Hertogdom Anhalt-Köthen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Herzogtum Anhalt-Köthen
Lid van de Rijnbond (1807-1813)
Lid van de Duitse Bond (1815-1853)
In personele unie met Anhalt-Dessau (1847-1853)

 Vorstendom Anhalt-Köthen (1606-1807) 1807 – 1853 Hertogdom Anhalt-Dessau-Köthen 
Algemene gegevens
Hoofdstad Köthen
Oppervlakte 780 km²[1]
Bevolking 32.454 (1818)
43.120 (1850)[1]
Talen Duits
Religie Luthers, Gereformeerd
Politieke gegevens
Staatshoofd Hertog
Dynastie Anhalt-Bernburg (Ascaniërs)
Bondsdag 1 collectieve stem[2]
Portaal  Portaalicoon   Duitsland

Het hertogdom Anhalt-Köthen of Cöthen (Duits: Herzogtum Anhalt-Köthen) was een kleine staat in Midden-Duitsland. Tussen 1807 en 1813 was het hertogdom lid van de door Napoleon beheerste Rijnbond en van 1815 tot 1863 was land onderdeel van de Duitse Bond.

August Christiaan Frederik, vorst van Anhalt-Köthen, trad in op 18 april 1807 toe tot de Rijnbond, waardoor hij gelijktijdig de hertogstitel mocht aannemen. Zijn op napoleontische leest geschoeide departementen, staatsraad, Code Napoléon en orde van verdienste werden na zijn dood in 1812 weer afgeschaft. Hij werd opgevolgd door zijn minderjarige neef Lodewijk August (1812-1818), onder wie het hertogdom in 1815 lid van de Duitse Bond werd en diep in de schulden raakte. De tweede linie Anhalt-Köthen stierf met Lodewijk August in 1818 uit.

Na het uitsterven van de regerende tak viel het hertogdom toe aan Ferdinand Frederik (1818-1830) uit de zijlinie Anhalt-Köthen-Pleß. Zijn jongere broer Hendrik volgde hem op in de heerlijkheid Pleß. In 1821 ontstond er een geschil met het koninkrijk Pruisen over toltarieven en belastingen. De hertog bracht het geschil in de vergadering van de Duitse Bond. Ferdinand Frederik en zijn vrouw werden in 1825 katholiek. De hertog introduceerde onder andere de jezuïeten in het traditioneel lutherse land. In 1828 werd er een vergelijk gesloten met Pruisen en Anhalt-Dessau, wat een eind maakte aan de conflicten met Pruisen. De hertog werd na zijn kinderloze dood opgevolgd door zijn broer Hendrik (1830-1847), die in 1847 eveneens kinderloos stierf. Voor zijn dood was de heerlijkheid Pleß verkocht aan de graaf von Hochberg en de Freiherr zu Fürstenstein.

Anhalt-Köthen viel nu toe aan Leopold IV Frederik, hertog van Anhalt-Dessau. Omdat de hertog van Anhalt-Bernburg regeringsonbekwaam was en ook geen opvolgers had, maakte Analt-Bernburg geen aanspraak op de erfenis. Leopold IV regeerde de twee hertogdommen aanvankelijk in een personele unie. Sinds 1848 was er een verenigde Landdag met Anhalt-Dessau, maar de Landdag van Anhalt-Köthen vergaderde ook afzonderlijk. Beide Landdagen bestonden uit dezelfde leden. Per 1 januari 1853 werden de twee staten verenigd tot Anhalt-Dessau-Köthen, dat na het uitsterven van Anhalt-Bernburg in 1863 met dat land werd verenigd tot het hertogdom Anhalt.

Hertogen[bewerken]

Huis Anhalt-Köthen
Huis Anhalt-Köthen-Pleß
Huis Anhalt-Dessau

Regeringsleiders[bewerken]

President van het Landesdirektionskollegium[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. a b (de) T. C. Bringmann (2001): Handbuch der Diplomatie, 1815-1963. Auswärtige Missionschefs in Deutschland und Deutsche Missionschefs Im Ausland Von Metternich Bis Adenauer, eerste druk, Saur Verlag, München, blz. 8.
  2. Anhalt-Köthen deelde 1 collectieve stem met Oldenburg, Anhalt-Dessau, Anhalt-Köthen, Schwarzburg-Rudolstadt en Schwarzburg-Sondershausen.