Monarchie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Monarchieën in de wereld

Een monarchie is van origine een regeringsvorm waarbij de macht bij één persoon berust, de monarch.

Het woord is een samenstelling van de Griekse woorden monos, μόνος, (één) en arkhein, ἄρχειν, (heersen). In de Oudheid waren tegenhangers van de monarchie, politeia en aristocratie. Tegenwoordig is de tegenhanger van de monarchie een republiek (van Latijn: 'res publica', d.i. 'staat'), een regeringsvorm waarbij de gehele macht steeds voor een beperkte tijd wordt opgedragen aan een of meerdere personen, die niet een vorstentitel dragen. In een monarchie is het leiderschap veelal erfelijk.

Soorten monarchieën[bewerken]

Monarchieën worden verdeeld in absolute monarchieën en constitutionele monarchieën. In een absolute monarchie is de macht van de monarch 'absoluut', wat wil zeggen dat deze een onbeperkte regeermacht heeft. In een constitutionele monarchie is de rol van de monarch vastgelegd in de grondwet, wat meestal inhoudt dat de hoogste macht bij het parlement ligt. Soms heeft ook de monarch nog steeds een grote rol, in andere gevallen (bijvoorbeeld in Zweden) heeft deze slechts een ceremoniële functie. Er zijn tegenwoordig niet veel absolute monarchieën meer. Brunei is een van de weinige voorbeelden.

Maleisië is net als Vaticaanstad een monarchie waar het staatshoofd gekozen wordt. Negen van de dertien deelstaten hebben erfelijke vorsten, die elke vijf jaar uit hun midden een koning kiezen (zie specifiek de politiek van Maleisië). Historische voorbeelden van gekozen monarchen waren de koningen van Duitsland en Polen.

In het graafschap of hertogdom heerst de leider van dit gebied, de graaf c.q. hertog, over het rijk of de unie. Het leiderschap is ook erfelijk. In deze unie werken de graven c.q. hertogen samen.

Rechtvaardiging van monarchieën[bewerken]

In de middeleeuwse staatsleer werd de monarchie gerechtvaardigd vanuit de gedachte dat de soevereiniteit van de vorst van God gegeven was. Gezag daalt in die visie van boven naar beneden, van het bovennatuurlijke gezag, naar het koninklijke en verder.

Tijdens de verlichting en de Franse Revolutie werd deze gedachte fundamenteel ter discussie gesteld en vervangen door het idee van volkssoevereiniteit. Het volk is soeverein, maar laat zich vrijwillig besturen door een parlement en regering. Deze gedachte leidde op den duur tot de afschaffing van verschillende monarchieën en tot de omzetting van absolute monarchieën in constitutionele monarchieën. Een constitutionele monarchie is aan de grondwet gebonden, maar niet per definitie democratisch. Het Duitse Keizerrijk (1870-1918) had een grondwet en een parlement, maar de meeste macht lag nog bij de keizer. Het Verenigd Koninkrijk daarentegen heeft wel een parlementaire staatsvorm, maar heeft nooit een grondwet gehad.

De Eerste Wereldoorlog leidde tot de ondergang van drie belangrijke dynastieën. De keizerrijken Duitsland, Oostenrijk en Rusland werden republieken.

Overzicht Europese monarchieën in de twintigste eeuw[bewerken]

  • Wit geeft aan dat betreffend land in betreffende periode (in ieder geval de facto) een republiek was.
  • Indien een vorst geen eigen veld heeft, maar slechts een streepje, dan heeft hij in de periode 1900-2000 slechts in één jaar geregeerd.
  • De vorsten in het Duitse Keizerrijk zijn (afgezien van de keizer zelf) niet opgenomen.

Oscar II van Zweden Gustaaf V van Zweden Gustaaf VI Adolf van Zweden Karel XVI Gustaaf van Zweden Victoria van het Verenigd Koninkrijk Eduard VII van het Verenigd Koninkrijk George V van het Verenigd Koninkrijk Eduard VIII van het Verenigd Koninkrijk George VI van het Verenigd Koninkrijk Elizabeth II van het Verenigd Koninkrijk Alfons XIII van Spanje Juan Carlos I van Spanje Felipe VI van Spanje Alexander Obrenović Peter I van Joegoslavië Nicolaas II van Rusland Carol I van Roemenië Ferdinand I van Roemenië Michael I van Roemenië Carol II van Roemenië Michael I van Roemenië Karel I van Portugal Emanuel II van Portugal Frans Jozef I van Oostenrijk Karel I van Oostenrijk Oscar II van Zweden Haakon VII van Noorwegen Olaf V van Noorwegen Harald V van Noorwegen Wilhelmina der Nederlanden Juliana der Nederlanden Beatrix der Nederlanden Willem-Alexander der Nederlanden Nicolaas I van Montenegro Albert I van Monaco Lodewijk II van Monaco Reinier III van Monaco Albert II van Monaco Adolf van Luxemburg Willem IV van Luxemburg Maria Adelheid van Luxemburg Charlotte van Luxemburg Jan van Luxemburg Hendrik van Luxemburg Mindaugas II van Litouwen Johannes II van Liechtenstein Frans I van Liechtenstein Frans Jozef II van Liechtenstein Hans Adam II van Liechtenstein Tomislav II van Kroatië Peter I van Joegoslavië Alexander I van Joegoslavië Peter II van Joegoslavië Umberto I van Italië Victor Emanuel III van Italië Umberto II van Italië Frans Jozef I van Oostenrijk Karel I van Oostenrijk Constantijn I van Griekenland Constantijn I van Griekenland George I van Griekenland Alexander van Griekenland George II van Griekenland George II van Griekenland Paul I van Griekenland Constantijn II van Griekenland Frederik Karel van Hessen Wilhelm II van Duitsland Christiaan IX van Denemarken Frederik VIII van Denemarken Christiaan X van Denemarken Frederik IX van Denemarken Margaretha II van Denemarken Ferdinand van Bulgarije Boris III van Bulgarije Simeon Sakskoburggotski Leopold II van België Albert I van België Leopold III van België Boudewijn I van België Albert II van België Filip van België Wilhelm zu Wied Zog van Albanië Victor Emanuel III van Italië

Zie ook[bewerken]