Jan Toorop

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Toorop op latere leeftijd
Zelfportret, 1927
O grave, where is thy Victory, 1892
De jonge generatie, 1892

Johannes Theodorus (Jan) Toorop, ook: Jean Theodor Toorop, (Poerworedjo, 20 december 1858Den Haag, 3 maart 1928)[1] was de belangrijkste Nederlandse kunstschilder van het symbolisme. Zijn werk evolueerde echter tot deze stijl langs zijn debuterend impressionisme, waarin hij het licht in kleur bracht, en zijn daaropvolgend divisionisme. Jan Toorop is de vader van Charley Toorop, de grootvader van de kunstenaar Edgar Fernhout en de cineast John Fernhout en de overgrootvader van Rik Fernhout - vier generaties kunstenaars.

Levensloop[bewerken]

Jan Toorop werd geboren in Poerworedjo (nu Purworejo) op Midden-Java. Jan Toorop's vader Christoffel Theodoor Toorop (Pekalongan, 3 december 1827 - Buitenzorg, 6 november 1887) was griffier bij de landraad Bagelen in Nederlands-Indië. Zijn moeder Maria Magdalena Cooke, geboren in Pasuruan op 21 juli 1837, en overleden in Buitenzorg op 2 juni 1892, was de dochter van de Engelse zeekapitein Edward Cooke en Maria Magdalena Wohlseifer, vermoedelijk van gemengde afkomst. In 1863 verhuisde de familie naar het eiland Banka waar zijn moeder geboren was; vader Toorop werd daar administrateur bij een tinmijn.

Na anderhalf jaar school in Batavia vertrok Jan naar Nederland om daar een betere opleiding te krijgen, terwijl zijn familie achterbleef in Nederlands-Indië. In 1869 ging hij naar Leiden in Nederland. In 1874 was hij op de HBS in Winterswijk. In 1875 volgde hij lessen bij H.J. Van der Weele in Den Haag. Daarna vertrok hij naar Delft waar hij een studie van 1876 tot 1878 volgde aan de Polytechnische School. Oorspronkelijk was zijn opvoeding op het commerciële gericht, maar zijn artistieke belangstelling bracht hem naar de Rijksacademie van Beeldende Kunsten Amsterdam, van 1880 tot 1882, onder leiding van August Allebé, en toen naar de Academie voor Schone Kunsten in Brussel, onder leiding van Jean-François Portaels.

Zijn verblijf in 1883 te Brussel zou positief bepalend worden voor zijn kunstenaarsvorming. Te Machelen deelde hij een tijdlang een atelier met de symbolistische schilder William Degouve de Nuncques. Hij maakte kennis met de letterkundigen Emile Verhaeren en Maurice Maeterlinck en dompelde zich onder in het kunstzinnige avant-gardistische milieu, dat gedomineerd werd door James Ensor en Fernand Khnopff. In 1884 en 1885 maakte hij reizen naar Frankrijk en Engeland. Hij werd in 1885 al opgenomen als lid in de progressistische groep Les XX van Octave Maus.

Met zijn vriend Ensor trok hij naar Parijs en kwam er onder indruk van het pointillisme van Georges Seurat en Paul Signac. Met Verhaeren reisde hij naar Londen in 1884 en 1886. Daar werd hij getroffen door het werk van de impressionist James McNeill Whistler. In 1886 trouwt hij met Annie Hall die hij al eerder had ontmoet. In 1887 wonen zij kort in Amerongen. In 1888 en 1889 wonen zij in Engeland. In 1890 introduceerde hij Johan Thorn Prikker in de Belgische Kunstacademie Les XX.

Toorop ging in Nederland zijn "lineair idealisme" ontwikkelen, als belangrijk symbolist, in een religieus gerichte art-nouveaustijl. In 1894 maakte hij een lithografie voor de NOF ter promotie van de Delftsche Slaolie, waarin de jugendstil heel sterk tot uitdrukking kwam. Door de bekendheid van deze litho werd art nouveau in Nederland ook wel slaoliestijl genoemd. Van 1890 tot 1892 en van 1899 tot 1904 woonde hij in Katwijk aan Zee. Hier maakte hij onder andere De Zee (Rijksmuseum Amsterdam). In Katwijk werd in 1891 zijn dochter Charley Toorop geboren.

In 1902-1903 besteedde Toorop veel tijd aan zijn kunstwerken in de nieuwe koopmansbeurs van Amsterdam, het gesamtkunstwerk ontworpen door H.P. Berlage, tegenwoordig de Beurs van Berlage. In de hoofdingang van de Beurs ontwierp Toorop de drie grote tegeltableaus "Verleden, Heden en Toekomst". Ook voor de Graanbeurszaal en de Effectenbeurszaal maakte hij tegeltableaus. Alle werken in de Beurs hebben ideële thema's zoals de emancipatie van vrouwen en de verheffing van arbeiders. Soms wordt een frappante spanning tussen deze symboliek en de kapitalistische functie van de Beurs geconstateerd. In het Beurs van Berlage Café in de oude hoofdingang aan het Beursplein is dit nog dagelijks te ervaren.

In het eind van de 19e eeuw (in 1897) woonde Toorop in een klein huisje op de Markt in Domburg, op Walcheren. Hij werkte samen met een groep bevriende schilders, onder wie Marinus Zwart en Piet Mondriaan. Van een gezamenlijk streven of een gemeenschappelijke stijl was geen sprake. Ieder volgde zijn individuele persoonlijkheid, maar wel zochten ze hun inspiratie onder "het Zeeuwse Licht", in het duinlandschap, de bossen, en de karakteristieke Zeeuwse bevolking. Toorop was er het middelpunt van. Hij zou Domburg 20 jaar lang met een bezoek vereren.

Na Domburg woonde de familie van 1904 tot 1907 in Amsterdam en daar gaat hij landschappen en portretten in een forsere stijl schilderen. Toorop wordt daar voorzitter van de Moderne Kunstkring. Hij woonde daarna ook op verschillende adressen in Den Haag maar verhuist in 1908 naar Nijmegen tot 1916 waar hij veel van zijn religieus werk zou vervaardigen. In die periode maakt hij kennis met Miek Janssen die een belangrijke rol in zijn leven zou gaan spelen. Daarna gaat hij weer terug naar Den Haag waar hij op 69-jarige leeftijd in 1928 zou overlijden na jarenlang in een invalidenwagen te hebben gereden.

Annie Hall en Jan Toorop[bewerken]

Op 1 juni 1886 trad Jan Toorop in het huwelijk met Annie Josephine Hall, dochter van James Hall en Annie Wood, geboren in het Ierse Sligo op 28 maart 1860, overleden in Den Haag op 10 januari 1929. Toorop leerde haar in 1884 kennen, toen hij in België in Machelen woonde. Zij correspondeerden met elkaar en in 1885 reisde Toorop naar Londen en naar het landgoed Kenley in Surrey om haar familie te treffen. Na hun huwelijk kregen Jan en Annie in november 1887 een dochter, Mary Ann, die kort na de geboorte stierf. In 1891 werd opnieuw een dochter geboren, met voluit de voornamen Annie Caroline Pontifex maar later de naam Charley Toorop zou gebruiken. In 1902 schreef Toorop een brief aan zijn echtgenote, met het voorstel te scheiden, maar zij weigerde. Daar Jan Toorop enkele jaren later tot het katholieke geloof overging, sloot dat een echtscheiding verder uit. Uiteindelijk zou Annie hem tien maanden overleven.

Miek Janssen en Jan Toorop[bewerken]

In 1912 bracht de te Oosterbeek woonachtige schilderes en letterkundige Miek Janssen (1890-1953) Toorop een bezoek in zijn Nijmeegse atelier en dit bleek de start van een relatie. Zij was dichteres en een diepgelovige katholiek, die alles voor de kunst van Toorop over had, veel over hem publiceerde. Zij stond model voor een aantal van Toorops tekeningen en op de kruiswegstaties voor de Sint-Bernulphuskerk te Oosterbeek. In het begin was er sprake van een meester-leerling-verhouding. Maar Toorop werd sterk door haar geïnspireerd vanuit een mystiek-katholieke achtergrond en had waardering voor haar gedichten en vatte uiteindelijk een vaderlijke liefde - hij was 32 jaar ouder - voor haar op.

Mieks vader was de eigenaar van het bekende hotel Schoonoord in Oosterbeek, Toorop heeft daar verschillende keren met haar gelogeerd. Hij illustreerde trouw de door haar geschreven dichtbundels. Zo vervaardigde hij voor haar dichtbundels Aan den einder (1915), Aan den bron (1916), Schaduw van den toren (1918) het spel De wroeging (1922), Jan Toorop's Kruiswegstaties - St.Bernulphuskerk (1922) en haar andere boekwerkjes illustraties en het bandontwerp. In Aan den einder werd ook als frontispice nog een portret opgenomen. Het was niet de enige keer dat hij haar schilderde. Zo maakte hij in 1914 en 1915 twee portretstudies van haar en in de verschillende versies van La Belgique sanglante uit 1914 waarin hij zichzelf naast Miek afbeeldde, zij heeft waarschijnlijk ook geposeerd voor het uit datzelfde jaar daterende Het heilige schreed. Bij een bepaalde tekening schreef hij aan mijn liefste Miek / je Olof (…). Olof was een door Miek gebruikte koosnaam voor Jan Toorop. Eronder noteerde hij opnieuw het monogram, opgebouwd uit de ‘O’ en de ‘M’. Toorops vrouw Annie Hall, zag de vriendschap van het tweetal niet zitten. Toorops huwelijk was slecht en zijn gezondheid werd steeds beroerder; Miek Janssen was tot zijn dood in 1928 een steun en toeverlaat voor hem.

Jan Toorop en zijn Indische achtergrond[bewerken]

Jan Toorop had een donkere huidskleur en kwam er openlijk voor uit dat hij van gemengd bloed was, een Indo in ons taalgebruik. Op het eiland Banka, waar hij  met ouders, broer en zusters woonde, ging hij samen met zijn vader vaak het oerwoud in. Daar kwam hij in contact met de wilde en geheimzinnige natuur. Uit deze ervaringen is zijn grondtoon voor zijn symbolische werken geboren. Jan vermengde in zijn symboliek invloeden van het westen in combinatie met die van het oosten (wayang-achtige figuren in fijne scherpe penseellijnen op doek en papier gezet). Toorop was een entertainer: Hij kon boeiend vertellen en was virtuoos op de piano. Hij was beminnelijk, goedlachs, zachtmoedig. Iedereen mocht hem graag en hij was overal welkom. Hij zocht zijn zuster, die weduwe was en in Haarlem woonde vaak op, dan speelde hij met zijn vier neefjes. Oom Jan speelde piano, terwijl zijn zuster in de keuken zijn lievelingsgerecht klaarmaakte; Nasi-goreng met veel sambal. Jan was kosmopoliet in hart en nieren, maar hij bleef zijn Indo-achtergrond trouw. (Bron: Genealogie geslacht Toorop)

Werken[bewerken]

Het Kotje van Toorop was oorspronkelijk een houten paviljoentje in de duinen, op initiatief van Toorop in 1912 opgetrokken en bedoeld om er exposities te organiseren voor de badgasten. Vijftien schilders hielden er een spraakmakende expositie met 82 schilderijen, aquarellen en tekeningen. Het Kotje bezweek echter binnen het jaar onder een storm. Een steviger constructie hield het evenmin uit. Nu is Het Kotje, aangepast door architect Cees Stam, opgetrokken in het centrum van Domburg en het wordt genoemd naar de bekende kunstverzamelaarster Marie Tak van Poortvliet.

Toorop werkte ook als boekbandontwerper, onder meer voor uitgever L.J. Veen met zijn fraaie art-nouveau-banden voor boeken van Louis Couperus, voorbeelden staan op deze pagina.

Omheen Het kotje van Toorop vinden we zijn dochter Charley Toorop, Piet Mondriaan, Henri Le Fauconnier, Ferdinand Hart Nibbrig, Lodewijk Schelfhout en Jacoba van Heemskerck.

Werk in openbare collecties (selectie)[bewerken]

Van 7 oktober 2006 t/m 7 januari 2007 was er de tentoonstelling Toorop in Wenen: Inspiratie voor Klimt in het Gemeentemuseum Den Haag over de wederzijdse beïnvloeding van Jan Toorop en de kunstschilder Gustav Klimt.[4]

Toorop gezien door anderen[bewerken]

Trivia[bewerken]

  • In Bergen N.H. is de Jan Tooropweg, zijstraat van de Buerweg. Buerweg 19 is het nog bestaande huis, De Vlerken genaamd, van Charley Toorop, de dochter van Jan Toorop.
  • Aan de buitengevel van de nieuwe zaal van Museum Kranenburgh in Bergen (NH) hangt een bronzen kop van Jan Toorop, gemaakt door John Rädecker.
  • Op de oprijlaan van Museum Kranenburgh in Bergen (Noord-Holland) staat een stenen beeld van J.C.Altorf voorstellende Jan Toorop, dit beeld naar een ontwerp uit 1925 is in 1951 ter gelegenheid van de 60e verjaardag van Charley Toorop door de kunstverzamelaar S.J.Sala geschonken aan het gemeentebestuur van Bergen. Bronzen uitvoeringen uit 1925 van dit beeld zijn te zien in resp. Museum Kroller-Muller en Museum de Fundatie.
  • In Museum Boijmans van Beuningen hangt het schilderij De drie generaties van Charley Toorop. Hierop zijn Jan Toorop (geschilderde portretbuste), Charley Toorop zelf en haar zoon Edgar Fernhout te zien.
  • In Den Haag is de Van Merlenstraat, een mooie statige straat in het Regentessekwartier. Jan Toorop heeft op nummer 124 gewoond en gewerkt van 1916 tot aan zijn dood in 1928. Het huis bestaat nog altijd.
  • In Den Haag staat een monument voor Jan Toorop op de hoek van de Jacob Catslaan en de Buitenrustweg. Het is gemaakt door John Rädecker.
  • Op 29 november 2005 werd een recordbedrag neergelegd voor zijn 'Portret van mevrouw M.J. de Lange'. Het schilderij werd bij Christie's geveild voor €818.400.
  • Jan Toorop is lid geweest van Kunstenaarsvereniging Sint Lucas.
  • Toorop ontwierp in 1923 een tweetal postzegels met toeslag in de stijl van het symbolisme. Deze zijn onder filatelisten bekend als de Tooropzegels.
  • De Franse decadente schrijver Jean Lorrain had grote bewondering voor Toorops werk, zoals bijvoorbeeld blijkt uit zijn roman Monsieur de Phocas (1901).
  • Van 1899 tot 1904 woonde hij in Katwijk aan Zee, waarvan de laatste periode aan de Hogeweg 1, 'Ons Prinsesje', gemeentelijk monument nr. 10. Op honderd meter afstand staat tegenwoordig een borstbeeld van hem, aan de Voorstraat.

Zie ook[bewerken]

Literatuur (selectie)[bewerken]

  • Victorine Hefting, Jan Toorop. 1858-1928. 2 delen. Den Haag, Haags Gemeentemuseum, 1989. Catalogus.
  • F. Leidelmeijer en D. van der Cingel, Art Nouveau en Art Deco in Nederland: verzamelobjecten uit de vernieuwingen in de kunstnijverheid van 1880-1940, Amsterdam 1983, p. 39-42
  • Julius de Boer, Jan Toorop, L.J. Veen, Amsterdam 1911
  • Miek Janssen, Jan Toorop, Amsterdam ca. 1915
  • Miek Janssen, Jan Toorop, Onze Kunst dl. 28 (juli 1915), p. 1-40
  • Toorop nummer van Wendingen, maandblad voor bouwen en sieren van Architectura et Amicitia, jaargang 1 no. 12 December 1918. Diverse auteurs (omslag door Willem van Konijnenburg) met 57 afbeeldingen.
  • B.H. Molkenboer, De Kruisweg van Toorop, De Beiaard 3 (dec. 1918), p. 273-301
  • Miek Janssen, Schets over het leven en enkele werken van Toorop, Amsterdam (1920)
  • Miek Janssen, Jan Toorop's kruiswegstaties. St. Bernulphuskerk te Oosterbeek, L.J. Veen, Amsterdam (1922), 47 bladen
  • J. Cruce Kerkhof, Toorop, Gildeboek 9 (1926), p. 60-63
  • Miek Janssen, Herinneringen aan Jan Toorop, Amsterdam 1933 (cf. in: Opgang 12 (1932), p. 285-286)
  • Miek Janssen, Toorop bij Hugo Verriest en Stijn Streuvels te Ingoyghem (1913), Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift 42 (1932), p. 106-109
  • J.C. van Schagen, Herinneringen aan Jan Toorop en zijn werk, Zeeuws Tijdschrift 12 (1962) 5, p. 125-129
  • Catalogus tentoonstelling Jan Toorop. De Nijmeegse Jaren 1908-1916, Nijmegen (Commanderie van Sint Jan) 1978
  • J.W.C. van Campen, 'Over vrienden en relaties van Toorop in zijn Nijmeegse tijd', Numaga 27 (1980) 3, p. 69-89
  • Catalogus tentoonstelling. Jan Toorops Kruisweg, Oosterbeek (Sint-Bernulphuskerk)
  • R. Siebelhoff en A.J. Sleyster, Jan Toorop in Katwijk aan Zee, Katwijk 1985
  • A.H. Huussen, Jan Toorop en de dichteres-schilderes Miek Janssen, Juffrouw Ida 12 (1986), p. 1-3
  • P.-L. Mathieu, The Symbolist Generation 1870-1910, Genève/New York 1990, p. 136-139
  • A. de Visser, Jan Toorop, Arnhem 1991
  • I. Gerards, Jan Toorops beeld van de vrouw, Kunstschrift 1994, nr. 5, p.
  • L. Heyting, Het kotje van Toorop. Domburgse schilders op een tentoonstelling uit 1912, Cultureel supplement NRC Handelsblad 23-9-1994, p. 3
  • Plasschaert, Een bezoek bij Jan Toorop in den zomer van 1921, te Domburg, Kunstwerk 7 (1995), p. 34-37 (n.a.v. de tent: Sporen van een leven Jan Toorop in Slot Zeist, Slot Zeist)
  • M. Jager, Een feilloze hand van tekenen. Onbekende werken van Jan Toorop in Slot Zeist, Studio 2000 magazine 5 (1996) 1, p. 8-11
  • J. de Vries, Jan Toorop, schilder voor de gemeenschap, in: H. Beliën, M. Bossenbroek en G.J. van Setten, In de vaart der volken. Nederlanders rond 1900. Uitgeverij Prometheus, 1998
  • I.W.L. Moerman, De Katwijkse jaren van Jan Toorop, Leids Jaarboekje 91 (1999), p. 196-203
  • F. van Vloten, Tussenstation Wenen. Jan Toorop van Katwijk naar Domburg, Zeeuws Tijdschrift 49 (1999), p. 12-21
  • H. Kraaij, Een feest van herinnering. Domburg en de kunstkolonie van Jan Toorop en zijn kring, Studio 2000 Magazine 9 (2000), p. 4-35
  • H.J. Kraaij en W. Rothuizen, Jan Toorop (1858-1928). Het late Symbolisme, Amsterdam 2001 (dit boek begeleidde de gelijknamige tent. gehouden in het Katwijks Museum, georganiseerd door het Jan Toorop Kabinet) Kunsthandel Studio 2000

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties