Hertogdom Saksen-Weimar-Eisenach

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Herzogtum Sachsen-Weimar-Eisenach
Großherzogtum Sachsen
Onderdeel van het Heilige Roomse Rijk
Onderdeel van de Rijnbond
Onderdeel van de Duitse Bond
Onderdeel van de Noord-Duitse Bond
Onderdeel van het Duitse Keizerrijk
Onderdeel van de Weimar Republiek
 Hertogdom Saksen-Weimar (1672-1741)
 Vorstendom Saksen-Eisenach (1672-1741)
1741/1809 – 1920 Vrijstaat Thüringen 
Flagge Großherzogtum Sachsen-Weimar-Eisenach (1897-1920).svg Wappen Deutsches Reich - Grossherzogtum Sachsen-Weimar-Eisenach.png
Kaart
SWE.png
Algemene gegevens
Hoofdstad Weimar
Oppervlakte 3610 km²
Bevolking 362.873 (1910)
Talen Duits
Religie(s) Protestants
Munteenheid Mark
Regering
Regeringsvorm Monarchie
Dynastie Wettin

Het hertogdom Saksen-Weimar-Eisenach (vanaf 1903 officieel groothertogdom Saksen) was een van de Ernestijnse hertogdommen en van 1918 tot 1920 een vrijstaat in het huidige Thüringen.

Geschiedenis[bewerken]

De unie Weimar-Eisenach ontstond toen Ernst August I, hertog van Saksen-Weimar, na de dood van Willem Hendrik van Saksen-Eisenach (1741) ook Saksen-Eisenach in handen kreeg. Dit dubbelhertogdom werd in 1809 verenigd tot een enkele staat.

Ernst Augusts zoon Ernst August II Constantijn werd opgevolgd door zijn vrouw Anna Amalia, die met toestemming van keizerin Maria Theresia als regentes de regering voor hun minderjarige zoon Karel August waarnam. Voor zijn literatuuronderricht haalde zij de dichter-schrijver Christoph Martin Wieland naar het hof van Weimar. Onder Karel August groeide Weimar uit tot middelpunt van het Duitse geestesleven, waar schrijvers als Johann Wolfgang von Goethe, Johann Gottfried Herder en Friedrich Schiller verbleven. Deze periode staat in de Duitse literatuurgeschiedenis bekend als de Weimarer Klassik. Karel August regeerde als verlicht despoot en schonk zijn land in 1816 de eerste constitutie.

Het huwelijk van de troonopvolger Karel Frederik met de Russische grootvorstin Maria Paulowna in 1804 bracht het land onder de bescherming van tsaar Alexander I, die het nodig had in de strijd tegen Napoleon. Onder zijn invloed werd Saksen-Weimar-Eisenach op het Congres van Wenen in 1815 verheven tot groothertogdom en ontving het omvangrijke nieuwe grondgebieden. Groothertogin Maria Paulowna was verantwoordelijk voor het zogenaamde "Zilveren Tijdperk" van Weimar door haar omgang met musici als Franz Liszt en Peter Cornelius.

Karel Frederik regeerde in de geest van zijn vader, maar kon onrust in het revolutiejaar 1848 niet voorkomen. Hij benoemde de oppositieleider Oskar von Wydenbrugk tot premier en hervormde in 1849 de regering op liberale wijze. Onder zijn opvolger Karel Alexander, die was gehuwd met prinses Sophie der Nederlanden, nam Saksen-Weimar-Eisenach in 1866 aan Pruisische zijde deel aan de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog, trad het toe tot de Noord-Duitse Bond en in 1871 tot het Duitse Keizerrijk. Zijn opvolger Willem Ernst moest op 9 november 1918 aftreden. Het land werd een vrijstaat en ging in 1920 op in de Vrijstaat Thüringen.

Territorium[bewerken]

In 1815 werd het gebied uitgebreid met de ambten Geisa en Dermbach van het voormalige prinsbisdom Fulda, de ambten Frauensee en Vacha van Hessen-Kassel, de ambten Atzmannsdorf en Tonndorf, het slot Vippach en de dorpen Stooternheim en Schwerborn (van het voormalige keurvorstendom Mainz (Erfurt).

Volgens artikel 39 van de Wiener Schlussakte kreeg Saksen-Weimar-Eisenach van Pruisen:

  • de heerlijkheid Blankenhain met uitzondering van het ambt Wandersleben (oorspronkelijk een deel van de heerlijkheid Unter-Gleichen van het keurvorstendom Mainz)
  • de heerlijkheid Nieder-Kranichfeld
  • de commanderijen van de Duitse orde Zwätzen, Lehesten en Liebstädt (deel ambt Eckartsbergen)
  • het ambt Tautenburg, uitgezonderd Droizen, Görschen, Wethalung, Wetterscheid en Möllschutz
  • het dorp Remmsla met Klein Brembach en Berlstadt (exclaves van Erfurt)
  • het eigendom van de dorpen Bischofsroda en Probsteizella (soevereiniteit was al in het bezit van Saksen-Weimar)
  • een deel van de Neustädter Kreis (Neustadt, Weida, Arnshaugk) van het koninkrijk Saksen.

De oppervlakte van het land was toegenomen van 36 naar 66 vierkante mijl. Er werden drie Kreisen gevormd: Eisenach, Weimar en Neustadt.

In 1821 werd het land nog uitgebreid doordat het ambt Oldisleben verenigd werd met de staat Saksen-Weimar. In 1912 werd Niederkranichfeld aan Saksen-Meiningen afgestaan in ruil voor een andere gebied.

Saksen-Weimar-Eisenach was met zijn 3.610 km² [1] verreweg de grootste van de Thüringse staten. Het bestond uit drie grotere delen en daarnaast nog 24 kleinere exclaves. Het land was verdeeld in vijf districten:

Titels[bewerken]

  • In 1842: Grossherzog von Sachsen-Weimar-Eisenach, Landgraf in Thüringen, Markgraf zu Meissen, gefürsteter Graf zu Henneberg, Herr zu Blankenhain, Neustadt und Tautenburg.
  • In 1908: Grossherzog von Sachsen, Landgraf von Thüringen, Markgraf von Meissen, Gefürstete Graf von Henneberg, Herr von Blankenhain, Neustadt und Tautenburg.

Heersers[bewerken]

Hertogen[bewerken]

Groothertogen[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Ter vergelijking: de provincie Overijssel is 3.420 km² groot

Zie ook[bewerken]