Hertogdom Anhalt-Köthen
| Herzogtum Anhalt-Köthen | |||||
| Onderdeel van het Heilige Roomse Rijk Onderdeel van de Rijnbond Onderdeel van de Duitse Bond |
|||||
|
|||||
|
|
|||||
| Algemene gegevens | |||||
| Hoofdstad | Köthen | ||||
| Talen | Duits | ||||
| Religie(s) | Protestants | ||||
| Regering | |||||
| Regeringsvorm | Monarchie | ||||
| Dynastie | Ascaniërs | ||||
| Staatshoofd | Vorst/hertog | ||||
Het hertogdom Anhalt-Köthen (ook wel Anhalt-Cöthen) was een vorstendom en later hertogdom in de huidige Duitse deelstaat Saksen-Anhalt dat bestond van 1603 tot 1847/1853.
Inhoud |
Geschiedenis [bewerken]
Köthen, van oudsher in bezit van het huis der Ascaniërs, behoorde sinds 1251 tot verschillende Anhaltse deelvorstendommen.
Anhalt-Köthen van 1603 tot 1665 [bewerken]
De zoons van Joachim Ernst van Anhalt, die sinds zijn dood in 1586 gemeenschappelijk regeerden, deelden Anhalt op 17 juni 1603 opnieuw op:
- Johan George I kreeg Dessau
- Christiaan I kreeg Bernburg (uitgestorven in 1863)
- August kreeg geen vorstendom, maar kreeg in 1611 als bezit Plötzkau binnen Anhalt-Bernburg (uitgestorven in 1847)
- Rudolf kreeg Zerbst (uitgestorven in 1793)
- Lodewijk kreeg Köthen (uitgestorven in 1665)
De eerste vorst Lodewijk, uit de Duitse literatuurgeschiedenis bekend als een van de oprichters en eerste leider van de Fruchtbringende Gesellschaft, werd in 1650 opgevolgd door zijn onmondige zoon Willem Lodewijk (1650-1665). Met hem stierf de linie Anhalt-Köthen uit.
Anhalt-Köthen van 1665 tot 1818 (huis Anhalt-Plötzkau) [bewerken]
Het vorstendom viel nu toe aan de linie Anhalt-Plötzkau.Deze linie bezat geen zelfstandig vorstendom: Plötzkau maakte deel uit van het vorstendom Anhalt-Bernburg. Ten gevolge van de successie in Köthen viel Plötzkau kwam dit bezit weer in eigendom terug van de vorst van Anhalt-Bernburg. De nieuwe vordten waren Lebrecht (1665-1669) en Emanuel (1665-1670), zoons August van Anhalt-Plötzkau. De eerstgenoemde stierf in 1669 kinderloos, de tweede in 1670 met achterlating van een zwangere vrouw. Zijn postume zoon Emanuel Lebrecht (1670-1704) aanvaardde in 1692 de regering, maar stierf al in 1704. Op hem volgden zijn zoons Leopold (1704-1728) (die van 1717 tot 1723 Johann Sebastian Bach als hofcomponist in dienst had) en August Lodewijk (1728-1755).
August Lodewijk was gehuwd met Emilia van Promnitz-Pleß, waardoor in 1765 de heerlijkheid Pleß in Opper-Silezië in het bezit kwam van hun jongere zoon Frederik Erdman. Deze Standesherrschaft was niet Reichsunmittelbar maar de bevoegdheden van de heren van Pleß waren niet veel minder. Door deze aanwinst ontstond de zijtak Anhalt-Köthen-Pleß
August Lodewijks opvolger Karel George Lebrecht (1755-1789) sneuvelde in 1789 in de Turkenoorlogen.
Zijn zoon en opvolger August Christiaan Frederik (1789-1812), evenals zijn vader keizerlijk veldmaarschalk, was een groot bewonderaar van Napoleon en richtte zijn land land op Franse wijze in. Nadat in 1793 Anhalt-Zerbst was uitgestorven, werd dat vorstendom in 1797 verdeeld. Het ambt Dornburg werd bij Anhalt-Köthen gevoegd. De vorst trad in op 18 april 1807 toe tot de Rijnbond, waardoor hij gelijktijdig de hertogstitel mocht aannemen. Zijn op napoleontische leest geschoeide departementen, staatsraad, Code Napoléon en orde van verdienste werden na zijn dood in 1812 weer afgeschaft. Hij werd opgevolgd door zijn minderjarige neef Lodewijk August (1812-1818), onder wie het hertogdom in 1815 lid van de Duitse Bond werd en diep in de schulden raakte. De tweede linie Anhalt-Köthen stierf met Lodewijk August in 1818 uit.
