Wilhelmina der Nederlanden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wilhelmina
1880–1962
Wilhelmina1898.jpg
Koningin der Nederlanden
Periode 1890–1948
Voorganger Willem III (regentes: Emma)
Opvolger Juliana
Vader Willem III
Moeder Emma van Waldeck-Pyrmont
Dynastie Oranje-Nassau
Stamboom.png Stamboom

Beluister

(info)

Wilhelmina Helena Pauline Maria (Den Haag, 31 augustus 1880Apeldoorn, 28 november 1962), Prinses der Nederlanden (1880-1890, 1948-1962), Prinses van Oranje-Nassau en Hertogin van Mecklenburg (1901-1962), was van 1890 tot 1948 koningin der Nederlanden en regeerde onder de naam Wilhelmina. Zij trouwde met haar achterneef Hendrik van Mecklenburg-Schwerin. Uit dit huwelijk werd één dochter geboren: Juliana.

Van 1890 tot haar achttiende verjaardag in 1898 was haar moeder, koningin Emma regentes. Tijdens de Tweede Wereldoorlog week zij uit naar Engeland. Wegens gezondheidsproblemen van Wilhelmina was kroonprinses Juliana, in 1947 en 1948, voor 157 dagen regentes. Wilhelmina deed officieel in haar 58ste regeringsjaar afstand van haar koningschap; feitelijk regeerde zij iets korter dan 50 jaar. Desondanks is zij met afstand het langstzittende Nederlandse staatshoofd ooit.

Jeugd[bewerken]

Prinses Wilhelmina in 1885.

Wilhelmina werd op 31 augustus 1880 om 18.00 uur geboren op Paleis Noordeinde in Den Haag. Zij was het enige kind van koning Willem III en zijn tweede echtgenote Emma van Waldeck-Pyrmont. Ter gelegenheid van de geboorte werden militaire parades gehouden en klonken 49 saluutschoten.

Haar officiële namen waren:

In de eerste maanden van haar leven werd zij door haar ouders Paulientje genoemd. Uiteindelijk schakelden ze over op Wilhelmina.

De doop vond plaats op 12 oktober 1880 in de Willemskerk te Den Haag door dominee Cornelis Eliza van Koetsveld. De kleine Wilhelmina droeg een witte doopjurk van Brussels kant, waarin al haar opvolgsters en ook koning Willem-Alexander zijn gedoopt. Haar moeder hield de baby ten doop. Onder de aanwezigen waren haar vader, de 83-jarige oudoom prins Frederik van Oranje-Nassau, oom en tante groothertog Karel Alexander van Saksen-Weimar-Eisenach en groothertogin Sophie, en de grootouders van moederskant vorst George Victor van Waldeck-Pyrmont en vorstin Helena van Nassau-Weilburg.

Op haar eerste verjaardag zette zij haar eerste stapjes.

Van haar drie oudere halfbroers uit haar vaders eerste huwelijk met Sophie van Württemberg leefde bij haar geboorte alleen nog prins Alexander van Oranje-Nassau (1851-1884). Hij was zo verbolgen over zijn vaders tweede huwelijk (hij sloot op de dag van de huwelijkssluiting de luiken van zijn paleis), dat hij weigerde zijn halfzusje te zien. Hij stierf toen zij vier jaar oud was. Hierdoor werd Wilhelmina de troonopvolgster.

Toen Willem III op 23 november 1890 stierf, werd de tienjarige Wilhelmina automatisch koningin. Tot haar achttiende verjaardag nam haar moeder Emma als regentes het koningschap waar. In het Groothertogdom Luxemburg waren volgens de afgesloten erfstellingsovereenkomst alleen mannelijke afstammelingen uit het huis Nassau erfgerechtigd. De groothertogelijke kroon ging daar over op een ver familielid uit het Huis Nassau, Adolf, hoofd van de Walramse tak van Nassau.

