Rijksmonument

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Monumentenschildje voor rijksmonumenten, geïntroduceerd in 2014

Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Een formeel juistere aanduiding is: 'beschermd monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988', omdat met rijksmonumenten ook wel eens wordt geduid op monumenten in rijksbezit.

Tot 2012 moest een monument 50 jaar of langer geleden zijn vervaardigd om in het kader van de Monumentenwet voor bescherming in aanmerking te komen. Per 1 januari 2012 is dit criterium vervallen. Gemeenten en provincies beschermen vaak ook monumenten (die we dan aanduiden als gemeentelijke en provinciale monumenten).

Nederland heeft ongeveer 61.000 inschrijvingen (circa 52.000 objecten) met de status rijksmonument, waarvan circa 1500 archeologische rijksmonumenten.[1][2]

Inschrijving in het register[bewerken]

Aanwijzing rijksmonumenten in het Polygoonjournaal maart 1974

De rijksmonumenten zijn ingeschreven in het Monumentenregister (artikel 1 Monumentenwet 1988), die geautomatiseerd is te vinden in de Objectendatabank (ODB), beheerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De Objectendatabank is publiekelijk toegankelijk via het Monumentenregister online. De bescherming is wel altijd aangetekend in de openbare registers (Kadaster) en moet bij verkoop ook door de verkoper aan de koper worden gemeld.

In 2000 werd het project Actualisering Monumentenregister gestart, om het landelijke register bij te werken en betrouwbaarder en toegankelijker te maken.

Rechten en plichten van de bescherming[bewerken]

Rechtsgevolg van de bescherming is onder andere dat voor wijzigingen van het monument (zowel binnen als buiten en ook bij zaken als gevelreiniging of het wijzigen van het kleurbeeld) een vergunning van Burgemeester en Wethouders nodig is. Dit vereiste van een vergunning geldt overigens ook voor vrijwel alle gemeentelijke en provinciale monumenten.

Voor het onderhoud van rijksmonumenten bestaan fiscale faciliteiten. De overdrachtsbelasting bij aankoop van een rijksmonument door particuliere kopers werd in de periode vanaf 1 mei tot en met 31 december 2009 tijdelijk afgeschaft na een uitspraak van het gerechtshof in Den Haag. Zie ook: Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten.

Schildje[bewerken]

Het blauw-witte schildje behorend bij de Haagse Conventie

Blauw-wit schildje[bewerken]

Sommige (lang niet alle) rijksmonumenten zijn voorzien van een blauw-wit schildje (zie bovenste afbeelding). Dat schildje is in het leven geroepen tijdens de Haagse Conventie van 1954 en duidt een pand aan dat in oorlogstijd beschermd moet worden en kan dus ook voorkomen op moderne panden zoals belangrijke archieven, bibliotheken en musea.[3] De herkenbaarheid van de objecten door dit schildje moet leiden tot eerbiediging van het erfgoed door strijdende partijen tijdens gevechtshandelingen. Het is een internationaal herkenningsteken, dat reeds in vredestijd kan worden aangebracht op bepaalde rijksmonumenten, en waarvan uiterlijk, vorm en gebruik zijn vastgelegd in 1954.

Rijks en gemeentelijke schildjes[bewerken]

In 2010 begon de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed met plannen voor het introduceren van een apart, afwijkend, schildje voor monumenten die geen blauw-wit schildje mogen dragen.[4] Op 11 september 2014 werd dit nieuwe schildje door de ANWB gepubliceerd en is beschikbaar voor gemeentelijke, provinciale en rijksmonumenten.[5] Het eerste monument wat dit nieuwe schildje kreeg was de Ridderzaal in Den Haag.[6]

Een groot aantal gemeenten in Nederland heeft een eigen schildje op de rijks- en gemeentelijke monumenten. Zo heeft Nijmegen een monumentenschildje in de stadskleuren rood en zwart. Op het schildje van een rijksmonument in Nijmegen staat een goudgele Nederlandse leeuw in de onderste punt van het schildje. Een gemeentelijk monument heeft in de onderste punt een witte dubbelkoppige adelaar met in het midden een dubbelstaartige leeuw uit het wapen van Nijmegen.

Tijdelijke beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten[bewerken]

Op 1 juli 2007 ging een tijdelijke beleidsregel van kracht (Tijdelijke beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2007) in opdracht van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ronald Plasterk, waarin de aanwijzing van rijksmonumenten tot 1 januari 2009 is opgeschort voor zaken gebouwd voor 1940. Alleen bij hoge uitzondering worden beschermde rijksmonumenten aangewezen, alleen wanneer de zaak behoort tot de ongeveer 100 meest waardevolle monumenten die zijn gebouwd in de periode 1940 tot en met 1958 (de z.g. wederopbouw-periode). Deze lijst werd in de herfst van 2007 gepubliceerd, zie: Top 100 Nederlandse monumenten 1940-1958. Een groot aantal bouwwerken op die lijst is nadien inderdaad aangewezen als rijksmonument, enkele werden afgewezen. De minister koos voor deze beleidsregel omdat hij snel met de modernisering van de monumentenzorg wil beginnen.

