Paleis Soestdijk
| Paleis Soestdijk | ||
| Locatie | Baarn | |
| Oorspronkelijke functie | Buitenhuis | |
| Huidig gebruik | Museum | |
| Start bouw | 1650 | |
| Verbouwing | 1674-78 | |
| Bouwstijl | Classicisme | |
| Monumentstatus | Rijksmonument | |
| Monumentnummer | 8564 | |
| Architect | Maurits Post | |
| Eigenaar | Het Rijk | |
Paleis Soestdijk is een paleis in het Baarnse gedeelte van Soestdijk. Het ligt tussen de plaatsen Soest en Baarn in.
Vanaf 1937 was het de residentie van prinses en later koningin Juliana der Nederlanden en prins Bernhard. Sinds 1971 is het eigendom van de Staat der Nederlanden.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
Rond 1650 liet Cornelis de Graeff, de toenmalige burgemeester van Amsterdam aan de weg tussen Baarn en Soest (de Zoesdijc) een buitenverblijf bouwen: de Hofstede aen Zoestdijck. De Graeff is in de jaren 1655-1660 druk bezig, zo blijkt uit zijn te Soestdijk geschreven brieven aan de Staten-Generaal en Johan de Witt, met de opvoeding van Willem III van Oranje. In 1674 verkoopt De Graeffs zoon Jacob de hofstede Soestdijk met de omringende landerijen aan zijn jeugdvriend stadhouder Willem III. De hofstede werd vermoedelijk tussen 1674 en 1678 in opdracht van Willem III uitgebouwd tot een jachtslot, ontworpen door Maurits Post, zoon van Pieter Post. Toen Willem III en koningin Mary in 1684 het landgoed het Oude Loo verwierven, liet het paar daar een nieuw jachtslot bouwen. Soestdijk werd daardoor niet meer zo vaak gebruikt.
In 1702 erfde de Friese stadhouder Johan Willem Friso Soestdijk doordat Willem III kinderloos overleed. Na het overlijden van Johan Willem Friso in 1711 woonden zijn vrouw en zijn zoon, de latere stadhouder Willem IV, in de zomer op Soestdijk. Willem IV overleed in 1751 en zijn vrouw en zoon bleven in de zomer op Soestdijk wonen. Landgoed de Eult, aan de overkant van de Amsterdamsestraatweg, tegenwoordig het Baarnse Bos, is door de erven van Willem Gideon Deutz op 17 juli 1758 voor 319.000 gulden verkocht aan de prinses-gouvernante Anna van Hannover.
In 1787 kwam het bij Soestdijk tot een handgemeen tussen patriotten en Oranjegezinden, waarbij een dode (Christoffel Pullman) en enkele gewonden vielen. De Utrechtse Staten beloonden de officieren van de wacht met een bijzondere gouden of zilveren medaille.
Tijdens de Franse Oorlog werd Paleis Soestdijk in 1795 door de Franse Republiek als oorlogsbuit in beslag genomen en vervolgens aan het Nederlandse volk geschonken. De Staat bevestigde deze schenking in 1796. In 1799 werd het verhuurd. Het werd bestemd tot logement. Lodewijk Bonaparte, de broer van de Franse keizer Napoleon, nam het in 1806 in gebruik en liet een kleine nieuwe uitbreiding aan het paleis bouwen. Verder werd het uitgewoonde gebouw op bescheiden schaal heringericht. Ook liet hij de gevels pleisteren en de vensters vergroten. Hij gebruikte het tot 1810, daarna werd het en van de paleizen van zijn broer, keizer Napoleon I, die Nederland dat jaar deel van het Franse Keizerrijk maakte.
Na het herstel van de Nederlandse onafhankelijkheid in 1813 bleef het enige tijd marginaal beheerd. Enige jaren later, vanaf 1815, werd het paleis uitgebreid met twee vleugels aan weerszijden van het hoofdgebouw met kenmerkende halfronde colonnades: de Soester vleugel aan de linkerkant gezien vanaf de straat, en de Baarnse vleugel aan de rechterzijde. Dat was het gevolg van het feit dat het paleis in 1815 door het Nederlandse volk cadeau werd gedaan aan de Prins van Oranje, de latere koning Willem II, als huldeblijk voor zijn inspanningen in de veldslagen bij QuatreBras en Waterloo (waarbij hij aan zijn schouder gewond raakte). Zodoende werd het paleis 's zomers vaak bewoond door Willem II en zijn echtgenote Anna Paulowna, die het opnieuw inrichtte. Na haar dood in 1865 ging het over naar Prins Hendrik, broer van koning Willem III. Deze was stadhouder van Luxemburg, maar gebruikte Soestdijk als Nederlands pied-à-terre.
Koningin-moeder Emma heeft Paleis Soestdijk gebruikt als zomerverblijf tot haar dood in 1934. Er werden enkele kleine vernieuwingen aangebracht, zoals de aanleg van elektrische bedrading. Verder werden er twee kleedkamers op de eerste verdieping van het hoofdgebouw aangebouwd.
Na de dood van koningin-moeder Emma werd het paleis verbouwd om als woning te gaan dienen voor prinses Juliana en prins Bernhard. De grootschalige verbouwing, het nationale huwelijksgeschenk voor hen beiden, gebeurde met name aan de Baarnse vleugel. Er werd een grotendeels ondergrondse bioscoopzaal aangebouwd. Verder kwam er in het souterrain een grote keuken. Op de begane grond werden werkkamers voor Juliana en Bernhard, een eetkamer, een bibliotheek en een turnzaal ingericht. Verder kwamen er vier gastenappartementen. De eerste verdieping werd uitgebreid met slaap-, bad- en kleedkamers voor Juliana en Bernhard en hun kinderen. Ook werden er vertrekken ingericht voor het personeel. Ook werd in die tijd het gehele paleis voorzien van centrale verwarming. In het park verrees een sportcomplex met paviljoen.
[bewerken] Bewoners prinses Juliana en prins Bernhard
In 1937 betrokken prinses Juliana en prins Bernhard het paleis. Voor het eerst in zijn geschiedenis werd het de woning van een jong gezin. Alle prinsessen, met uitzondering van prinses Margriet, werden op Soestdijk geboren.
In 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen. Tot de bevrijding in 1945 week het prinselijk gezin uit naar het buitenland. Opnieuw herbergde Paleis Soestdijk buitenlandse militairen, ditmaal Duitse officieren.
De koninklijke familie maakte tijdens de regeerperiode van Juliana voornamelijk gebruik van Soestdijk en Paleis Het Loo. Paleis Soestdijk werd in 1948 officieel de hoofdresidentie van het staatshoofd en Paleis Het Loo ging dienen als buitenverblijf, terwijl in dit laatste prinses Wilhelmina ging wonen. Om als werkpaleis te kunnen dienen werden in de Soestervleugel de secretariaten van Juliana en Bernhard ondergebracht.
Juliana had haar voorkeur voor Paleis Het Loo als zomerverblijf en Paleis Soestdijk als woon- en werkpaleis. Zij voerde gesprekken met de minister-president meestal op Soestdijk, bij hoge uitzondering hield zij kantoor op Huis ten Bosch.
Vanuit het paleis werden in rechtstreekse televisie-uitzendingen de verlovingen van de prinsessen bekendgemaakt. Jaarlijks werd op 30 april door vele vertegenwoordigers van de samenleving een bloemenhulde gebracht aan de jarige vorstin.
De staatsbezoeken werden in de periode van Juliana zoveel mogelijk op het Paleis op de Dam ontvangen. Af en toe werd gebruikgemaakt van Paleis Soestdijk, zoals in 1979 bij het officiële bezoek van de Japanse keizerlijke familie. Dit kwam mede door het feit dat eind jaren zeventig de paleizen Het Loo, Noordeinde en Huis ten Bosch alle in restauratie waren.
In de jaren zestig en zeventig vonden er enkele verbouwingen plaats, waarbij het paleis werd uitgebreid met een zonnekamer en een inpandig zwembad.
Na het overlijden van prinses Wilhelmina begon Juliana met de reorganisatie van de paleizen, kunstwerken en domeinen teneinde alles te beschermen en bijeen te houden.
In 1971 werd Paleis Soestdijk en het bijbehorende landgoed verkocht aan de Nederlandse Staat. Tegelijk werd afstand gedaan van het gebruik van Paleis Het Loo te Apeldoorn; het Kasteel Het Oude Loo bleef tot op heden bij de familie in gebruik. Alle officiële koninklijke paleizen maken sindsdien onderdeel uit van de portefeuille van de Rijksgebouwendienst. Paleis Huis ten Bosch, Paleis Noordeinde en het Paleis in Amsterdam bevonden zich al in de portefeuille van de Rijksgebouwendienst en zijn voorlopers sinds de 19e eeuw (Amsterdam pas in eigendom van de Staat sinds 1936, voordien de gemeente). Verder werd grondwettelijk vastgelegd dat Juliana samen met haar man tot hun dood van Paleis Soestdijk gebruik kon maken zonder daar huur voor te betalen.