Als meisje van dertien bezocht Wilhelmina met haar moeder-regentes de Duitse keizer Wilhelm II. Deze pochte tegenover haar dat zijn gardisten bijna twee meter lang waren. Wilhelmina glimlachte beleefd en antwoordde dat wanneer de sluizen geopend werden, haar kleine land twee en een halve meter onder water stond.[1]

Begin koningschap[bewerken]

Wilhelmina in 1898

Op 6 september 1898 werd Wilhelmina ingehuldigd in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Een jaar daarvoor had zij een grote klap te verwerken gekregen. Haar tante Sophie, de zus van haar vader en haar directe erfgename, was overleden. In haar autobiografie schreef zij dat haar tante veel voor haar betekend had. Aansluitend aan de inhuldiging kwam Wilhelmina, nu als koningin, met de stoet weer naar buiten; hiervan maakte de beroemde circusdirecteur Oscar Carré een filmopname, die hij kort daarna in zijn circus vertoonde, en die tot de oudste Nederlandse filmbeelden behoort.

Twee jaar na haar inhuldiging werd aan een Nederlands marineschip, Hr. Ms. Gelderland, opdracht gegeven naar Mozambique te varen om daar Paul Kruger, president van het verslagen Transvaal, te evacueren. Dit gebaar (met stilzwijgende instemming van de Britten), leverde haar veel goodwill op in Europa. Zij had als Nederlands staatshoofd een zeer grote rol in het (mislukte) vredesproces van de Tweede Boerenoorlog.

Nuvola single chevron right.svg Zie Koningin Wilhelmina in de Tweede Boerenoorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Huwelijk[bewerken]

Foto van Wilhelmina en Hendrik van 17 oktober 1900, een dag na de bekendmaking van de verloving.
Wilhelmina met Juliana, circa 1914.

Er werd gezocht naar een echtgenoot voor de jonge koningin. Britse kandidaten vielen af vanwege de Boerenoorlog. "Nur einen deutschen Prinzen soll sie bekommen", sprak de Duitse keizer.

Koningin-moeder Emma reisde in mei 1900 met haar dochter naar het slot Schwarzburg in Thüringen.[2] Daar waren ontmoetingen gearrangeerd met drie kandidaten. Friedrich Wilhelm van Pruisen, kleinzoon van prinses Marianne, was door de Duitse keizer naar voren geschoven en de twee broers van Mecklenburg-Schwerin, zonen van groothertog Frederik Frans II van Mecklenburg-Schwerin, waren geselecteerd uit de Almanach de Gotha. Van de broers kwam alleen Heinrich opdagen. Moeder en dochter kozen voor hertog Heinrich zu Mecklenburg-Schwerin. Op 16 oktober werd de verloving bekendgemaakt. Wilhelmina en Heinrich waren familie van elkaar: de Russische tsaar Paul I en diens echtgenote Maria Fjodorovna waren hun gemeenschappelijke overgrootouders, wat hen achterneef en -nicht van elkaar maakte.

Op 7 februari 1901 trouwden ze. Heinrich heette vanaf die dag Hendrik. Koningin Wilhelmina schokte haar raadgevers en de hoge Colleges van Staat met haar aanvankelijke wens dat de naam van het in Nederland regerende vorstenhuis zou worden veranderd in Oranje-Mecklenburg. Nog los van de eer die ze haar kersverse echtgenoot hiermee wilde bewijzen, werd dit idee ingegeven door - wat Fasseur noemt - virulent anti-katholicisme. De meest stamverwante tak van de Nassaus regeerde immers in Luxemburg en deze Nassaus hadden, volgens de koningin, de naam van Nassau, zo nauw verbonden met de reformatie, te schande gemaakt door katholiek te worden.

In maart 1902 werd bekendgemaakt dat de koningin zwanger was en in april kwam het bericht dat zij ernstig ziek was. Het bleek tyfus te zijn. Begin mei werd de situatie levensbedreigend genoemd. Wilhelmina was de laatste Oranjetelg en indien zij zou overlijden, zou de troon hoogstwaarschijnlijk naar een Duitser gaan. Meest genoemde kandidaat was Wilhelmina's achterneef Willem Ernst, groothertog van Saksen-Weimar-Eisenach, een kleinzoon van Wilhelmina's tante Sophie. Mogelijk zou Nederland dan opgeslokt worden door het Duitse Rijk. Eind mei verbeterde haar gezondheidstoestand en om volledig te herstellen ging zij naar Schaumburg. Op prinsjesdag 1902 verscheen Wilhelmina voor het eerst weer in het openbaar.