Een vergelijkbare maatregel gold voor de periode juli 2006 tot juli 2007.

Kritiek op monumentenbeleid[bewerken]

Op de aanwijzing tot monument c.q. rijksmonument bestaat kritiek vanuit professionele hoek. Aanwijzingsargumentaties zouden soms onder andere ernstig tekortschieten en voorzien zijn van gefantaseerde "feiten". Daarnaast zou door te ruimhartige toekenning te weinig restauratiegeld voor zeer belangrijke bouwwerken overblijven en zouden de gejuridiseerde procedures in het voordeel zijn van belangengroepen met kennis van zaken.[7]

In bredere zin wordt onder meer gesproken over obsessieve behoudzucht.[8][9] Particulieren en ondernemingen kunnen/konden tevens monumentenzorg als een hindermacht ervaren als ze gehinderd blijken/bleken te worden in hun bouwplannen.[10][11] Tevens is de vraag of er verschillen zijn in het toezicht en het handhaven tussen monumenten in handen van de Overheid en die van particulieren.

Lijsten van rijksmonumenten per provincie[bewerken]

De lijsten bevatten een onderverdeling van de rijksmonumenten per gemeente in de betreffende provincie.

Plaatsen met de meeste monumenten[bewerken]

Een overzicht van de plaatsen met de meeste inschrijvingen in het rijksmonumentenregister (2011). Het aantal objecten zal iets minder zijn omdat ook onderdelen van een object een aparte inschrijving kunnen hebben.[12]

Plaats Inschrijvingen Lijst
1. Amsterdam 7385 Lijst van rijksmonumenten in Amsterdam
2. Maastricht 1677 Lijst van rijksmonumenten in Maastricht
3. Utrecht 1402 Lijst van rijksmonumenten in Utrecht
4. Leiden 1243 Lijst van rijksmonumenten in Leiden
5. 's-Gravenhage 1159 Lijst van rijksmonumenten in Den Haag
6. Haarlem 1148 Lijst van rijksmonumenten in Haarlem
7. Middelburg 1144 Lijst van rijksmonumenten in Middelburg
8. Dordrecht 891 Lijst van rijksmonumenten in Dordrecht
9. Delft 695 Lijst van rijksmonumenten in Delft
10. Groningen 692 Lijst van rijksmonumenten in Groningen
11. Leeuwarden 649 Lijst van rijksmonumenten in Leeuwarden
13. Zierikzee 568 Lijst van rijksmonumenten in Zierikzee
14. Deventer 540 Lijst van rijksmonumenten in Deventer
15. Harlingen 517 Lijst van rijksmonumenten in Harlingen
16. 's-Hertogenbosch 514 Lijst van rijksmonumenten in 's-Hertogenbosch
17. Kampen 509 Lijst van rijksmonumenten in Kampen
18. Arnhem 509 Lijst van rijksmonumenten in Arnhem
19. Breda 501 Lijst van rijksmonumenten in Breda
20. Rotterdam 451 Lijst van rijksmonumenten in Rotterdam
21. Zwolle 444 Lijst van rijksmonumenten in Zwolle
22. Amersfoort 440 Lijst van rijksmonumenten in Amersfoort
23. Alkmaar 399 Lijst van rijksmonumenten in Alkmaar
24. Zutphen 394 Lijst van rijksmonumenten in Zutphen

Steden met de meeste rijksmonumenten in de binnenstad zijn: 1. Amsterdam, 2. Maastricht, 3. Leiden, 4. Utrecht, 5. Middelburg, 6. Haarlem, 7. Dordrecht, 8. Delft, 9. Groningen en 10. Zierikzee.

Rijksmonumenten waarvan het Rijk eigenaar is[bewerken]

De rijksoverheid heeft sommige rijksmonumenten zelf in eigendom. Zij is van plan daarvan 34 monumentencomplexen (elk bestaande uit een of meer monumenten) te vervreemden, met behoud van de monumentenstatus.[13]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. RCE jaarverslag 2010 erfgoedcijfers
  2. Aantal rijksmonumenten en objecten per gemeente
  3. Website monumenten.nl
  4. Ik heb een monument en wil graag een blauwwit schildje op de gevel. Waar kan ik dat aanvragen?
  5. Nieuw bord zet monumenten op de kaart. ANWB (2014-09-11)
  6. Nieuw monumentenbord zet monumenten op de kaart (2014-09-11)
  7. Architectuurhistoricus professor Auke van der Woud in het VPRO-programma De slag om Nederland, aflevering Hoogvliegers, 24 september 2012.
  8. Volkskrant, Rem Koolhaas, : ‘Er is een obsessie met behoud’, 30 augustus 2010.
  9. Ronnie Weessies, OMA stipt gevaren behoudzucht aan, 2 september 2010, op: architectenweb.nl.
  10. Dirk Snoodijk, De modernisering van de monumentenzorg. Structureler, breder, eenvoudiger, in: Tijdschrift van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - 1 - winter 2010, blz. 5-9.
  11. Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg, september 2009.
  12. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Rijksmonumenten Dataset
  13. http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/publicaties/2013/02/05/overzicht-monumenten-die-niet-meer-nodig-zijn-voor-een-rijksfunctie.html