Gezin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een gezin van twee ouders en drie kinderen

Gezin is de term voor alle samenwerkingsvormen die een herkenbare sociale eenheid op microniveau vormen, met al dan niet verwante personen die duurzame en affectieve banden hebben en elkaar onderling steun en verzorging verlenen.

Algemeen[bewerken]

Omschrijving[bewerken]

Het moderne (westers-getinte) gezin is een kerngezin met meerdere relaties na elkaar, waarbij de partners kiezen waar ze wonen, hun kinderen de achternaam van de vader, soms de moeder, geven en elkaar aanvullen op vlak van verantwoordelijkheid. Het gezin blijft evenwel een cultureel gegeven.

Meestal bestaat het gezin uit twee generaties waartussen verwantschapsbanden bestaan. Een gezin is in de meeste culturen gesteund op het huwelijk en heeft een huishouden, evenals banden met de familie. Een familie wordt in de sociologie bezien als een ruimere eenheid van nauw verwante personen, hetzij in een bloedverwantschaps–, hetzij in een aanverwantschapssysteem.

Het gezin is een dynamisch proces, het verandert onder invloed van leeftijd, omgevingsfactoren en tal van elementen die samengaan met de individuele evolutie van de gezinsleden.

Gezin en familie[bewerken]

Kinship diagram voor een ongehuwde persoon

Er is enige overlap tussen het begrip familie en het begrip gezin. Dit heeft veel te maken met het feit dat veel talen tussen deze twee begrippen geen onderscheid maken. Het gezin bestaat dikwijls uit nabije bloedverwanten, maar hoeft deze niet allemaal te omvatten en kan ook anderen omvatten zoals huisknechten, boerenknechten en dienstbodes.

Het modale gezin kan bestaan uit:

De familie bestaat bijvoorbeeld ook uit:

In sommige gebieden worden nog de vermelding kozijn gebruikt.

In de antropologie wordt verwantschap (familie) ook wel met de Engelse naam kinship aangeduid. In het bovenstaande diagram zijn de verwantschappen voor een ongehuwde persoon (aangeduid met 'ego') weergegeven.

Historische evolutie van het gezin[bewerken]

Pré-industriële gezin[bewerken]

Het pré-industriële gezin is een kleine onderneming waarbij sociaal-emotionele en economische structuur sterk verweven zijn. Het huwelijk, vaak gearrangeerd door ouders of derden, was een zakelijk contract, waaruit kinderen voortkwamen die thuis werden opgeleid, waarbij ongeletterdheid vaak voorkwam. Het samenleven binnen het gezin werd overheerst door instrumentele relaties. Het gezin werd gezien als leerschool voor het leven.

Het moderne gezin[bewerken]

Het moderne gezin bestaat sinds het begin van de 20e eeuw, ten gevolge van de Industriële revolutie. Werk en gezin zijn gescheiden (met uitzondering van zelfstandigen) waardoor kinderen niet langer het leven leren door te kijken naar de ouders en hun leven in scholen doorbrengen. Een aantal taken van het gezin werden uitbesteed zoals de economische productie en opvoeding.

Het ouderlijk gezag, het huwelijk en de betekenis van kinderen zijn de drie voornaamste gebieden waar er een zogenaamde functionele differentiatie (een verspreiding van de functies) optrad.

  • Het huwelijk

Het romantisch huwelijk evolueert, door de moderne gezinnen (complementair en (echt)paargericht), waardoor de druk op de relatie stijgt naar het (on)gehuwd samenwonen met meer echtscheidingen (onder meer gelinkt aan de schuldvraag en het maatschappij-type, de toenemende mondigheid van de vrouw en de opkomende secularisatie (ontkerkelijking)). Ook het feit dat vrouwen tegenwoordig financieel minder afhankelijk zijn van de man speelt hierbij een rol.

  • De kinderen

Aanvankelijk waren kinderen vooral een nutsvoorwerp. Ze zijn langzaam maar zeker gewenst geworden. Toch zijn kinderen nog altijd kwetsbaar. Ze zijn een minderheidsgroep, hebben minder vrije speelruimte en er is meer risicogedrag voor sterfte.

Gezinsthema's[bewerken]

De omgang en het leven in een gezin wordt hoofdzakelijk bepaald door de aanpak van volgende thema's :

  • partnerselectie

Binnen het gezin kan men verkiezen de partner buiten de eigen sociale groep te kiezen (exogene partnerselectie) of net binnen de eigen sociale groep (endogene partnerselectie).

