Rijksmuseum Amsterdam
| Rijksmuseum Amsterdam | ||||
| Nationaal Museum voor Kunst en Geschiedenis | ||||
| Het Rijksmuseum rond 1895 | ||||
| Opgericht | 1800 | |||
| Locatie | Amsterdam, Nederland | |||
| Personen | ||||
| Directeur | Wim Pijbes, hoofddirecteur Taco Dibbits, directeur collecties Erik van Ginkel, zakelijk directeur |
|||
| Conservator | Gregor Weber (hoofd Beeldende Kunst) Martine Gosselink (hoofd Geschiedenis) Jane Turner (hoofd Prentenkabinet) |
|||
| Overig | ||||
| Monumentstatus | Rijksmonument | |||
| Monumentnummer | 5680 | |||
| Aantal bezoekers | 1.000.000 (2011)[1] | |||
| Website | www.rijksmuseum.nl | |||
|
||||
Het Rijksmuseum Amsterdam, meestal Rijksmuseum genoemd, is het grootste en belangrijkste rijksmuseum van Nederland. Het ligt tussen de Stadhouderskade en het Museumplein in Amsterdam-Zuid en biedt in zijn ruim 200 zalen een overzicht van de Nederlandse kunst en geschiedenis. Een groot deel van zijn ruim 1 miljoen voorwerpen tellende collectie bestaat uit werken van 17e-eeuwse Nederlandse meesters. In het gebouw is tevens het Rijksprentenkabinet gevestigd. Het Rijksmuseum is eigendom van de Staat (Rijksgebouwendienst) en staat op de lijst van de Top 100 der Nederlandse UNESCO-monumenten.
Inhoud |
Collecties en afdelingen[bewerken]
Het Rijksmuseum bezit de volgende collecties:
- Beeldende Kunst bestaande uit:
- schilderijen
- beeldhouwkunst & kunstnijverheid
- Aziatische kunst
- Rijksprentenkabinet (tekeningen, prenten en foto's)
- Geschiedenis
De collectie schilderijen geeft een overzicht van de Nederlandse schilderkunst van de 15e eeuw tot omstreeks 1900. De nadruk ligt hierbij vooral op de 17e-eeuwse Hollandse Meesters. Ook bezit het museum een kleine collectie, met name, Zuid-Nederlandse en Italiaanse meesters.[2]
De verzameling beeldhouwkunst & kunstnijverheid bestaat uit beeldhouwwerken, meubels en betimmeringen, edelsmeedkunst, keramiek en glas, textiel, metalen objecten en nog vele andere voorwerpen. Ook deze collectie heeft een internationaal karakter, waarbij de nadruk ligt op de Nederlandse kunst.
De collectie Aziatische kunst is voor het merendeel afkomstig van de Vereniging van Vrienden der Aziatische Kunst en geeft een overzicht van de ontwikkeling van met name Chinese, Japanse, Indiase en Indonesische kunst, vanuit een Aziatisch standpunt. Chinees en Japans exportporselein, koloniale meubelen en zilver behoren echter ook tot deze collectie.[2]
De verzameling geschiedenis bevat schilderijen, scheepsmodellen, wapens, vlaggen, gouden en zilveren voorwerpen, kostuums, documenten, curiosa en belangrijke voorwerpen van andere aard die betrekking hebben op voornamelijk de politieke en militaire geschiedenis van Nederland. De voorwerpen zijn afkomstig uit de verzamelingen van de stadhouders, admiraliteiten, de kamers van de Oost- en West-Indische Compagnieën en uit particulier bezit. De nadruk van de collectie ligt op de 17e en 18e eeuw.
Het Rijksmuseum beschikt ook over een Kunsthistorische Bibliotheek en een restauratieatelier voor conserverings- en restauratiewerkzaamheden.