Het huwelijk van Wilhelmina en Hendrik bleef lange tijd kinderloos en bracht de eerste jaren vier miskramen. Tevens ontsnapten zowel koningin als prins op 26 februari 1908 nog maar net aan een verkeersongeval. Prins Hendrik bestuurde een auto die tegen een Haagse tram botste. Eind 1908 werd opnieuw een zwangerschap van de koningin bekendgemaakt door minister-president Theo Heemskerk en op 30 april 1909 werd een kind geboren, de latere koningin Juliana.

Dat het koningshuis ten tijde van de eerste decennia van haar regering niet algemeen geliefd en gerespecteerd was, blijkt onder meer uit het liedje van Jean-Louis Pisuisse uit 1909, "Brief van een ongehuwde moeder aan koningin Wilhelmina".

Godsdienst[bewerken]

Wilhelmina was een meelevend lid van de Nederlands-Hervormde Kerk en kan worden gerekend tot de ethisch-irenische stroming, die dogmatisme en vrijzinnigheid afwees. Ze nam in 1905 het initiatief tot de oprichting van de Vereniging voor Volkszanguitvoeringen, die in volksbuurten wilde evangeliseren door het lied. Ze steunde de stichting van de Wereldzendingsbeweging (1910) en de Wereldraad van Kerken (1948). Frank Thomas, de oprichter van de Société évangélique de Genève, bewonderde ze zeer. Abraham Kuyper, die met de Doleantie de Hervormde Kerk had verlaten, vond ze een "scheurmaker".

Eind jaren dertig sloot zij zich aan bij de Oxford-Groep van de lutherse dominee Frank Buchman. Het doel was om door middel van geestelijke herbewapening tegenwicht te bieden aan de militaire herbewapening in die periode. In drie radiotoespraken, die grote weerklank vonden, besteedde ze hier aandacht aan.

Feitelijk koningschap[bewerken]

Wilhelmina maakte van haar bevoegdheden als koningin nadrukkelijk gebruik. Hoewel zij wist waar haar grenzen lagen, respecteerde zij die met tegenzin. Wilhelmina had een duidelijke protestants-christelijke achtergrond. Zij hechtte, vanuit de oranjetraditie, belang aan een sterke krijgsmacht. Daarnaast hield zij ook niet van politiek gekissebis en had zij niet veel op met de politici van haar tijd, wat vaak tot conflicten leidde met haar ministers.

Vanuit die achtergrond stoorde zij zich aan het kabinet-De Meester, een zwak liberaal minderheidskabinet, dat gedoogsteun kreeg van de SDAP. De begroting van het ministerie van Oorlog werd in zowel 1906 en 1907 verworpen. Daarop viel het kabinet in december 1907. Dat gaf Wilhelmina de ruimte om haar stempel op de volgende formatie te drukken. Abraham Kuyper was bij de ARP de sterke man en de voor de hand liggende formateur maar riep bij Wilhelmina en de andere partijen weerstand op. Wilhelmina wilde een gematigde koers, een sterke landsverdediging en had een hekel aan Kuyper. Theo Heemskerk, de tweede man in de ARP, kreeg van Wilhelmina de opdracht om een kabinet te formeren, waarbij Kuyper, tot diens ergernis, werd gepasseerd.[3]

De Amerikaanse pers publiceerde berichten dat zij door haar zakelijke inzicht het familiekapitaal vergrootte tot een miljard dollar. De Nederlandse koninklijke familie zou een van de grootste aandeelhouders van Koninklijke Olie zijn. Wilhelmina steunde de Verenigde Staten en Groot-Brittannië in een conflict over Mexicaanse olievelden.

Nadat de grote mogendheden Den Haag aanwezen als vestigingsplek voor het Vredespaleis, bood de negentienjarige koningin een van haar paleizen aan als plaats waar de landen hun geschillen vreedzaam konden bijleggen, door deze voor te leggen aan het Permanent Hof van Arbitrage. Zij bood een galadiner aan bij de afsluiting van de eerste Haagse Vredesconferentie. Zij zag weinig in deze initiatieven - Nederland was immers een neutraal land - en hechtte meer aan een sterke defensie. Daarover kwam ze in conflict met de achtereenvolgende regeringen, die toentertijd streefden naar een volksleger.

De Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Nederland neutraal. Maar de sympathie was in die tijd vooral gericht op Duitsland. Wilhelmina had dankzij haar moeder en man een uitgebreide Duitse familie. Het Britse optreden rond de eeuwwisseling in de Tweede Boerenoorlog lag nog vers in het geheugen.

