadat ook de brieven van Veen aan Couperus werden ontdekt:
- 1987 - Louis Couperus en L.J. Veen. Bloemlezing uit hun correspondentie ISBN 90-204-2686-9
Daarnaast werden nog gepubliceerd:
- 1961 - Couperus en de Oudheid [een opstel van W.E.J. Kuiper, en enkele brieven van Couperus]
- 1987 - 'Waarde Van Oss'. Een onbekende brief van Louis Couperus ISBN 90-6481-993-9
- 1996 - Een excellentie en een freule. Brieven van Louis Couperus in de nalatenschap van Albert Vogel
- 2003 - Sempre il tuo. De brieven van Louis Couperus aan de familie Van Blijenburgh-Böhtlingk
- 2003 - Dear sir. Brieven van het echtpaar Couperus aan Oscar Wilde ISBN 90-807314-2-0
- 2006 - Hartelijk dank! Louis Couperus aan dr. J.R. Bos
- 2009 - Drie kattebelletjes van Louis Couperus uit 1892
Daarnaast verschenen tientallen brieven niet als zelfstandige uitgaven maar in andere publicaties (zoals in de biografie van Henri van Booven of de studie van Karel Reijnders), of in tijdschriften als Arabesken of De Parelduiker.[4]
Handschriften [bewerken]
De meeste handschriften (brieven worden hier niet onder begrepen) bevinden zich in de Koninklijke Bibliotheek of in het Nederlands Letterkundig Museum te Den Haag. Een zeer klein aantal handschriften bevindt zich nog in particulier bezit, hoeveel is onduidelijk. Zo werd in 2005 nog het handschrift De oermensch en de complicatie der dingen aangeboden op de veiling van de nalatenschap van Boudewijn Büch. Nog recenter, in oktober 2010, ging een handschrift uit particulier bezit (namelijk van verzamelaar Pieter Berend Oudemans, 1960-2005), Elyata, over naar de openbare collectie van Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek te Deventer. Deze bibliotheek suggereerde ten onrechte in het bijgaande persbericht dat het hier zou gaan om het laatste handschrift van Couperus in particulier bezit.
Louis Couperus in vertaling [bewerken]
Werk van Couperus is al vroeg en veel vertaald. Met name de bibliograaf Ronald Breugelmans heeft veel onderzoek gedaan naar vertalingen van Couperus' werk. Dit resulteerde in 1989 in diens publicatie Louis Couperus in den vreemde waarvan in 2008 een uitgebreide en herziene druk verscheen, onder andere met daarin de brieven van Couperus aan de vertaler Alexander Teixeira de Mattos (1865-1921). In Breugelmans' publicaties zijn alle bekende vertalingen van Couperus' werk opgenomen:
- 1989 - Louis Couperus in den vreemde. Een lijst van zijn afzonderlijk verschenen vertalingen ISBN 90-6908-002-8
- 2008² - Louis Couperus in den vreemde
Over Louis Couperus [bewerken]
Biografieën [bewerken]
Over Couperus verscheen een aantal biografieën waarvan die van Frédéric Bastet de belangrijkste zijn.
- Frédéric Bastet, Louis Couperus. Een biografie, 1987 ISBN 90-214-5136-0
- Frédéric Bastet, De wereld van Louis Couperus, 1991 ISBN 90-214-5144-1
- Henri van Booven, Leven en werken van Louis Couperus, 1933 (2e druk: 1981)
- H.W. van Tricht, Louis Couperus. Een verkenning, 1960
- Albert Vogel, De man met de orchidee. Het levensverhaal van Louis Couperus, cop. 1973 (2e, herziene druk onder de titel: Louis Couperus, 1980)
Studies [bewerken]
Daarnaast is een groot aantal studies verschenen over leven en/of werk van Couperus. Een selectie:
- Frédéric Bastet, Al die verloren paradijzen... Van en over Louis Couperus, 2001 ISBN 90-214-5264-2 (Uitgave ter gelegenheid van de vijfenzeventigste verjaardag van de auteur. Bundel eerder verschenen opstellen, herzien en van noten voorzien)
- Wouter Blok, Verhaal en lezer. Een onderzoek naar enige structuuraspecten van "Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan" van Louis Couperus, 1960 (Proefschrift)
- Theo Bogaerts, De antieke wereld van Louis Couperus, 1969
- José Buschman, Een dandy in de Oriënt. Louis Couperus in Afrika, 2009 ISBN 978-90-5937-140-8
- Luc Dirikx, Louis Couperus en het decadentisme. Een thematologische confrontatie, 1993 ISBN 90-72474-12-0 (Proefschrift)
- Marc Galle, Van gedroomd minnen tot ons dwaze bestaan. Het noodlot in het werk van Louis Couperus, cop. 1973
- Maarten Klein, Louis Couperus & Pier Pander. Teksten voor en over de beeldhouwer Pier Pander, 1985
- Maarten Klein, Noodlot en wederkeer. De betekenis van de filosofie in het werk van Louis Couperus, cop. 2000 ISBN 90-423-0109-0
- Jeannette Ernestine Koch, De koningsromans van Louis Couperus. Achtergronden, 1989 (Proefschrift)
- W.J. Lukkenaer, 'De komedianten' van Couperus, 1995 ISBN 90-802290-1-6
- Wilhelmus Johannes Lukkenaer, De omrankte staf. Couperus' antieke werk, deel 1: Van 'Dionysos' t/m 'Herakles' , cop. 1989 (Proefschrift)
- K.J. Popma, Beschouwingen over het werk van Louis Couperus (1863-1923), 1968
- Karel Reijnders, Couperus bij Van Deyssel. Een chronische konfrontatie in beschouwingen, brieven en notities, 1968 (Proefschrift) ISBN 90-253-5504-8
- Paul Snijders, Jhr. J. H. Ram. Indirect licht op Louis Couperus, 1983
- Marijke Stapert-Eggen, Repertorium Louis Couperus, 1992 (3 delen: bibliografie van het primaire werk van Louis Couperus)
- Elizabeth Visser, Couperus, Grieken en barbaren, 1969
- H.T.M. van Vliet, Eenheid in verscheidenheid. Over de werkwijze van Louis Couperus, 1996 ISBN 90-254-0827-3
- H.T.M. van Vliet, Met Louis Couperus op tournee. Voordrachten uit eigen werk 1915-1923 in recensies, brieven en andere documenten, 1998 ISBN 90-73978-94-7
Zie ook [bewerken]
Externe links [bewerken]
- Klein filmpje van You Tube, gefilmd op Couperus' laatste verjaardag
- Louis Couperus Museum - Den Haag
- Louis Couperus Genootschap
- Louis Couperus Genootschap - Database Secundaire Literatuur
- Biografieën, werken en teksten bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (dbnl)
- Nederlandse klassieke literatuur in elektronische edities door Laurens Coster
- Interviews met schrijvers over Louis Couperus
- Werken van Louis Couperus in Project Gutenberg
- Werken van Louis Couperus op Librivox (Vrij beschikbare luisterboeken en ebook)
- Virtual International Authority File (VIAF): 27062908
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Zie de categorie Louis Couperus van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
| Meer bronnen die bij deze auteur horen, kan men vinden op de pagina Louis Couperus op de Nederlandstalige Wikisource. |
