Ceremonieel koningschap
Een ceremonieel koningschap is een bepaald model voor het vormgeven van de rol van de koning binnen een constitutionele monarchie. Zweden is het eerste en momenteel enige land dat dit model toepast, het wordt daarom ook wel het Zweedse model genoemd.
In een ceremonieel koningschap maakt de koning geen deel uit van de regering. Hij geldt wel als staatshoofd maar heeft grondwettelijk gezien geen macht in het landsbestuur. Dit in tegenstelling tot de koningen in constitutionele monarchieën zonder ceremonieel koningschap, die deel uitmaken van hun landsregering en onder andere hun handtekening moeten zetten onder wetten om deze rechtsgeldig te maken (de zogenoemde koninklijke bekrachtiging).
Voorstanders van dit model prijzen het democratische gehalte, de niet-gekozen koning maakt immers geen deel uit van het landsbestuur. Tegenstanders hekelen de verwording van de koning tot 'lintenknipper'[1] en vrezen dat er waardevol bestuurlijk inzicht verloren gaat, zoals de ervaring die de koning heeft met kabinetsformaties.[2]
In Nederland [bewerken]
De recentste maal dat een ceremonieel koningschap in Nederland ter discussie werd gebracht was in november 2010. Het voorstel werd toen verworpen door het kabinet-Rutte I.[3]
De Partij voor de Vrijheid presenteert op 1 september 2011 een al herhaaldelijk aangekondigd initiatiefwetsvoorstel om het staatshoofd uit de regering te halen. De gedoogpartner van de regeringspartijen VVD en CDA wil de monarchie behouden, maar de "politieke invloed" van de Koning inperken. "Wél een representatieve en symbolische rol, géén onderdeel van de regering”, aldus de PVV. In de Tweede Kamer is tot dusver geen meerderheid die het hiermee eens is. Behalve de PVV willen ook de SP, GroenLinks, D66 en de Partij voor de Dieren een ceremonieel koningschap.[4] Volgens een artikel in de Volkskrant van 26 augustus 2011 zou de Partij van de Arbeid tegen het initiatiefwetsvoorstel van de PVV stemmen, waarmee er bij voorbaat geen Kamermeerderheid zou zijn voor het voorstel.[5]
Een onderzoek van Synovate in oktober 2011 liet zien dat 26% van de Nederlanders voorstander is van een ceremonieel koningschap.[6]
Bronnen, noten en/of referenties
|