  • residentie

Partners kunnen inwonen bij de familie van de man (wat in Aziatische landen soms het geval is) (patrilokale gezinnen), of bij de familie van de vrouw (matrilokale gezinnen). In de westerse wereld gaat het koppel meestal op zoek naar een eigen woning (neolokale gezinnen).

  • afstamming

Wanneer enkel de familie van de vader familie van het kind wordt, spreken we van een patrilineair afstammingspatroon. Wanneer enkel de familie van de moeder familie van het kind wordt, is er een matrilineair afstammingspatroon. In westerse gezinnen is er meestal een bilateraal afstammingspatroon : het kind krijgt een peter en een meter, een lid van elke familie.

  • erfenis

Bezit, erfenis, kan eveneens volgens patrilineair of matrilineair patroon verlopen.

  • autoriteit

In een patriarchaat wordt het gezinsleven gedomineerd door mannen. In een matriarchaat wordt het gezinsleven gedomineerd door vrouwen. In een maatschappij van symmetrische gezinnen is er gedeelde autoriteit (elk doet waar hij goed in denkt te zijn).

Gezinsvormen[bewerken]

Kerngezin[bewerken]

Het kerngezin (van Eng.: nuclear family) is de standaard in de hedendaagse Westerse samenleving, met name na de Tweede Wereldoorlog. Dat houdt in dat beleid en instituties vooral gericht zijn op de samenlevingsvorm die bestaat uit twee ouders en eventuele nakomelingen. Toch is de opvang door voorzieningen ontoereikend en evolueert het kerngezin vaak noodgedwongen tot grotere gezinsvormen, bijvoorbeeld wanneer een grootouder of een broer/zuster erbij komen. Zo'n 32,8% van de Europese gezinnen is een kerngezin, dus zeker niet een meerderheid.

Uitgebreid gezin[bewerken]

Het uitgebreid gezin of de extended family, of het huishouden aangevuld met minstens één verwant, komt minder voor, maar is in opmars als model.

We onderscheiden hierin twee types:

  • Klassiek uitgebreid gezin

Personen wonen onder hetzelfde dak en vormen één huishouden waarin er uitgebreide intense interactie is. Er zijn horizontale en verticaal uitgebreide gezinnen.

Een variant hiervan is de grootfamilie

  • Gemodificeerd uitgebreid gezin

Dit gezin leeft geografisch verder uit elkaar, en heeft zeer frequente contacten, onder meer via moderne communicatie.

Een-oudergezinnen[bewerken]

Wanneer de man of de vrouw sterft, het gezin verlaat, of wanneer een vrouw zwanger wordt (ongewild of gewild), dan ontstaat een een-oudergezin. Dit kan vrij of gedwongen, even of voor lang zijn. Zo'n 7% van de Europese gezinnen is een-oudergezin. Alleenstaande moeders vormen een kleine 10% van de Europese gezinnen, alleenstaande vaders komen vrijwel niet voor. Alleenstaand vaderschap geniet nog steeds een lage maatschappelijke status; denk aan voorzieningen als opvoedingsondersteuning, hulpverlening en juridische rechten.

Alleenwonenden[bewerken]

Een alleenwonende vormt een eenpersoonsgezin. De alleenwonende zonder partner is maatschappelijk gezien relatief gezien goed aanvaard. Men gaat niet meer zo snel met een eerste lief of vriend(in) samenwonen.

Ongehuwd samenwonenden[bewerken]

Wanneer twee mensen zonder een huwelijkscontract onder één dak wonen, spreken we van ongehuwd samenwonenden. Dit kan als voorbereiding, als equivalent, als alternatief, als principiële verwerping zijn ('marriage kills love'-gedachte uit de jaren zestig) of als een gevolg van echtscheiding, als een teken van individuele onafhankelijkheid of met de economische risico's in gedachte. Het kan voor of na het huwelijk, tijdelijk of permanent.

Living Apart Together (LAT)[bewerken]

Getrouwd zijn of een relatie hebben met iemand maar niet hetzelfde onderdak delen.

Living Together Apart (LTA)[bewerken]

Samenwonen zonder een echte (intieme) relatie met deze persoon te hebben

Nieuw samengesteld gezin[bewerken]

Na echtscheiding of verlies van echtgeno(o)t(e), hertrouwen, een relatie aangaan of samenwonen met een niet-biologische ouder van haar/zijn eigen kind(eren).