Hoogtepunten[bewerken]
Het museum heeft diverse topstukken. De belangrijkste, meer monumentale topstukken worden gepresenteerd in de Eregalerij, een grote zaal in de lengteas van het museum. Aan het uiteinde van deze zaal bevindt zich het bekendste werk in het museum, De Nachtwacht van Rembrandt.
| Schilder | Titel | Afbeelding | Schilder | Titel | Afbeelding |
|---|---|---|---|---|---|
| Rembrandt van Rijn | De Nachtwacht. | Bartholomeus van der Helst | Schuttersmaaltijd in de Voetboogdoelen te Amsterdam [...]. | ||
| Johannes Vermeer | Het melkmeisje. | Gabriël Metsu | Het zieke kind | ||
| Cornelis van Haarlem | Kindermoord te Bethlehem. | Dirck van Baburen | Prometheus door Vulcanus geketend. | ||
| Melchior d'Hondecoeter | Het drijvend veertje. | Jan Asselijn | De bedreigde zwaan. | ||
| Rembrandt van Rijn | Het Joodse Bruidje. | Frans Hals | Huwelijksportret [...]. | ||
| Jan Steen | De burgemeester van Delft en zijn dochter. | Jan Cornelisz Verspronck | Portret van een meisje in het blauw. | ||
| Pieter de Hooch | Het landhuis. | Johannes Vermeer | Het straatje | ||
| Meindert Hobbema | Watermolen. | Jakob van Ruysdael | De molen van Wijk bij Duurstede. | ||
| Geertgen tot Sint Jans | De heilige maagdschap. | Jan van Scorel | Maria Magdalena. |
Geschiedenis[bewerken]
De kunstverzameling die de stadhouderlijke familie door de eeuwen had opgebouwd vormt de basis van de collectie van het Rijksmuseum. Nadat de laatste stadhouder het land in 1795 ontvlucht was nam de Bataafse Republiek de overgebleven kunstverzameling in beslag. Het grootste deel hiervan werd door de Fransen naar Parijs verscheept. Op 19 november 1798 werd, op initiatief van de minister van financiën, Alexander Gogel, besloten de resterende verzameling, bestaande uit Italiaanse kunst, portretten van de Oranjes en vaderlandse rariteiten, onder te brengen in een nationaal museum naar Frans voorbeeld. Onder de naam Nationale Kunst-Galerij opende dit museum in 1800 zijn deuren in het eveneens in beslag genomen Huis ten Bosch in Den Haag. De Amsterdamse kunsthandelaar Cornelis Sebille Roos (1754-1820) was de eerste directeur van het museum en was als zodanig, in samenwerking met Gogel, verantwoordelijk voor de eerste aankopen, waaronder De bedreigde zwaan van Jan Asselijn. Toen in 1806 Lodewijk Napoleon de troon besteeg als koning van Holland, kreeg het de naam Koninklijk Museum.
In 1808 verhuisde het museum in opdracht van Lodewijk Napoleon naar Amsterdam, waar het vanaf 1809 samen met de kunstverzameling van Amsterdam – waaronder De Nachtwacht – werd ondergebracht op de bovenverdieping van het Paleis op de Dam. De nieuwe directeur, Cornelis Apostool, werd belast met het samenstellen van een catalogus van objecten.[3] In 1817 verhuisde de collectie van het Rijks Museum, zoals het inmiddels na de troonsbestijging van Willem I heette, naar het 17e-eeuwse Trippenhuis. Hier werd ook de prentenverzameling uit Den Haag in ondergebracht, terwijl de historische voorwerpen verplaatst werden naar het Kabinet van Zeldzaamheden, opgericht in 1820 in Den Haag. Anders dan onder zijn voorganger Roos, werden onder het directeurschap van Apostool (van 1808 tot 1844) nauwelijks grote aankopen gedaan.[4]
De verwerving van de verzameling, die de Amsterdamse bankier Adriaan van der Hoop in 1854 aan de gemeente Amsterdam naliet, was dan ook allerminst vanzelfsprekend. Men geloofde niet in het belang van de 224 schilderijen voor het aantrekken van vreemdelingen naar de stad. Het bestuur stelde als voorwaarde dat door vrijwillige particuliere bijdragen ƒ 40.000 van de ƒ 50.000 voor de successierechten moest worden opgebracht. Hadden enkele welvarende burgers de 224 schilderijen niet voor het land willen behouden, dan waren de meesterwerken naar het buitenland verdwenen.