Na een aantal incidenten, zoals het torpederen van een aantal Nederlandse schepen door de Duitsers en Duitse onderzeeërs die op de Nederlandse kust strandden, wist Wilhelmina dankzij haar contacten met de Duitse keizer de zaak te sussen. Er kwam een gemeenschappelijke commissie die moest bekijken hoe groot de wederzijdse schade was. De spanning liep verder op toen de Geallieerden Nederlandse schepen in beslag namen. Wilhelmina sprak van schepenroof. Om de Nederlandse eer hoog te houden werd besloten een konvooi koopvaardijschepen naar Nederlands Indie onder begeleiding van oorlogsschepen te laten uitvaren. Toen de Britten de schepen wilden doorzoeken kon de regering niets anders doen dan toegeven. De minister van koloniën Jean Jacques Rambonnet trad af, uit onvrede over het kabinetsbesluit. Wilhelmina was woedend en liet haar afkeuring blijken.

De Duitsers verdachten Nederland van samenwerking met de Geallieerden en eisten compensatie in de vorm van vrije doorgang door Limburg. Wilhelmina wist weer door haar persoonlijke contacten met de Duitse keizer de gemoederen te bedaren. Het compromis, alleen bouwmateriaal voor België maar niet voor de aanleg van loopgraven leidde tot spanningen met de geallieerden.

Opperbevelhebber Generaal Snijders moest de Nederlandse troepen verdelen om zowel een Engelse, Franse als een Duitse aanval te weerstaan. Hij wilde zich het liefst op één tegenstander concentreren en was daarom voorstander van een bondgenootschap met de Duitsers omdat Nederland naar zijn mening bij een Duitse aanval kansloos zou zijn. Voor de regering Cort van der Linden was dit aanleiding om Snijders te ontslaan en aan de neutraliteit politiek vast te houden. Wilhelmina stelde zich achter de opperbevelhebber op. Dat leidde tot een conflict met het kabinet en de minister van oorlog De Jonge. In een gesprek tussen Wilhelmina en de Jonge vielen wederzijds harde woorden. Snijders wilde zelf ontslag te nemen, maar Wilhelmina vroeg hem in een persoonlijke brief om aan te blijven.

De verstandhouding tussen Wilhelmina en het kabinet was in 1918 op een dieptepunt beland. De situatie werd gered door het einde van de Eerste Wereldoorlog en door verkiezingen. Een nieuw kabinet, het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck I loste in september 1918 Cort van der Linden af.[4]

De nieuwe minister van Oorlog George August Alexander Alting von Geusau ontsloeg Snijders alsnog na de rellen in de Legerplaats Harskamp. Hij deelde het ontslag eerst aan de Tweede Kamer mee voordat Wilhelmina werd ingelicht.

De nasleep van de Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Maatschappelijke onrust, aangemoedigd door het uiteenvallen van de Russische, Oostenrijks-Hongaarse en Duitse Rijken en de communistische revolutie in Rusland in 1917, stak kort na de Eerste Wereldoorlog ook in Nederland de kop op, die de socialistische leider Pieter Jelles Troelstra in november 1918 tot zijn 'historische vergissing' inspireerde: een oproep tot een socialistische revolutie. Een proclamatie door Wilhelmina kalmeerde de gemoederen toen ook de verschillen tussen extreem rijk en extreem arm iets werden aangepakt: ziekenhuizen, nieuwe woningen en beperking van de uitbuiting van de arbeiders. Wilhelmina ging nu ook meer een eigen invulling geven aan het koningschap. Zij wilde "contact met alle lagen van de bevolking in haar arbeid, voelen en denken". Het ceremonieel werd drastisch teruggebracht, maar de "gouden kooi" kon zij niet doorbreken.

Na de Eerste Wereldoorlog vroeg de Duitse keizer op 10 november 1918 politiek asiel. Het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck I verleende hem dat, tegen de wil van de geallieerde mogendheden Frankrijk, Groot-Brittannië en vooral België. Wilhelmina vermeed elk contact met hem. Zij verweet hem gebrek aan leiderschap en het verlaten van zijn volk. De Duitse revolutie zou ook in Nederland natrillen, zoals zij zou ondervinden.

Koningin Wilhelmina tijdens het interbellum[bewerken]

Wilhelmina in 1942.