Anhalt-Köthen van 1818 tot 1847 (huis Anhalt-Köthen-Pleß) [bewerken]
Na het uitsterven van de regerende tak viel het hertogdom toe aan Ferdinand Frederik (1818-1830) uit de zijlinie Anhalt-Köthen-Pleß. Zijn jongere broer Hendrik volgde hem op in de heerlijkheid Pleß. In 1821 ontstond er een geschil met het koninkrijk Pruisen over toltarieven en belastingen. De hertog bracht het geschil in de vergadering van de Duitse Bond. Ferdinand Frederik en zijn vrouw werden in 1825 katholiek. De hertog introduceerde onder andere de jezuïeten in het traditioneel lutherse land. In 1828 werd er een vergelijk gesloten met Pruisen en Anhalt-Dessau, wat een eind maakte aan de conflicten met Pruisen. De hertog werd na zijn kinderloze dood opgevolgd door zijn broer Hendrik (1830-1847), die in 1847 eveneens kinderloos stierf. Voor zijn dood was de heerlijkheid Pleß verkocht aan de graaf von Hochberg en de Freiherr zu Fürstenstein.
Anhalt-Köthen van 1847 tot 1853 (de personele unie) [bewerken]
Anhalt-Köthen viel nu toe aan Leopold IV Frederik, hertog van Anhalt-Dessau. Omdat de hertog van Anhalt-Bernburg regeringsonbekwaam was en ook geen opvolgers had, maakte Analt-Bernburg geen aanspraak op de erfenis. Leopold IV regeerde de twee hertogdommen aanvankelijk in een personele unie. Sinds 1848 was er een verenigde Landdag met Anhalt-Dessau, maar de Landdag van Anhalt-Köthen vergaderde ook afzonderlijke. Beide Landdagen bestonden uit dezelfde leden. Per 1 januari 1853 werden de twee staten verenigd tot Anhalt-Dessau-Köthen, dat na het uitsterven van Anhalt-Bernburg in 1863 met dat land werd verenigd tot het hertogdom Anhalt.
Bezit [bewerken]
- hoofddeel met Köthen (ambten Köthen, Nienburg en Wulfen)
- ambt Warmsdorf (an der Wipper)
- ambt Rosslau (1797 van Anhalt-Zerbst)
- ambt Lindau (1797 van Anhalt-Zerbst)
- exclave ambt Dornburg (bij Gommern) (1797 van Anhalt-Zerbst)
Amten: Stad en ambt Köthen, Nienburg, ambt Wulfen, graafschap Warmsdorf.
Regenten [bewerken]
| regering | naam | geboren | overleden | familie |
|---|---|---|---|---|
| 1603-1650 | Lodewijk I | 17-06-1579 | 07-01-1650 | zoon van Joachim Ernst |
| 1650-1665 | Willem Lodewijk | 03-08-1638 | 13-04-1665 | zoon |
| 1665-1669 | Lebrecht | 08-04-1622 | 07-11-1669 | zoon van August van Anhalt-Plötzkau |
| 1669-1670 | Emanuel | 06-10-1631 | 08-11-1670 | broer |
| 1670-1704 | Emanuel Lebrecht | 20-05-1671 | 30-05-1704 | zoon |
| 1704-1728 | Leopold | 29-11-1694 | 19-11-1728 | zoon |
| 1728-1755 | August Lodewijk | 09-06-1697 | 06-08-1755 | broer |
| 1755-1789 | Karel George Lebrecht | 15-08-1730 | 17-10-1789 | zoon |
| 1789-1812 | August Christiaan Frederik | 18-11-1769 | 05-05-1812 | zoon |
| 1812-1818 | Lodewijk August | 20-09-1802 | 18-12-1818 | zoon van broer |
| 1818-1830 | Ferdinand Frederik | 25-06-1769 | 23-08-1830 | zijtak Anhalt-Köthen-Pleß |
| 1830-1847 | Hendrik | 30-07-1778 | 23-11-1847 | broer |
| 1847-1853 | Leopold IV Frederik | 01-10-1794 | 22-05-1871 | personele unie met Anhalt-Dessau |
- Zie ook Lijst van heersers van Anhalt.
| Duitse Bond (1815-1866) | |
|---|---|
|
Anhalt (1863-1866) · Anhalt-Bernburg (1815-1863) · Anhalt-Dessau-Köthen (1853-1863) · Hertogdom Anhalt-Dessau (1815-1853) · Anhalt-Köthen (1815-1853) · Baden · Beieren · Bremen · Brunswijk · Frankfurt · Hamburg · Hannover · Hessen-Darmstadt · Hessen-Homburg · Hessen-Kassel · Hohenzollern-Hechingen · Hohenzollern-Sigmaringen · Holstein · Lauenburg · Liechtenstein · Limburg · Lippe · Lübeck · Luxemburg · Mecklenburg-Schwerin · Mecklenburg-Strelitz · Nassau · Oldenburg · Oostenrijk · Pruisen · Reuss jongere linie · Reuss oudere linie · Saksen · Saksen-Altenburg · Saksen-Coburg en Gotha · Saksen-Meiningen · Saksen-Weimar-Eisenach · Schaumburg-Lipp · Schwarzburg-Rudolstadt · Schwarzburg-Sondershausen · Waldeck-Pyrmont · Württemberg |
|