In 1885 werd het huidige Rijksmuseum naar ontwerp van P.J.H. Cuypers voltooid (zie Gebouw). Dit gebouw bood niet alleen plaats voor de collectie van het Rijksmuseum, ook de verzameling werken van levende meesters, die zich vanaf 1838 in Haarlem bevond, en de verzameling van het Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst in Den Haag – die de basis vormde voor de afdeling Nederlandse Geschiedenis – werden in het nieuwe museum ondergebracht.[5]
Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog werd een deel van de collectie elders in veiligheid gebracht. In de leeggekomen ruimte werden tentoonstellingen gehouden met hedendaagse kunst, zoals de expositie Onze kunst van heden in 1939-1940. In april 1942 werd een groot deel van de collectie van het Rijksmuseum opgeslagen in een speciaal daartoe gebouwde kluis in de onderaardse gangen van de Sint-Pietersberg bij Maastricht.
Rijksstudio en API[bewerken]
Eén van de doelen die het Rijksmuseum zich stelt is om zo veel mogelijk gegevens over zijn objecten online beschikbaar te stellen aan het publiek. In Rijksstudio, te vinden op de website van het Rijksmuseum, zijn 125.000 objecten gedigitaliseerd en vrijgegeven voor het publiek. De werken zijn in uiterst hoge resolutie te bekijken, bovendien biedt Rijksstudio de mogelijkheid eigen kunstwerken te creëren op basis van het werk van de oude meesters.
Het doel van het 'Prentenkabinet Online' is de collectie van 700.000 prenten, tekeningen en foto's online toegankelijk te maken en achterstanden in de registratie in te halen. Tijdens de renovatie is een groot deel van de collectie gedigitaliseerd, waaronder zeer veel prenten.
Daarnaast stelt het Rijksmuseum de gegevens en afbeeldingen van 111.000 objecten beschikbaar aan app-bouwers en programmeurs. Zij kunnen deze gegevens vrij gebruiken via de Rijksmuseum API (Application Programming Interface) op de website. De API wordt tevens gebruikt voor de aanlevering van data aan partners.
De bibliotheekcollectie is online doorzoekbaar via de Rijksmuseum Research Library. Dit is de grootste openbare kunsthistorische bibliotheek van Nederland.
Gebouw[bewerken]
Het museum verhuisde in 1885 naar de huidige locatie net buiten de binnenstad. Het Rijksmuseum is gehuisvest in een gebouw dat de Nederlandse architect P.J.H. Cuypers speciaal voor dit doel heeft ontworpen. Cuypers combineerde gotische en renaissance-elementen. Het gebouw is rijk geornamenteerd met tal van verwijzingen naar de vaderlandse geschiedenis. Het gebouw kadert in de 19e-eeuwse pogingen om een collectieve architectuurstijl te bereiken. Cuypers wilde een nationale stijluitdrukking creëren, een stijl die symbool staat voor heel Nederland. De keuze voor gotiek en renaissance is voor de hand liggend: deze stijlen kwamen voor in de bloeiperiodes van Nederland.
Om de verbinding tussen de nog te bouwen wijken in Amsterdam-Zuid en het centrum van de stad te garanderen werd in het midden van het gebouw een doorgang gebouwd, de Museumstraat, die aanvankelijk voor alle verkeer geopend was. Vanaf 1931 konden auto's er niet meer onderdoor. Diverse museumdirecteuren hebben er sindsdien voor geijverd om deze doorgang geheel af te sluiten en onderdeel van het museum te laten worden. Aanvankelijk was er vanuit de doorgang vrij zicht op de beide binnenplaatsen. Deze werden in de jaren vijftig dicht gebouwd en opgevuld met extra expositieruimten. Tijdens de grote renovatie van het Rijksmuseum tussen 2003 en 2013 is er veel discussie geweest over het wel of niet heropenen van de tunnel voor fietsverkeer. Uiteindelijk werd de fietstunnel Rijksmuseum op 13 mei 2013 heropend voor fietsers.