Verder kreeg Juliana ook een betere financiële positie, zodat de particuliere collecties kunst, kunstnijverheid etc. binnen de familie Oranje-Nassau konden blijven. Al deze kunstwerken en dergelijke werden in stichtingen ondergebracht die onder leiding staan van de familie. Overigens is een zeer groot deel van de kunst, kunstnijverheid, stoffering en meubilering in de officiële paleizen eigendom van de Staat (Rijksgebouwendienst), die via de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties elk jaar aan het Koninklijk Huis gelden ter beschikking stelt voor het dagelijks beheer van de roerende en onroerende paleisgoederen (de onroerende zaken op Soestdijk bleven sinds 1971 echter merendeels particulier eigendom). Daarnaast is er sindsdien een stabielere financiële huishouding, zodat het staatshoofd haar taak beter kan uitvoeren en het verleden goed bewaard kan worden.
In de jaren zeventig en begin jaren tachtig woonden naast Juliana en Bernhard ook de prinsessen Irene en Christina met hun gezinnen op het paleis. Voor hen werden appartementen ingericht in de Soestervleugel.
Na haar troonsafstand op 30 april 1980 bleven Juliana en Bernhard wonen op Paleis Soestdijk. Prinses Juliana overleed hier op 20 maart 2004. Prins Bernhard woonde hier nog tot 1 december 2004, toen ook hij overleed. Beiden zijn op Paleis Soestdijk opgebaard. Het Koninklijk Huis deed daarna vrij snel afstand van het gebruik van Paleis Soestdijk, maar de reden hiervan is onbekend.
Op 19 mei 2009 onthulde Koningin Beatrix in de voortuin voor het paleis een bronzen beeld van haar ouders. Het beeld is gemaakt door Kees Verkade.
[bewerken] Open voor publiek
Sinds het overlijden van prins Bernhard staat het paleis leeg. In oktober 2005 werd het paleis weer ter beschikking gesteld van de eigenaar, de Staat. De Rijksgebouwendienst heeft nu ook het dagelijks beheer tot deze Dienst een nieuwe gebruiker heeft gevonden. Op 24 april 2006 werd bekend gemaakt dat Paleis Soestdijk voor een periode van drie jaar zou worden opengesteld [2]. In de daaropvolgende maanden werden het paleis en het park gereed gemaakt voor de openstelling. In een bosperceel van het park werden bomen gekapt voor de aanleg van 230 parkeerplaatsen. In de oranjerie kwam een horecavoorziening en de watertoren werd omgebouwd tot museumwinkel. In het paleis kwam een expositie over de geschiedenis van het paleis en zijn bewoners. Deze was alleen met een rondleiding te bezoeken, en voerde door de staatsievertrekken van het paleis, die grotendeels oorspronkelijk ingericht waren. Verder waren er enkele privévertrekken van de laatste bewoners te zien, hoewel die reeds ontdaan waren van vrijwel alle privébezittingen. Tussen december 2006 en februari 2007 werden bewoners van Baarn en Soest als eerste uitgenodigd om een rondleiding te krijgen. Daarna was het paleis open voor iedereen. Kaarten voor de rondleiding in het paleis waren alleen via de website van het paleis te koop. Het park was wel te bezoeken na betaling aan de kassa. Op 10 oktober 2007 verwelkomde de stichting de 100.000e bezoeker. In 2009 besloot de regering dat de openstelling van het paleis met een jaar werd verlengd.
Tot en met 2010 kwamen er in ruim vier jaar tijd meer dan 600.000 bezoekers naar Paleis Soestdijk. Op 1 januari 2011 werd het paleis gesloten voor publiek, maar deze sluiting werd een maand later teruggedraaid toen bleek dat de vraag naar rondleidingen groot bleef. Besloten werd om het paleis per 1 maart weer open te stellen, vooralsnog echter alleen op vrijdagen, zaterdagen en zondagen. Het paleis zal weer sluiten wanneer er een definitieve bestemming voor is gevonden.
[bewerken] Toekomst
Het is nog niet bekend welke functie Paleis Soestdijk in de nabije toekomst gaat krijgen. Het paleis moet eerst grondig gerenoveerd en gerestaureerd worden, en ook de bijgebouwen en het landgoed moeten onderhouden worden. De totale kosten hiervan worden hoger geschat dan 100 miljoen euro. Het is echter nog niet duidelijk hoeveel de overheid hieraan wil bijdragen.
In diverse media is ervoor gepleit om het paleis een openbaar karakter te geven. Een veelgenoemde mogelijkheid is bijvoorbeeld om het Nationaal Historisch Museum er te huisvesten. Ook zouden Paleis Soestdijk en het landgoed eromheen geschikt zijn voor culturele activiteiten en bijeenkomsten. In de zomer van 2011 zal er in en onder het water van de hofvijver van het paleis een opera worden opgevoerd. Het gaat om de opera Orfeo ed Euridice van Christoph Willibald Gluck, uitgevoerd door het gezelschap De Utrechtse Spelen. De première van het stuk was op 8 juni.
| Zie de categorie Soestdijk Palace van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
Bronnen en voetnoten
|
| Nederlands Koninklijk Paleis | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
|