Co-ouderschap[bewerken]

Het kind wordt een aanmerkelijk deel van de tijd door beide ouders verzorgd en opgevoed. Dit model kan zowel binnen een huishouden voorkomen als verdeeld over twee huishoudens. Bij de laatste variant kan zowel sprake zijn van een post-scheidingsarrangement alswel een arrangement binnen een latrelatie. Na scheiding komt de week-op-week-af variant veel voor. Kinderen verblijven dan de ene week bij de ene en de andere week bij de andere ouder. Een variant binnen co-ouderschap is Bird Nesting : het kind blijft in de huiselijke kring en de ouders verhuizen om de week (in plaats van het kind).

Holebi / Homo-ouderschap[bewerken]

Wanneer twee ouders van hetzelfde geslacht samenwonen spreken we van een holebi-gezin.

Mikado-gezin[bewerken]

De term Mikado-gezin maakt opmars. Het woord verwijst naar het welbekende spel met de stokjes. Steeds meer gezinnen vallen uit elkaar en er zijn steeds minder huwelijken. Twee individuen, ongeacht geslacht, waarvan minstens één met kinderen uit een vorige relatie, starten een nieuwe duurzame relatie, met al dan niet een huwelijk. In deze moderne wereld is het geen rariteit dat ze op hun beurt weer kinderen krijgen. De verschillende stukjes gezin komen samen in Mikado-gezinnen, en één stukje kan deel zijn van meerdere gezinnen.

Nest-gezin[bewerken]

Is een nieuwe trend bij co-ouderschap. Het huis blijft bewoond door de kinderen en het zijn de ouders die elke week van woning wisselen. Door bijvoorbeeld een appartement te huren, bij de ouders in te wonen of een afgescheiden deel van het huis te betrekken. Het huis blijft als het ware een nest voor de kinderen.

Fasen in de gezinsontwikkeling[bewerken]

Jong echtpaar zonder kinderen[bewerken]

De partners evolueren van verliefdheid naar functioneler samenwonen, met een zoektocht in het evenwicht tussen gemeenschappelijkheid en individualiteit. De partnerrelaties kunnen taakgerichte (zo veel mogelijk naar elkaar delegeren van taken), autonomiegerichte (een minimum aan gemeenschappelijkheid) en overleggerichte (nog voldoende autonomie aanwezig maar toch overleg) relaties zijn.

Uitbreidend gezin[bewerken]

Na de geboorte van het eerste kind zal het jonge koppel te maken krijgen met rolaccumulatie en rollenconflicten. Een reorganisatie en de ontwikkeling van een opvoedingsstijl dringen zich op. Het uitbreidend gezin krijgt te maken met medicalisatie (vruchtbaarheidsproblemen, euthanasie, zwangerschap, bevalling).

Gezin met opgroeiende kinderen[bewerken]

Ouders maken carrière en zien hun kinderen opgroeien. Dit veroorzaakt economische spanning en een generatieconflict, wat soms sterk samenhangt. In deze fase moeten de kinderen zich afzetten om hun eigen persoonlijkheid ten volle te ontwikkelen.

Inkrimpend gezin[bewerken]

De fase waarop opgroeiende kinderen het ouderlijk huis verlaten om zelfstandig te gaan wonen.

Lege-nestgezin[bewerken]

De kinderen zijn allen het huis uit en de ouders blijven stilaan vaker thuis en merken dit. Het lege-nestsyndroom komt op.[bron?] De partnerrelatie komt opnieuw centraal te staan, maar hierdoor kan een jarenlange kloof blootgelegd worden. Soms leidt dit tot een late echtscheiding. Deze fase hangt bovendien samen met de menopauze. De fase van het lege-nestgezin is ook sterk gemedicaliseerd (depressie, menopauze etc.).

Restgezin[bewerken]

De partners worden ouder en raken bejaard. Wanneer er een wegvalt zal de ander te maken krijgen met een rouwproces.

Gezin als institutie[bewerken]

Het gezin is belangrijk omdat het bepaalde functies vervult zoals :

  • Voortplanting
  • Regularisatie seksueel verkeer
  • Socialisatie van de kinderen
  • Koesteringsfunctie
  • Verzorgingsfunctie
  • Economische functie