Vorstendom Schwarzburg-Rudolstadt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fürstentum Schwarzburg-Rudolstadt
Onderdeel van het heilige Roomse Rijk
Onderdeel van de Rijnbond
Onderdeel van de Duitse Bond
Onderdeel van de Noord-Duitse Bond
Onderdeel van het Duitse Keizerrijk
Onderdeel van de Weimar Republiek
 Graafschap Schwarzburg 1599–1919 Vrijstaat Thüringen 
Flagge Fürstentümer Schwarzburg.svg Coat of arms of Schwarzburg (1890).png
Kaart
[1900
[1900
Algemene gegevens
Hoofdstad Rudolstadt
Oppervlakte 941 km²
Bevolking 75.523 (1871)
100.702 (1910)
Talen Duits
Munteenheid Mark
Regering
Regeringsvorm Monarchie
Dynastie Huis Schwarzburg
Staatshoofd Graaf, vorst

Het vorstendom Schwarzburg-Rudolstadt was een graafschap (1599-1697), vorstendom (1697-1918) en vrijstaat (1918-1920) in de huidige Duitse deelstaat Thüringen.

Geschiedenis[bewerken]

Ontstaan[bewerken]

Schwarzburg-Rudolstadt is ontstaan tussen 1572 en 1599, toen het graafschap Schwarzburg middels verschillende verdragen tussen de nakomelingen van graaf Gunther XL werd verdeeld. Net als Schwarzburg-Sondershausen verkreeg de staat bij het Verdrag van Stadtilm (21 november 1599) de vorm die het tot 1920 zou behouden. Het bestond uit twee geografisch gescheiden gebiedsdelen, een zuidelijk gelegen Oberherrschaft, rond de residentie Rudolstadt en een noordelijker Unterherrschaft rond de stad Frankenhausen. Stamvader van het geslacht was Albert VII (1537-1605).

Alberts kleinzoon Albert Anton II werd in 1697 in de rijksvorstenstand verheven, een titel die echter pas door diens zoon en opvolger Lodewijk Frederik I werd gevoerd.

Rijnbond en Duitse Bond[bewerken]

Lodewijk Frederik II trad in 1807 toe tot de Rijnbond en stierf nog datzelfde jaar. Zijn zoon Frederik Günther werd in 1815 lid van de Duitse Bond en vaardigde in 1816 de eerste constitutie uit. In 1835 trad het land toe tot de Zollverein.

Ondanks het feit dat de regering in de Maartrevolutie van 1848 aan enige liberale eisen tegemoetkwam, vonden ook in Schwarzburg-Rudolstadt ongeregeldheden plaats, die echter met militaire middelen de kop werd ingedrukt. De liberale grondwet van 1848 werd in 1854 met toestemming van de landdag in conservatieve zin gewijzigd, de kieswet vervangen door een kiesstelsel op basis van drie inkomensgroepen.

Nadat Schwarzburg-Rudolstadt in 1866 tegen de door Oostenrijk in de Bondsdag van de Duitse Bond verzochte mobilisatie tegen Pruisen had gestemd, trad het toe tot de Noord-Duitse Bond, waardoor in 1867 het soeverein recht op het gebied van defensie op Pruisen overging.

Frederik Gunther stierf in 1867 en werd - omdat hij slechts kinderen uit een morganatisch huwelijk had - opgevolgd door zijn broer Albert, op wie reeds in 1869 diens zoon George Albert volgde. Onder hem raakte het vorstendom nadat belastingverhoging diverse malen door de landdag was afgewezen in 1870 in grote financiële problemen. De burgerij was slechts tot het betalen van meer belasting bereid als hier grotere politieke en economische vrijheden tegenover stonden. De regering zag uiteindelijk geen andere mogelijkheid dan het kiesrecht dienovereenkomstig te hervormen. De landdag bestond sindsdien uit vier afgevaardigden van de hoogst aangeslagen en twaalf afgevaardigden die door algemene verkiezingen onder de mannelijke staatsburgers werden verkozen. Door dit progressieve kiesrecht was de SPD in de landdag ruim vertegenwoordigd en behaalde deze in 1911 voor het eerst de absolute meerderheid.

In het Keizerrijk[bewerken]

Schwarzburg-Rudolstadt nam in 1870 deel aan de Frans-Duitse Oorlog en trad in 1871 toe tot het Duitse Keizerrijk. George Alberts neef en opvolger Günther Victor werd toen met de dood van Karel Günther in 1909 de linie Schwarzburg-Sondershausen uitstierf ook vorst van dat land. Hij trad in de Novemberrevolutie op 25 november 1918 als allerlaatste Duitse vorst af. In 1919 werd de vrijstaat Schwarzburg-Rudolstadt gesticht, die echter reeds in 1920 opging in de vrijstaat Thüringen.

Territorium[bewerken]

Schwarzburg-Rudolstadt bestond uit twee niet aangrenzende delen: de aan het Thüringer Woud grenzende Oberherrschaft en de door de Pruisische provincie Saksen omsloten Unterherrschaft.

Oberherrschaft[bewerken]

Unterherrschaft[bewerken]

Graven en vorsten[bewerken]