Door de evenredige vertegenwoordiging die bij de grondwetswijzing van 1917 werd ingevoerd en de invoering van het vrouwenkiesrecht (passief kiesrecht in 1917, actief kiesrecht in 1922) in ontstond er een electorale stabiele situatie waardoor de protestants-christelijke partijen in een gunstige middenpositie zaten. Tot ergernis van Wilhelmina was het parlement tegelijkertijd versplinterd en ontstond er met enige regelmaat een kabinetscrises. Na de nodige consultatierondes vormden dezelfde partijen weer een kabinet.

Volgens Fasseur heeft het politiek geruzie in die periode bijgedragen aan Wilhelmina's afkeer van politieke partijen en ministers. Tegelijkertijd versterkte het geruzie haar positie. In een aantal gevallen werd ze gevraagd om in een conflict te bemiddelen. Tussen 1922 en 1939 moest er onder haar leiding tien keer een kabinet geformeerd worden, waarbij Wilhelmina als staatshoofd in het formatieproces aan de touwtjes trok. Zinde een voorgedragen minister of voorgenomen regeringsprogramma haar niet, dan maakte zij dat aan de formateur kenbaar.[5]

Bij de kabinetscrisis van 1939, ontstaan door een in haar ogen onnodig conflict tussen Colijn en Romme, uitte ze haar ongenoegen tegen Colijn: U hebt toen (in 1937) 10 heren uitgezocht met wie u het nu niet meer kunt vinden: Nu moet u andere heren zoeken[5] Wilhelmina probeerde vervolgens Colijn als minister-president van een koninklijk kabinet naar voren te schuiven maar het kabinet-Colijn V werd in de Tweede Kamer weggestemd. Dirk Jan de Geer werd formateur. Met het kabinet-De Geer II aan het roer ging Nederland de Tweede Wereldoorlog in.

Wilhelmina leed onder de buitenechtelijke avonturen en de financiële praktijken van prins Hendrik, die met zijn positie van prins-gemaal binnen het Nederlandse constitutionele bestel niet goed raad wist. Vanaf het einde van Eerste Wereldoorlog leefden ze vrijwel gescheiden; door de volgzaamheid van de pers in die tijd bleef het volk grotendeels onkundig van Hendriks misstappen. Wilhelmina belastte de Haagse hoofdcommissaris Van 't Sant met de begeleiding van Hendrik.

Het overlijden van haar moeder en haar echtgenoot in 1934 maakten dat jaar moeilijk voor haar, niet alleen emotioneel, maar ook omdat het koningshuis toen nog maar uit twee personen bestond. Zij had het liefst willen aftreden omdat zij meende dat het volk een beetje op haar was uitgekeken en omdat zij zich onmachtig voelde het kabinetsbeleid bij te sturen. Zij wilde dit echter haar dochter Juliana niet aandoen voordat die haar eigen huwelijk geregeld had. Vanaf 1937 kreeg de monarchie de broodnodige personele versterking: Juliana trouwde met prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld en in 1938 werd prinses Beatrix als Wilhelmina's eerste kleindochter en erfopvolger geboren; in 1939 volgde prinses Irene.

Samen met koning Leopold III van het nu ook neutrale België ontplooide zij enkele initiatieven voor het bewaren van de vrede in Europa, die niet mochten baten, maar wel de Nederlands-Belgische relaties hielpen verbeteren. In februari 1939 werd besloten tot de bouw van een centraal vluchtelingenkamp voor uit Duitsland gevluchte joden. Gekozen werd voor een locatie bij Elspeet. Koningin Wilhelmina verzette zich; zij vond de afstand van twaalf kilometer tot haar zomerverblijf Paleis Het Loo veel te weinig en ook de ANWB protesteerde hier tegen met het argument dat de Veluwe vrij begaanbaar moest blijven. Het kamp werd uiteindelijk bij Hooghalen gebouwd (kamp Westerbork).

De Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Koningin Wilhelmina spreekt tot het volk via Radio Oranje.
Nuvola single chevron right.svg Zie Koningin Wilhelmina in de Tweede Wereldoorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 10 mei 1940 viel Duitsland Nederland binnen. De voltallige koninklijke familie vluchtte enkele dagen later naar Londen.[6] Ook koningin Wilhelmina week op advies van generaal Henri Winkelman uit.[7] Naar eigen zeggen was haar aanvankelijke plan om met een Engelse torpedojager vanuit Den Haag naar Zeeland te varen en daar met haar troepen te strijden tot er hulp van de geallieerden kwam.[8] Dit bleek niet haalbaar waarna het schip uitweek naar Engeland.

In Londen verbleef zij samen met de Nederlandse regering in ballingschap en zond radioboodschappen aan haar volk, via Radio Oranje. Adolf Hitler noemde zij de 'aartsvijand van de mensheid'. Ook heeft zij in haar toespraken een keer haar afkeuring betuigd tegen de Jodenvervolging die op dat moment gaande was in Nederland.[9] Ondanks de hierop gestelde straf werden de uitzendingen in Nederland veel beluisterd. Gedurende de laatste jaren van de bezetting groeiden zij en de kleur oranje uit tot symbool van bevrijding. Zelf werd zij gedurende de oorlog bijna gedood door een Duitse bom, die dichtbij haar huis in South Mimms, net ten noorden van Londen neerkwam.

Terwijl haar dochter en kleinkinderen in Canada zaten, ontpopte haar schoonzoon Bernhard zich tot adjudant, die zich voor de strijdkrachten inzette, al mocht hij zich van zijn schoonmoeder niet in gevaar brengen. In de oorlog sprak zij over een politiek denkbeeld, de 'vernieuwing', wat voortkwam uit haar frustraties met het vooroorlogse politieke bestel. Dit is nooit helemaal uitgewerkt, maar de kernthema's waren als volgt: afschaffing van de zuilen, een nog grotere macht voor de Kroon en een eendrachtiger Nederland. Zij had menigmaal conflicten met haar ministers, die voorstanders waren van het vooroorlogse bestel. Zij meende echter dat het volk achter haar zou staan.

De Wederopbouw en troonsafstand[bewerken]

Woonhuis Wilhelmina aan de Nieuwe Parklaan in Den Haag

Na haar terugkeer in Nederland verbleef Wilhelmina op landgoed Anneville bij Breda. Hier raadpleegde ze een aantal Nederlandse prominenten om een kabinet samen te stellen dat met de wederopbouw zou kunnen beginnen. Naar haar mening zouden mensen die zich in het verzet onderscheiden hadden met die taak belast moeten worden. Hoewel ze zich twijfelde of Drees wel vernieuwd was, vroeg ze aan Schermerhorn en Drees samen een nationaal kabinet voor herstel en vernieuwing te vormen. Dit leidde tot het kabinet-Schermerhorn-Drees Volgens Drees was het aanstellen van twee formateurs, een idee van Wilhelmina zelf.[10]

Zij gaf uit woede over het gebruik van Paleis Het Loo door de nazi's, opdracht dit paleis af te breken. Het gezonde verstand overwon echter. Uit medeleven met het Nederlandse volk heeft Wilhelmina na de Tweede Wereldoorlog (september 1945 - april 1946) tijdelijk in een burgerhuis gewoond aan de Nieuwe Parklaan in Den Haag. Verder bracht zij persoonlijke bezoeken door het hele land.

Wilhelmina kreeg bij de verkiezingen van 1946 een teleurstelling te verwerken met betrekking tot de vernieuwing die haar voor ogen stond; de oude politieke partijen en hun zuilen kwamen terug. Wilhelmina had zich vergist, de Nederlanders wilden niets van haar vernieuwing weten. Ook haar gezondheid liet te wensen over, Juliana moest een aantal keren als regentes optreden. Na een ambtsperiode van bijna 58 jaar deed zij op 4 september 1948 troonsafstand ten gunste van Juliana. Twee dagen later vond de inhuldiging van koningin Juliana plaats. Wilhelmina is de langst regerende monarch in de Nederlandse geschiedenis. Zij regeerde bij haar aftreden in 1948 meer dan een kwart van de periode dat het Koninkrijk der Nederlanden onder de Oranjes een constitutionele monarchie was.

Na haar abdicatie trok zij zich terug op Het Loo. Na haar aftreden nam de invloed van de Nederlandse monarchie op het beleid van de regering af, maar het Koninklijk Huis bleef populair.

Tijdens de watersnood van 1953 trad zij nog enkele malen in het openbaar op. Zij werkte tot op hoge leeftijd aan haar dynastieke belangen en zakelijke investeringen, waarbij zij onder andere contact had met de Amerikaanse familie Mellon en de Europese Rothschilds. Gedurende haar laatste levensjaren schreef zij haar autobiografie Eenzaam maar niet alleen.

Een van de laatste keren dat zij in het openbaar verscheen, was bij de achttiende verjaardag van haar kleindochter Beatrix in 1956.

Overlijden[bewerken]

Paleis Het Loo, mensen bewijzen de laatste eer aan prinses Wilhelmina (1962)

De Rijksvoorlichtingsdienst liet op 22 november 1962 weten dat Wilhelmina's gezondheidstoestand iets achteruit was gegaan. "Reden voor onmiddellijke ongerustheid is er echter niet", was het officiële commentaar. In de nacht van 27 op 28 november overleed zij in haar slaap aan de gevolgen van een hartaandoening. Direct na haar dood werd bekendgemaakt dat in de laatste weken van Wilhelmina's leven haar gezondheidstoestand veel ernstiger was geweest, dan naar buiten was gebracht.[11] Wilhelmina werd opgebaard in de kapel van het Loo. Buiten het Loo trotseerde een lange rij mensen de kou om haar de laatste eer te bewijzen. Haar lichaam werd na een aantal dagen overgebracht naar paleis Huis ten Bosch[12] Wilhelmina werd op 8 december bijgezet in de grafkelder van Oranje-Nassau in de Nieuwe Kerk in Delft. Conform haar wens was wit de voorgeschreven kleding bij de begrafenis.

Nakomelingschap[bewerken]

Afbeelding Naam Geboren Overleden Huwelijk Kleinkinderen
Staatsieportret van prinses Juliana.jpg Juliana Louise Emma Marie Wilhelmina 30 april 1909 20 maart 2004 Bernhard van Lippe-Biesterfeld (1911-2004) Beatrix (1938)
Irene (1939)
Margriet (1943)
Christina (1947)

Kwartierstaat van Wilhelmina en haar halfbroers[bewerken]

Württembergische Königskrone-MFr-3.jpgKoning Frederik I van Württemberg
(1754-1816)
 
Hertogin Augusta Caroline van Brunswijk
(1764-1788)
 
Russian Imperial Crown.svgTsaar Paul I van Rusland
(1754-1801)
 
Prinses Sophia Dorothea van Württemberg
(1759-1828)
 
Royal Crown of the Netherlands (Heraldic).svgKoning Willem I der Nederlanden
(1772-1843)
 
Prinses Wilhelmina van Pruisen
(1774-1837)
 
George II van Waldeck-Pyrmont (1789-1845)
 
Emma van Anhalt-Bernburg-Schaumburg-Hoym (1802-1858)
 
Willem van Nassau-Weilburg (1792-1839)
 
Pauline van Württemberg (1810-1856)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Württembergische Königskrone-MFr-3.jpgKoning Willem I van Württemberg
(1781-1864)
 
Grootvorstin Catharina Paulowna van Rusland
(1788-1819)
 
 
 
 
 
Grootvorstin Anna Paulowna van Rusland
(1795-1865)
 
Royal Crown of the Netherlands (Heraldic).svgKoning Willem II der Nederlanden
(1792-1849)
 
 
 
 
 
George Victor van Waldeck-Pyrmont (1831-1893)
 
 
 
 
 
Helena van Nassau-Weilburg (1831-1888)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Prinses Sophie van Württemberg
(1818-1877)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Royal Crown of the Netherlands (Heraldic).svgKoning Willem III der Nederlanden
(1817-1890)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Emma van Waldeck-Pyrmont (1858-1934)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Willem
(1840-1879)
 
Maurits
(1843-1850)
 
Alexander
(1851-1884)
 
Royal Crown of the Netherlands (Heraldic).svgWilhelmina der Nederlanden (1880-1962)

Diverse foto's[bewerken]

Geruchten[bewerken]

Tien jaar na de geboorte van Wilhelmina publiceerde Louis M. Hermans in het blad De Roode Duivel een vers, "Wie is papa?". Het vers leidde tot geruchten dat koning Willem III niet de vader zou zijn van Wilhelmina. In het geruchtencircuit werd gewezen naar De Ranitz. Hoewel er geen concrete aanwijzingen zijn, bleken de geruchten hardnekkig.[13]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Berg, Pieter van den (2004) Geachte Mejuffrouw Breitsma, een koninklijk verzoek in 1905, De Grijze Gleufhoed
  • Booy, Thijs (1963) Het is stil op het Loo, Ten Have
  • Boudier-Bakker, Ida e.a. (1948) De Gouden Kroon gedenkboek Wilhelmina 1898-1948, De Spaarnestad Haarlem
  • Fasseur, Cees (1998) Wilhelmina de jonge koningin, deel 1, Olympus
  • Fasseur, Cees (2001) Wilhelmina krijgshaftig in een vormeloze jas, deel 2, Olympus
  • Fasseur, Cees (2002) Wilhelmina sterker door strijd, Muntinga
  • Lammers, Fred J. (1972) Wilhelmina Moeder des Vaderlands Hollandia
  • Lammers, Fred J. (1980) De oude dame van het Loo Hollandia
  • Leeuw, P. de (1923) De dochter der Oranjes. Het leven en de regeering van H. M. Koningin Wilhelmina der Nederlanden bij haar vijf-en-twintigjarig regeeringsjubileum aan het Nederlandsche volk verhaald, J.Gzn/Unitas
  • Nieuwenhuizen, Bert van (2005) Wilhelmina een Koninklijke koppige Mevrouw, Aspekt
  • Oranje-Nassau, Wilhelmina van (1959) Eenzaam maar niet alleen W. ten have, Amsterdam (volledige versie via Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren)
  • Osta, A. P. J. van (1995) Drie vorstinnen, brieven van Emma, Wilhelmina en Juliana, De Arbeiderspers
  • Schaap, Jord (2005) Het recht om te waarschuwen. Jodenvervolging en vernieuwing in de Radio Oranje-toespraken van Wilhelmina, (Radio Oranje, boek + CD), Anthos
  • Saxton-Winter, E. (1911) Toen onze koningin nog prinsesje was, (vertaling H.S.S. Kuyper), Scheltens & Giltay
  • Spliethoff, Marieke E. e.a. (2006) Koningin Wilhelmina schilderijen en tekeningen, Waanders
  • Stevens, Harm (2005) Wilhelmina vorstin in oorlogstijd, Legermuseum
  • Udink, Betsy (1998) Wilhelmina een portret in herinneringen, Aula
  • Zee, Henri van der (2006) Londen in oorlogstijd wandelingen in de voetsporen van Wilhelmina, BZZTôH
  • Zee, Nanda van der (1997) Om erger te voorkomen

Film en tv[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De keizer werd door Wilhelmina onderscheiden met het Grootkruis in de Militaire Willems-Orde en het Grootkruis in de Huisorde van Oranje.
  2. Emma's moeder was een prinses van Schwarzburg.
  3. Bruijn, Jan de: Wilhelmina formeert. De kabinetscrisis van 1907-1908. Uitgeverij Boom, Amsterdam 2011.
  4. Alberts Jaco; Wilhelmina en de neutraliteit Historisch Nieuwsblad 1/2013
  5. a b Fasseur Cees; Wilhelmina Krijgshaftig in een vormeloze jas
  6. Juliana en de kinderen Beatrix en Irene reisden een maand later door naar Canada, teneinde de dynastie veilig te stellen.
  7. Jong, Loe de; Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 3 12 mei 1940, p. 281
  8. Eenzaam maar niet alleen p. 267-406
  9. radio-oranje
  10. F.J.F.M. Duynstee en J. Bosmans; Parlementaire geschiedenis van Nederland na 1945, deel 1, Het kabinet-Schermerhorn-Drees (1945-1946)
  11. H.K.H. prinses Wilhelmina in haar slaap overleden, Limburgs Dagblad, 29 november 1962
  12. Nederland rouwt om dood koningin Wilhelmina (1962), NOS, 10 augustus 2009
  13. Jan Bank (2012), Wilhelmina (1880-1962), in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland.
Vista-kmixdocked.png
Door op de afspeelknop te klikken kunt u dit artikel beluisteren. Na het opnemen kan het artikel gewijzigd zijn, waardoor de tekst van de opname wellicht verouderd is. Zie verder info over deze opname, bekijk de oorspronkelijke versie of download de opname direct. (Meer info over gesproken Wikipedia)