Paleis Huis ten Bosch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Paleis Huis ten Bosch (2004)
Plattegrond van de hoofdverdieping volgens het ontwerp van Pieter Post
Tuinontwerp door Daniël Marot

Paleis Huis ten Bosch in Den Haag was van 1981 tot februari 2014 het woonverblijf van prinses Beatrix. Het paleis ligt in het Haagse Bos in Den Haag tussen de Bezuidenhoutseweg en de Benoordenhoutseweg. De hoofdentree bevindt zich aan de Leidsestraatweg, aan de noordwestkant van het paleis. Aan de Bezuidenhoutseweg bevindt zich ook een entree. Paleis Huis ten Bosch is eigendom van de Staat (Rijksgebouwendienst) en behoort tot de Top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.

Geschiedenis[bewerken]

Republiek[bewerken]

Paleis Huis ten Bosch is gebouwd in de 17e eeuw. Op 2 september 1645 legde de voormalige koningin Elizabeth Stuart, een aangehuwde nicht van stadhouder Frederik Hendrik, de eerste steen voor wat de Sael van Oranje moest gaan heten; een zomerverblijf voor Frederik Hendrik en zijn vrouw Amalia van Solms.[1] Pieter Post was de architect.[1]

Toen Frederik Hendrik in 1647 overleed, maakte Amalia van Solms een mausoleum van het paleis ter nagedachtenis aan haar man.[1] De centrale koepelzaal (de "Oranjezaal") werd geheel gedecoreerd met schilderingen die het leven en glorie van Frederik Hendrik afbeelden, met onder meer werk van Thomas Willeboirts Bosschaert. Na het overlijden van Amalia van Solms kwam het paleis in handen van haar dochters. Albertine Agnes van Nassau, die als enige in de republiek woonde, kreeg het vruchtgebruik. Dit verkocht ze een paar jaar later aan haar neef Willem III van Oranje. Toen deze in 1702 kinderloos overleed, kwam het paleis in handen van koning Frederik Willem I van Pruisen, een nazaat van Frederik Hendrik. Deze gaf in 1732 het paleis terug aan de Oranjes. Alle andere paleizen hield hij als gevolg van het Traktaat van Partage. Stadhouder Willem IV van Oranje-Nassau was genoodzaakt het paleis grondig te renoveren. Tevens breidde hij het uit. Zo werden naar ontwerp van Daniël Marot onder andere twee vleugels aan het paleis gebouwd (deze zouden de Haagse vleugel en de Wassenaarse vleugel gaan heten) en werd het voorhuis vergroot en van een verdieping voorzien. Zowel Willem IV als Willem V van Oranje-Nassau verbleven er regelmatig. Onder de bewoning van de laatste stadhouder en zijn echtgenote kwam de inrichting van de Japanse zaal tot stand.

Bataafse-Franse tijd (1795–1813)[bewerken]

Na de Franse inval van de Republiek in 1795 werd paleis Huis ten Bosch in beslag genomen als oorlogsbuit en overgedragen aan de Staat. Het meubilair werd grotendeels verkocht. Het gebouw deed dienst als gevangenis tijdens de omwenteling in 1795 en drie jaar later onder het Uitvoerend Bewind. Vervolgens werd het bestemd als museum, de "Nationale Konst-Galerij" was toegankelijk voor zes stuivers op initiatief van Alexander Gogel.[2] In dezelfde periode werd een deel van het paleis verhuurd aan een bordeel.[3] In 1805 was het paleis woonhuis voor raadpensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck en vervolgens voor Lodewijk Napoleon,[2] die in 1806 tot koning van Holland werd benoemd. Hij stond het paleis in 1807 tijdelijk af als noodopvang voor de slachtoffers van de Leidse buskruitramp.

Hoewel Lodewijk Napoleon slechts kort in Huis ten Bosch woonde, had hij een grote invloed op de inrichting van het paleis. Veel van de meubelen die hij invoerde, bevinden zich tot op de dag van vandaag in het paleis. De volgende gebruiker was de Franse gouverneur prins Lebrun.

Koninkrijk[bewerken]

Toen in 1815 Nederland een monarchie werd met koning Willem I aan het hoofd, werd Huis ten Bosch weer woonhuis van de Oranjes. Bij de scheiding van tafel en bed tussen koning Willem III en koningin Sophie in 1855 kreeg de laatste Huis Ten Bosch toegewezen als verblijf. Na haar overlijden in 1877 stond het lange tijd leeg.

Koningin Wilhelmina stelde het paleis in 1899 en 1907 beschikbaar voor de Haagse vredesconferenties. Zelf verbleef ze 's winters op Paleis Noordeinde en 's zomers op Het Loo. Maar toen ze van 1914 tot 1918 vanwege de oorlog aan de landsgrenzen Den Haag niet kon verlaten, werd Huis Ten Bosch haar tijdelijke zomerresidentie.

Bijna was Paleis Huis ten Bosch in de Tweede Wereldoorlog afgebroken door de Duitse bezetters, omdat er een tankgracht voor de verdediging van Den Haag moest worden aangelegd. Afbraak kon voorkomen worden, maar wel raakte het paleis tijdens de oorlog zwaar beschadigd. Na de oorlog werd het gerestaureerd en weer bewoonbaar gemaakt. Koningin Juliana en prins Bernhard ontvingen van het Nederlandse volk de tuinbeplanting als cadeau voor hun 12½-jarig huwelijk.

In 1981 (een jaar na haar aantreden) betrok koningin Beatrix met haar gezin het paleis. Zij is hier tot begin februari 2014 blijven wonen, nadat het hof begin 2013 bekend had gemaakt dat Beatrix op termijn zou verhuizen naar kasteel Drakensteyn, terwijl de nieuwe koning, Willem-Alexander, met zijn gezin zal verhuizen naar Huis ten Bosch.[4] De privévertrekken van Beatrix bevonden zich in de Wassenaarse vleugel. De Haagse vleugel wordt gebruikt als gastenverblijf en voor ondersteunende doeleinden. Het hoofdgebouw heeft een representatieve functie. Naast Huis ten Bosch gebruikt het staatshoofd Paleis Noordeinde als 'werkpaleis'.

Oranjezaal: schilderkunst[bewerken]

Schilderij in de Oranjezaal

De schilderstukken in de centrale "Oranjezaal" vormen de kern van de nagedachtenis aan stadhouder Frederik Hendrik. Ze werden van 1648 en 1651 uitgevoerd door een aantal schilders die daartoe waren geselecteerd door Jacob van Campen en Constantijn Huygens in samenwerking met de weduwe van Frederik Hendrik, Amalia van Solms. De gekozen schilders waren leerlingen van of werkten in de stijl van Rubens[5] en werden beschouwd als de voornaamste destijds levende schilders van historiestukken in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. De opdracht voor het decoreren van deze zaal was een van de belangrijkste uit de Nederlandse Gouden Eeuw en heeft daarom een groot historisch en artistiek belang. De ontstane 31 werken op groot formaat[5] vormen een lof- en lijkrede op haar echtgenoot[6] en zijn een staalkaart van de contemporaire schilderkunst.

Naast Jacob van Campen zelf, zijn de schilders Theodoor van Thulden, Caesar van Everdingen, Salomon de Bray, Thomas Willeboirts Bosschaert, Jan Lievens, Christiaen van Couwenbergh, Pieter Soutman, Gonzales Coques, Jacob Jordaens, Pieter de Grebber, Adriaen Hanneman en Gerard van Honthorst vertegenwoordigd.[7]

Replica's[bewerken]

Een Japanse replica van dit paleis staat in het attractiepark Huis ten Bosch bij Nagasaki. De replica huisvest een museum voor Japanse en internationale kunstenaars. Omdat toenmalig koningin Beatrix niet toestond dat het interieur werd gekopieerd, is de replica verfraaid door een team schilders onder leiding van Rob Scholte. Voorts is de indeling anders, met het oog op de veiligheid. De locatie wordt regelmatig gebruikt voor huwelijksplechtigheden.

Ongeveer 11 jaar lang was er een kleine dependance van de Universiteit Leiden in het gebouw gevestigd, waar op uitnodiging van het themapark Nederlandse studenten Japanologie onderwijs kregen. Dit project is vanwege financiële problemen stopgezet.

De tuin van de Japanse replica is gebaseerd op een afgekeurd plan dat eigenlijk voor het origineel bedoeld was. De tuin bevat een groot aantal beelden van goden uit de Griekse mythologie.

Ook in het Holland-dorp van de Nederlands-Chinese zakenman Yang Bin bij Shenyang bevindt zich een replica van Paleis Huis ten Bosch.

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Marten Loonstra, Het húijs int bosch. Het Koninklijk Paleis Huis ten Bosch historisch gezien. Zutphen, 1985.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c Ploeg, P. van der & C. Vermeeren (1998) Vorstelijk Verzameld. De kunstcollectie van Frederik Hendrik en Amalia, p. 47. Mauritshuis. Den Haag
  2. a b Lunsingh Scheurleer, Th.H. (1958) Het Rijksmuseum 1808-1958, p. 3. Staatsuitgeverij
  3. Bergvelt, E.S. (1998). Pantheon der Gouden Eeuw. Van Nationale Konst-Galerij tot Rijksmuseum van Schilderijen (1798-1896). ISBN 978-90-400-9294-7. Diss.: Amsterdam, p. 36.
  4. http://www.koninklijkhuis.nl/voor-de-media/troonswisseling/actuele-informatie
  5. a b Ploeg, P. van der & C. Vermeeren (1998) Vorstelijk Verzameld. De kunstcollectie van Frederik Hendrik en Amalia, p. 55. Mauritshuis. Den Haag
  6. Ploeg, P. van der & C. Vermeeren (1998) Vorstelijk Verzameld. De kunstcollectie van Frederik Hendrik en Amalia, p. 52. Mauritshuis. Den Haag
  7. Ploeg, P. van der & C. Vermeeren (1998) Vorstelijk Verzameld. De kunstcollectie van Frederik Hendrik en Amalia, p. 50-55. Mauritshuis. Den Haag