In de loop der jaren is het museumgebouw vele malen verbouwd, waardoor van binnen een groot deel van het oorspronkelijke karakter verloren is gegaan. Mede door de toenemende bezoekersaantallen voldeed het museum niet meer aan de behoeften van een internationaal leidend museum. In 2003 is een grote verbouwing gestart, nooit eerder heeft een nationaal museum een zodanig grote verbouwing ondergaan. Bij deze grote ingreep zijn veel oorspronkelijke elementen uit de tijd van Cuypers weer tevoorschijn gehaald en/of in oude staat hersteld en/of gereconstrueerd, waardoor het gebouw veel van zijn oude glorie terugkrijgt.
| Tegeltableaus aan de buitenkant van het museum | ||
Het vernieuwde Rijksmuseum[bewerken]
De verbouwing van de zuidvleugel van het museum, nu de Philipsvleugel (vernoemd naar een van de sponsors), aan de Hobbemastraat bij de Jan Luijkenstraat, kwam in 1996 gereed. De vleugel was daarna in gebruik als tijdelijke museumruimte tijdens de grootscheepse verbouwing van het hoofdgebouw (2003-2013). Vanaf 2013 wordt de Philipsvleugel verbouwd voor tijdelijke tentoonstellingen en een café-restaurant. 2014 opent deze vleugel zijn deuren weer voor het grote publiek.
In april 2003 werd het Rijksmuseum op last van de Arbeidsinspectie enkele dagen gesloten voor het publiek omdat er losse asbestdeeltjes in de lucht waren aangetroffen bij een asbestinventarisatie. Begin december 2003 ging een groot deel van het museum dicht voor een verbouwing die aanvankelijk enkele jaren zou gaan duren, maar door diverse vertragingen bijna tien jaar in beslag zou nemen. Na ruim negen jaar gesloten te zijn geweest, ging het vernieuwde hoofdgebouw in april 2013 weer open. In de tussentijd bleef de Philipsvleugel open voor publiek.
De kosten van de totale verbouwing, renovatie en vernieuwing van het Rijksmuseum bedroegen € 375 miljoen. Het Rijksmuseum droeg € 45 miljoen bij en werd daarin gesteund door Founder Philips, ING en de BankGiro Loterij.[4] De Nachtwacht was gedurende deze tijd in de Philipsvleugel te zien met de 17e-eeuwse topstukken van het museum. Tussen 2003 en 2013 ontving de Philipsvleugel 8,5 miljoen bezoekers.
Heropening[bewerken]
Van 18 maart 2013 tot en met 12 april 2013 was het museum geheel gesloten voor het publiek. De officiële heropening door koningin Beatrix vond plaats op 13 april 2013. Tijdens de verbouwing waren de 17e-eeuwse topstukken van december 2003 tot 17 maart 2013 voor het publiek te zien in de Philipsvleugel. Hier werden ook kleine wisselende tentoonstellingen gehouden. Sinds 14 april 2013 is het vernieuwde Rijksmuseum geopend voor het publiek.[6][7]
Dependance[bewerken]
Schiphol[bewerken]
Het Rijksmuseum heeft ook een kleine dependance in een terminal van Luchthaven Schiphol, na de paspoortcontrole. Deze werd op 9 december 2002 geopend door prins Willem-Alexander en wordt geheel gesponsord door ING. Er is een permanente tentoonstelling van werken uit de Gouden Eeuw en jaarlijks worden drie tijdelijke tentoonstellingen georganiseerd. Luchthaven Schiphol is de eerste luchthaven ter wereld met zo'n museum. De toegang is gratis. In 2009 werden hier ruim 100.000 bezoekers ontvangen.
Verder lezen[bewerken]
- Anoniem (4 maart 1877) 'De museum-bouw', De Opmerker, 12 jaargang, nummer 9, z.p. Zie scan TU Delft.
- Anoniem (25 maart 1877) 'De 60 meters lange, en 20 meters breede doorrit, en het nieuwe museum', De Opmerker, 12e jaargang, nummer 12. Zie scan TU Delft.
- P. (20 mei 1877) 'Het beoordeelingsrapport over de museumplans', De Opmerker, 12e jaargang, nummer 20, z.p. Zie scan TU Delft.
Externe links[bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Zie de categorie Rijksmuseum Amsterdam van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |